fbpx


Filosofie, Media

Prof. Cees Hamelink: ‘Waarom zijn er nooit factchecks over het narratief van de massamedia?’

Fundamentele basisrechten zet je niet zomaar opzij



Prof. Cees J. Hamelink is emeritus-hoogleraar communicatiewetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. Sinds zijn emeritaat houdt hij zich daar bezig met mensenrechten. Hamelink is een gediplomeerde theoloog en filosoof, terwijl hij ook de studie klinische psychologie afmaakte.  Als autoriteit in de relatie tussen media en Mensenrechten is hij dé geschikte man voor een gesprek over wat ons is overkomen tijdens de coronacrisis. Cees Hamelink is Een moeilijk te bevatten menswetenschappelijke duizendpoot, al vat hij het zelf graag bondig samen: 'mijn…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Prof. Cees J. Hamelink is emeritus-hoogleraar communicatiewetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. Sinds zijn emeritaat houdt hij zich daar bezig met mensenrechten. Hamelink is een gediplomeerde theoloog en filosoof, terwijl hij ook de studie klinische psychologie afmaakte.  Als autoriteit in de relatie tussen media en Mensenrechten is hij dé geschikte man voor een gesprek over wat ons is overkomen tijdens de coronacrisis.

Cees Hamelink is Een moeilijk te bevatten menswetenschappelijke duizendpoot, al vat hij het zelf graag bondig samen: ‘mijn vakgebied is communicatiewetenschap, de werkelijke interesse en bewogenheid ligt op het terrein van de Rechten van de Mens.’ Als verdediger van de Mensenrechten is hij altijd al politiek actief geweest. Hij adviseerde verschillende overheden, waaronder de Verenigde Naties als nauw medewerker van Kofi Annan.

Slaafs volgen

Hamelink: ‘In Nederland heb ik gedurende zes jaar als journalist gewerkt bij IKON, VARA en VPRO. Eenmaal journalist, altijd journalist. Die nieuwsgierigheid, de wil om te weten, de zoektocht naar de achterkant van Het Gelijk, daar kom je nooit meer los van. Ik kom uit een tijd waarin de journalistiek op een kritische, professionele manier werd beoefend. Wanneer je onze programma’s herbekijkt merk je dat ook. Wij werden niet door een hoofdredacteur teruggefloten die vond dat we het beleid van de overheid slaafs moesten volgen. Dat deden wij bij voorkeur níet. En daar kregen we ook de ruimte voor.’

Het beleid van de overheid slaafs volgen lijkt nu net wat de laatste twee jaren vooral is gebeurd. Dat mag misschien ook niet verbazen, als je ziet dat de grote mediagroepen bij ons door die overheid worden gesubsidieerd. Ook de Nederlandse media zijn in handen gekomen van Belgische persreuzen zoals DPG. Heeft dat een rol gespeeld bij het bepalen van de redactionele lijn?

Hamelink: ‘Dat denk ik wel. Follow the money is een belangrijk journalistiek advies. Zie waar de centen vandaan komen en dan ontdek je waar de belangen liggen. Maar het is toch gecompliceerder dan dat. De afgelopen decennia zie ik een duidelijke kentering van een radicaal sociaal-democratische benadering van maatschappelijke vraagstukken naar een eerder conservatieve richting. De zestiger en zeventiger jaren waren goed voor de journalist. Toen werd er kritisch nagedacht. Ook in de wetenschap. Er werd toen veel aandacht besteed aan de analyse van structuren en de macht. In de jaren ’80 begon dat wereldwijd te veranderen met de wending richting neo-liberalisme en een nieuwe vorm van kapitalisme.’

‘Het wonderlijke duo Thatcher-Reagan heeft daar een belangrijke rol in gespeeld. Die hebben de maatschappelijke trein op een ander spoor gezet. Vanaf dat moment zijn de meeste media de Establishment Blues beginnen zingen (Hamelink is een groot Jazz-kenner, nvdr). Ze volgden allemaal het advies van Margaret Thatcher, die beweerde dat er enkel individuen bestonden en dat er geen alternatief was voor onze manier van samenleven: TINA, There Is No Alternative, was haar favoriete uitspraak. Dat klimaat is steeds meer gaan heersen: het post-politieke tijdperk. Wij bedrijven geen politiek meer maar scharen ons allen achter het establishment. We zijn nog wel kritisch op kleine gebieden, zoals boek- of filmbesprekingen en voetbal. Maar over hét systeem, de kapitalistische belangen, dat staat niet meer ter discussie. Het heeft geen zin meer om over de maatschappij te praten, want die is af.’

Weinig kritisch

‘Dat zie je niet enkel in de Mainstream Media (MSM), maar ook in de wetenschap. In mijn eigen vakgebied heb ik gemerkt dat de werkelijke kritische stemmen in de media rondom bijvoorbeeld eigendomsrechten verstomd zijn. In de jaren ’60 en ’70 was dat een groot thema, met figuren als Herbert Schiller en Noam Chomsky. Die spraken over de manier waarop de media ons manipuleerden op grond van de belangen van de eigenaren. Hoe internationale banken een grote rol speelden in de informatie-industrie. Dat soort overwegingen zie je ook in de communicatiewetenschap niet meer. Wie zijn nou eigenlijk nog de kritische collega’s? Wel, die zijn er niet meer wanneer je kijkt naar hoe de mediawetenschap wordt bedreven.’

In de journalistiek is het ook zoeken naar kritische geluiden…

‘Ik heb in elk geval bitter weinig kritische commentaren gezien in de berichtgeving over de coronacrisis. Diegenen die het onderwerp kritisch benaderden – zoals ikzelf – werden al snel uitgerangeerd en mochten dan enkel nog hun zegje doen op Café Weltschmerz of blckbx.tv. Daar werd je dan vervolgens weer op afgerekend. Je werd van de mainstream media verbannen. Omdat je dan toch meent een bijdrage te kunnen leveren, neem je het forum aan dat je geboden wordt via sociale media. Dan krijg je te horen dat dat allemaal niet deugt. Nou ja… (zucht).’

Woke

U had het over de Macht en het kapitalistische establishment, maar ik zie eigenlijk weinig verschil met de neo-marxisten van Woke. Die willen gewoon zelf de macht om hun autoritaire regeltjes op te leggen en te bepalen wat we nog mogen lezen, schrijven, eten, drinken…

‘Tja, dat hangt natuurlijk samen met onze menselijke soort. Mijn goede oude vader, die rechter was, zei altijd “weet je, het probleem is dat de soort niet deugt”. We blijven aanmodderen.’

‘Maar ik ben het met je eens. Meestal is het doel om de ene machtsstructuur in te ruilen voor een andere. Die is niet noodzakelijk beter. We zien dit nu ook weer in het conflict tussen Rusland en Oekraïne. Joe Biden zegt dat we van Poetin af moeten, maar hij realiseert zich niet dat wat voor Poetin in de plaats komt echt niet beter is. Wanneer je kijkt naar de Russische veiligheidsraad, zit die vol met doorwinterde oude Stalinisten. Die zijn nog erger dan Poetin.’

Ik zie het gevaar wel in van wat u beschrijft. Dat is steeds het probleem geweest met revoluties: je zet de piramide op z’n kop waardoor wie onder lag het voor het zeggen krijgt. Van zodra dit gebeurt, begint het hele spel opnieuw. Dat is het drama van de menselijke geschiedenis.’

‘Maar wat ik eigenlijk wil benadrukken is dat de wetenschap en de journalistiek het thema “macht” niet mogen veronachtzamen. Het gaat tenslotte over wie de macht uitoefent, ook in het coronaverhaal. Macht, andere mensen iets laten doen wat ze zonder jou niet zouden doen, het angst aanjagen door de media, de enorme financiële macht van de farmaceutische industrie, dat alles heeft zeker een rol gespeeld. Daar is in de MSM veel te weinig aandacht aan gegeven.’

Dossierkennis

Voor mij is het kritisch bevragen van de macht dé kerntaak van de journalist.

‘Kijk, je hebt een samenleving, een structuur waarin macht wordt uitgeoefend. Dan heb je ons als burgers. Daar moet iets tussen zitten zodat je als burger zicht krijgt op hoe alles functioneert. Dat zouden de media – dat woord is belangrijk – moeten zijn. De media als bemiddelaar. We hebben behoefte aan betrouwbare bemiddelaars. Goede onderzoeksjournalisten met een degelijke dossierkennis. En daar ontbreekt het ons aan.’

‘Op de persconferenties van het wonderlijke gezelschap van Rutte en De Jonge in Nederland (in de vorige regering Rutte respectievelijk premier en minister van Volksgezondheid, nvdr) werden er nooit kritische vragen gesteld. Niemand vroeg op basis van een grondige dossierkennis ”ja, maar…”. Dat missen we heel erg. We missen die groep van professionele bemiddelaars die probeert uit te zoeken wat er eigenlijk aan de hand is. De modale burger kan niet op zoek gaan naar de belangen van de farmaceutische industrie, naar die van de regering en vooral hoe die met elkaar verweven zijn. De onderzoeksjournalistiek is in het sukkelstraatje aanbeland. Niemand heeft nog de tijd om zich stevig in een dossier in te werken.’

‘Journalisten kiezen nu voor de gemakkelijke weg. Ze bellen de eerste de beste voor commentaar. Bij jullie is dat Marc Van Ranst, bij ons Marion Koopmans. Die zaten al naast de telefoon te wachten en werden een soort mediasterren. Het valt te betwijfelen of dat wel een goede rol is voor een wetenschapper. Want zo wordt je een onderdeel van het mediacircus, dat niet geïnteresseerd is in een lange en genuanceerde uitleg maar duidelijke en liefst nog een beetje spannende antwoorden wil. Je zou ook op zoek kunnen gaan naar experten met een andere mening, desnoods in het buitenland. Maar dat kost moeite, tijd en dus ook geld.’

De factcheckers

Wij brachten in juni ’21 Robert Malone, een Amerikaanse expert met een kritische stem. Dat werd ons niet in dank afgenomen en kwam ons op een factcheck te staan die, niet gestoord door enige kennis van zaken, spijkers op laag water ging zoeken. Op sociale media werden toen mensen in de ban geslagen omdat ze ons interview deelden. Dit soort factchecks noem ik wel eens de dood van de journalistiek…

‘Die hele heisa rond fake news en factchecks is vooral gericht tegen sociale media. In de kringen van machthebbers is in toenemende mate onrust ontstaan omdat er ineens media opdoken waarop iedereen kan zeggen wat-ie er van vindt. Het revolutionaire karakter van het internet is dat iedereen nu een toeter heeft om mee te roepen. Dat werd erg snel als buitengewoon ongewenst aanzien.’

‘Alle discussies over het nepnieuws dat de democratie zou ondermijnen gaan steeds over de sociale platformen en nooit over de mainstream media. Wanneer je ziet hoe we de afgelopen decennia massaal zijn misleid – ik denk aan de massavernietigingswapens in Irak – kan je je afvragen wie nu eigenlijk de democratie bedreigt. Waar zitten de werkelijke gevaren?’

‘Onze ministers – en dan vooral onze minister van Binnenlandse zaken Ollongren (nu minister van Defensie, nvdr) – liepen steeds voorop om te roepen dat we nepnieuws moesten bestrijden. Maar dan spraken ze nooit over NRC of de Volkskrant. Het ging steeds over ‘het internet’. De hele censuur is gericht op sociale media, waar zij geen vat op lijken te hebben. Meer specifiek op geluiden die ingaan tegen het officiële narratief. Dat wordt nooit door factcheckers in vraag gesteld, ook al is herhaaldelijk gebleken dat daar veel aan rammelde. Er werden onwaarheden verkondigd op het moment dat de verkondigers donders goed wisten dat het onwaarheden waren. Ik heb daar vroeger al een boek aan gewijd, Regeert de leugen?, waarin ik een resem voorbeelden opsom.’

‘Wie liegt en geeft leugens door? Die discussie heeft in Nederland nauwelijks plaatsgevonden. Het grote probleem is dat de media meezingen met de politiek en de grote bedrijven in plaats van hen kritisch te bevragen. Wanneer je beweert dat de sociale platformen de democratie bedreigen ben je aan het verkeerde adres. De MSM, waar de meeste mensen hun nieuws vandaan halen, zijn wat dat betreft veel schadelijker. In de afgelopen twee jaar is er nooit een kritische discussie geweest over dit onderwerp. Nu, tegen het einde van de coronacrisis komen er wat barsten in het narratief en zie je ook al eens een kritisch stuk in NRC Handelsblad. Het grote narratief rond het virus en de noodzaak van algemene vaccinatie werd enkel in kleine kring ter discussie gesteld. Die werd dan ook nog weggezet als wappie of extreem rechts. In die kringen wil je natuurlijk niet gezien worden.’

Belangenvermenging

Over de factcheckers en hun betaalde betrokkenheid bij censuur op sociale media stelde ik een vraag op het Lentesymposium. Zij werden door de voorzitter van de Belgische journalistenbond uit de wind gezet. Dat inspireerde één van hen om met het ultieme argument af te komen – op Twitter in een oneindig lang draadje – dat er meer dan 80 internationale mediaorganisaties meewerken aan die factchecks, waaronder Reuters. Net Reuters heeft een bestuurslid –James Smith– dat ook in de board van Pfizer zit. Als dat geen belangenconflict is…

‘Dat is natuurlijk het eerste probleem: de mogelijke belangenvermenging. Ik vind die factcheckerij een vreemde ontwikkeling. In de journalistiek check je toch wat je opschrijft? Je tracht het zo nauwkeurig mogelijk op te schrijven. Dat gaat dan niet altijd goed, want als journalist parafraseer je de werkelijkheid. We hebben maar een beperkt vermogen om die werkelijkheid waar te nemen.’

‘Er is geen journalist ter wereld die geen last heeft van vooroordelen. Dat zit gewoon zo in onze hersens. Je moet daar natuurlijk zorgvuldig mee omgaan. Wanneer ze nu gaan factchecken, zou dat betekenen dat je slechte journalistiek bedrijft. Maar dan moeten ze dat ook doen voor de grote mediabedrijven, en niet enkel voor sociale media. Waar waren de factcheckers toen Colin Powell zijn rede hield voor de veiligheidsraad?’

Waarheid in pacht

‘En dan is er nog het grote filosofische vraagstuk. Zijn er eigenlijk wel eenduidige feiten? Het is geweldig arrogant om te poneren dat jij degene bent die de waarheid in pacht heeft. De oude Romeinen waren verstandig. Die noemde feiten “facta”, de dingen die gemaakt zijn. Die zijn altijd gemaakt door mensen met bepaalde belangen, ideeën en vooroordelen. Je moet dus steeds op zoek gaan naar de achtergrond. Waarom zeggen mensen de dingen die ze zeggen? Welke belangen zitten daar achter. Ik vind het heel ongewenst om te doen of je alles weet.’

‘Tenslotte gaan dit soort factchecks steeds om censuur die bedoeld is om het dominante narratief steeds de boventoon te laten voeren. Het is geen oprechte poging om mensen zo goed en zo breed, gevarieerd mogelijk te informeren over de werkelijkheid.’

‘Al van in de negentiende eeuw wordt journalisten geleerd om het antwoord te formuleren op de vijf grote W’s: wie, wat, waar, wanneer en waarom. Die laatste is de grote valkuil. Wat de wezenlijke motieven zijn is voer voor degelijke onderzoeksjournalisten en historici. Vaak weten we pas járen later wat de ware toedracht was. Het is dan ook geweldig aanmatigend wat die figuren menen te moeten doen. Ik denk dat vele jonge bekwame journalisten dat ook beseffen, maar wanneer ze bij de hoofdredacteur aankomen met de boodschap dat ze het niet weten, kunnen ze een andere baan gaan zoeken.’

Die arrogantie zwengelt ook de polarisatie aan. Wij, de weldenkenden, tegen de anderen, de wappies en extreem-rechtsen. Terwijl helemaal niet elke kritische stem tot die laatste groepen behoort.

‘Die geweldige polarisatie is mede door de media veroorzaakt. Dat is een buitengewoon gevaarlijk fenomeen dat in de geschiedenis vaak tot grove geweldsuitbarstingen heeft geleid. Zodra je mensen tegen mekaar opzet, zie je het conflict uit de hand lopen. De standpunten komen zo radicaal tegenover elkaar te staan dat je ruzie krijgt binnen gezinnen en families, dat mensen vriendschappen opzeggen. Het lijkt wel alsof de media teren op het bijdragen aan crises. Dat leidt tot grote ongerustheid in de samenleving. We zijn geneigd om te denken in tegenstellingen, waarbij wij de goeden zij en die anderen de slechten, de oorzaak van de crisis.’

De slordige werkelijkheid

‘De media had daar afstand van moeten nemen. De samenleving is namelijk nooit zwart-wit. De werkelijkheid is ingewikkeld, een beetje slordig, de dingen lopen door elkaar. We hadden behoefte aan berichtgeving die ons hielp om dat onder ogen te zien. Maar de krantenkoppen hebben alleen maar meer angst opgewekt. Er gingen steeds maar meer mensen dood, elke dag werd het erger en er was maar één oplossing. Talloze mensen hebben enkel voor vaccinatie gekozen omdat ze angstig waren.’

‘Nu zie je weer hetzelfde bij het conflict tussen Rusland en Oekraïne. De kwaliteitskranten schrijven dat het misschien wel uitloopt op een nucleaire oorlog. Of dat Poetin misschien wel chemische en biologische wapens zou inzetten. We worden weer bang gemaakt. Ik vind het verontrustend dat de media dat spel van angst aanjagen steeds weer meespelen. Het is stilaan tijd dat we eens om de tafel gaan zitten om te kijken hoe we weer goede kwaliteitsjournalistiek kunnen krijgen.’

De politiek hield zich ook niet in en maakte handig van de angst gebruik om bepaalde grondrechten terug te schroeven.

‘Daar heb ik me grote zorgen over gemaakt. Wat me het meest getroffen heeft tijdens de crisis is het gemak waarmee we op een hellend vlak terecht kwamen bij de omgang met fundamentele basisrechten. Nederland heeft altijd vooropgelopen in het pleiten voor respect voor de mensenrechten, vaak met het opgeheven vingertje. Ineens duikt er een probleem op in de samenleving en zonder er goed over na te denken kwamen we op een punt waarbij we vonden dat er verschillende rechten ingeperkt mochten worden: het recht op vrij bewegen, onderwijs, om te schrijven en zeggen wat je denkt: het ging allemaal zonder veel discussie voor de bijl.’

‘Ik heb steeds gezegd dat de mogelijkheid om grondrechten in te perken net de zwakte is van het internationaal recht. Overheden hebben nooit de fundamentele rechten van hun burgers willen erkennen. Sinds 1948 heeft men gepoogd om binnen de VN allerlei condities te bedenken waarin je als overheid kan ingrijpen en die rechten kan terugschroeven. Dat verzwakt het systeem.’

‘Voor mij is het simpel: fundamentele rechten zijn fundamenteel. Wanneer je zegt dat ze soms wat meer en dan weer wat minder fundamenteel zijn, neem je ze niet ernstig.’

Sommige respectabele juristen beweren dat grondrechten nooit absoluut zijn…

‘Dat is fout. Ik heb steeds geponeerd dat ze dat net wél zijn. En daar moeten we aan hechten. Het probleem is dat de toenmalige regeringen de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens slechts node hebben aanvaard onder druk van de Kerken, vakbonden en Joodse organisaties. Zij hadden nooit het gevoel dat die nodig waren voor een democratische wereldsamenleving. Van zodra de kans zich voordeed werd daar dan ook voorbehoud bij gemaakt. Als er grote conflicten zijn in de wereld willen ze kunnen ingrijpen. Al die juristen die nu beweren dat de grondrechten niet absoluut zijn zitten dus in datzelfde schuitje.’

Schurkenstaten

‘Als je zegt dat je grondrechten kan inperken, komen weer terug bij het thema macht. Wie is daar dan toe bevoegd? Verloopt dat via een democratisch proces waarbij burgers onderling bepalen dat het verstandig is om even de mond te houden in plaats van te zeggen wat je vindt? Of zijn het overheden, staten, die dat gaan bepalen. De meeste staten zijn per definitie onbetrouwbare partners. De meeste staten in de wereld zijn failed states of schurkenstaten. Er zijn maar weinig echte democratieën. Die staten behartigen slechts zelden de belangen van de bevolking. Als je dus zegt dat de grondrechten mogen ingeperkt worden door diegenen die het op dat moment voor het zeggen hebben, zit je op een gevaarlijk spoor.’

In het recht is er een verschil tussen gelijk hebben en gelijk krijgen. Uw standpunt dat de grondrechten absoluut zijn heeft telkens in de rechtbanken het onderspit gedolven, en dat overal in de Westerse wereld.

‘Dat heeft mij ontzettend teleurgesteld. Ik was betrokken bij verschillende van die rechtszaken. Al die zaken zijn verloren omdat de landsadvocaten het belang van de staat bepleitten en de rechters daar kritiekloos in meegingen. Ik heb steeds gehoopt dat het tij zou keren, maar dat bleek onterecht.’

Overheidsinterventie in de rechtspraak

‘Nou ja, één bestuursrechter in Den Haag vond dat de avondklok niet deugde. Die werd dezelfde dag nog via een versneld hoger beroep teruggefloten. Dat was een duidelijke overheidsinterventie in de onafhankelijke rechtspraak. Elke keer wanneer een rechter bij zo’n zaak toch aandachtig luisterde naar de argumentatie werd die teruggefloten en overwon het officiële narratief.’

‘Wat daarbij heel verontrustend is, is dat advocaten pleitten dat er verschillende wetenschappelijke inzichten waren maar dat de overheid slechts één inzicht voor waarheid hield. De rechter bleek dan telkens te stellen dat er maar één wetenschappelijke waarheid was: die van de enige echte experten en dat zijn dan die van de overheid.’

Wetenschap in beweging

‘Dat is natuurlijk nonsens. Net dat heb ik altijd zo prettig gevonden aan de wetenschap: dat ze steeds in beweging is, dat we het voortdurend met mekaar oneens zijn. Dát is de kracht van de wetenschap! Om dan één autoriteit -en dan nog een beperkte autoriteit- aan te wijzen is toch absurd? Van in het begin is er op gewezen dat je om een goed beleid te voeren je niet alles mag overlaten aan virologen. Je moet daar sociaal psychologen, filosofen, economen, allerlei deskundigen bij betrekken om goed te begrijpen wat de mogelijke schade is van de maatregelen. Daar werd in Nederland nooit over gesproken, want in de beleidsorganen zaten geen deskundigen die daar over konden oordelen. Dat hebben we laten liggen en ik vrees dat we er ook niets van geleerd hebben.’

‘Er was even een moment dat ik met een zekere romantische naïviteit dacht dat we hier uit zouden leren. Dat we voortaan een breder kader van adviseurs, meer openheid in de discussie, een grotere rol voor het parlement zouden zien. Daar is niets van terecht gekomen. Dat is wel begrijpelijk, want wij zijn de enige soort die weigert te leren van de eigen fouten. Wij zijn namelijk dwazen.’

Die rechters zingen eigenlijk net zoals de media de establishment Blues. We zijn terug bij uw basiskritiek.

‘Tja. Ik zie de laatste jaren bijzonder weinig kritiek op het kapitalisme in zijn huidige roofzuchtige vorm. Dat wordt op geen enkele manier meer in vraag gesteld. De weinigen die dat nog doen zijn oude knarren zoals Noam Chomsky. Maar die zie je nooit in onze kwaliteitskranten opduiken.’

Net Noam Chomsky heeft me tijdens de coronacrisis diep teleurgesteld toen hij zei dat ongevaccineerden maar uit de maatschappij verwijderd moesten worden…

‘Daar had ik het ook heel moeilijk mee. We kennen elkaar namelijk goed. Ik heb hem toen een briefje geschreven met de vraag of het nog wel goed met hem ging. Ik vond dat hij er slecht uitzag. Hij mocht zijn haar wel eens kammen en ook wat aan zijn hersens doen…’

‘Die uitspraak van hem kwam hard bij me binnen. Ik begrijp niet hoe hij dat heeft kunnen bedenken. Hij heeft nog niet op mijn brief geantwoord, maar daar neemt hij misschien ook best wat tijd voor.’

‘Wat ik eigenlijk wou zeggen is dat zijn fundamentele kritiek over hoe we onze maatschappij, onze democratie en onze economie ingericht hebben wel blijft staan. Alleen past die niet in het dominante narratief. Daar moeten we terug meer bij stil staan.’

Winny Matheeussen

Enige tijd geleden geboren, in de herfst. Momenteel levend.