Binnenland, Politiek
grondwet

Regeringsvorming met tijdvenster

‘De grondwet stelt in artikel 46 dat een periode van twintig dagen na de verkiezingen moet volstaan om de regeringsploeg te vormen.’

Alvorens uw exemplaar van de Belgische grondwet uit de boekenkast te halen om u ervan te vergewissen of dat er werkelijk staat: neen, het staat er niet. Grondwetsartikel 46 handelt over het recht van de Koning om de Kamer van Volksvertegenwoordigers te ontbinden, niet over de federale regering, laat staan de vorming ervan.

Blijft de vraag hoe het mogelijk is dat op bladzijde 378 van het handboek Politicologie. Inleiding tot de politieke wetenschappen van Carl Devos (red.), althans in de eerste en blijkbaar enige uitgave van 2005, niettemin staat te lezen dat volgens artikel 46 van de grondwet twintig dagen moeten volstaan om een regering te vormen – én de vraag of het al met al niet wenselijk zou zijn een tijdvenster voor de vorming van de federale regering in onze grondwet op te nemen.

Israël

Er zijn inderdaad staten waar de regeringsvorming aan een vervaldag is gebonden, zoals de internationale politieke kalender er ons deze dagen aan herinnert.

In Israël bepaalt een basiswet dat de president er, op advies van de politieke partijen, een lid van de Knesset mee belast een regering te vormen. De kandidaat-premier heeft daar welgeteld 42 dagen de tijd voor. Slaagt hij niet in zijn opdracht, kan de president zo dikwijls als dat nodig is of hij wenselijk acht een andere kandidaat aanwijzen, die eveneens over een tijdslot van 42 dagen beschikt.

Na de verkiezingen van 9 april heeft president Reuven Rivlin aftredend premier Benjamin Netanyahu (Likoed) tot ‘formateur’ aangewezen. Het lukte hem niet om binnen de 42 dagen een coalitie op de been te brengen. Om te voorkomen dat Rivlin een andere kandidaat-premier aanwees, besliste een meerderheid van de parlementsleden, op aansturen van Netanyahu, de Knesset te ontbinden. Daardoor zijn er komende dinsdag (17 september) voor de tweede keer dit jaar parlementsverkiezingen.

Spanje

De Spanjaarden vernemen binnenkort of ze op 10 november weer naar de stembus mogen om de politieke impasse in hun land te (trachten) doorbreken. Volgens de grondwet stelt de koning, na raadpleging van de partijen, aan het Congres van Afgevaardigden een kandidaat voor het ambt van minister-president voor, die vervolgens het vertrouwen van het parlement moet krijgen. Indien de kandidaat niet de absolute meerderheid haalt, wordt de stemming overgedaan en volstaat een relatieve meerderheid. Lukt ook dat niet, kan de koning een nieuwe kandidaat voordragen. Wanneer twee maanden na de eerste investituurstemming geen enkele kandidaat de vereiste steun heeft gekregen, is hij verplicht het parlement te ontbinden en verkiezingen uit te schrijven.

Sinds de vervroegde verkiezingen van 28 april wist aftredend en kandidaat-minister-president Pedro Sánchez (PSOE) een absolute noch een relatieve meerderheid van de parlementsleden achter zich te krijgen. Vorige dinsdag is een nieuwe poging om met de links-populistische Podemos tot een akkoord gekomen op de klippen gelopen. Op 23 september verstrijkt de termijn van twee maanden na de eerste investituurstemming. Als er dan nog geen regering is, komen er op 10 november nieuwe verkiezingen.

Woord aan de kiezer

De filosofie achter de Spaanse regeling is duidelijk én democratisch: als de politici er niet in slagen binnen een redelijke termijn na de verkiezingen een bestuurscoalitie te vormen, is het woord opnieuw aan de kiezer (in Israël is bij een slepende patstelling parlementsontbinding mogelijk maar niet voorgeschreven; Netanyahu heeft van die mogelijkheid zeer snel – en ietwat oneigenlijk – gebruik gemaakt). Onderliggend is de verwachting dat het vooruitzicht op nieuwe verkiezingen er de politieke klasse toe kan aanzetten uit de partijloopgraven te komen en ter wille van het algemeen belang haar ‘job’ te doen.

Zou het in België, het land van de lange formatieprocessen, niet wenselijk zijn een gelijksoortige regeling in de grondwet op te nemen? Sinds 26 mei is geregeld te horen of te lezen dat enkel externe druk schot in de coalitievorming kan brengen. Maar is ‘constitutionele’ druk van een tijdvenster niet te verkiezen boven pressie van de financiële markten, zoals in 2011, of een andere externe dreiging?

In ons constitutioneel bestel heeft de koning de ‘regie’ van de federale regeringsvorming, maar hij staat daar vrij machteloos in. Met de mogelijkheid een formateur aan te wijzen die over een beperkte tijdsperiode beschikt, zou hij een instrument in handen hebben om politici tot spoed aan te zetten (het tijdslot geldt uiteraard enkel voor de formatieopdracht, niet voor de voorafgaande adviesronde van het staatshoofd).

Ook het perspectief – de dreiging, zo u wil – van nieuwe verkiezingen kan er de partijen toe aansporen datgene te doen waarom ze aan verkiezingen deelnemen: een regering vormen en regeren. Wanneer ze daar binnen een redelijke termijn toch niet in slagen, vraagt het democratisch fatsoen opnieuw naar de kiezer te gaan.

Mark Deweerdt

Mark Deweerdt (1952) was journalist bij De Standaard en De Financieel-Ekonomische Tijd/De Tijd, en schreef als kabinetsmedewerker toespraken en teksten voor Yves Leterme, Kris Peeters, Herman Van Rompuy en Geert Bourgeois.

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Mark Deweerdt?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans