fbpx


Buitenland

Het Brahman, de Boeddha 

Boeddha
Titel
In de ban van Boeddha en Brahman
Auteur
Jan Van Eycken
Uitgever
Davidsfonds
ISBN
9789059089130
Onze beoordeling
Aantal bladzijden
254
Prijs
€ 24.99
Koop dit boek op doorbraakboeken.be

Over het Brahman of de Boeddha kan men nu terecht bij katholiek parochiepriester Jan Van Eycken, bevoegd voor interreligieuze dialoog in diversiteitskruispunt Brussel. Zijn boek In de ban van Boeddha en Brahman is een opstapje naar interreligieus begrip. Buddha betekent 'de ontwaakte', bijnaam van Siddhārtha Gautama. Brahman is onzijdig, 'het groeiende', 'het maximum' (verwant met 'berg'), daadwerkelijk 'het absolute'. Dat begrip is gaandeweg verpersoonlijkt tot Brahmā, iconografisch een baardige geleerde met vier gezichten. In de ban van het Brahman en de Boeddha zou spraakkundig en chronologisch nauwkeuriger zijn, maar inhoudelijk…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Over het Brahman of de Boeddha kan men nu terecht bij katholiek parochiepriester Jan Van Eycken, bevoegd voor interreligieuze dialoog in diversiteitskruispunt Brussel. Zijn boek In de ban van Boeddha en Brahman is een opstapje naar interreligieus begrip.

Buddha betekent ‘de ontwaakte’, bijnaam van Siddhārtha GautamaBrahman is onzijdig, ‘het groeiende’, ‘het maximum’ (verwant met ‘berg’), daadwerkelijk ‘het absolute’. Dat begrip is gaandeweg verpersoonlijkt tot Brahmā, iconografisch een baardige geleerde met vier gezichten. In de ban van het Brahman en de Boeddha zou spraakkundig en chronologisch nauwkeuriger zijn, maar inhoudelijk is de titel goed gekozen.

Satī

Daarom is het jammer dat dit boek juist op mijn tafel moest komen. De gewone lezer zal er weinig fouts in vinden, maar een pezewevend specialist heeft er toch wat op aan te merken. Inzake het vandaag beleefde boeddisme, ook in eigen land, heeft de auteur zichtbaar wat kennis opgedaan. Aangaande het hindoeïsme maakt hij echter fouten.

Een voorbeeld is de terloopse bewering over satī (weduwenzelfverbranding): ‘Ook al is het bij wet verboden, die praktijk komt in India nog steeds voor.’ (p. 123) Toch niet: na het wettelijk verbod in 1829 is hij snel weggedeemsterd. Dat de (volgens getuigen vrijwillige) sati van Roop Kanwar in 1988 zoveel aandacht kreeg, was juist omdat de praktijk verder uitgestorven was.

Verder had de auteur erop kunnen wijzen dat de allereerste vermelding in de Ṛg-Veda meteen afkeurend was: de weduwe die zich op de lijkbrandstapel gezet heeft, wordt ertoe overhaald, haar man aan het dodenrijk over te laten en zelf naar de wereld terug te keren. We leren daar dat het gebruik al bestond (je kan de schuld niet op de moslim-invasies schuiven, zoals je in India hoort), maar dat de brahmaanse traditie het afkeurde. Alleen de martiale aristocratie, die bij hartstocht en heldhaftigheid zwoer, praktiseerde het. Voor multiculturalisten is deze alternatieve houding tegenover huwelijkstrouw trouwens geen probleem.

Swastika

De auteur wijdt ook een stukje aan de swastika, een geluksteken. Echter slechts in één draairichting: ‘Als de swastika in wijzerzin draait, wordt positieve energie gegenereerd; in het tegenovergestelde geval heeft de beweging een ongunstige betekenis.’ (blz. 251)

Dat is onjuist. Je vindt in Azië beide varianten met gelijke gunstige betekenis. Je kan immers de sterren in beide richtingen zien bewegen, naargelang noordelijk of zuidelijk halfrond. Het gelukbrengende zit hem niet in de draairichting, zoals een dansbeweging in beide richtingen plezier geeft.

Was er dan niets ongewoons aan de nazi-swastika? Jazeker: de zwarte kleur en de diagonale oriëntatie. Als weergave van de lichtende sterrenwenteling heeft de swastika waar mogelijk een vurige kleur: rood, oranje, geel. Gezien zijn eeuwigdurende wentelbeweging staat hij rechtop; dat is gemakkelijker vol te houden. Het wankel balanceren op één arm is de nazi-swastika na ocharme twaalf jaar te veel geworden.

Zelf 

Inzake de leer geldt dezelfde tegenstelling: onberispelijk wat boeddhisme betreft, maar minder nauwkeurig over het hindoeïsme. Bijvoorbeeld: ‘Waar het hindoeïsme de menselijke persoon (atman) op het einde van het leven één laat worden met het universum of de wereldziel (Brahman), wordt in het boeddhisme alles opgeheven in een toestand van leeg-zijn.’ (p.127)

Het levenseinde is geen beslissend moment: men ‘ontwaakt’ wanneer men ontwaakt, wat voor de meesten trouwens pas in een volgend leven zal zijn.

De Boeddha predikte de niet-duurzaamheid: het bestaande is samengesteld en zal weer uiteenvallen, de dingen hebben geen ‘geen zelf’. Die uitdrukking heeft tot spraakverwarring geleid. Ātman betekent eerst de dagelijkse eigen persoon: ‘hij wast zichzelf’. Het is in die zin dat de Boeddha het ‘zelf’ weergeeft.

Daarentegen abstraheerden de Oepanisjaden, ‘het kennisgedeelte van de Veda’s’, eeuwen eerder al uit dat gewone zelf een bijzonder begrip, het Zelf. Waar het zelf eigenschappen heeft (‘jezelf zoeken’), heeft het Zelf er geen: het is ‘niet zus, niet zo’. Het oepanisjadische Zelf is identiek aan de boeddhistische Leegte.

Hindoeïsme ‘en’ boeddhisme zijn geen nevengeschikte entiteiten. De Boeddha stichtte slechts een monnikenorde, en beval uitdrukkelijk aan om de bestaande religie in ere te houden. Hij ging nergens tegenin, maar zocht een eigen antwoord op een reeds oude probleemstelling. Daartoe stapte hij in de voetsporen van voorgangers: de laatste stappen vóór de ‘uitwaaiing’ (nirvāṇa) waren aangeleerde meditatietechnieken. Zoals andere groten stond hij op de schouders van reuzen.

De Boeddha was een hindoe. De 19de-eeuwse gelijkstelling van de Boeddha tegenover de vedische brahmanen met Luther tegenover de pauselijke priesterstand, of met Jezus tegen de farizeeërs, dus de Boeddha als een ‘antivedische rebel’, is strijdig met de grondteksten. Die onjuiste voorstelling is tegenwoordig echter gemeengoed.

Karma

De auteur erkent dat verrijzenisleer en wedergeboorteleer diametraal verschillen. Het christendom beschouwt sterfelijkheid, gevolg van de erfzonde, als hét probleem, en Jezus’ ‘overwinning op de dood’ als de verlossing. De wedergeboorteleer daarentegen beschouwt onsterfelijkheid als vanzelfsprekend (‘sterven is als je kleren uittrekken en er morgen nieuwe aantrekken’) en wil ons van het eeuwige incarneren bevrijden. Toch ziet hij een gelijkenis tussen het Achtvoudige Pad en de Bergrede: beide streven naar ‘een positieve eindtoestand’ (p.130, Hans Küng citerend). Arthur Schopenhauer zag de erfzonde als het enige goede bijbelse leerstuk, omdat het ons bestaan problematiseert en ons naar bevrijding oriënteert.

Een andere gelijkenis is het moralisme: goede daden worden uiteindelijk beloond, slechte gestraft. Ziedaar karma, ‘werking op afstand’, ‘wet van oorzaak en gevolg’: een slechte daad bewerkt een voor de dader negatief gevolg. Dat is niet vanzelfsprekend, we zien regelmatig misdadigers gedijen en rechtvaardigen lijden. Daarom wellicht smokkelt zowel christendom als wedergeboorteleer dat vereffenende resultaat weg naar een leven na de dood: ofwel het hiernamaals, ofwel een volgende geboorte.

Maar kritiek ten gronde vind je in dit boek niet. Het gaat vooral om de gelijkenissen of tegenstellingen met de christelijke opvatting, ongeacht of deze juist bevonden wordt. Zelfs waar die verschillen om inhoudelijke kritiek vragen (de karmawet veronderstelt bijvoorbeeld een intinsiek rechtvaardige wereld die automatisch de schulden vereffent, wat twijfelachtig is), vermijdt de auteur zulke diepgang. Dat is een euvel van interreligieuze dialoog: men bederft de gezellige sfeer niet met polemieken.

Koenraad Elst

Koenraad Elst is orientalist en auteur van een dertigtal boeken.

Dit artikel delen of afdrukken




Commentaren en reacties


Kijk vooraf even op onze Spelregels en technische problemen
Reacties - klik hier
Talk

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *