Binnenland
Paralipomena
Paralipomena

Procedurefouten – Van Abdeslam tot Alfred Dreyfus

Bedenkingen bij een uitspraak van Jan Jambon
De Dreyfus Affaire

Meester Sven Mary wil dat zijn cliënt, de van terreur verdachte Salah Abdeslam, wordt vrijgelaten, dat wil zeggen: terugkeert naar zijn Franse gevangenis. In het Belgische dossier tegen Abdeslam – betreffende een schietpartij in Vorst – steekt namelijk een document dat in het Frans is opgesteld, terwijl dat in het Nederlands had moeten zijn. En volgens Mary bepaalt de wet dat zo’n foute taalkeuze de nietigheid van het hele dossier tot gevolg heeft. Nu, als de wet geen andere keuze laat, dan heeft de rechter, geloof ik, ook geen andere keuze: hij moet het dossier nietig verklaren en hij moet Abdeslam laten gaan. De stelregel dura lex, sed lex gaat op in de twee richtingen, voor de daders, maar ook voor de slachtoffers, in dit geval de politieagent die invalide raakte door de kogels van Abdeslam – of van iemand anders volgens Mary.

De Dreyfusaffaire

Dat correcte procedures in de rechtspraak belangrijk zijn, daar zijn de rechtsgeleerden van alle scholen het over eens. Het belang van die regels bleek indertijd uit de fameuze Dreyfusaffaire die Frankrijk beroerde tussen 1894 en 1906. De Joods-Franse officier Dreyfus werd ervan beschuldigd dat hij geheime documenten doorspeelde aan de Duitse legerleiding. Hij werd veroordeeld door een militaire rechtbank, op grond van een geheim dossier dat ‘onweerlegbare bewijzen’ bevatte van zijn schuld. Na zijn veroordeling kwamen andere onweerlegbare bewijzen aan het licht, die integendeel de onschuld van Dreyfus aantoonden. Wat nu?

De Franse maatschappij scheurde doormidden. Je had de anti-Dreyfusards die de eer van het Franse leger belangrijker vonden dan het lot van een vuile Jood die voor hun part mocht verrekken op een tropisch eiland met een moordend klimaat. En je had de Dreyfusards die het opnamen voor de onschuldige. Het aardige is nu dat ook het kamp van de Dreyfusards een flinke scheur vertoonde, maar niet in het midden. Het merendeel van dat kamp gooide zich in de strijd uit een goedhartige bekommernis om de brave officier, maar je had ook zure medestrijders zoals de jonge filosoof Julien Benda die zich van de braafheid en de onschuld van Dreyfus niets aantrokken. De correcte procedure was niet gevolgd, dat was de crux van de zaak, de rest was onzin.

‘Onweerlegbare bewijzen’ weerlegd

Die correcte procedure was inderdaad niet gevolgd. Het militair wetboek voorzag dat het zogenaamde geheime dossier niet geheim had mogen blijven** – dat het in tegendeel aan de verdediging had moeten worden meegedeeld. Ook iemand die niet rechtsgeleerd is, begrijpt dat zo’n regel belangrijk is. Hoe kan men namelijk vaststellen dat de bewijzen in een dossier onweerlegbaar zijn, als de verdediging de kans niet krijgt om ze te weerleggen.

De antidreyfusards konden daar wellicht tegenin brengen dat het dossier gevoelige gegevens bevatte waarvan de bekendmaking een gevaar inhield voor de nationale veiligheid. Ze konden inbrengen dat het dus om uitzonderlijke omstandigheden ging. Maar ik geloof dat de wet het niet zo begrepen heeft op uitzonderlijke omstandigheden die in haar eigen teksten niet vermeld worden. Als in de wet staat dat het hele dossier aan de verdediging moet worden meegedeeld, dan moet dat hele dossier worden meegedeeld, ook al staan alle grondplannen van de Franse forten er netjes in uitgetekend. Je kunt geen uitzonderingen verzinnen ‘pour les besoins de la cause’.

Sentimentele zeurpieten, autistische legalisten

Het geheime dossier tegen Dreyfus is tot op vandaag geheim. Wellicht heeft het nooit bestaan. Maar wat als dat dossier nu eens wel echt had bestaan en echt de onweerlegbare bewijzen van Dreyfus’ schuld had bevat. Het merendeel van de Dreyfusards had daar dan gestaan, met de ogen aandachtig turend naar hun schoenpunten. Zo niet de autistische Benda. Hij schrijft ergens dat hij eigenlijk liever had gezien dat Dreyfus wél schuldig was. Dan kon hij met een partij van zuiveren de vrijspraak blijven eisen op grond van loutere procedurefouten.*** Dan moest hij niet meer arm in arm lopen met sentimentele, humanitaire zeurpieten als Zola, Blum en Jaurès. Het abstracte recht was hem liever dan die officier die hij van haar noch pluimen kende. En als hij hem wel had gekend, zou dat ook geen verschil hebben gemaakt.

Ik volg Benda in zijn autisme, maar niet helemaal. De procedure moet altijd worden toegepast. Vanzelf! Als de wet voorschrijft dat een procedurefout tot nietigheid leidt, dan moeten daar geen uitzonderingen bij worden verzonnen. Nooit. Het lot van één beklaagde, schuldig of onschuldig, is minder belangrijk dan de correcte regels die ervoor zorgen dat – in de meeste gevallen althans – onschuldigen niet, en schuldigen wél worden veroordeeld. Ik onderschrijf die regels. Ik juich ze toe. Ik ga er helemaal in mee. Maar het is die nietigheid die mij dwars zit. Dat procedures een eerlijke rechtsgang waarborgen voor de beklaagde is zonneklaar. Maar waarom moeten fouten tegen de procedures voor de beklaagde een bonuspunt opleveren, een extra kans op vrijspraak die hij op grond van de rest van het dossier niet verdient?

Beschuldigd van verkrachting

Stel: ik word onrechtvaardig beschuldigd van verkrachting door een leugenachtige leerlinge of collega. Er zijn geen getuigen. Het is mijn woord tegen haar woord. En er is ‘circumstantial evidence’ tegen mij die ik mij liefst niet al te aanschouwelijk voorstel. Ik zou in zo’n geval mijn advocaat de instructie geven om elke mogelijke procedurefout aan te grijpen om mij vrij te krijgen. Maar tegelijk zou ik het moeilijk blijven hebben met een wettelijke regeling die mij die mogelijkheid biedt.

Er zijn allerlei wetten waar ik mij vierkant achter plaats: geen foltering van verdachten, geen huiszoeking zonder rechterlijk bevel, geen willekeurig bespionering van burgers. Ik begrijp dat die folteringen, huiszoekingen en bespionering toelaten om meer misdaden op te helderen, maar toch wil ik er niet van weten. De kans op misbruik is te hoog, de mogelijkheid van onschuldige slachtoffers is te groot. Hitler liet ooit, op grond van zijn intuïtie, een verdachte van lustmoord overdragen aan de Gestapo, die de beklaagde in een verhitte kamer uitdorstte. Het bewijsmateriaal liet niet lang op zich wachten. Maar wat als Hitler zich nu eens had vergist? Hij vergiste zich wel meer.

Foltering, onwettige huiszoeking, willekeurige bespionering

Het procesrecht verbiedt om gebruik te maken van bewijzen die verzameld werden door foltering, onwettige huiszoeking of willekeurige bespionering. Dat is een goed middel om gerechtsdienaren, onderzoeksrechters en procureurs van die prakijken weg te houden. Maar moet dáárom  bewijsmateriaal dat nog goed bruikbaar is met het grof afval worden meegegeven? Is het echt niet mogelijk de praktijken van foltering enzovoort op een andere manier te beteugelen: door een administratieve berisping, tegenhouden van bevordering, dringend ontslag of gevangenisstraf? Is juridische nietigheid de enige oplossing?

Benieuwd naar een antwoord

Die laatste vragen zijn niet retorisch. Ik ken het antwoord heus niet. Het weinige wat ik van procesrecht ken, heb ik uit Amerikaanse films en series, en dat stemt mij zorgelijk. Als in de spannende televisiereeks The Wire druggangsters worden afgeluisterd zonder dat tegelijk een foto van hen wordt genomen, kan de procureur zijn veroordeling vergeten. Er is dan immers een procedurefout gemaakt, en daarom gaat Avon Barksdale of een van zijn mannetjes vrijuit. In de VS hebben ze dus hetzelfde probleem als wij, en ik vermoed dat dat in andere rechtstaten niet anders is. Als het probleem makkelijk op te lossen was, dan was in één van die rechtstaten de oplossing al lang gevonden, en had dat in de krant gestaan. Maar ik blijf hopen dat ondertussen een rechtsgeleerde mij eens op een bevattelijke manier uitlegt wat precies het probleem is.

 

* In het programma De Zevende Dag van 11 februari 2018.  ‘We hebben [dat] trouwens in het regeerakkoord geschreven en collega Geens is daar werk van aan het maken, dat een procedurefout nooit tot vrijspraak kan leiden.’

** Het burgerlijk strafwetboek scheen die bepaling niet te bevatten. 

*** Ik vind het citaat van Benda niet terug. Ik heb zojuist Mon premier Testament, Jeunesse d’un clerc, Exercice d’un enterré vif en Mémoires d’infratombe doorbladerd.

Philippe Clerick

Philippe Clerick (1955) houdt een blog bij van wat hem te binnenvalt over Karl Marx, Tussy Marx en Groucho Marx. En al de rest.

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Philippe Clerick?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbaak.

Ik help Doorbraak groeien.

Dit artikel delen of afdrukken




Commentaren en reacties


Kijk vooraf even op onze Spelregels en technische problemen
Reacties - klik hier

Voeg een reactie toe

https-doorbraak-be

Lees ook

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans