Parlement wil dat kerncentrales flexibeler worden

Het parlement vraagt de regering om samen met uitbater Engie Electrabel te onderzoeken wanneer de kerncentrales hun productie tijdelijk kunnen terugschroeven of moduleren. Dat moet vermijden dat in perioden van lage energievraag de elektriciteitsproductie vanuit hernieuwbare bronnen — zoals zon en wind — wordt stilgelegd.

Het Belgische federale parlement heeft een resolutie goedgekeurd. Daarin wordt aan de regering gevraagd om samen met uitbater Engie Electrabel te onderzoeken wanneer de kerncentrales hun productie tijdelijk kunnen terugschroeven of moduleren. Dat moet vermijden dat in perioden van lage energievraag de elektriciteitsproductie vanuit hernieuwbare bronnen — zoals zon en wind — wordt stilgelegd. De vraag is of dat haalbaar is, op technisch, politiek, economisch en veiligheidsvlak. Bovendien flakkert zo het debat weer op over de rol van kerncentrales in de energiemix.

Kerncentrales moduleren

Een lage energievraag ontstaat wanneer het aanbod aan hernieuwbare energie groot is, maar ook wanneer de vraag laag is. Zoals tijdens de corona-lockdown of een economische dip. ‘In dergelijke gevallen zouden we de productie moeten verlagen om vooral gebruik te maken van duurzame energiebronnen. Dat kan echter niet, omdat de kerncentrales onvoldoende door de exploitant wordt gemoduleerd,’ zegt CD&V-Kamerlid Leen Dierick.

‘In andere landen is wel een uitgebreidere toepassing mogelijk van vermogensmodulaties. We moeten onderzoeken of we onze kerncentrales vaker en op een veilige manier kunnen moduleren in de toekomst. We moeten absoluut vermijden dat we onze hernieuwbare bronnen stilleggen, terwijl de kerncentrales op volle toeren draaien.’

Einde uitbatingsduur in zicht

België telt twee kerncentrales, Doel en Tihange. In Doel staan vier kernreactoren, in Tihange drie. Gemiddeld leveren ze momenteel ongeveer de helft van de in België verbruikte elektriciteit. De zeven Belgische reactoren bereiken tussen 2022 en 2025 het einde van hun (in de huidige wet voorziene) uitbatingsduur. De meeste — maar niet alle — politieke partijen lijken vandaag weinig of niet geneigd om die wettelijke termijn (nogmaals) te verlengen. Maar er is nog niet voldoende alternatieve productiecapaciteit om de sluiting van alle reactoren op te vangen. Blijven nieuwe investeringen massaal uit, dan lijkt een compromis in de maak. Daarbij zou een beperkt aantal reactoren nog een tijdje verder mogen draaien.

‘Voor een eventuele uitbatingsverlenging zullen nog nieuwe investeringen moeten gebeuren, die klaar of zo goed als klaar moeten zijn op het moment dat de verlenging begint. Het uitvoeren van dergelijke investeringen vraagt jaren voorbereidingswerk. Die beslissing uitstellen tot het laatste moment is dus geen optie,’ zegt Nele Scheerlinck, woordvoerder van Engie Electrabel.

In 2015 was de beslissing tot uitbatingsverlenging voor Doel 1 en 2 last-minute genomen. Men trok toen de uitbatingsduur van die twee reactoren — meestal gebruikt men zelfs de term levensduur — op van veertig naar vijftig jaar. De daarvoor nodige werken waren toen nog niet uitgevoerd. Het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC), de toezichthouder op de nucleaire sector in België, liet al weten dat het toekomstige uitbatingsverlengingen pas zal goedkeuren nadat de nodige aanpassingswerken zijn uitgevoerd.

Doordat het productiepark voor hernieuwbare energie nog altijd groeit, is er soms overproductie. De kerncentrales, waarvoor de investeringen al lang zijn afgeschreven, leveren goedkope elektriciteit. Hun productie is ook erg betrouwbaar. In tegenstelling tot andere installaties voor elektriciteitsproductie kunnen ze na een stop echter niet snel opnieuw opstarten. Ook kunnen ze hun productievolume slechts in beperkte mate variëren.

Flexibiliteit wint aan belang

Meerderheidsaandeelhouder van de reactoren en uitbater van beide kerncentrales is de Franse groep Engie, via zijn Belgische poot Engie Electrabel. ‘In de context van de groei van energieproductie uit hernieuwbare bronnen is de flexibiliteit van productiecentrales de voorbije jaren steeds belangrijker geworden,’ bevestigt Scheerlinck. Daarom hebben we het FANC gevraagd om de modulatiemogelijkheden van de twee jongste kerncentrales (Doel 4 en Tihange 3) gevoelig te mogen uitbreiden. Na grondige veiligheidsstudies hebben we die toestemming ook gekregen.’

‘Wij kunnen ons alleen uitspreken over de nucleaire veiligheid in geval van modulatie. Organisatorische of economische aspecten zoals bevoorradingszekerheid of netstabiliteit vallen daar niet onder,’ merkt woordvoerster Ines Venneman van het FANC op. ‘Engie Electrabel mag beperkte modulaties uitvoeren aan de vier reactoren in Doel en aan Tihange 2 en 3 en uitgebreide modulaties aan Doel 4 en Tihange 3, mits er aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Die voorwaarden zijn gebaseerd op diverse veiligheidsstudies.’ Ze beperken onder meer de tijdstippen en tijdsduur van de modulaties

Veiligheid, haalbaarheid en zinvolheid

‘Engie Electrabel mag bij het FANC altijd een veiligheidsdossier indienen met daarin de vraag om de voorwaarden aan te passen. Zo’n aanvraag zal natuurlijk gekoppeld zijn aan nieuwe veiligheidsstudies en zal grondig moeten worden bestudeerd voorafgaand aan een eventuele goedkeuring. Het FANC kan geen voorafname nemen op zo’n beslissing. Voor de technische en operationele voorwaarden verbonden aan de vermogensmodulatie zijn wij niet bevoegd.’

In de huidige modulatiemogelijkheden kan men de productie van Doel 1, 2 en 3 met 25% terugschroeven, die van Doel 4 en Tihange 3 met 50% en die van Tihange 1 niet. Dit biedt volgens Scheerlinck voldoende flexibiliteit om in te spelen op de variabele elektriciteitsproductie uit wind- en zonne-energie. ‘Om de modulatiemogelijkheden nog verder uit te breiden, zouden we aanpassingen moeten doen aan de installaties en zou ook de uitbatingsvergunning van de Belgische kerncentrales gewijzigd moeten worden. Dit proces kan zeven jaar duren en vergt uitgebreide veiligheidsstudies en investeringen die, in het licht van de huidige wet op de kernuitstap, niet realistisch zijn.’

‘Zelfs wanneer Belgische regering zou beslissen dat Doel 4 en Tihange 3 na 2025 operationeel mogen blijven, zal er nog altijd twee derde van de nucleaire productiecapaciteit verdwijnen van het net. In een dergelijke context lijkt het niet meteen noodzakelijk om de (reeds uitgebreide) modulatiemogelijkheden van Doel 4 en Tihange 3 nog verder uit te breiden. Indien die optie toch nog op tafel komt, kunnen we dat op dat moment verder bekijken als dat economisch haalbaar is,’ aldus de Engie-woordvoerster.

Verder kijken

‘De resolutie die we in de plenaire vergadering van de Kamer hebben aangenomen gaat ruimer dan louter de uitbreiding van de moduleerbaarheid,’ geeft Bert Wollants (N-VA) mee, voorzitter van de parlementaire subcommissie nucleaire veiligheid. ‘We willen ook in kaart brengen wat de wat potentiële nucleaire overcapaciteit is, in combinatie met zon en wind en nagaan in welke situaties best wordt gemoduleerd.’

‘Wat in de resolutie staat is technisch uitvoerbaar, maar vandaag nog niet,’ bevestigt Vlaams parlementslid Andries Gryffroy (N-VA). ‘Het moet dan wel mee worden opgenomen in het verplichte investeringsprogramma bij een mogelijke levensduurverlenging van reactoren. De modulering heeft vooral te maken met de onderhoudsfrequenties, door de reactoren waarvan de levensduur wordt verlengd in verschillende geplande stappen te laten werken. Echt moduleren zoals de Franse reactoren kunnen de Belgische niet.’

‘Concreet zal het dan wellicht niet gaan om investeringen om de kerncentrales zo aan te passen dat ze hun productie kunnen aanpassen aan variaties in de vraag,’ legt Wollants uit. ‘Dat is te ingrijpend en weinig realistisch. De vraag zal vooral zijn of de bestaande modulaties kunnen worden opgedreven. Dat zal voor bepaalde reactoren zeker meespelen bij een mogelijke levensduurverlenging. Meer flexibiliteit komt daarbij ongetwijfeld goed van pas.’

Uitzonderlijk

Scheerlinck wijst erop dat de situatie in maart en april 2020 op meerdere vlakken uitzonderlijk was. ‘Door de lockdown daalde het elektriciteitsverbruik drastisch, tot 25%. Bovendien werd die periode atypisch gekenmerkt door zeer gunstige weersomstandigheden voor hernieuwbare energie. Dat zorgde op sommige momenten voor een productieoverschot. Dat lag niet aan kerncentrales, want het nucleaire productievermogen was toen met een derde teruggevallen, omdat Doel 1 en 2 en Tihange 1 in revisie waren. Toevallig zaten Doel 3, Doel 4 en Tihange 3 toen aan het einde van hun brandstofcyclus. Om technische redenen is het dan niet mogelijk om te moduleren.’

Koen Mortelmans :Koen Mortelmans is historicus en freelance journalist. Een overzicht van zijn werkzaamheden vindt U op www.koen.mortelmans.com.