Geen categorie

Peter De Roover: ‘Ik vind een socialist interessanter dan een brave christendemocraat’

In het tweede deel van onze vakantiereeks ‘De zomerbibliotheek’ nemen we een kijk in de boekenkast van een oude bekende: Peter De Roover, Kamerlid van de N-VA en erevoorzitter van de Vlaamse Volksbeweging (VVB). De boeken van onze vroegere chef-politiek tonen een fascinatie voor het communisme. Hij waarschuwt ons voor de dogma’s van het systeem. ‘De Grote Waarheid is het gevaarlijkste wat er is.’

Ter voorbereiding van dit interview stuurde Peter De Roover vooraf een lijstje door met boeken die hem dierbaar zijn. Melktanden van Ignacio Martinez de Pison, Het Mussolinikanaal van Antonio Pennacchi, Uit liefde van het volk van James Meek, De Goelag Archipel en Een dag uit het leven van Ivan Denisovitsj, allebei van de Rus Aleksandr Solzjenytsin. Dit zijn enkele boeken die het fascisme, nazisme en communisme als rode draad hebben. Toch ietwat verrassend.

‘Ik heb altijd een heel grote belangstelling gehad voor het communisme’, verklaart De Roover. Hij bekent meteen dat zijn boekenplank gevuld met het communisme en het Belgisch socialisme misschien wel meer ruimte in beslag neemt dan zijn verzameling over het Vlaams-nationalisme. ‘Ik vind in de geschiedenis een socialist interessanter dan een brave christendemocraat. Wat motiveert mensen om een volgens mij niet voor de hand liggende politieke keuze te maken en daar een levensengagement aan te verbinden? Dat vind ik zeer intrigerend. Ik ben ook niet iemand die zegt: “Ah, het zijn weer die linksen”. Ik zoek net het gesprek en de ontmoeting op, ik heb dat eigenlijk met iedereen. Wie andersdenkendheid niet kan hebben, zit met een probleem. Het leven is meer dan een politiek standpunt.’

De Mortselnaar groeide op in de sfeer van de Koude Oorlog, vandaar zijn zeer grote belangstelling voor dat fenomeen. ‘Zelf was ik politiek gezien oorspronkelijk zeer Atlantisch, maar ik las zowel de literatuur van de dissidenten als de klassieke werken van Marx, Lenin … Ik wou hun drijfveer weten, want ik zag hun idealisme nogal botsen met waar het toe leidt. Volgens de oude Vlaamse wijsheid is de weg naar de hel geplaveid met goede voornemens, wel daar zit veel wijsheid in.’

‘De waarheid – de waarheid met een Grote W – duldt geen concurrenten. Als je de Waarheid meent ontdekt te hebben, word je gevaarlijk. Dan lijkt het een noodzaak om het offer te brengen van kleine, menselijke slachtoffers. Dat is in mijn ogen ook de oorzaak van de Terreur na de Franse Revolutie, van concentratiekampen, van de Goelag enzovoorts. Niet toevallig heette de partijkrant van de Sovjet-Unie Pravda (vertaald: ‘De Waarheid’ – red.)!”
‘Uit de opgesomde boeken heb ik geleerd dat de Grote Waarheid de grootste vijand is van de tolerantie en van de vrijheid. Wie de Waarheid ontdekt heeft, kan geen vrijheid meer laten in zijn denken. Het ontdekken van de Waarheid is volgens mij de gemeenschappelijke kern van het communisme, het fascisme en het religieus fanatisme. De Grote Waarheid is het gevaarlijkste wat er is. Er zijn kleine waarheden en die zijn van toepassing op verschillende vlakken en in diverse periodes. Al moet je daarbij opletten dat je niet neigt naar een extreem relativisme. Of zelfs het deconstrueren van elk consistent verhaal, dat is het omgekeerde risico aan de overzijde. Je moet ook opletten dat je bij het bestrijden van de Waarheid geen nieuwe Waarheid gaat maken.’

‘De Waarheid doodt ook elke empathie. Je moet kunnen meegaan in de waarheid van de andere. Dus een pluralisme van waarheden vind ik vrij belangrijk. Wat was er interessant aan de dissidenten uit de Sovjet-Unie? Die mensen gaven een tegenkracht. De meest vruchtbare periode van Solzjenytsin was ook in de tijd van de Sovjet-Unie. Maar als je zijn Russisch nationalisme onversneden toepast, kom je wellicht ook in onprettige toestanden terecht.’

Leef niet met Leugens, een pamflet van Solzjenytsin vindt u eveneens aanbevelenswaardig. Bij uw voorstellingsfilmpje op Actua TV gaf u die titel zelfs aan als motto. Wat schuilt daarachter?

‘Geen enkele communist, zelfs niet in het apparaat, geloofde nog in het systeem. Maar men respecteerde de façade. Tot een zekere hoogte is dat maatschappijbevorderend: dan hebben we een erkende maatstaf en een gedeeld discours. Maar het mag niet tot een pure leugen uitgroeien. En dan moet er iemand tegenspreken, dat heb ik uit dat werk gehaald. Als iedereen A zegt, moet je toch eens kijken of er argumenten voor B zijn. Er moeten ook gedeelde waarheden zijn, die mogen alleen niet verabsoluteerd mogen worden. We moeten letten op het totalitaire gebruik van de waarheid. Maar schuif je ze allemaal weg, dan heb je geen samenleving meer.’

Terug naar het socialisme. Hoe beziet u dat systeem?

‘Brutaal genomen leg ik de lijn tussen diegenen die geloven in structuren en diegenen die geloven in mensen. De structuralisten, zij zijn voor mij de linkerzijde. Ik zeg niet dat je elke structuur overboord moet werpen, maar ik geloof niet in de maakbaarheid van de samenleving en van de mens. Anders was het al lang gelukt. Ik haat het socialisme niet, omdat ik veel bekommernissen deel. Al die pogingen vertrekken vanuit heel idealistische doelstellingen, maar de oplossing werkt niet. De linkerzijde benadert mensen die falen met argumenten zoals het hebben van een slechte jeugd, ziekte, pech … Allerlei zaken, maar de betrokkene zelf kan er niets aan doen. Heel extreem gericht kan je daar een pure meritocratie tegenover stellen: alles wat je doet heb je zelf in handen. Dat is ook onzin.’

‘Als je bijvoorbeeld in het onderwijs vertrekt vanuit de structuren, dan heeft niet de leerling die buist gefaald, maar de leraar en het systeem. Dan denk ik: als wij zelden of nooit aansprakelijk zijn voor onze mankementen, dan zijn we dat ook niet voor onze successen. Wat blijft er dan nog over? Als je altijd de gelukzak of het slachtoffer bent van toevalligheden en structuren, dan is onze eigen inbreng als mens nul. Radicaal doorgeredeneerd verdwijnt de mens. Ik wil dat niet: de eigen vrije wil bestaat en die kun je ook versterken.’
‘Laat me de links-rechtskloof zo stellen: de maakbaarheid van de mens tegenover de verantwoordelijkheid van de mens. Al heb je het ook niet helemaal in de hand. Dat is soms het probleem van gelijkhebberige pas afgestudeerde bollebozen: zij denken zeer liberaal: je bent wat je doet. Wie wat van het leven heeft geproefd, weet dat dat ook niet waar is. Het mag geen zwart-witverhaal zijn, maar vertrek van de eigen verantwoordelijkheid en doe daar een stuk medeleven bij, niet omgekeerd.’

U maakte net de overstap van het structuurdenken naar het onderwijs. Bent u vanuit die insteek leraar geworden?

‘Bwa, ik ben onderwijzer geworden omdat ik graag lesgeef en ik graag mensen begeleid in een groeiproces. Dat is de kern van het vak. Toen ik in het middelbaar zat, voelde ik mij goed op school en ik vond dat een omgeving waar ik eigenlijk wel wilde blijven.’

Waarom volgde u op de universiteit dan Economie, aangezien u leraar wilde worden?

‘Dat is een heel eenvoudig verhaal: ik wou Pol & Soc of Geschiedenis doen. Maar omdat ik leraar wilde worden, dacht ik: als ik Toegepaste Economische Wetenschappen studeer, dan krijg ik geen concurrentie. Afgestudeerden uit die richting gaan geen les geven . Na vier jaar Economie wilde ik een MBA behalen, maar twee weken later stond ik voor de klas. Ze zochten nog een leerkracht.’

En uw studie, vlotte dat wat?

‘Tja, ik zeg altijd: ik ben economist van opleiding, niet van geloof. Economie is een speciaal kindje. Je hebt de positieve wetenschap en je hebt de menswetenschap. De economie gebruikt positief wetenschappelijke technieken, maar is eigenlijk een pure menswetenschap.’
‘Het voordeel van de opleiding TEW is dat ze zeer generalistisch is. Economie is heel breed: we kregen geschiedenis, sociologie, aardrijkskunde, drie talen, enkele economische vakken, veel rechtsvakken. Ik ben een generalist, dus in die zin ben ik niet toevallig bij die studie terechtgekomen. Alhoewel. Toen ik me inschreef bij pater Peeters en hij me vroeg voor welke studie, antwoordde ik: “Wat heb je zoal?” Daarna ben ik thuis gekomen, waarop mijn vader vroeg wat het nu geworden is.’

Afgaande op uw publicaties houdt u zich op economisch gebied op de vlakte: u bent niet veel met cijfertjes bezig.

‘Ik ben inderdaad geen kwantitatieve economist, van nature uit zou ik iets anders gedaan hebben. Maar ik ben blij met mijn opleiding, vanwege de complementariteit. Ik heb dingen gestudeerd die ik zelf misschien nooit ontdekt zou hebben, wat ik gemist heb bij geschiedenis of pol & soc, heb ik deels zelfs bestudeerd. Een periode in mijn leven ben ik zelfs niet veel bezig geweest met economie. Een paar jaar geleden ben ik terug economische boeken gaan lezen. Tot mijn verbazing besefte ik toen dat ik het wel interessant vond. Ik heb zeker geen afkeer van economie.’

Wat economische lectuur betreft, raadt u Hou het klein aan van Ernest Schumacher (1911-1977). Bent u een ‘less is more’-adept?

‘Ik vind kleinschaligheid belangrijk. Schumacher plaatste dat in economisch perspectief: hij stelt het groeigegeven in vraag. Je hebt kwantitatieve en kwalitatieve groei. Wij zijn zo verslaafd geworden aan kwantitatieve groei dat we onze kritische ingesteldheid voor maatstaven verliezen.’

‘Als eind augustus iemand in het leraarslokaal komt, krijgt hij de vraag of hij op vakantie is geweest. Is hij thuisgebleven en de andere is naar Thailand geweest, zullen ze aan die laatste vragen om over zijn vakantie te praten. Aan de thuisblijver zal dat zelden gevraagd worden. Misschien heeft die wel À la recherche du temps perdu van Marcel Proust gelezen en heeft de andere in Thailand in een all-in resort twee weken cocktails gedronken. Ik weet niet of dat de boeiendste vakantie is. Maar men kijkt eerder naar de kwantitatieve kilometers om het genot te meten.’
‘We hebben zelfs de neiging om op een begraafplaats het geluk van overledenen te meten aan de hand van hun leeftijd. Hoe ouder je sterft, des te gelukkiger je zou geweest zijn. Onzin. We gebruiken criteria die makkelijk vergelijkbaar zijn. In deze samenleving heeft kwantiteit het overgenomen van kwaliteit. Toch wil ik niet neerkijken op mensen die gewoon graag dingen doen. Niet iedereen leest graag boeken. Anderen ontsnappen even van de wereld via een vliegtuig.’

Of met de wagen. De roman De graanrepubliek van Frank Westerman zette u er zelfs aan om helemaal alleen naar Groningen te rijden. Waarom?

‘In die provincie heb je een gemeente, Reiderland, waar de herstichte communistische partij van Nederland gevestigd is. De Communistische Partij van Nederland is in 1991 opgegaan in Groen-Links, maar daar had je een groep die toch wilde blijven onder de naam NCPN: Nieuwe Communistische Partij van Nederland. Tot de jaren’ 90 haalden de communisten daar tijdens de gemeenteraadsverkiezingen een zeer hoog percentage. Dat intrigeerde mij. Hoe komt dat in een landelijke omgeving een communistische partij nog in het gemeentebestuur gezeten heeft? Ik ontdekte dat er een landelijk proletariaat was. Ik wou dat zien: als je die plaats visualiseert krijgt dat een bijkomende dimensie. Ik maakte die lange rit bewust alleen. Ik ben naar die gemeente gereden om die boerderij waarover het daadwerkelijk gaat, te bezoeken.’

‘Je ziet er immens grote boerderijen met drie, vier verdiepingen en reusachtige graanschuren, eigendom van heel rijke graanboeren. De oogstperiode is heel druk en dan hebben zij dagloners nodig. Die hebben de rest van het jaar niet zo veel om handen en hebben ook weinig inkomsten. Die dagloners zijn een landelijk proletariaat dat een ruraal communisme heeft gevoed. De graanrepubliek is een journalistiek verhaal dat het leven van die mensen daar schetst. Ik vind dat fascinerend.’

Nederland heeft u steeds kunnen boeien. Vanwaar die interesse?

‘Dat is al van kindsbeen af. Ik heb Nederland lang beschouwd als het land dat ik niet had. Daar kan op een normale manier aan politiek worden gedaan, zonder communautaire tegenstellingen. Als kind had ik al veel over de Nederlandse politiek gelezen. In bepaalde periodes was ik als tiener feller geïnteresseerd in de politiek van onze noorderburen dan de Belgische. Die interesse is blijven hangen. Ook op vlak van boeken: Arnon Grunberg, Godfried Bomans’ cursiefjes, Hans Achterhuis … Ik ben een paar jaar geabonneerd geweest op HP/De Tijd en momenteel op De Groene Amsterdammer. Zo probeer ik de Nederlandse actualiteit wat te volgen. Even zelfs ben ik geabonneerd geweest op NRC Handelsblad. Een avondkrant, toch even wennen: je krijgt pas om vier uur ’s namiddags de krant.’

Ook het werk van cultuurfilosoof Max Lamberty (1893-1975) kan u bekoren, met name Philosophie der Vlaamsche Beweging en der overige sociale stroomingen in België en Heerschappij en nood der ideeën.

‘Honderd jaar na zijn geboorte heb ik een brochure over hem geschreven voor de VVB. Ik had al wat van hem gelezen en hij komt niet uit de klassieke repressiegevoede stroming, die toch een lange tijd domineerde. De Vlaamse Beweging is veel ruimer dan diegenen die schatplichtig zijn aan de repressie. Iemand als Lamberty kwam in het Antwerpse Vlaams-nationale milieu niet aan bod. Lamberty was een socialist, maar geen historisch materialist. Hij kwam van de ideeëngeschiedenis: mensen met een idee kunnen het verschil maken, iets dat ingaat tegen het structuurdenken. Het is geen toeval dat ik me nogal verbonden voelde met hem. Lamberty heeft mijn denken beïnvloed en gaf in mijn twintiger jaren een antwoord op vragen. Grote theoretici heeft de Vlaamse Beweging na de oorlog al bij al ook niet gehad. Ofwel had je politici ofwel werden de Vlaamse Bewegers allemaal opgeslorpt in de politiek.’

De biografie van Victor J. Brunclair: Dansen op een vulkaan en De Kapel: tussen droom en daad van Stijn Van Clooster stonden samen afzonderlijk op uw lijst. Welke sfeer roepen deze boeken bij u op?

‘Wat ik nu ga zeggen klinkt eigenlijk gevaarlijk. In het interbullum woedde een opstand van de jeugd tegen de oude waarden. In die sympathieke aanval op het burgerlijk flamingantisme zit echter ook de kern van wat later de grootste ontsporingen zijn geworden. Je merkt er hoe een progressieve, kritische, modernistische avant-gardistische stroming kiemen in zich draagt van het fascisme en de collaboratie. Zo zie je opnieuw hoe weerstand tegen verstarring, progressiviteit toch een heel groot gevaar in zich draagt. Het nazisme en fascisme zijn progressieve krachten geweest die de Waarheid meenden ontdekt te hebben.’

De verlichting zou de bakermat zijn van het nazisme en het communisme. Filosoof Etienne Vermeersch is het daar absoluut niet mee eens. ‘Het vrije onderzoek vormt de basis van de verlichting en dat beginsel is in strijd met elk dictatoriaal of totalitair regime’. Wat vindt u ervan?

‘Hij meent het oneens te zijn met dat gegeven, maar eigenlijk is hij het er op een bijzondere manier wel mee eens. Hij zegt: het is een pervertering van de gedachten die de kern vormen van de verlichting. Daarin volg ik hem. Maar een kind lijkt niet altijd op de ouders of wordt wat zij van hun opvoeding verwachtten. Maar ook dan blijft het hun kind. Dus ik denk dat het nazisme en communisme pogingen zijn om de samenleving te maken en in die zin schatplichtig aan de verlichting.’

Op uw lijst stonden Vermeersch’ boek Provencaalse gesprekken en Door Spinoza’s lens, van Tinneke Beeckman. Waarom koos u net deze Vlaamse filosofen?

‘Ik raad jonge mensen aan om hun werk te lezen. Etienne en Tinneke kunnen namelijk op een interessante manier een filosofisch sterk onderbouwd denken combineren met een zoektocht om dat in te binden in een Vlaamse context. Zij durven zich moedig op te stellen (drukt zich voorzichtig uit, hij doelt erop dat ze alle twee deel uit maken van de Vlaamsgezinde Gravensteengroep – red.), het is opnieuw dat dissidente dat me bij hen aanspreekt.’

Vindt u Spinoza, het stokpaardje van Tinneke Beeckman, interessant?

‘Ik ben van plan om Door Spinoza’s lens deze zomer eens intensief te herlezen. Eigenlijk hebben we te veel boeken. We lezen te snel en te oppervlakkig. Een boek kun je best meerdere keren lezen. Ik zou eens een gevangenisstraf van een jaar willen oplopen, denk ik soms, waarbij ik maar vijf boeken mag meenemen. Zodat ik ze telkens moet herlezen. Ik bedenk mij weleens dat ik mij een pak geld zou kunnen besparen door een hele hoop boeken niet te kopen, maar ze te herlezen.’

Vermeersch kant zich fel tegen de hoofddoek. Met een grote W zelfs.

‘Hij heeft grote W’s. Maar mensen met een grote W kunnen inspireren hoor, je moet ze alleen niet zomaar overnemen. Zijn kijk op de hoofddoeken kan je niet zomaar wegvegen.

Als laatste noteerde u De eeuw van Brussel, van Eric Min: een portret van de artistiek en politiek bruisende hoofdstad in de periode 1850-1914.

‘Het is een heel interessant boek, dat ik gelezen heb na een recensie op Doorbraak van Frans Crols. Ik ben geïnteresseerd in kunst en cultuur, dus ik heb het met veel plezier gelezen. Brussel wordt onderschat als stad. Ik zou er kunnen wonen. Maar ach, ik zou eigenlijk overal kunnen wonen. Alle landen, steden en streken zijn rijk en boeiend. Het is een zaak van het te ontdekken. Daarnaast stoot je overal ook op mankementen en lelijke dingen.’

Het gras is dus niet groener aan de overkant?

‘Het gras is groener aan de overkant totdat je er gaat kijken. Dan blijkt het ook gewoon groen te zijn. Het is een soort yin en yang: ontdekken versus geborgenheid. Hoe meer je ontdekt, des te meer geborgenheid je moet laten vallen en vice versa. Geborgenheid houdt ook diepgang in en ontdekken oppervlakkigheid.’
‘We leven tegenwoordig in een erg overspannen periode van nieuwe indrukken. We worden voortdurend uitgedaagd met nieuwe impressies, waarvan een mens slechts een deel kan verwerken. Ik pleit zeker niet voor stilstand: je moet net evenwicht bereiken. Maar ik denk dat in de huidige samenleving mensen nood hebben aan geborgenheid. Mensen zijn angstig, onzeker. Alles lijkt te bewegen, voor velen te snel. Krijgt iedereen nog de kans bij te benen?’

Sander Carollo

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Sander Carollo?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbaak.

Ik help Doorbraak groeien.

Dit artikel delen of afdrukken




Commentaren en reacties


Kijk vooraf even op onze Spelregels en technische problemen
Reacties - klik hier

Voeg een reactie toe

https-doorbraak-be

Lees ook

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans