Filosofie, Politiek
Vrije Tribune
Vrije Tribune
Roan Asselman

Pleidooi voor een nederige politiek

conservatisme

‘Some men see things as they are, and ask why. I dream of things that never were, and ask why not.’ 

Bovenstaand citaat is een van de meer memorabele campagne slogans van de Amerikaanse presidentskandidaat en broer van overleden President John F. Kennedy (die de quote zelf ook aanhaalde in een speech voor het Ierse parlement), Robert F. Kennedy. Vrij vertaald komt zij neer op ‘Sommigen zien de zaken als ze zijn en vragen zich af “waarom”. Ik droom van de zaken hoe ze kunnen zijn, en vraag mezelf af “waarom niet?”.’ De quote is een ode aan het vooruitgangsgeloof. The best is yet to come. Als telg van de immer eloquente Kennedy-clan wist RFK als geen ander de Amerikaanse kiezer een positief verhaal aan te reiken te midden een turbulente binnenlandse en buitenlandse politiek. De keuze die hij het kiespubliek aanreikt is duidelijk: stagnatie of vooruitgang. Een betere samenleving kan enkel verzekerd worden door mensen met grootse ideeën creatieve ademruimte te geven. ‘To dream of the things that never were, and ask why not.’

Vooruitgangsgeloof
Vooruitgangsgeloof vereist per definitie dat vooruitgang mogelijk en wenselijk is. Een betere wereld, wat dat ook moge betekenen, wacht ons aan de horizon, als we er collectief maar voldoende in geloven. De samenleving is maakbaar, en het maken ervan is een opdracht voor de vooruitstrevende (of progressieve) krachten ervan.

Vooruitgang is evenwel een inherent subjectief gegeven. In de naam van vooruitgang allerlei maatschappelijke veranderingen doorvoeren is niet zonder risico’s. Welke — voornamelijk ongewenste en ongekende — effecten zullen dergelijke transformaties immers teweeg brengen? Werden ze voldoende in rekening gebracht wanneer een vermeend probleem werd geïdentificeerd en een oplossing werd geformuleerd? Nog belangrijker: waarom bestond een bepaalde regel, orde, structuur of praktijk in de eerste plaats? Had deze dan geen enkele verdienste? En brengt deze verandering, voor zover ze mogelijk is, meer baten dan kosten met zich mee?

Conservatisme
Een conservatieve visie op politiek gaat uit van een zekere nederigheid. Een besef dat mens en maatschappij niet oneindig smeedbaar zijn. Dat onze mogelijkheid om een utopische maatschappij tot stand te brengen waar armoede, discriminatie, onwetendheid en oorlog uit te bannen onvermijdelijk zal stoten op de grove realiteit van de menselijke natuur. Utopie betekent immers niet, zoals wel eens wordt gesteld, de ‘beste’ plaats, maar wel ‘geen’ plaats. Er is geen plaats die aan iedere verzuchting voldoet.

De Britse politicoloog en filosoof Michael Oakeshott schreef het in zijn essay On being conservative (1958) op de volgende wijze neer:
‘To be conservative, then, is to prefer the familiar to the unknown, to prefer the tried to the untried, fact to mystery, the actual to the possible, the limited to the unbounded, the near to the distant, the sufficient to the superabundant, the convenient to the perfect, present laughter to utopian bliss.’
Vrij vertaald komt dit neer op de voorkeur van ‘het bekende boven het onbekende, het beproefde boven het onbeproefde, feit boven mysterie, het bestaande boven het mogelijke, het afgebakende boven het eindeloze, het nabije boven het verafgelegen, het geschikte boven het perfecte, hedendaags plezier boven utopische gelukzaligheid.’

De kern van het conservatisme, namelijk een zeker scepticisme tegenover grootscheepse verandering, geeft in de regel het voordeel van de twijfel aan wat is ten nadele van wat kan zijn. En als het in de fout gaat, dan liefst in het voordeel van het bekende dan van het onbekende.

Conservatisme, met andere woorden, zal, in tegenstelling tot progressivisme, het eerste deel van de quote van Kennedy niet als een negatief iets, maar als een deugd zien. ‘Some men see things as they are and ask why.’

Metaforisch komt dit neer op het gedachte-experiment van Chesterton’s fence (het hek van Chesterton). In The Thing(1929) gaat Chesterton in op wat hij onverstandige hervormers noemt. Met de metafoor van het hek wil hij het verschil duidelijk maken tussen voorstanders van verstandige, eventueel incrementele verandering, en zij die bestaande structuren zo snel mogelijk met wortel uit de grond willen trekken. De hypothese is de volgende. U komt een hek tegen dat u de weg verspert. U kijkt rond, en na een oppervlakkige analyse lijkt dit hek geen bestaansreden te hebben. De reactie van onverstandige hervormers, zo stelt Chesterton, is: ‘Ik zie geen reden voor het bestaan van het hek, dus ik verwijder het stante pede.’ De verstandige hervormer, voor het doel van dit artikel, de conservatief, reageert dan als volgt: ‘Ik zie geen reden voor het bestaan van het hek, dus ik verwijder het zeker niet.’ De conservatief gaat op zoek naar het bestaan van het hek. De bewijslast, zeg maar, is tegenovergesteld bij progressieven en conservatieven. Deze eerste categorie zal een bewijs van noodzaak of nut eisen, terwijl de conservatief een bewijs van gebrek aan noodzaak of nut zal vragen.

Alternatief

Een terugkeer naar of tenminste een herwaardering van bovenstaande principes, zou een goed begin zijn in de hedendaagse politiek. De oproep voor ‘diepgaande hervormingen’ zonder een duidelijk alternatief op tafel te leggen en het overhaast in vraag stellen van regelgeving die niet perfect is maar het desalniettemin decennia of centennia volhoudt, lijkt me het equivalent van het uit de grond halen, in brand steken en voor de zekerheid door de houtversnipperaar halen van Chesterton zijn hek. Nederigheid moet zijn herintrede maken in de Belgische, internationale en supranationale politiek. ‘Some men see things and ask why.’ Dat lijkt me geen slecht begin.

 

Roan Asselman

Roan Asselman studeerde Rechten (in het bijzonder economisch recht en EU-recht) en is bijzonder geïnteresseerd in Belgische en internationale politiek.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans