fbpx


Economie
Pensioenhervorming

Pensioenhervorming: dikke buis voor Vivaldi




Op 13 juli kwam een rapport uit, dat niet inging op de diverse punten die nog op tafel lagen van de regering. Het rapport vermeldt dat de vergrijzingscommissie werd opgericht door 'de wet van 5 september 2001 tot waarborging van een voortdurende vermindering van de overheidsschuld en tot oprichting van het Zilverfonds'. Cynisch De naam is wel cynisch: de staatsschuld is van 2001 (286 miljard euro) tot 2021 (549 miljard euro) quasi verdubbeld. De eerlijkheid gebiedt ons wel te zeggen…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Op 13 juli kwam een rapport uit, dat niet inging op de diverse punten die nog op tafel lagen van de regering. Het rapport vermeldt dat de vergrijzingscommissie werd opgericht door ‘de wet van 5 september 2001 tot waarborging van een voortdurende vermindering van de overheidsschuld en tot oprichting van het Zilverfonds’.

Cynisch

De naam is wel cynisch: de staatsschuld is van 2001 (286 miljard euro) tot 2021 (549 miljard euro) quasi verdubbeld. De eerlijkheid gebiedt ons wel te zeggen dat tegenover het bruto binnenlands product (bbp) van 2001 (264 miljard euro) en 2021 (506 miljard euro) de schuld stabiel is gebleven rond 108% van het bbp. Maar van een daling was zeker geen sprake. Het Zilverfonds werd in 2017 definitief opgeheven, omdat er na 15 jaar ‘sparen’ slechts 22 miljard euro in de kas zat.

De vergrijzingscommissie wilde men wel behouden. Men besloot dan ook wijselijk het opschrift van de wet van 5 september 2001 te vervangen door de ‘wet tot oprichting van een studiecommissie voor de vergrijzing en opstelling van een vergrijzingsnota’.

Misbruik pensioenfondsen

Naast de lege doos van het Zilverfonds heeft de regering-Verhofstadt in 2003 ook het pensioenfonds van het overheidsbedrijf Belgacom (nu Proximus) overgenomen, dat toen 5 miljard euro bevatte. Hiermee creëerde men toen een begrotingssurplus, ondanks het feit dat toen veel geld werd uitgegeven om de paarse coalitie zolang mogelijk in het gareel te houden door iedereen cadeau’s te geven. Om dezelfde reden werden toen de salarissen van de ambtenaren – in plaats van op 31 december – betaald op 1 januari, een ander begrotingsjaar.

Al het werk van de regering-Dehaene werd tenietgedaan, ondanks een gunstige conjunctuur. Geen wonder dat hetzelfde opnieuw gebeurt met deze coalitiepartners, met dit verschil dat er geen geld meer in de kas is. Van het pensioenfonds Belgacom is al 4,2 miljard euro opgesoupeerd, en jaarlijks gaat er meer dan 400 miljoen euro weg naar de ex-Belgacom-werknemers.

Dat betekent dat men vanaf 2024 in een deficit terechtkomt. De Belgacom-pensioenen zullen nog 20 jaar op de begroting wegen, alhoewel de bedragen geleidelijk aan zullen verminderen. Het toont dat België, in tegenstelling tot Nederland, totaal niet kan sparen of op lange termijn denken.

Vergrijzingsrapport

Het gebrek aan slagkracht komt ook tot uiting in het rapport van de studiecommissie voor de vergrijzing. De betaalbaarheid van de pensioenen wordt al jaren aan de kaak gesteld, maar toch beweegt er amper iets vanuit politieke hoek. Men spreekt over ‘vooruitzichten’, wat niet hetzelfde is als ‘voorspellingen’. Voorspellingen geven de best mogelijke raming voor de nabije toekomst (één tot twee jaar). Vooruitzichten gelden voor een langere periode. Ze steunen op hypothesen en een constant beleid.

De budgettaire kosten van de vergrijzing bedragen tussen 2019 en 2070 5,0% van het bbp, maar de toename situeert zich volledig tussen 2019 en 2050 (+ 5,2%). Het gaat om de sociale uitgaven, die tegen 2050 zullen stijgen van 24,5% van het bbp naar 29,7%. Dat is bijna een derde van de totale productie van goederen en diensten.

Het zijn de pensioenen en gezondheidszorg die verantwoordelijk zijn voor de toename. De werkloosheid en kinderbijslag zullen dalen, maar lichtjes. Dat impliceert tegen 2050 een meeruitgave van 27 tot 28 miljard euro per jaar, of ongeveer het huidige begrotingsdeficit dat dus zou verdubbelen tot 10% van het bbp als er geen hervormingen komen.

De last van de gezondheidszorg zou toenemen van 7,8% tot 10,5% van het bbp, maar de hoofdvogel wordt afgeschoten door de pensioenen. Deze stijgen van 10,5% van het bbp naar 13,5%. De commissie stelt ook dat door de recente veralgemeende invoering van het minimumpensioen, de piek van de sociale uitgaven opgeschoven is met tien jaar tot 2050 (in plaats van 2040).

Onzekere vooruitzichten

Het rapport spreekt van ‘onzekere vooruitzichten’. Zo kan een lagere economische groei, een te trage productiviteitsstijging of een hogere werkloosheid de toestand nog verergeren. In het basisscenario voor de toekomst gaat men uit van een werkloosheidsgraad van 7% en een productiviteitstoename van 1,5%.

Maar als deze twee onderdelen tegenvallen en uitkomen op respectievelijk 8% en 1%, stijgt de vergrijzingskost nog meer: van 5% tot 7,7% van het bbp tegen 2070. Vooral de lagere productiviteitsgroei speelt parten. Daardoor alleen komt het bbp in 2050 maar liefst 4% lager te liggen dan in het referentiescenario, en in 2070 zelfs 13,1% lager.

Om de vergrijzing betaalbaar te houden, moet de werkgelegenheidsgraad omhoog. De regering wil die op 80% van de actieve bevolking brengen in 2030, maar volgens de vergrijzingscommissie moet daarvoor de werkgelegenheid van de 20- tot 64-jarigen in 2030 ongeveer 5,37 miljoen werkenden bedragen. Dat is een stijging met 616 000 werkenden in tien jaar tijd en dat is onmogelijk. In 2030 zou de werkgelegenheidsgraad van de actieve bevolking 74,6% bedragen, dus 5,4% minder dan het doel. Vooral Brussel en Wallonië blijven achter.

Technische materie: verhaal van het minimumpensioen

De regels rond het pensioen zijn geen gemakkelijk materie. Het is dan ook niet moeilijk om de waarheid geweld aan te doen. Het verhaal van het minimumpensioen is een mooi voorbeeld. De meeste politieke partijen waren het erover eens dat het minimumpensioen tot 1.500 euro verhoogd moest worden. Vivaldi stemde daar snel in toe en iedereen kreeg de indruk dat het resultaat behaald was.

De waarheid is toch wat anders. Gaat het om een brutobedrag, of spreekt de regering over een nettobedrag? Vivaldi bepaalde dat het minimumpensioen, aan het begin van 2024, 1.628 euro netto (!) zou bedragen. De bedragen stijgen nu immers snel door de inflatie. Dat geldt echter enkel voor de personen die een volledige loopbaan van 45 jaar hebben. Daarin zitten wel gelijkgestelde periodes zoals de werkloosheid, ziekte, invaliditeit  en het tijdskrediet, … Let op: iemand die slechts een carrière van 35 jaar heeft, krijgt 77,78% van dit bedrag.

De loopbaan mag niet minder dan 30 jaar zijn, want dat is een toegangsvoorwaarde tot het minimumpensioen. Tot slot moet de werknemer gedurende 20 jaar effectief gewerkt hebben voor minimaal 4/5e, zonder gelijkgestelde periodes.

Over dat laatste bereikte Vivaldi een akkoord, nadat de PS lang had aangedrongen op amper tien jaar effectief werk. Volgens ons had het gerust 30 jaar effectief werk kunnen zijn en zelfs hoger, gelet op de krappe arbeidsmarkt die nog decennia kan voortduren. Zoveel mogelijk Belgen moeten werken om de pensioenen betaalbaar te houden.

Vivaldi heeft gaten in de broekzak

Het verhoogde minimumpensioen kost desondanks een pak geld. In juli kwam er enkel de bijkomende voorwaarde van 20 jaar (of 5.000 dagen) effectief werk voor 4/5e. Om degene die vervroegd met pensioen kunnen gaan langer aan de slag te houden, wil men een pensioenbonus invoeren, maar er is nog niets concreet beslist. De filosofie is dat wie langer werkt, meer bijdragen betaalt zodat dit op korte termijn meer opbrengt. Ook wil de regering het pensioen verhogen voor wie deeltijds werkt.

Door Vivaldi verhoogt de pensioenfactuur met 2 miljard euro. Sommigen beweren dat het verhoogde barema van het minimumpensioen de vergrijzingskosten met 20% doet toenemen. Hier zit vooral de PS achter: haar enige doel is blijkbaar zo veel mogelijk geld te doen afleiden naar een zo groot mogelijke groep gepensioneerden, of die nu veel of weinig gewerkt hebben.

Discriminatie werknemers en zelfstandigen

Op dit ogenblik zijn er drie wettelijke pensioenstelsels die als het ware parallel naast elkaar bestaan: ambtenaren, werknemers en zelfstandigen. De ambtenaren genieten van de beste voorwaarden, de zelfstandigen komen er het meest bekaaid van af. Dat zou allemaal gelijkgeschakeld moeten worden.

Het salaris van de werknemers wordt berekend op basis van het gemiddelde jaarsalaris tijdens de volledige loopbaan. In het begin verdien je altijd minder, maar ook op het einde kan dit het geval zijn na bijvoorbeeld een ontslag. In de privésector kan een carrière volatiel zijn met hoogtes en laagtes, en de salarissen gaan daarin mee. Daarbij worden de hoge salarissen al afgetopt rond ongeveer 64.000 euro. Een wettelijk pensioen is om die reden na een loopbaan van 45 jaar maximaal ongeveer 2.600 euro bruto.

Het pensioen van de ambtenaren wordt berekend op basis van het gemiddelde salaris tijdens de laatste tien jaar van hun loopbaan. Binnen hun hiërarchische structuur kunnen ze promotie maken en zo hun hoogste salaris bereiken op het einde van de loopbaan. De kans op ontslag is klein. Er is wel een dubbele aftopping: namelijk 75% van het gemiddelde salaris dat als basis dient. Daarenboven bedraagt het maximaal ongeveer 90.000 euro. Dit is een erg royaal systeem.

Men motiveert dat door te wijzen op het feit dat de ambtenaren geen volledige maand vakantiegeld hebben, noch een dertiende maand in december. Ze hebben ook geen extra-legaal pensioen, zoals bijvoorbeeld een groepsverzekering, wat wel het geval is bij veel privébedrijven (maar niet allemaal). Bedrijfswagens zijn er enkel voor de absolute top. In die zin beschouwen ze hun hoger pensioen als een soort compensatie.

Regels zijn voordelig voor Wallonië

De voordelige ambtenarenpensioenen spelen vooral in de kaart van Wallonië, waar de zware overheidssector verantwoordelijk is voor 28% van de economische activiteit. Daarbij zijn 50% van de topfuncties (met de hoogste pensioenen) bestemd voor Franstaligen, alhoewel ze slechts 40% van de bevolking uitmaken. De pensioenen zijn  nog steeds een federale materie, zodat een belangrijk deel van de financiering uit Vlaanderen komt.

Ongeveer 1,27 miljoen ‘werkenden’ komen in aanmerking voor het hogere minimumpensioen, maar men moet effectief voor 4/5e gewerkt hebben gedurende 20 jaar. Dat is vooral in het voordeel van de Franstaligen, waar er velen beroep doen op de gelijkgestelde periodes. Het is een feit dat FOREM (de Waalse VDAB) te kort schiet in haar taak van arbeidsbemiddeling.

Paul Becue

Paul Becue is lic. Rechten, TEW en Diplomatieke Wetenschappen. Hij heeft een lange ervaring in de financiële sector. Zijn boeken over kredietverzekering gelden als de referentie.