JavaScript is required for this website to work.

Pol Deltour: ‘De klassieke media zijn geobsedeerd geraakt door data. Dat is nefast’

Ook voor de pers wordt 2023 een moeilijk jaar

EindejaarsinterviewChristophe Degreef6/1/2023Leestijd 7 minuten
Pol Deltour.

Pol Deltour.

foto © CD

Gegevensverwerving wordt belangrijker dan de journalistieke missie, vreest Pol Deltour van de Vlaamse Vereniging van Journalisten (VVJ).

Twee weken lang blikt de Doorbraak-redactie in een aantal eindejaarsinterviews terug én vooruit. Wat waren de meest spraakmakende trends en gebeurtenissen van het voorbije jaar? En wat brengt 2023 ons? Gaande van de gruwel in Oekraïne over de migratiecrisis of de politieke chaos in eigen land tot de toekomst van onze landbouw. Vandaag: Pol Deltour, nationaal secretaris van de Vlaamse Vereniging van Journalisten (VVJ) en de koepelvereniging Algemene Vereniging van Beroepsjournalisten in België (AVBB).

‘Je hoort vaak dat steeds meer mensen het nieuws mijden omdat het hen te veel stress bezorgt’, zo begint Pol Deltour dit nieuwjaarsinterview met Doorbraak. ‘De paradox is nochtans dat alle media er tijdens de covidperiode op vooruit zijn gegaan, en de behoefte aan nieuws stijgt. De burger wil geïnformeerd blijven. Zelfs jongeren zijn tegenwoordig meer bereid om te betalen voor nieuws. Dat is nieuw. Daardoor maken de private nieuwsmedia grote winsten. Een paar honderden miljoenen euro’s voor DPG Media, om de grootste maar te noemen (DPG is eigenaar van onder meer Het Laatste Nieuws en VTM, red.). Op zich zijn het dus goede tijden voor de media.’

‘Maar – en nu komt de eerste maar – er zijn ernstige problemen met de werkdruk bij journalisten. Ik krijg regelmatig melding van journalisten die uitgevallen zijn met een burn-out. Die hebben dan nog het geluk dat ze in loondienst werken. Dat is één probleem. Voor de freelancers – toch de helft van alle actieve journalisten – zijn de problemen daarnaast financieel van aard. De zelfstandige journalist was nooit een grootverdiener. Met de inflatie en de onaangepaste tarieven dreigt de zelfstandige journalist helemaal kopje onder te gaan. De grote winsten die de mediagroepen maken, vertalen zich niet in betere vergoedingen voor journalisten. Er zit dan ook een structurele verarming van de Vlaamse freelancejournalist aan te komen. 2023 wordt een moeilijk jaar voor de journalistiek.’

Wat is er aan de hand? Wil men bij de grote media van freelancers af?

Pol Deltour: ‘Freelancers zijn essentieel voor de journalistiek en doen vaak het meest onregelmatige werk. Maar de mediabedrijven leggen hun financiële prioriteiten blijkbaar elders. De krantengroepen drukken minder kranten door de digitalisering. De grote media investeren gigantisch veel middelen in IT’ers en digitale technologie. Dan moet er toch ook iets mogelijk zijn voor die honderden freelancejournalisten?’

‘Uitgevers werken graag met freelancers. Ze zijn minder duur dan loontrekkenden, en meer flexibel. Dat is het cynische: men heeft jarenlang freelancers gebruikt om fors te groeien. En nu het economisch wat slechter gaat, laat men de freelancers in de kou staan.’

‘Daar komt nog eens bovenop dat de freelancers ook zwaarder belast zullen worden vanaf 2024. Kort uitgelegd kunnen zelfstandige journalisten momenteel de helft van hun inkomen beschouwen als auteursvergoeding. Daarop betaal je geen sociale bijdragen, en slechts een roerende voorheffing van 7,5 tot 15%. De Vivaldiregering heeft nu in een wet verankerd dat journalisten straks nog maar 30% van hun inkomen als auteursvergoedingen kunnen beschouwen. Dat betekent al gauw een flink maandloon extra belastingen voor de gemiddelde freelancer.’

Principieel gezien is het niet rechtvaardig dat een zelfstandig journalist minder belastingen betaalt dan een zelfstandige bakker of slager. De vele uitzonderingen maken het Belgische belastingstelsel loodzwaar en maken dat elders de belastingen omhooggaan. Dat systeem kan toch niet blijven duren?

‘Oké, maar dat is een principiële discussie. Journalisten hebben een belangrijke maatschappelijke relevantie en ik verdedig de uitzondering die zij kregen van de overheid. De afschaffing ervan dreigt vele freelancers in zware moeilijkheden te brengen. Investeer je in journalisten, dan investeer je in kwaliteitsjournalistiek. Het is pas als men degelijk vergoed wordt dat men degelijk werk aflevert.’

Velen zullen zeggen: heel wat journalisten leveren niet echt kwaliteit af.

‘Dat komt omdat journalisten te weinig ondersteund worden. Ons vak is niet gemakkelijk, in tegenstelling tot wat men soms lijkt te denken. Voor een groot deel teren nieuwsredacties op jonge mensen. Dat is begrijpelijk, maar daardoor is er ook te weinig kennisoverdracht. De jongere generatie wordt slechter betaald dan de oudere generatie en heeft vaak niet meer de tijd om iets uit te spitten.’

‘Momenteel gaat alle geld naar digitale ontwikkelingen. De grote mediagroepen hebben het jongste decennium met een ongelooflijke – en ook wel oneerlijke – concurrentie te maken gehad van Big Tech: Facebook, Twitter en Google. De technologiereuzen hebben jarenlang geteerd op de inhoud van klassieke media om de aandacht van het publiek weg te kapen. Op die manier konden ze ook nog eens data verzamelen van de kijker en de lezer. Vooral om gericht reclame te kunnen voeren.’

‘Daartegen moeten de klassieke media nu opboksen. Door volop te investeren in informatietechnologie wil men Big Tech “terugpakken”. Ook de overheid steekt daarom geld in de digitalisering van onze mediabedrijven. Anders is concurreren met Amerikaanse technologiereuzen onbegonnen werk. Daarom ook krijgt een grote Vlaamse uitgever als DPG Media 100 miljoen euro van de Europese Investeringsbank.’

Zijn de media niet altijd op achtervolgen aangewezen tegenover de digitale wereld?

‘In hun strategie tegen Big Tech schuilt het grote gevaar dat de klassieke media gaandeweg zelf verworden tot wat ze bestrijden. De digitalisering en de bijhorende data-oorlog zijn heilig, gegevensverwerving wordt belangrijker dan de journalistieke missie. De klassieke media zijn op hun beurt geobsedeerd geraakt door publieksdata: hoeveel keer wordt een artikel gelezen, wat houdt de mensen bezig, enzovoort. Die gegevens worden steeds vaker aan redacties doorgespeeld als aanbeveling in plaats van als loutere informatie. Ze gaan het nieuws sturen. Dat is nefast. Zo krijg je een soort journalistiek populisme. Als je daar als media te veel in meegaat, kan je eigenlijk niet meer oprecht ingaan tegen politieke populisme.’

‘Ook al willen de meeste journalisten die ik ken deze richting helemaal niet uit, toch moeten ze vaak. Gelukkig merk ik steeds vaker een kentering: niet alle redacties pikken deze gegevensdwang nog langer en verzetten zich tegen de uitholling van hun beroep.’

Er is een grote taak weggelegd voor de openbare omroep, vind ik. Maar ook die wordt meegesleurd in de digitale wedloop en gaat gebukt onder cijferdruk. Die druk wordt haar in de beheersovereenkomst met de Vlaamse overheid overigens ook opgelegd. De vraag dringt zich op welke impact dat heeft op het nieuwsaanbod. Nogal wat mensen vinden dat dit steeds oppervlakkiger wordt. Het is aan academici om dat goed op te volgen.’

‘Dat is een kwalijke evolutie voor een zender die tijd en middelen heeft om zich aan de klassieke marktwerking te onttrekken. De VRT zou een baken van degelijkheid moeten zijn in deze snelle en gekke digitale mediawereld. Ook in haar zevenuurjournaals op tv en in de nieuwsapp, die voor veel Vlamingen de enige nieuwsbronnen zijn die ze raadplegen.’

U hebt de aanpak van de Vlaamse mainstreammedia tijdens de covidperiode verdedigd. Die aanpak was volgens u goed. Terwijl ze gewoonweg geen toonbeeld was van kwaliteitsvolle journalistiek: altijd dezelfde experts kritiekloos aan het woord laten, kritiek op het beleid wegzetten als complotdenken. Maar vooral: ook nooit eens de fundamentele vragen stellen over het waarom van de zaak. Waarom verdedigt u die aanpak dan?

‘Ik vind het moeilijk om algemene uitspraken te doen over de covidberichtgeving van de media. Voor de ene was die niet kritisch genoeg en waren we een “regimepers”. Maar anderen vonden de berichtgeving té kritisch. De kritiek fluctueerde met de tijd. Op de hoogtepunten van de crisis was de pers te kritisch. En toen het weer wat overwaaide, konden we weer niet kritisch genoeg zijn. Al bij al denk ik inderdaad dat de verslaggeving best oké was – ook al blijft het zo dat alles altijd beter kan.’

‘Op een bepaald moment heeft politoloog Stefaan Walgrave van de Universiteit van Antwerpen de kritiek op de pers wel bevestigd in een onderzoek. Ook hij vond de media te gezagsvriendelijk. Herinner u de sneer dat het VRT-journaal veel weg had van het journaal in Noord-Korea. Maar die snedige kritiek sloeg op een periode dat de dominante bronnen van de pers ofwel regeringsbronnen, ofwel deskundigen waren. Er was toen geen echte oppositie die de pers aan het woord kon laten.’

Dat is gewoonweg niet waar. Al in de zomer van 2020 was er het manifest van de ‘omgekeerde lockdown’, ondertekend door honderden wetenschappers en medici. Het volstond eens te luisteren naar die mensen, want zij bleken toen al op vele vlakken zinnige dingen te zeggen. De Franstalige pers is veel rationeler met kritiek op het covidbeleid omgegaan. Wat is gebeurd, is volledig op conto van de Vlaamse pers te schrijven…

(aarzelt) Ik heb alle begrip voor mensen die zeggen dat hun positie te weinig aan bod komt in de media. Maar toch denk ik dat je de situatie globaal genomen moet nuanceren. Er is ook een belangrijk verschil tussen het nieuwsaanbod en het nieuwsgebruik van mensen. Veel mensen beperken hun nieuwsgebruik tot een paar gratis nieuwssites, en dan nog de homepage daarvan. Dan begrijp ik dat zij vinden dat de pers eenzijdig is. Maar als je het reële nieuwsaanbod uit de covidperiode bekijkt, dan merk je toch dat dit heel veelzijdig en divers was.’

‘Een tijdje geleden zat ik op een debat waar het er heftig aan toeging. De covidsceptici zaten heel erg op de kap van dé pers, dé media, dé journalistiek. We waren weer allemaal corrupt. Maar wat je dan vaststelt, is dat die mensen hun informatie enkel halen van de homepages van VRT.nws en HLN.be.’

‘Onderzoek van de Universiteit Antwerpen heeft trouwens uitgewezen dat de Vlaamse nieuwsmedia wel degelijk aandacht hebben voor proteststemmen in de samenleving. Die berichtgeving over protesten gaat zelfs in stijgende lijn. Daarom aarzel ik om zomaar te zeggen dat er te weinig critici van het beleid aan bod zouden komen.’

‘Maar het klopt wel dat de nieuwsmedia bij een deel van de bevolking kampen met een vertrouwensprobleem. Dat wantrouwen vertaalt zich trouwens steeds vaker in geweld tegen journalisten, vooral verbaal maar soms ook fysiek. Tijdens de covidbetogingen was dat tastbaar, net zoals bij betogingen van extreemrechts. We zijn niet de enigen natuurlijk: politieagenten, politici, medici, brandweerlui en leraars klagen ook. Maar blijkbaar worden wij mee tot het establishment gerekend, ook al klopt dat natuurlijk van geen kanten.’

Is het niet vooral zo dat én een flink deel van de bevolking, én ook de journalisten zelf, moeite hebben met het begrip “poortwachten”? Journalisten vinden vooral dat de bevolking iets uitgelegd moet worden, terwijl de bevolking vaak vindt dat legitieme vragen en bezorgdheden worden vergeten. Ex-VRT-journalist Peter Verlinden zei in een interview in februari met ons: ‘De journalistiek moet ook vragen stellen die gewone mensen zich stellen, eerder dan alleen de werkelijkheid te beschrijven hoe die idealiter moet zijn.’ Klinkt aannemelijk, niet?

‘Dat klopt. Veel mensen vinden dat we te dicht bij de macht aanleunen. Vlaanderen is ook een kleine samenleving, waardoor de afstand tot de macht kleiner is dan in bijvoorbeeld Nederland. Terwijl het klassieke beeld van de pers er toch nog altijd een is, of zou moeten zijn, van waakhond van de democratie.’

‘Maar daartegenover staan vele anderen die vinden dat we te kritisch zijn, dat we soms te hard bijten. Om commerciële redenen, denkt men dan, doen journalisten gewoon hun zin en nemen ze hun maatschappelijke verantwoordelijkheid niet op. Dat hoor je ook vaak bij politici: Hilde Crevits en Annelies Verlinden hebben er onlangs nog op gewezen dat de rol van politicus zeer moeilijk is geworden door de continue nieuwsstroom.’

‘Maar ik wil niet dat dit overkomt als een pleidooi pro domo. Ik geloof dat op individueel journalistiek niveau de kwaliteit van het werk gewaarborgd blijft. De individuele journalist is zich bewust van zijn roeping en kan met de vele uitdagingen die eigen zijn aan zijn vak overweg. Maar perfect zijn we niet. De media zijn ook ontzuild intussen. Vlaanderen is een kleine samenleving, waardoor de afstand tot de macht kleiner is dan in bijvoorbeeld Nederland.’

‘Ook al is de ontzuiling verleden tijd, toch hoeft dat ideologische schakeringen nog altijd niet te beletten. Sommige kranten profileren zich bijvoorbeeld rond klimaat, en daar is niets mis mee. Op zich hoeft een krant zich niet aan louter berichtgeving te houden, er mag een bepaalde maatschappelijke missie aan gekoppeld worden. Alleen moet dat dan wel duidelijk zijn voor het publiek.’

Christophe Degreef is onafhankelijk journalist. Niet oud, maar wel old skool. Eerder werkte hij voor Brussel Deze Week en de Vlaams-Brusselse Media.

Commentaren en reacties