fbpx


Klimaat
ecologie

Prof. Fabien Niezgoda: ‘Bevolkingsexplosie noopt tot gedragswijziging’

Overbevolking en ecologie, waarheden en verzinselsprof.



Zijn we met te velen? Kan onze planeet het niet meer aan? Bewerken we onze eigen ondergang? Een polemisch onderwerp, waar velen niet aan willen. Reden te meer om er aandacht aan te besteden. Luc Pauwels legde negen omstreden beweringen voor aan prof. Fabien Niezgoda, een Franse specialist. Een interessante aanvulling bij wat prof. em. Luc Nagels hierover schreef. Prof. Fabien Niezgoda (°1981) is historicus en geograaf. Van 2010 tot 2017 was hij ondervoorzitter van het Mouvement Ecologiste Indépendant (MEI).…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Zijn we met te velen? Kan onze planeet het niet meer aan? Bewerken we onze eigen ondergang? Een polemisch onderwerp, waar velen niet aan willen. Reden te meer om er aandacht aan te besteden. Luc Pauwels legde negen omstreden beweringen voor aan prof. Fabien Niezgoda, een Franse specialist. Een interessante aanvulling bij wat prof. em. Luc Nagels hierover schreef.

Prof. Fabien Niezgoda (°1981) is historicus en geograaf. Van 2010 tot 2017 was hij ondervoorzitter van het Mouvement Ecologiste Indépendant (MEI). Hij schreef met Antoine Waechter het boek Le sens de l’écologie politique, une vision par-delà droite et gauche (‘De zin van de politieke ecologie, een visie voorbij rechts en links’).

Ik lees her en der dat de bevolkingsexplosie achter ons ligt en dat we bezig zijn met een demografische transitie. Waar of niet waar?

Fabien Niezgoda: ‘Waar, maar… Als we de bevolkingsevolutie in haar geheel bekijken, is het juist te stellen dat de jaarlijkse aangroei, nu ongeveer 1 % per jaar, duidelijk lager ligt dan in de jaren 1960, toen we boven de 2% per jaar zaten. Maar deze cijfers moeten in het juiste perspectief worden bekeken.

Een toewas van 2% betekende rond 1960 dat er op één jaar 60 miljoen mensen bijkwamen op  een wereldbevolking van drie miljard. Vandaag betekent een jaarlijkse aanwas van 1% dat er 83 miljoen mensen bijkomen, terwijl het totaal al 7,7 miljard bedraagt.

De Verenigde Naties steunen op dit ‘vertraagd’ ritme om voor 2050 een wereldbevolking van 9,7 miljard te voorspellen en een ‘maximum’ van 10,9 miljard voor 2100. In één generatie tijd zouden er evenveel mensen bijkomen als tussen Napoleon en de eerste maanlanding… De VN speculeren op een snelle verlaging van de vruchtbaarheid, in de lijn van de daling die we de laatste decennia hebben vastgesteld. Deze daling zou bovendien gelden voor alle werelddelen, wat nu allesbehalve het geval is.

De befaamde demograaf Henri Leridon, gewezen onderzoeksdirecteur bij het Institut national d’études démographiques (Ined), vat dit als volgt samen: “In Afrika ten zuiden van de Sahara zou de vruchtbaarheid aanzienlijk moeten dalen, nl. van actueel 4,72 kinderen per vrouw naar 3,17 in een dertigtal jaren en dan nog eens naar 2,16 tegen het einde van deze eeuw.”  Dat is zijn mening in januari 2020. En dat terwijl dezelfde demograaf in 2015 stelde dat Afrika “geen enkel gekend transitieschema volgt” (Le Monde diplomatique, november 2015).’

Transitie

Hoe kunnen we de transitie omschrijven?

‘Een demografische transitie is de overgang van een hoog sterfte- en geboortecijfer naar een laag sterfte- en geboortecijfer bij een bepaalde bevolking. We stellen tot nog toe vast dat na een daling van het sterftecijfer altijd een daling van het geboortecijfer volgt. Dat leidt dan tijdelijk tot een grote netto bevolkingsaanwas, vaak zelfs tot een bevolkingsexplosie, waarna een stabilisatie optreedt.

Dat is wat we in alle Europese landen hebben gezien in en rond de 19de eeuw. Het is riskant te veronderstellen dat dit ook zonder meer het geval zal zijn in andere werelddelen, want dit is een empirische vaststelling, geen automatisme. De factoren die hier aan het werk zijn, blijken bijzonder talrijk: sociale evolutie, economische ontwikkeling, oorlogen en voedselschaarste, gezondheidswezen, opleidingsniveau, gezinsstructuren, verstedelijking, statuut van de vrouw, enzovoort. Te talrijk om er een universeel model uit af te kunnen leiden met betrouwbare voorspellende waarde.

De beste manier om zo snel mogelijk tot een stabilisatie van de wereldbevolking te komen, bestaat erin dat men zo snel mogelijk tot de tweede fase van de demografische transitie komt, nl. de daling van het geboortecijfer, daar waar dit nog niet het geval is. De vrees voor een bevolkingsexplosie moet de motor zijn voor een gedragswijziging. Daar zijn we nog zeer ver van verwijderd. Ten zuiden van de Sahara zien we een gemiddelde van vijf kinderen per vrouw, in Niger meer dan zeven, in Nigeria acht. Europa mag zich ongerust maken.’

Pleidooien voor geboortebeperking worden soms gezien als uitingen van egoïsme en armenhaat.

‘Fout. Deze kritiek is niet nieuw. Het is een verwijt waarop Thomas Malthus (1766-1834) zelf al meteen werd onthaald na de publicatie van zijn An Essay on the Principle of Population, (1798). Malthus, predikant en daarna hoogleraar economie in Cambridge, was een voorstander van particuliere liefdadigheid. Hulp mocht voor hem niet worden geformuleerd als een recht. Daarom verzette hij zich tegen iedere vorm van openbare onderstand, in het bijzonder tegen de Poor Laws, die sinds 1601 in Engeland van kracht waren.

Malthus vond die wetgeving funest. Ze was niet alleen ondoeltreffend, stelde hij, maar had perverse gevolgen, zoals aansporing tot luiheid en vooral verdoezeling van de ware oorzaken van armoede en ellende. Het ‘bevolkingsprincipe’ dat hij had vastgesteld, wees uit dat de bevolking sneller (exponentieel; meetkundig) toeneemt dan de voedselproductie (lineair; rekenkundig).

Men kan die conclusies cynisch of asociaal vinden, maar het armoedevraagstuk was zeker de eerste zorg van onze Engelse predikant. Hij ziet de tegenstrijdige werkelijkheid: welvaart leidt tot bevolkingsaanwas, maar een hoog bevolkingscijfer brengt armoede mee.’

Het einde van het malthusianisme

Na Malthus was het eigenlijk afgelopen met het malthusianisme, beweren sommigen.

Fout, maar het malthusianisme heeft zich na Malthus verder verspreid op heel verschillende manieren. Ik denk hier aan Paul Robin (1837-1912), een anarchistische pedagoog die in 1896 de Ligue de la régénération humaine (Liga voor het menselijke herstel) oprichtte. Hij combineerde het neomalthusianisme met eugenetica. Als lid van de Eerste Internationale — en bovendien vrijmetselaar — vond hij vooral gehoor in de arbeidersbeweging en bij linkse intellectuelen.

In volgende decennia zien we Eugène Humbert (1870-1944) en zijn vrouw Jeanne Humbert (1890-1986) aan het werk. Ze zijn beiden pacifisten en anarchisten en zetten het neomalthusianisme verder met hun Génération Consciente, naam van hun vereniging en titel van hun tijdschrift. Een dubbelzinnige benaming die men kan vertalen met de ‘(zelf)bewuste generatie’ maar ook als ‘bewuste voortplanting’. Na hen komt Albert Gros (1881-1933), vanaf 1908 uitgever van Le Malthusien. Revue néo-malthusienne et eugéniste. In vakbondsmiddens las men hem graag.

Een opvallende voortrekker van het neomalthusianisme in Nederland was de Friese arts en hervormde predikant dr. Jan Rutgers (1850-1924). Hij predikte de seksuele revolutie en was een voorstander van rasverbetering en eugenetica. Rutgers en zijn vrouw Mietje leidden de Nieuw-Malthusiaanse Bond (NMB).

Continuïteit was er dus zeker en in alle landen. Wel waar is dat de generaties na Malthus uit zijn gedachtegoed andere conclusies trokken. Daarom spreekt men van ‘neomalthusianisme’. Zoals de historicus Francis Ronsin* treffend heeft uiteengezet, was Malthus een heftige verdediger van de bestaande maatschappelijke orde. Die wilde hij versterken door een methode voor te stellen om de armoede in te dijken.

In een volgende generatie schoten propagandisten aan het werk die de armen aanspoorden om hun voortplanting te beperken. Het uitgesproken doel was sociaal: armoede en onderdrukking uitbannen door het vermijden of afbouwen van overbevolking. Soms werd dit verbonden met een feministische instelling: minder kinderen zou de vrouwen meer vrijheid brengen. Of met een pacifistisch streven: zet geen kinderen op de wereld die toch maar zullen omkomen op de slagvelden.’

Hebben deze interpretaties geen afbreuk gedaan aan het oorspronkelijke gedachtengoed van Malthus? Hebben ze het gevaar van overbevolking niet in de schaduw gesteld?

‘Waar. Tegenstanders van Malthus proberen sinds twee eeuwen de feiten te verdoezelen. Ze hebben het over “de mythe van de overbevolking”. Regelmatig hoor je ook nog het “argument”: als we met te velen zijn op aarde, waarom pleeg je dan geen zelfmoord? Ik weet niet of dat een smakeloze toespeling is op het levenseinde van Paul Robin, die inderdaad zelfmoord pleegde.

Onder de tegenstanders van Malthus betoogt bijvoorbeeld de Britse zoöloog George Monbiot, columnist in The Guardian, dat “het merendeel van degenen die geobsedeerd zijn door de overbevolking van de aarde zijn oude, blanke rijken die voorbij de leeftijd van de voortplanting zijn”… Hij onderstreept op de ecologische website Reporterre het geringe milieu-impact dat de overbevolking heeft, “omdat de arme massa’s weinig consumeren”. Een onbeschaamd argument dat neerkomt op een pleidooi voor armoede.’

Ecologische voetafdruk

Is het niet juist dat onze ecologische voetafdruk niet alleen van ons aantal afhangt, maar ook van onze leefwijze?

‘Waar. Natuurlijk! Hier bestaat de vergissing erin de negatieve factoren hiërarchisch te willen rangschikken. Sommige anti-malthusianen — vooral degenen die van “ecosocialisme” dromen — stellen dat het “voornamelijk” onze leefwijze de schuld is van alle milieu-onheil. Zo bijvoorbeeld Ian Angus en Simon Butler in hun Too Many People?: Population, Immigration, and the Environmental (2011).

Om onze ecologische voetafdruk te kwantificeren, gebruikt de wetenschappelijke ecologie andere maatstaven dan de ideologische. Een sinds de jaren 1970 veel gebruikte formule is die van Paul R. Ehrlich en John Holdren: I = PAT, afkorting van I = P × A × T, waarbij I staat voor milieu-impact, P voor bevolking (population), A voor rijkdom (affluence) en T voor technologie.

Een praktische toepassing hiervan is de Kaya-formule (naar de Japanse energie-econoom Yoichi Kaya) voor het in kaart brengen van het broeikaseffect. De Intergouvernementele Werkgroep inzake Klimaatverandering (IPCC), een organisatie van de Verenigde Naties, gebruikt die om de risico’s van klimaatverandering te evalueren.

Belangrijke vraag hierbij is welke oppervlakte vruchtbare grond nodig is om een bepaalde bevolking — met zijn actuele levensstijl — voor onbeperkte duur in stand te houden. Zoals te verwachten blijkt die oppervlakte heel verschillend te zijn naarmate het land. Het slechtst presteren Qatar (11,64 hectaren), Koeweit (9,68 ha) en de Verenigde Arabisch Emiraten (8,40 ha). De VS en België hebben elk 7, 09 ha per inwoner nodig. In Afghanistan en Haïti moet men het met goed een halve hectare stellen.

Wat duidelijk blijkt is dat het globale resultaat sinds het midden van de jaren 1980 het vermogen van onze planeet overtreft. De jaarlijks ‘Wereldoverbelastingsdag’ (‘Earth Overshoot Day’), de dag waarop de aarde meer grondstoffen verbruikt dan zij in één jaar opbouwt, bereiken we ieder jaar wat vroeger. In 2019 was dat op 29 juli. Dat wil zeggen dat we elk jaar méér niet-hernieuwbare grondstoffen verbruiken en onze nakomelingen steeds meer opzadelen met niet-recycleerbare afval.

Maar wat is de zin om in deze berekeningen de belangrijkste factor te willen bepalen? Dat lijkt op de vraag of de lengte dan wel de breedte de voornaamste factor is voor de oppervlakte van een rechthoek. Vanzelfsprekend is het van belang onze ecologische voetafdruk terug te dringen en daarvoor de evolutie van elke factor te onderzoeken. Maar de schijnwerper op één enkele factor richten, met de bedoeling een andere te verdoezelen, is op het criminele af. Minstens creëert het een vals dilemma.’

Zo is er de bewering dat we om de aarde te redden ons geboortecijfer moeten verminderen en meer migranten moeten verwelkomen…

‘Fout. Om toch maar niet van neokolonialisme verdacht te worden of van “anti-armenracisme” of van racisme zonder meer, weigeren sommige malthusianen hun conclusies toe te passen op andere landen dan die van het noordelijk halfrond.

Zo durft het groene euro-parlementslid Yves Cochet stellen dat “in tegenstelling met de wijdverspreide opvatting dat het in Afrika is dat men vele kinderen maakt en dat dit een probleem zou vormen, is het uiteraard bij ons dat we een anti-natalistische politiek van geboortebeperking moeten volgen”.

In werkelijkheid is geboortebeperking in één land in een migratietijdperk zoiets als een eenzijdige ontwapening aan de vooravond van een oorlog: een capitulatie, vermomd als vredesinitiatief. Zich ertoe beperken de Europeanen tot geboortebeperking aan te sporen zonder de grote migratiestromen, uit gebieden met een demografische overdruk, ter discussie te stellen, lost het globale probleem niet op, integendeel. Zonder uit te weiden over andere aspecten van de migratie moeten we toch onder ogen willen zien dat een Malinees die naar Europa komt zijn CO2-voetafdruk in enkele jaren met 100 vermenigvuldigt. Zo’n ontworteling is een ecologische dwaling.’

Migratie

Is het hele migratiegebeuren een nuloperatie? zoals sommigen beweren: er komen hier evenveel migranten aan als er ginds vertrekken…

‘Fout. Dit gaat niet over wiskunde, maar over demografie. Op dat vlak is de migratie helemaal geen neutraal gegeven, laat staan een nuloperatie. De grote migratiegolven hebben een noodlottig gevolg, zowel voor de landen waaruit men vertrekt als voor de landen waar men aankomt.

In de aankomstlanden vernietigt de migratie ieder begin van demografische stabilisatie, laat staan van bevolkingsafname. Voor de vertreklanden fungeert de emigratie als een soort overloopbekken dat interne maatregelen tegen de uit de hand lopende overbevolking afremt of tenietdoet. Vergeten we niet dat er een aantal Afrikaanse landen zijn die het probleem onderkennen en er iets willen aan doen door gezinsplanning. Het belangrijkste initiatief is het Partnership van Ouagadougou, dat sinds 2011 op regeringsvlak technische en financiële middelen inzet om de bevolking binnen perken te houden. De deelnemende landen zijn Benin, Burkina Faso, Ivoorkust, Guinee, Mali, Mauritanië, Niger, Senegal en Togo.

Dat is een hoopgevende weg. Migratie daarentegen verbetert de globale balans van de demografische en ecologische druk op aarde hoegenaamd niet.’

Niet alle milieuactivisten zijn voor ‘open grenzen’, er zijn ook realistische groenen.

‘Juist. Laat mij er twee bij naam noemen. De landbouwingenieur René Monet stelt in zijn boek Environnement, l’hypothèque démographique (Milieu, de demografische hypotheek. 2018) dat “de ecologisten zouden moeten zeggen dat de immigratie de menselijke druk op het natuurlijke milieu verhoogt in landen waar een daling van de nataliteit deze druk zou kunnen stabiliseren of terugdringen. Op die manier krijgen we geen adempauze. De mens zal ermee doorgaan de ruimte op deze wereld op te vullen, tegelijk door demografische groei en door bevolkingstransfers”, zeg maar migranteninvasies.

De geografische, territoriale en geopolitieke dimensie mag in milieu-analyses niet ontbreken. De doorgewinterde Franse ecologist Michel Sourrouille pleit er al langer voor, onder meer met zijn werk Moins nombreux, plus heureux. L’urgence écologique de repenser la démographie (Minder talrijk, wel gelukkiger. De ecologische noodzaak om dringend opnieuw de demografie onder ogen te nemen. 2014): “De mensen hebben de limieten van alle grenzen bereikt, deze van de planeet inbegrepen. Daarom moeten ze er zich vanaf nu tevredenstellen met het territorium waar ze hun plaatselijke solidariteit kunnen laten werken. De economische, sociale en ethische problemen die door de migratie worden veroorzaakt, moeten een aanvullende motivatie vormen voor geboortebeperking en om gezamenlijk een verantwoorde demografie uit te werken.”

Onze overbelaste planeet raakt volledig uit balans. Het klimaat en de biodiversiteit zijn de meest zorgwekkende aspecten, maar er zijn nog meer: het dichtbetonneren van onze bodem, de verzuring van de oceanen, de chemisch vervuiling enzovoort. Altijd weer is overbevolking ofwel de oorzaak, ofwel een factor die het nog veel erger maakt.’

We mogen niet geobsedeerd zijn door aantallen, werpt men soms op.

‘Juist. Het vraagstuk van de overbevolking wordt overwoekerd door cijfers en statistieken. Belangrijke, zelfs cruciale knelpunten blijven daardoor onderbelicht of zelfs helemaal buiten beschouwing. Biodiversiteit bijvoorbeeld of de bescherming van met uitsterven bedreigde diersoorten, zijn problemen die niet integreerbaar zijn in die statistieken. Naarmate we meer rekening houden met deze niet-kwantificeerbare kwesties, hoe nijpender het vraagstuk van de overbevolking wordt, zoveel is zeker.

Hoe meer mensen de aarde vullen, hoe minder menselijk het leven op aarde wordt. Naast het voedselprobleem is er de overlast door toenemende stedenbouw, personen- en vrachtverkeer, het gebrek aan stilte en aan ruimte. En de toename van de lelijkheid alom. Een intrieste vaststelling.

Didier Barthes, woordvoerder van de vereniging Démographie responsable, waarschuwt: “De mensheid is bezig zich van alle comfort en waarschijnlijk ook van alle vrijheid te beroven, ten gunste van één enkel recht, één enkele moraal, die wordt verondersteld superieur te zijn: steeds talrijker zijn op deze planeet en haar te bevolken tot de uiterste limiet.” Denkt men er wel eens na over de omvang en de kostbaarheid van wat we zo aan het opofferen zijn op het altaar van het aantal?’

_____

* Francis Ronsin, La grève des ventres. Propagande néo-malthusienne et baisse de la natalité en France (XIXe-XXe siècles), Aubier, Paris, 1980.

 

 

Luc Pauwels

Luc Pauwels (1940) is historicus, gewezen bedrijfsleider en stichtte het tijdschrift 'TeKoS'.