In zijn opiniestuk over vijf jaar Charlie Hebdo en de oprukkende censuur heeft Julien Borremans het over ‘de lafheid van de intellectuelen’.  Hij citeert me daarbij fout uit een interview op Radio 1:

‘Joris Vermassen [neemt] in het interview zelf een bocht en zet zich af tegen de “agressieve, beledigende cartoons over Mohammed”, die o.a. in de Deense krant Jyllands-Posten werden gepubliceerd: “Deze cartoons kwetsen nodeloos en spelen extreemrechts in de hand.”’

In het interview veroordeel ik de krantencartoons van Jyllands-Posten nergens, wél de mohammedcartoonwedstrijd van Geert Wilders, die enkel het politieke doel van zijn anti-islampartij dient.

Ik vertel hoe moeilijk het als cartoonist is om nog gewoon een leuke cartoon over de profeet te maken in dit gepolariseerde landschap: politiek-correct links en conservatief-religieus stellen deze cartoons voor als agressief en provocatief, (extreem-)rechts zet ze gericht in als een wapen in een ideologische strijd. Nergens veroordeel ik mohammedcartoons in het algemeen.

Een cartoonist doorprikt in zijn tekeningen de symbolen van de macht, en daar hoort de profeet bij. Na de aanslag op Charlie Hebdo heb ik mijn angst overwonnen en voor de krant een leuke spotprent over de profeet gemaakt. In het radiogesprek heb ik het over een ‘respectvolle mohammedcartoon’.

Advertentie

Dat is echter niet genoeg voor rechtse hardliners; je moet de profeet bij voorkeur als een moordenaar of kinderverkrachter afbeelden. De nuances die ik maak, passen kennelijk niet in Borremans’ zwart-witwereld van lafaards en helden. In mijn boek Heilige Tekst, Goddeloos Beeld analyseer ik het taboe op de afbeelding van de profeet grondig en ga ik op zoek naar een verzoening, zonder mijn artistieke vrijheid op te geven.

Meneer Borremans’ vooringenomenheid belemmert hem het zicht op deze complexe werkelijkheid. Hij is ‘werkzaam in het onderwijs’; hij zou dus moeten weten hoe je bronnen correct citeert. Het geeft te denken over de toestand van het onderwijs, en over het niveau van zijn stukken.