fbpx


Geschiedenis, Religie
Dirk Van de Perre

Wat met het kerkgebouw als erfgoed in het dorp?

Herbestemming: geldgewin op korte termijn?


parochie

De herbestemming van de Gentse Sint-Annakerk tot een Delhaize-warenhuis haalde onlangs de nationale media. Veel ingrijpender is de hertekening van het parochielandschap in het bisdom Gent met niet in te schatten gevolgen voor de toekomst van het landelijke religieuze erfgoed.

Fusie van parochies

Waarover gaat het? Op 1 september 2016 besliste het bisdom Gent om het aantal parochies te herleiden van 427 naar 43 en het aantal dekenaten van 34 naar tien. Een fusie van parochies dus, maar op nog  grotere schaal dan de fusie van de gemeenten. Voor het zuiden van de provincie Oost-Vlaanderen, grosso modo de streek tussen Oudenaarde-Ronse in het westen, Zottegem-Brakel in het midden en Ninove-Geraardsbergen in het oosten, beter bekend als de Vlaamse Ardennen en het strijdtoneel van de Vlaamse wielerklassiekers, is deze fusie nog veel ingrijpender.

Het is een vruchtbare landbouwstreek met een dicht netwerk van kleine dorpen en parochies met een heel oude geschiedenis, die zich weerspiegelt in de architectuur van de kerkgebouwen, die in hun kern meestal tot de Romaanse periode teruggaan. Koploper in deze fusieoperatie is de nieuwe Oscar Romeroparochie in Horebeke-Zwalm-(deel)Oudenaarde, waar negentien parochies fusioneren, gevolgd door Geraardsbergen waar vijftien en Ninove waar veertien parochies worden samengevoegd.

Als motivatie voor deze hervorming wordt de secularisatie aangevoerd, de terugval van de religieuze praktijk en het tekort aan priesters. Kerken worden te weinig gebruikt en ze kosten de gemeenschap te veel geld, aldus de doorsnee publieke opinie, gedeeld door bisdom en politici.

Parochie en kerk

Eerst nog twee opmerkingen. De huidige fusie van parochies blijft een louter kerkrechtelijk proces tot zolang de parochiekerk niet onttrokken wordt aan de eredienst. Tot dan blijft de parochie burgerrechtelijk bestaan, is de lokale kerkfabriek verantwoordelijk voor het beheer van het gebouw en moet de gemeentelijke overheid de tekorten op de rekeningen dekken.

De meeste landelijke parochies bevinden zich thans in de dubbelzinnige situatie dat ze kerkrechtelijk zijn afgeschaft, maar burgerrechtelijk (nog) niet. Daarnaast is het belangrijk domaniale kerken te onderscheiden van andere. Domaniale kerken zijn parochiekerken van vóór 1800, die bij de Franse Revolutie samen met het bijhorende grondbezit genaast zijn en bij het concordaat van Napoleon van 1802 aan de katholieke eredienst ter beschikking zijn gesteld, maar waarvan de gemeenten de eigenaars blijven.

Van de latere parochiekerken is de kerkfabriek bouwheer en eigenaar. De domaniale kerken maken deel uit van het openbaar domein, de andere niet. In het zuiden van Oost-Vlaanderen zijn bijna alle parochiekerken domaniaal en omwille van hun geschiedenis beschermde monumenten. De meeste van deze kerken zijn nog ingebed in een ommuurd of nabijgelegen kerkhof al dan niet met grafzerken. Uiteraard zijn deze kerkhoven eveneens openbaar domein en is het geheel van kerk en kerkhof beschermd als dorpsgezicht.

Kerkenbeleidsplan

De implementatie van deze fusies werd/wordt in een kerkenbeleidsplan uitgewerkt. Het was de vorige minister-president Geert Bourgeois die van het maken van deze plannen de voorwaarde maakte voor  verdere subsidiëring. Een aantal van deze plannen zijn intussen goedgekeurd door de bisschop en de desbetreffende gemeentebesturen. Ik neem de nieuwe Sint-Corneliusparochie in Ninove als voorbeeld. In Ninove (bijna 40.000 inwoners) zullen er van de veertien kerken nog twee behouden blijven voor de eredienst: de hoofdkerk in Ninove-stad en een bijkerk in Meerbeke. Eén herbestemming is al effectief doorgevoerd en voor de elf andere landelijke dorpskerken wordt op een termijn eveneens een herbestemming vooropgesteld.

Wie iets van parochiegeschiedenis kent, weet dat parochies niet ontstaan zijn uit een pastorale bekommernis, maar op initiatief van adellijke heren en abdijen om hun eigendom of territorium een sacrale dimensie te geven. Daartoe werd met de goedkeuring van de bisschop een altaar opgericht en een dotatie voorzien voor de instandhouding van het kerkgebouw en het onderhoud van de bedienaar.

Er is weinig correlatie tussen de omvang van de bewoning en de territoriale afbakening van een landelijke parochie. De pastorale bekommernis is er pas na het Concilie van Trente en de Contrareformatie gekomen. Het bisdom wil vandaag af van dit door de geschiedenis bepaalde territoriale concept van parochie en ziet de nieuwe parochie als een restgroep van christenen, die zich verenigen tot gemeenschap, zich over vroegere dorpsgrenzen heen verplaatsen – de nieuwe parochies hebben een diameter van vijftien à twintig km – naar een centrale kerk om samen liturgie te vieren. Een parochie is in deze visie geen buurtgemeenschap meer. De oude parochiestructuren zijn integendeel een blok aan het been, een remmende erfenis uit het verleden.

Identiteitsverlies

Met deze visie draagt het bisdom bij tot het versnelde verlies van de identiteit van de dorpen. Dat verlies is reeds vroeger ingezet, politiek met de fusie van gemeenten en commercieel met het verdwijnen van de buurtwinkel. Dat wordt nu nog versterkt door de afbouw van de religieuze dienstverlening. Een tweede gevolg is de onzekerheid over de toekomst van het kerkgebouw, het daarin aanwezige patrimonium en het omliggende kerkhof. Is herbestemming de oplossing?

Bij het burgerrechtelijk opheffen van de parochie komt het roerend patrimonium toe aan de kerkfabriek van de fusieparochie. Maar wat is roerend en wat onroerend en waar moet de centrale kerkfabriek met dat overtollig patrimonium heen? Worden het gouden tijden voor antiquairs? Wat bij erfpacht, verkoop of verhuur van het gebouw met het grote vaste meubilair als portiekaltaar, orgelkast, biechtstoel, koorbanken, lambrisering en glasramen? Ontmantelen? Wat met de toren, de torenklokken en het torenuurwerk? Interieur, gebouw en omgeving vormen een historisch gegroeid en samenhangend geheel. Wie dat scheidt, ontzielt het geheel.

Stop met het ontwijden van dorpskerken!

Daarom pleit ik voor een pauze en bezinningsperiode in de rage van het herbestemmen van kerken. Er is niets dat dringt. Ik begrijp de ijver niet waarmee het bisdom Gent onder duizend jaar parochiegeschiedenis een streep trekt. Stop met het ontwijden van dorpskerken en behoud een minimaal gebruik. Zoek andere wegen voor het priestertekort.

Politici, ontneem de lokale gemeenschap haar eigen patrimonium niet, verleid door wat geldgewin op korte termijn. Het is een drama dat kerken gezien worden als nutteloos geworden gebouwen voor de katholieke eredienst. Willen landelijke kerken nog een zinvolle toekomst hebben, dan moet het bisdom haar exclusieve jurisdictie over deze gebouwen los laten, zodat de lokale gemeenschap het beheer ervan kan overnemen en een multifunctioneel en sociaal gedragen gebruik mogelijk wordt, inclusief voor de katholieke eredienst, maar zonder de controle ervan. Zoals wegen, rivieren en parken publiek erfgoed zijn, zo behoren ook dorpskerken tot ons collectieve erfgoed en is de instandhouding ervan een taak van algemeen belang.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Dirk Van de Perre

Dirk Van de Perre (1943) is doctor in de Geschiedenis, woont in Pollare (Ninove) en zet zich al decennia in voor het regionaal landschaps- en erfgoedbehoud.