fbpx


Zonder categorie

De zigeunerkoning




Paco.  Zo heet hij.  Elke ochtend wandelt hij met flukse stap de bar binnen en bestelt een groot glas bier van de tap.  In een glas dat uit de diepvries komt en met ijs is berijmd.  De diepvries staat aan de rand van het café en is zo’n model met een glazen deur zodat je de pinten allemaal op een rijtje mooi ziet bevriezen.   Het zijn van die ouderwetse bierpullen met een oor; Duitse stijl. De waard moet overigens geen enkel moeite doen, want Paco grist altijd zelf zijn glas uit de koeling en zet het alvast naast de tapkraan. Ik denk niet dat Paco ongeduldig is, want hij sipt daarna bedachtzaam aan het glas. Het is meer een handje toesteken om Bilal, de barman, de hele tocht van achter de toog naar de diepvries te besparen. Niet dat die vijf meter enorm veel inspanningen vraagt, maar ‘vele handen maken het werk licht’ vindt ook Paco wed ik. 

Hij heeft een gegroefd gezicht en ik schat hem ergens eind in zeventig.  Gegroefd en getaand, waarschijnlijk door vroeger veel buiten te werken in de zon.  Hij heeft altijd een prachtig versierde houten wandelstok in de rechterhand, getooid met kleurrijke franjes, sommigen gemaakt van beschilderd leer anderen van stof.  In het midden van de wandelstok is een lederen stukje bevestigd als ware het een rokje.  Een rokje voor een wandelstokje. Het heeft iets poëtisch, zo in de knoestige handen van deze man.  Ik ken dit soort van stok; ik heb ze vaak gezien op paardenmarkten hier in Andalucía: ze dienen om de paarden met een tik op de kont in deze of gene richting te leiden, meestal begeleid door het kenmerkende tong geklak dat in heel de wereld gebruikt wordt om met paarden te communiceren.  Een vreemde gewoonte nu ik erbij nadenkt, want paarden zelf klakken nooit met de tong, ook niet stiekem in het geheim ’s nachts als ze denken dat de mensen slapen.  Dat weet ik omdat ik zelf vaak genoeg, toen ik nog op mijn finca woonde, ’s nachts stilletjes naar de geluiden luisterde die de paarden maakten.  Ze snuiven en zuchten meestal van tevredenheid. Het briesen doen ze gek genoeg ’s nachts niet zo vaak, dat is meer iets voor overdag.  Hinniken doen ze ’s nachts ook niet, behalve als er iets mis is. Als één van de paarden ontsnapt is bijvoorbeeld, of als er een vreemde dierlijke indringer is zoals een ander paard dat op bezoek wil komen of een everzwijn, dan waarschuwen de paarden hun menselijke vrienden met gehinnik.  Ik kan de keren niet tellen dat ik ’s nachts snelsnel uit bed sprong om poedelnaakt, met alleen sandalen aan of rubberlaarzen als het winter was, om als een idioot achter een losgebroken paard aan te hollen.  Hun gehinnik lijkt dan verdacht veel op uitlachen moet ik bekennen.

Maar dat geklak van tongen, om maar terug op mijn gedachtenkoets te springen, is dus een universeel gegeven.  Paarden worden ook getraind met een klikker, zo’n ding gemaakt van blik waar we vroeger als kind wel eens mee speelden en danig op de zenuwen van elke volwassene in de buurt werkten.  Paarden dus niet; die vinden het heerlijk, dat geklik.  Het bierglas van Paco was inmiddels tot op de bodem geledigd.  Hij schuift het hoedje op zijn hoofd een beetje achteruit op het hoofd en veegt zijn voorhoofd af met een servetje dat hij uit het bakje op de toog heeft gevist.  Het hoedje van Paco is ook versierd: met pluimpjes, lintjes en zilveren bedeltjes met de beeltenis van onze lieve vrouw.  Paco is het schoolvoorbeeld van een Gitano, een zigeuner stammend uit een lange traditie van paardenhandelaars.  Al naargelang de generatie en de locatie verschuift die traditie en het soort van handel. Van paarden naar auto’s, naar schroot.  Ook de scharensliep, die zijn komst nog steeds aankondigt met een fluitje al is het nu dan via de luidspreker op het dak van een roestige bestelwagen is meestal een Gitano.  En de flamencozangers, uiteraard, zoals de onsterfelijke Camaron de la Isla, die na een overdosis toch niet zo onsterfelijk bleek.  De jonge Gitano’s zitten tegenwoordig vaak in de drugshandel hoor ik. Paco niet. Die houdt het op één biertje. Dat biertje gaat er weliswaar al in om negen uur ’s ochtends, maar wie weet is hij dan al een volle vier uur wakker.  Hij stapt in elk geval altijd trots met gerechte rug terug naar buiten. In mijn verbeelding is hij een ware zigeunerkoning. Die kunnen met paarden praten en hoeven niet met de tong te klakken. 

Luister ook naar onze andere podcasts


Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Alain Grootaers

Dit artikel delen


Als abonnee kan u dit artikel gratis verspreiden via sociale media en doorsturen naar uw vrienden. Zij zullen dit artikel volledig kunnen lezen zonder abonnee te zijn of zonder een (proef)abonnement te nemen. Zij krijgen bij het lezen de vermelding dat dit artikel door u wordt aangeboden. Als u dit via email doorstuurt, wordt het emailadres van uw vriend niet genoteerd in de databank.

Commentaren en reacties


Reageren op een artikel? Graag, maar hou het netjes, blijf bij het onderwerp van het artikel en blijf niet eindeloos reageren.  Dit is geen plaats voor scheldpartijen en eindeloze discussies. Niet meer dan 10 reacties per dag per persoon en niet meer dan 3 per artikel graag.  Kijk vooraf even op onze Spelregels en technische problemen
Reacties - klik hier
Als ingelogde bezoeker kan u hier de reacties lezen en deelnemen aan het debat.
Reacties - klik hier
Als ingelogde bezoeker kan u hier de reacties lezen en deelnemen aan het debat.