Actualiteit, Binnenland
Reekmans - Crombez

Reekmans (LDD) en Crombez (sp.a) openen debat intercommunales

Opmerkelijk: sp.a-voorzitter John Crombez schreef het voorwoord in het boek De Vlaams ziekte van Peter Reekmans, burgemeester van Glabbeek en ondervoorzitter van LDD. Twee ideologische tegenpolen die het samen eens zijn: de intercommunales moeten worden aangepakt.

Terwijl aan de overkant van de taalgrens het politieke niveau van de provincies en een twintigtal intercommunales zullen verdwijnen, hopen de regeringspartijen in Vlaanderen dat de storm is overgewaaid. ‘Wallonië heeft met haar nieuw regeerakkoord begrepen dat er een sense of urgency is, Vlaanderen niet’, zegt Peter Reekmans. ‘John heeft het wél oprecht begrepen. Nu moet de publieke opinie de Vlaamse partijen kleur zien te bekennen.’

Een groot deel van het boek De Vlaamse ziekte is gebaseerd op de dossierkennis die Reekmans als meest actieve Vlaams Parlementslid in de vorige legislatuur heeft opgebouwd. Met zijn zelf opgerichte lokale Dorpspartij werd Reekmans in 2012 burgemeester. In zijn eerste boek Dorpstraat-Wetstraat (Doorbraak Boeken, 2016) rekende hij af met de particratie, waar hij als jongerenvoorzitter van de VLD al snel mee kennismaakte. In het boek De Vlaamse ziekte legt Reekmans nu de koehandel van mandaten en het spinnenweb van intercommunales bloot.

Doorbraak: Begin 2017 braken in Wallonië met Publifin de schandalen uit. Wanneer bent u precies begonnen met het boek?

Reekmans: ‘In februari zei minister van Binnenlands Bestuur Liesbeth Homans (N-VA) in De zevende dag dat er in Vlaanderen geen probleem is. Dat gaf voor mij de doorslag om dit boek te schrijven, want ook hier zijn er wantoestanden. Homans nam de woorden “Waalse ziekte” in de mond, vandaar de titel van mijn boek.’

Sommige politici weten waar het over gaat, maar ik ben de enige die erover wil praten. Zelfs Nederlandse journalisten vroegen mij om de complexiteit van de intercommunales uit te leggen.’

Naast een inleiding van V-Kamerlid en professor Hendrik Vuye schreef opvallend genoeg ook John Crombez een voorwoord.

Reekmans: ‘Ik had het voorwoord ook door Jean-Marie Dedecker kunnen laten schrijven, om eens goed af te geven op de traditionele partijen. Maar dat was de bedoeling niet.’

Wat wil u met dit boek bereiken?

Reekmans: ‘Ik wilde de intercommunales in kaart brengen, want veel partijvoorzitters en politici weten niet wat er allemaal gaande is. Tegelijk is door allerlei schandalen het wantrouwen tegenover de politiek alleen maar gestegen. Daarom moeten we nu met een blanco blad het debat durven te openen. Dat is de belangrijkste reden waarom zowel iemand van de linkerzijde, John Crombez een voorwoord schreef als iemand van de rechterzijde, Hendrik Vuye.’

(Gaat door) ‘Er zijn vier problemen. Eén: de mandatencultus. Politici graaien, maar het management van bijvoorbeeld Eandis en Intermixt doen óók mee. Waar het grote geld ligt, zitten straf genoeg steeds dezelfde namen.’

‘Twee: intercommunales nodigen schepenbesturen uit om allerlei evenementen bij te wonen: voetbalwedstrijden, Waregem Koerse, de Ronde van Vlaanderen … Je wil niet weten welke uitnodigingen ik allemaal in mijn brievenbus krijg. Als er vervolgens in intercommunales een statutenwijzigingen komt, wie gaat daar dan tegenstemmen?’

‘Drie: intercommunales zijn een deel van hun intergemeentelijke samenwerking verloren en doen aan concurrentievervalsing. Mijn voorgangers hebben twaalf jaar geleden een akkoord afgesloten bij de afvalintercommunale Ecowerf. De kostprijs daarvan is veel te duur, maar ik ben gebonden aan een contract van achttien jaar. Intergemeentelijke samenwerking moet leiden tot een goedkopere dienstverlening en dat is vandaag niet het geval. Energie, drinkwater, afval … ze zijn alleen maar duurder geworden. De distributiekosten voor gas en elektriciteit zijn in Vlaanderen met maar liefst 152% gestegen. In Wallonië en Brussel zijn ze daarentegen met respectievelijk 40% en 20% gedaald.’

‘Vier: de in-houseconstructies moeten verdwijnen. Gemeenten die bijvoorbeeld geen zwembad kunnen betalen gaan dikwijls via zogenaamde groepsaankopen buiten de begroting. Tegelijk kunnen ze de wet op overheidsopdrachten omzeilen, dat zou je zelfs passieve corruptie kunnen noemen.’

Crombez: ‘Ik ben voor een sterke publieke dienstverlening. Vandaag gooit men alles op één hoop. Er zijn heel wat intercommunales die goed werk leveren, maar het frut moet weg. Veel lokale politici werken hard en worden vandaag in één adem genoemd met diegenen die profiteren van een systeem dat volledig scheef zit. Ik stel daarom voor om het systeem aan te pakken. Minder structuren. Minder mandaten. Totale transparantie.’

Meneer Crombez, u werkte acht vuistregels uit in uw voorwoord. Zou u die ook hebben voorgesteld mocht u het voorwoord niet geschreven hebben?

Crombez: ‘Ja. Mijn ideeën komen niet uit de lucht gevallen. Toen in 2011 Sven Gatz als fractieleider van Open Vld in het Vlaams Parlement opstapte om directeur van de Federatie van Belgische bierbrouwers te worden, was ik de eerste die zijn opzegvergoeding van 300.000 euro aankaartte. Niemand heeft een opzegvergoeding wanneer hij zelf zijn werkgever verlaat, maar parlementsleden hadden dat wel. Ik heb me met die kritiek dus niet populair gemaakt onder politici. Veel valt met moeite te ontrafelen, want alles is vertakt en verweven. Daarom zeg ik: maak het eenvoudiger. Bij mijn voorstel zal een parlementslid klaar en duidelijk 5.000 euro per maand verdienen. Combineren ze meerdere mandaten, dan zullen ze niets meer ontvangen.’

In het hoofdstuk ‘De spinnen in het intercommunaleweb’ zitten enkele spa.’ers uit Limburg waaronder Walter Cremers, schepen in Lommel en burgemeester van Lommel Peter Vanvelthoven. In uw voorstel mag Vanvelthoven niet meer cumuleren als Kamerlid. Hoe krijgt u zulke partijgenoten overtuigd van uw pleidooi?

Crombez: ‘De leden hebben die de decumul vorig jaar op ons congres beslist. Bij sp.a is er zeer veel gebeurd in anderhalf jaar tijd: een decumul, een loonplafond, een beperking van het aantal mandaten, een volledige publicatie van alle mandaten … Dat is ook dankzij de leden. Zij zijn samen met mij overtuigd dat we op een andere manier aan politiek moeten doen in Vlaanderen en we zijn begonnen bij onszelf.

N-VA-voorzitter Bart De Wever zegt: met een decumul creëer je nog meer politici.

Crombez: ‘Dat klopt niet, want in het boek stel ik drie principes voor: vereenvoudiging, vermindering van mandaten en structuren en controle.’

U stelt maximum tien onbezoldigde mandaten per iedere intercommunale voor. Als de vergoeding achterwege blijft, maakt het aantal mandaten dan uit?

Crombez: ‘De Vlaamse regering korte het aantal mandaten in tot vijftien per intercommunale, terwijl onze fractieleider Joris Vandenbroucke een voorstel indiende voor maar tien mandaten. In een bestuur met 40 man zijn het vandaag de groten die alles voor het zeggen hebben. Bij tien of vijftien mandaten moet er een zekere vertegenwoordiging zijn van de kleine gemeenten en kunnen ze stem- en vetorechten krijgen.’

Peter Reekmans stelt voor om enkel de bevoegde schepen af te vaardigen, zonder zitpenning.

Crombez: ‘Door onze mandatenbeperking is er binnen de partij al redelijk wat herschikt. Daarbij hebben we ook mensen aangezocht op basis van hun expertise. Ik vind het niet slecht dat deze mensen die geen beroepspolitici zijn ook aan de beslissingstafel mogen zitten. Intergemeentelijke samenwerking gaat bovendien breder dan intercommunales. Op dat vlak kijken we ook naar personen buiten de politiek.’

Reekmans: ‘Natuurlijk moeten zij ook controleerbaar blijven. Bijvoorbeeld een Tony Coonen (sp.a), de ex van ex-burgemeester van Hasselt Hilde Claes, is een van de spinnen in het intercommunaleweb. Niemand kent hem, hij deed nooit mee aan verkiezingen en hij hoeft zijn mandaten niet aan te geven, dat mag niet de bedoeling zijn.’

In het boek staat ook dat Peter Vanvelthoven in 2013 een vennootschap oprichtte om zijn zitpenningen te kunnen factureren. In 2016 doekte hij die weer op. Meneer Crombez, hebt u daar op aangestuurd?

Crombez: ‘Neen. Ik wist het pas toen zijn vennootschap al was opgedoekt.’

Kijkt u in uw partij naar buitensporigheden?

Crombez: ‘Wij hebben duidelijke regels gestemd in onze statuten: een loonplafond, een beperking van het aantal mandaten en transparantie. Deze worden ook gecontroleerd.’

Reekmans: ‘Ook minister Steven Vandeput (N-VA) factureerde als Kamerlid op naam van zijn bouwbedrijf. Zo profiteert zijn familie, waarvan enkelen medevennoot zijn, van die zitpenningen.’

Crombez: ‘Freya Van den Bossche heeft als Vlaams minister van Energie meer dan 800 mandaten geschrapt. Alleen is het moeilijk om te hervormen als niet alle partijen meedoen, omdat ze er bijvoorbeeld minder last van hebben omdat het van hun afglijdt.’

Reekmans: ‘Sinds 2009 levert N-VA de minister van Binnenlands Bestuur die verantwoordelijk is voor de intercommunales. De partij zegt dan wel dat ze van binnenuit het systeem wil hervormen, maar sinds 2012 hebben ze voor zichzelf alleen maar extra mandaten gecreëerd.’

N-VA is de vierde traditionele partij van Vlaanderen geworden. Mijn zwaarste kritiek is dat ze eerst de Vlaamse problemen probeerde te ontkennen. Homans wist hoe het eraan toe ging, want ze zat als schepen in Antwerpen twee jaar in Finea, een investeringsintercommunale in een van de Eandis-onderdelen. Vervolgens klaagt Homans dat de besturen tegenwerken om de intercommunales in kaart te brengen. Het is onbegrijpelijk dat ze niet meer moeite doet. Er zitten voldoende N-VA’ers in intercommunales, dus ze weet goed genoeg waar het over gaat. Als N-VA toen de schandalen uitbraken écht een grote kuis had gehouden, denk ik zelfs dat ze een pak populariteit gewonnen zouden hebben.’

Meneer Crombez, na het Publifin-schandaal liet u in de pers meermaals weten de partijvoorzitters te hebben gecontacteerd om het systeem aan te pakken. Tot nu toe is daar geen antwoord op gekomen.

Crombez: ‘Ik heb ze aangeschreven en gemaild. Toen er bepaalde dingen naar boven kwamen zei ik dat we een cascade zouden krijgen van individuele voorbeelden uit alle partijen. Er moeten oplossingen komen. Een andere manier van aan politiek doen en dat zal alleen gebeuren als de partijen het systeem aanpassen.’

Reekmans: ‘Bart De Wever is intelligent genoeg om te weten dat hij beter zelf de regie in handen zou nemen.’

Moet je de intercommunales niet in een ruimere politieke cultuur zien die vernieuwd moet?

Crombez: ‘Onze minst bekende maar misschien meeste ingrijpende regel is: in de top drie van de kieslijsten moet altijd iemand staan die nog niet in het parlement gezeteld heeft. De kunst is om een goed evenwicht te vinden tussen vernieuwing en ervaring.’

Reekmans: ‘Je blijft jezelf niet heruitvinden. Als parlementslid voelde mijn vierde jaar aan als gewenning.’

Dorpstraat-Wetstraat, het eerste boek van Peter Reekmans, werden ontevreden burgers aangerand om in hun gemeenten het heft in eigen handen te nemen. Hoe lukt dat op bovenlokaal niveau, waar het veel moeilijker is om met een lijst op te komen?

Crombez: ‘Ik ben al heel lang voor één Vlaamse kieskring. Dat zou ook gunstig zijn om nieuwe en kleine partijen makkelijker in het parlement te kunnen krijgen. Iedereen spreekt over een federale kieskring, maar we hebben zelfs geen Vlaamse kieskring. PVDA is tegen minder parlementsleden vanwege de kiesdrempel, maar ze zou beter voor een bijkomende Vlaamse kieskring pleiten.’

Reekmans: ‘Moest die Vlaamse kieskring er zijn, dan staat LDD er vandaag weer.’

 

Bestel De Vlaamse ziekte bij Doorbraak Boeken

Kom naar de boekvoorstelling op woensdag 20 september.

 

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans