Advertentie
brexit


Actualiteit

Politiek is des mensen

Doorbraak sprak met Ivan De Vadder

Politiek journalist Ivan De Vadder is zelf auteur van een vijftal boeken waaronder: Het DNA van de macht: Belevenissen van een Wetstraatjournalist, Het koekoeksjong: Het begin van het einde van België en Pleidooi voor een eerlijke politiek. De parabel van het ezelsoor en Het Waterloo van links zijn dan weer twee boeken in samenwerking met cartoonist Karl Meersman. Het zijn tegelijk jaaroverzichten van respectievelijk 2014 en 2015 waarmee De Vadder naar de theaterplanken trok. Langs deze weg vertelt de presentator van ‘De afspraak op vrijdag’ in alle nederigheid zijn relaas. De Vadder heeft veel bewondering voor verhalenvertellers zoals Mark Kurlansky. Ietwat verrassend vinden we ook veel wetenschapsboeken in De Vadders boekenkast. Het heelal, verleden en toekomst van ruimte en tijd van Stephen Hawking bijvoorbeeld. ‘Zijn allesomvattende theorie gaande van de allerkleinste krachten van een atoom tot de kracht in het heelal, dat vond ik als jongere op het overdrevene af een soort mindblowing’, vertelt De Vadder.

‘Ik heb Germaanse gestudeerd en ben begonnen bij de verkeersredactie van de VRT. Vrij snel ben ik overgeschakeld naar een cultureel programma op Radio 1: ‘Eenhoorn’. Ondanks mijn achtergrond slaagde ik erin om wetenschappelijke boeken te kunnen recenseren. Ik moest de dingen uitpikken die het meest tot de verbeelding spraken. Dat was een ongelofelijk boeiende periode. Ik werd ingedompeld in een wereld waar ik anders als Germanist nooit in beland zou zijn. Zowel Stephen Jay Gould als William H. Calvin zijn voorbeelden van een Angelsaksische traditie van wetenschapsvulgarisatie die we in onze contreien nauwelijks terugvinden. De rivier die tegen de berg opstroomt van Calvin is een ongelofelijk populair boek geweest. Gould en Calvin slagen erin om door hun vertelkunst behoorlijk moeilijke thema’s toch aan de man te brengen. Dat heeft mij enorm geboeid. Vooral Gould zijn boek Wonderlijk leven: over toeval en evolutie was een openbaring. Gould heeft uitgelegd dat op een bepaald moment toeval een grote rol in de evolutie heeft gespeeld. Hij vindt combinaties van beestjes van 600 miljoen jaar geleden terug die wij nu niet meer kennen. In de loop der jaren zijn er door toeval of evolutie een heleboel probeersels uitgerangeerd. Er zijn geen varianten meer op de garnalen zoals wij ze nu kennen. Vroeger waren die er wel.’

‘Met democratie is dat eigenlijk hetzelfde. Het lijkt alsof er een rechte lijn is tussen hoe het ooit is geweest en de liberale democratie waarin we nu zitten. Niet is minder waar, schrijft Francis Fukuyama in Political Order Political Decay. Er zijn heel veel varianten geweest. Dat vind je ook terug in The Life and Death of Democracy van John Keane. Hij maakt komaf met de gedachte dat er een hiërarchie in verschillende staatvormen is, waarbij de democratie op de hoogste ladder staat en alles eronder minderwaardig is. Fukuyama beschrijft hoe in China al enkele duizenden jaren een staatsvorm bestaat die in grote lijnen nog altijd dezelfde is. Het is geen democratie zoals wij ze kennen en waar je vanuit een Westerse visie enige bezwaren kan tegen hebben, maar die daar wel perfect functioneert. Je kan echter niet zeggen dat ze superieur is of dat wij superieur zijn aan hun systeem.’

Kan u De cerebrale symfonie van Calvin, over het menselijk handelen, ook linken aan de politieke wereld?

‘Neen. Calvin schrijft dat onze manier van functioneren ons brein groter heeft gemaakt. Door bijvoorbeeld het jagen is het brein van de mens groter geworden en hebben mensen zich onderscheiden van anderen. Het is vrij moeilijk om dat terug te koppelen naar de politiek. Politiek is in mijn ogen net het omgekeerde: politiek is des mensen. Het is van iedereen, niet enkel van de mensen die zich in de Wetstraat daarmee bezighouden. Dat vind ik een waanidee. Ik vind dat iedereen het recht en bijna de plicht heeft om zich met politiek bezig te houden. Ook mensen die steevast de domme kiezer worden genoemd. Je hebt dikwijls politici die na de verkiezingen hun ontgoocheling uiten door te zeggen: ‘De kiezer heeft altijd gelijk’. Daarmee bedoelen ze eigenlijk: ‘Ik ben slimmer en de kiezer heeft het niet begrepen, maar ik kan daar niet tegen opboksen’. Daar zit een grote dedain in ten opzichte van mensen, terwijl ik vind dat politiek iedereen aanbelangt. Veel mensen zeggen: ‘Politiek is niets voor mij’. Maar als je thema’s aankaart, gaande van euthanasie tot hoeveel belastingen je betaalt, dan is plots wel iedereen geïnteresseerd.’

Advertentie

U koos ook de ietwat mysterieuze boektitels: Piltdown. A scientific Forgery van Frank Spencer en De maat van alle dingen, de zevenjarige zoektocht naar de universele meter van Ken Adler.

‘Het zijn twee boeken die me enorm na aan het hart liggen. Naast het vulgariserende bieden ze ook nog een historische blik in de wetenschap. Ook wetenschap is des mensen. Frank Spencer vertelt het verhaal van de theorie dat we afstammen van de aap. Op geregelde tijdstippen vinden we skeletten die bewijzen dat er tussen ons en de aap heel veel tussensoorten bestonden die zijn geëvolueerd. Op een bepaald moment heeft men in Groot-Brittannië een schedel teruggevonden waarbij men als het ware het brein van een aap vond met een kaak van een mens. Alsof daar letterlijk de versmelting was gebeurd. Dat artefact heeft tot in de jaren 50 in het British Museum gelegen en werd als tussenvorm tussen aap en mens tentoongesteld als Britse vondst op Britse bodem. Wat is nu het verhaal achter A scientific Forgery? Vanaf de jaren 50 is de methode ontwikkeld om de ouderdom van gebeenten te kunnen meten. Men ontdekte dat het ene gedeelte echt afkomstig van een aap was en het andere een menselijk been was dat nauwelijks een paar honderd jaar oud was. Het was dus nep, in een ijverige poging om een wetenschappelijke theorie te gaan bewijzen. Dat vind ik fantastisch: hieruit blijkt dat je alle menselijke kanten uit de politiek ook kan terugvinden in de wetenschap: jaloezie, na-ijver, valsspelen… Alle dingen vind je in dat ene verhaal terug.’

‘Hetzelfde zie je bij Ken Adler, hij vertelt hoe de meter is gedefinieerd. Tegenwoordig wordt de meter anders gedefinieerd, maar in 1791 werd de meter gedefinieerd als het tien miljoenste deel van de afstand tussen de pool en de evenaar gemeten langs de mediaan van Parijs. Ze hebben twee landmeters erop uitgestuurd. De ene vertrok vanuit Duinkerke, de andere vanuit Barcelona. Zij werkten naar elkaar toe om die afstand via driehoeksmeetkunde uit te meten. Duinkerke-Barcelona is de mediaan van Parijs. Eens men die afstand zou hebben, zou men die extrapoleren naar de volledige afstand van de pool tot de evenaar en dan delen door tien miljoen. Dan zou je een meter hebben, zo is het ooit ontstaan. Ook hier zie je weer het menselijke. De man die in Duinkerke vertrekt heeft het heel gemakkelijk, want Duinkerke is vrij plat. Het is de man die uit Barcelona vertrekt die door de Pyreneeën moet en hij heeft het een heel stuk moeilijker. De Franse Revolutie is op dat moment bezig en mensen wanvertrouwen landmeters, ze zien daar spionnen in. Zo duurde het zeven jaar eer men die afstand heeft kunnen opmeten. De meter was geboren en de Franse Revolutie kon de eenheid der maat uitdragen. Het bleek echter dat de man die in Duinkerke was vertrokken wat gefoefeld had met de resultaten. Hij had een aantal resultaten vervalst en dan gaat het over minimale verschilletjes. De tweede man heeft dat eigenlijk ontdekt en heeft dat toegedekt. Zulke boeken over menselijke trekjes zou ik uren kunnen lezen.’

Hoe gaat u in de politieke wereld om met die menselijke kant?

‘Het is niet zo dat ze het voor je neus doen. Het is niet evident om als journalist fraude en bedrog aan te kaarten. Je kan je hoogstens vragen stellen en zeggen dat beloftes niet ingelost zijn, maar dan ook rekening proberen te houden waarom dat niet gebeurd is. Ook dat is des mensen: je belooft iets en hoopt dat je het realiseert, dat is allemaal niet zo evident. Je moet er maar op rekenen dat alles juist valt. Daar ligt de taak voor de journalist: zo transparant mogelijk proberen te zijn. Hierbij helpt geschiedenis altijd. Dat is zowat de rode draad in mijn journalistieke loopbaan. Je kan heel vaak teruggrijpen naar dingen die in het verleden zijn gebeurd. Televisie is jammer genoeg niet altijd het beste medium om dat naar voren te brengen, maar met het format van ‘Coulissen van de Wetstraat’ probeer ik analogieën met het verleden naar voren te brengen waarin ook het menselijke aspect een rol speelt.’

Schijnen politici zelf ook die menselijke kant uit? Belichten ze dat het verder gaat dan een regeerakkoord?

‘Allemaal. Natuurlijk is een regeerakkoord in stenen tafels gebeiteld, maar ze gebruiken zelfs Atomaschriftjes om er een interpretatie aan te geven. Eigenlijk heb je de geschiedenis nodig om te weten wat ze bedoeld hebben. Als je met politici praat, zeggen ze zelf: “Kijk, wat daar in staat is juist. Maar je moet weten dat we toen dat en dat deden… En toen is er dat gebeurd. En die persoon kwam toen net binnen, daardoor is het net de andere kant uitgegaan. Hij heeft een verleden daarin en redeneert dus anders.” Dat is toch het beste bewijs dat politiek des mensen is. Je kan de mens daar niet van losmaken, met louter gortdroge ideologie werkt het niet. Mensen stemmen in de eerste plaats op mensen, op “met deze man wordt het beter” of “we zetten door, omdat we het goed hebben gedaan”. Ik kan het al voorspellen, de verkiezingsslogan van de N-VA zal in de aard zijn van: “Verderzetten wat we hebben gedaan”. Tenzij ze voluit voor de staatshervorming gaan, maar die hoop op een staatshervorming alleen is te klein voor de hele N-VA. Wellicht spreekt dat te weinig mensen aan.’

U las historische boeken zoals Een kroniek van de Franse Revolutie van Shimon Shama en Het verdorven Genootschap van Philip Blom. Helpen die om politieke patronen te vinden?

‘Er zijn een aantal periodes in de wereldgeschiedenis die me enorm boeien. Het zijn scharnierperiodes zoals de Franse Revolutie, de Tweede Wereldoorlog en de Verlichting. Ik wil ze beter leren kennen, omdat ik denk dat daar elementen inzitten die ik kan gebruiken in mijn werk als journalist.’

Kan u dat concreet maken?

Advertentie
media

‘Nee, dat is heel moeilijk. Bij de Verlichting is het simpel. Je hebt nog altijd een clash tussen mensen die de Verlichtingsidealen heel zuiver voorop zetten en mensen die dat minder zuiver doen. Open Vld doet dat heel zuiver, tot in het individuele. Partijen als CD&V en N-VA gaan daar het gemeenschapselement aan toevoegen. Open Vld legt in het euthanasiedebat zeer sterk de nadruk op het zelfbeschikkingsrecht. Bij CD&V en een stukje bij N-VA wordt daar anders over geredeneerd. Je kan dat eigenlijk terugbrengen tot het denken dat in de Verlichting ontstaan is. Toen is ook omwille van een bepaalde reden een tegenbeweging ontstaan. Denk aan Edmund Burke, iemand waar Bart De Wever over roemt.’

Opvallend. Het boek Het Rode Vaderland. De vergeten geschiedenis van de communautaire spanningen in het Belgische socialisme voor WO I van Maarten van Ginderachter doorbreekt een hedendaags cliché. Voor 1945 bleken onze socialisten opvallend Vlaamsgezind.

‘Ook dat is een periode. De Eerste Wereldoorlog is interessant omdat ze in onze Vlaamse geschiedenis iets teweeg heeft gebracht, namelijk een breuk door onder meer een activistische partij, de collaboratie en een deel van de intelligentsia die vanaf dan heel duidelijk een Vlaamse lijn is gaan volgen. Dat uit zich nog in de Vlaams-Belgische tegenstelling. Het bewijs van die breuk is het boek Het rode vaderland. Vlaamse socialisten waren tot aan de Eerste Wereldoorlog eigenlijk veel Vlaamsgezinder dan men in gedachten had. Het cliché dat de socialisten graag belgicistisch zijn, is dus niet waar, toch niet door de tijd heen. Tussen 1865 en 1914 vond je in publicaties van De Vooruit qua toon dingen die je pas in de jaren 30 en 40 gaat terugvinden aan de rechterzijde. Dat is dus heel merkwaardig: die patronen zijn ooit anders geweest. Ondanks het pleidooi voor internationalisme zei men tegen de arbeiders: “Eerst kijken we waar onze belangen liggen en die zitten in Vlaanderen”. Het geeft aan dat je altijd met enige gezonde argwaan naar lijnen moet kijken zoals ze nu voorgesteld worden.’

Wat maken de memoires van Gaston Eyskens, Wilfied Martens, Jean-Luc Dehaene en het politiek testament van Leo Tindemans zo speciaal?

‘Ik heb Dehaene en de einddagen van Martens en meegemaakt. Eyskens heb ik gelezen om te weten wat er ooit was. Zeker bij Dehaene is het de confrontatie van mijn eigen geheugen, wat heel boeiend is, want ik heb veel van die dossiers op de voet gevolgd. Ik kwam te weten wat hij belangrijk vond en wij dat dan weer anders gepercipieerd hebben. Memoires zijn opgekuiste gedachten en daarom heb ik Tindemans eraan toegevoegd. Er bestaat een gezegde over memoires. “Je moet opletten dat je niet te oud bent en daardoor niemand nog geïnteresseerd is. Je moet ook opletten dat je niet te snel met je memoires komt, zodat je niemand op de tenen trapt.” Daarom vond ik het politiek dagboek van Tindemans het interessantste. Hij zal er waarschijnlijk een aantal dingen hebben uitgehaald, maar er staan eigenlijk geen leuke dingen in over andere mensen. Het betekent dus dat als een politicus een dagboek bijhoudt, hij ook wel eens scheldt. Meer zijn memoires is een dagboek de spiegel op de ziel van een politicus: de manier hoe hij in het leven stond, wat hij belangrijk vond, hoe hij omging met een aantal dossiers.’

U heeft nog een interessante biografie: het vierde deel van president Lyndon Blyde Johnson. The Passage of Power: The Years of Lyndon Johnson van Robert A Caro.

‘Opnieuw vind je dezelfde menselijke patronen terug. Kennedy wint overtuigend verkiezingen, hij is de man van de belofte zoals Obama in 2009. In verkiezingstijden heb je eigenlijk maar twee slogans: “We zetten verder wat we tot nu toe gedaan hebben, want we hebben het goed gedaan”. Of: “We gaan veranderen, want wij beloven dat het vanaf nu anders gaat worden”. Je hebt er eigenlijk geen andere, het zijn allemaal varianten. Kennedy draagt dat enorm uit. Hij zou hoop brengen, hij was de man die zei dat Amerika naar de maan zou gaan. Er is een verhaal waaruit blijkt dat het absoluut niet de bedoeling was van Kennedy om Johnson, zijn running mate, vicepresident te maken. Wat is de clou van het verhaal? Ondanks dat het Kennedy was die ons de hemel op aarde beloofde, had hij door zijn branie heel veel weerstand veroorzaakt. Stelselmatig werden alle ontwerpen afgeblokt. Kennedy zat in een situatie waarbij hij niet kon brengen wat hij beloofd had. Op dat moment sterft hij en wie neemt dat allemaal over? Johnson. Hij wheelt en dealt zoals een echte politicus dat doet, kent iedereen in het parlement en gaat met iedereen onderhandelen. Hij is dan diegene die de rassenwetgeving heeft aangepast. Het is in gang gezet door Kennedy, maar Johnson heeft het mogelijk gemaakt. Zo zijn er verschillende zaken. Conclusie: Johnson was eigenlijk de president die het meest gerealiseerd heeft. Die contradictie in dat ene verhaal, dat is fantastisch.’

Vanwaar de keuze om Mark Kurlanskys merkwaardige boeken Zout, een wereldgeschiedenis en Oesters, een stadsgeschiedenis van New York te lezen?

‘Kurlansky is een ongelofelijk goede verteller. Hij legt uit hoe belangrijk zout geweest is als geldmiddel, maar het is niet het klassieke historische verhaal. In het boek zitten recepten die je met zout maakt en allerlei aspecten die nu nog terugkomen. Hoe Japanse vissauzen gemaakt worden, waar de ketchup vandaan komt… Dat zit daar allemaal in. Hoe hij dat vertelt vind ik ongelofelijk boeiend, idem bij de oesters. Die man is een steengoed verteller en dan doet het er voor mij niet toe waarover het gaat. Ook T.C. Boyle schrijft over alles. Hij schrijft over de seksuele revolutie in de jaren 50, maar ook over John Kellogg, de man die de cornflakes heeft uitgevonden. Geef hem een onderwerp en hij vertelt een boeiend verhaal.’

Suspension of disbelief, ik vind dat een fantastisch concept. Gewoon doordat iemand zegt: “Er was eens…”, ben je als lezer bereid om je ongeloof op te heffen. Als de volgende zin “er was eens een planeet met mensen die op hun hoofd liepen”, dan is dat een aanname waarmee je vertrokken bent. Dat is een heel leuk gevoel. Met die “er was eens” schept T.C. Boyle een universum waarin je bijna constant zou willen blijven.’

Advertentie

Catch 22 van Joseph Heller en Max Havelaar van Multatuli: het zijn opnieuw twee politiek getinte boeken.

Catch 22 en Max Havelaar zijn bij uitstek twee politieke boeken. Max Havelaar was een van de eersten in onze letterkunde die een j’accuse schrijft over het kolonialisme in Indonesië. Ik kreeg er een wow-gevoel van. Catch 22 is dan weer de moderne samenleving zoals we hem kennen in de vorm van de bureaucratie. De term wordt vaak in de politiek gebruikt, maar in se gaat het over de bureaucratie. Eigenlijk is het pure Kafka.’

U hebt ook poëzie liggen: Al die mooie beloften van Rutger Kopland.

‘Kopland kan het heel kort houden, soms staan er gedichten van drie à vier regels in. Heel puur. Rutger Kopland is trouwens het synoniem van Rutger van den Hoofdakker, een psychiater. Wie kan er beter dan een psychiater al die processen, die zich in het hoofd van de mens afspelen en die je in al mijn vermelde boeken voor een stuk terugvindt, in zijn naaktheid beschrijven?’

 

Sander Carollo

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Sander Carollo?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans