Progressieve dogma’s

René Descartes, geportretteerd door Frans Hals.

De Franse filosoof en wiskundige Réné Descartes (1596 – 1650) zocht naar waarheid door zaken ter discussie te stellen en daarover na te denken: ‘Dubito, ergo cogito, ergo sum‘. Om kennis te vergaren was het niet voldoende om veel te weten en informatie uit betrouwbare of gezaghebbende bronnen te hebben, men moest er tevens kritisch over nadenken. En dus zonder dubito geen sapere.

Descartes wordt daarom ook wel eens de grondlegger van het rationalisme genoemd. Zijn opvattingen waren in de zeventiende eeuw revolutionair, want hij plaatste het kritische zelfbewustzijn van de mens centraal, en niet meer de goddelijke dogma’s of het absolutistische koninklijke gezag. Alleen het kritische menselijk verstand leidde tot de waarachtige kennis.

Ondanks het feit dat hij een godsdienstig man was en volstrekt niet de bedoeling had de kerk en het geloof op de schop te nemen, werd hij herhaaldelijk aangevallen om zijn ketterse standpunten. Veel kon het Descartes niet schelen: ‘Wanneer men mij beledigt, tracht ik mijn geest zo hoog te verheffen dat de belediging deze niet bereikt.’ Deze woorden kan men in tijden waarin intentieprocessen welig tieren maar beter in het achterhoofd houden.

Verlichte dogmatiek

De geest van de Verlichting was zeker bij aanvang samen te vatten door het Cartesiaanse motto. De kritiek op religieuze dogma’s, over vastgeroeste axioma’s en tradities van het ancién regime, kon er alleen maar komen dankzij de twijfel die het denken (en het zelfbewustzijn) voorafgaat. Echter, de Verlichting bracht al snel een nieuw soort dogmatische denken die culmineerde in de gewelddadige Franse Revolutie.

In 1789 en de daarop volgende revolutionaire periode probeerde men alle sociale en culturele paradigma’s uit het verleden niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk uit te roeien in naam van de nieuwe heilige drievuldigheid: Liberté, égalité, fraternité (ou la mort). Door de 19e en 20e eeuw heen werden steeds meer facetten van de mens en samenleving onder de rationele loep gehouden, en vervolgens definitief afgedankt als achterhaald, of herwerkt tot nieuwe voorschriften in naam van de vooruitgang.

Sciëntisme

De opkomende wetenschap vervulde daarbij de rol van religie, en kreeg zijn eigen kerk: het sciëntisme. Sciëntisten vinden natuurwetenschap superieur aan alle andere interpretaties van het leven en geloven dat alleen de wetenschap of wetenschappelijke kennis de maatschappelijke problemen kan oplossen. Ze goochelen met wetenschappelijke dogma’s, en hekelen kritiek daarop als een soort van Orwelliaans ministerie van de waarheid.

Als nieuwe priesters leggen ze aan de samenleving nieuwe dogma’s op en jagen ze voortdurend in de media op ketters. Ze negeren daarbij het liefst zo volledig mogelijk de irrationele (sociale, culturele , filosofische en religieuze) dimensie van de mens en samenleving die volgens hen de vooruitgang afremt. Vandaag beperkt het sciëntisme zich niet meer tot de natuurwetenschappen, maar wint het steeds meer terrein in de humane wetenschappen.

Maar in het onwrikbare geloof in hun ‘waarheid’ gedragen de sciëntistische wetenschappers zich juist heel onwetenschappelijk en al zeker weinig Cartesiaans. Zo ook volgens de Oostenrijks-Britse wetenschapsfilosoof Karl R. Popper, die poneerde dat de wetenschap niet alle problemen van de wereld kan oplossen. Sterker nog, dat is zelfs niet eens het doel noch de belofte van de (mens)wetenschap.

Zekerheid is belachelijk

De wetenschap is een voortschrijdend en creatief proces om de wereld te begrijpen vanuit een ander perspectief, en waarvan twijfel, kritische zin, nieuwsgierigheid en ondogmatisch denken juist fundamentele kenmerken zijn. De Franse verlichtingsfilosoof Voltaire (1694-1778) waarschuwde reeds meer dan twee eeuwen voor het gebrek aan dubito met de ironische woorden: ‘Le doute n’est pas un état bien agréable, mais l’assurance est un état ridicule.’ (Twijfel is geen erg aangename toestand, maar zekerheid is een belachelijke toestand.)

Aan de basis van het vrije denken en de vrijheid van meningsuiting ligt het recht om te twijfelen aan alles: “Beaucoup de gens destinés à raisonner mal, d’autres à ne point raisonner du tout, d’autres à persécuter ceux qui raisonnent.” (Velen zijn voorbestemd om verkeerd te redeneren; anderen om in het geheel niet te redeneren en weer anderen om hen die redeneren, te vervolgen.) Persécuter kan men door legale acties, maar ook door sociale en professionele  uitsluiting, intentieprocessen op sociale media, verbale intimidatie of zoals in de VS door als een meute wilde dieren te plunderen.

Voor zij die het dominante progressieve narratief van identity politics en ‘witte’ machtsstructuren contesteren, wordt de spreektijd in de media echter steeds beperkter. Onze religieuze en cultuurhistorische erfenis is vandaag in het Westen niet meer zo springlevend, maar het sapere aude van de Verlichting en de dubito van Descartes evenmin. Het is dan ook geen verrassing dat vorige zondag een groot deel van de #BLM-actievoerders geen boekenwinkels, maar luxewinkels plunderen.

Philip Roose :Philip Roose (1979) studeerde geschiedenis in Leuven en Granada en marketing en management in Parma. Hij woont in Catania (Sicilië) en exporteert Italiaanse wijnen. Samen met Joost Houtman schreef hij het boek 'Bella Figura: Waarom de Italianen zo Italiaans zijn?' (Uitgeverij Vrijdag; verschijnt 31 mei 2018).