fbpx


Religie

Rik Devillé: ‘Er is hoop waar er geen priester meer is’



Aangeboden door deze bibliotheek


Dit plus-artikel wordt u aangeboden door deze bibliotheek die voor u een abonnement nam.

Vindt u het interessant? Neem dan vandaag uw eigen gratis proefabonnement van 30 dagen.



Rik Devillé (77) is priester op rust. Jarenlang was hij de priester die de Belgische bisschoppen op hun verantwoordelijkheid wees in verband met het seksueel misbruik in de kerk. Hij schreef er een dik boek over: In de naam van de Vader. Daarin vertelt hij tientallen verhalen en ook zijn verhaal. Hoe hij werd tegengewerkt door de kerk, werd weggezet als een nestbevuiler, maar finaal gelijk kreeg. Er is de jongste jaren dan ook veel veranderd in de kerk als…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Rik Devillé (77) is priester op rust. Jarenlang was hij de priester die de Belgische bisschoppen op hun verantwoordelijkheid wees in verband met het seksueel misbruik in de kerk. Hij schreef er een dik boek over: In de naam van de Vader. Daarin vertelt hij tientallen verhalen en ook zijn verhaal. Hoe hij werd tegengewerkt door de kerk, werd weggezet als een nestbevuiler, maar finaal gelijk kreeg. Er is de jongste jaren dan ook veel veranderd in de kerk als het over seksueel misbruik gaat. Devillé voelt bij de huidige bisschoppen veel meer openheid en luisterbereidheid.

Seksueel misbruik

Rik Devillé: ‘Achteraf gezien heb ik veel energie moeten steken in het aanvaarden van of het wegkijken van. Mochten de kerkleiders gewoon naar de slachtoffers geluisterd hebben en ze ernstig genomen, we hadden nu verder gestaan. Hoe meer afstand je neemt, hoe meer je ziet hoe men toen dacht: dat raakt ons niet, we staan daar boven, niemand zal dat geloven. Dat zit echt in de hoofden van pastoors: “Niemand gelooft dat, een pastoor doet dat niet”. Ik werd als nestbevuiler afgeserveerd. Wij werden in Kerk en Leven afgemaakt. Zonder kans op een wederwoord. Dat was niet nodig zei Toon Osaer, de hoofdredacteur toen. En pas op, in die tijd kwam dat blad in zo goed als elke Vlaamse huiskamer.’

Hoe kon u in dergelijke omstandigheden als priester in een parochie blijven functioneren?

‘Dat heb ik ook nooit begrepen. Ik wist vanbinnen dat ik juist was. Er werd me gevraagd waarom ik niet wegging. Maar dat was de makkelijkste optie. Dan moesten zij hun verantwoordelijkheid niet meer nemen. Een buitenstaander mag de kerk kapot maken. Dat is een vijand. Dat is makkelijk. Maar ik wou de kerk niet kapotmaken en ik was geen buitenstaander. Iedereen mag komen kijken naar de parochie waar ik gewerkt heb. Ik heb het er niet kapotgemaakt. Die parochie leeft, al hebben ze al 11 jaar geen pastoor meer.’

Volgt u dat nog op, want seksueel misbruik in de wereldkerk is nog geen afgesloten hoofdstuk.

‘Het is merkwaardig te zien hoe altijd hetzelfde patroon terugkeert. Het begint altijd met de ontkenning, er zijn geen cijfers er is niets aan de hand. “Bij ons is dat niet”, klinkt het dan. Tot er toch een klein groepje blijkt te zijn. Die zet men dan weg als een kleine groep, “ach twintig slachtoffers, een kleine groep, dat stelt niets voor, zie je wel, bij ons bestaat dat niet”. Jaren later blijkt het over duizenden en duizenden te gaan. Zo ging het ook in Duitsland, in Frankrijk of in de VS en Ierland of hier. Veel slachtoffers zijn er al van de jaren ’60, ’70, tot ’90 en verder.’

In Uw boek In de naam van de Vader verzamelde u vele verhalen. Verhaal op verhaal op verhaal, het ene al schrijnender en bijtender dan het andere.

‘(onderbreekt) Dat was mijn bedoeling. Dit is maar 10% van wat ik weet en ik weet maar een fractie van wat er gebeurd is. Het was niet makkelijk om dat boek uit te geven. Een uitgever vinden voor een religieus boek is al hopeloos. Zeker als het niet in de kerk zelf kan gelezen worden. In mijn eerste boek, De laatste dictatuur, staat geen halve zin over seksueel misbruik. Ik wist dat toen ook nog niet. Ik wist niet meer dan wat er in de kranten stond.’

‘Toen schreef ik een boek over “er is iets rot in de kerk”. Het was mijn ervaring sinds mijn seminarietijd in de jaren ’60. Tijdens het concilie. We zijn nog met de Tridentijnse ritus binnengekomen en na een paar jaar stonden we met de rug naar het tabernakel. Ik moest nog een ingangsexamen doen omdat ik geen Latijn gevolgd had. Dat was het eerste jaar dat het mogelijk was. We waren met twee. We zouden tijdens onze opleiding extra lessen Latijn krijgen. Maar uiteindelijk mochten we de gewone lessen volgen. Het concilie vorderde en ik heb nooit nog Latijn moeten leren.’

Het concilie

Het was een tijd dat in de kerk het gevoel leefde dat alles mogelijk was.

‘Wij zaten in het eerste jaar op het seminarie en kardinaal Leo Suenens kwam ons toespreken. Ik heb altijd het zinnetje onthouden: “De priester van de jaren ’90 zal een man zijn in de wereld, van de wereld en met de wereld”. Kan je je dat voorstellen in 1963? Het is zo geworden en hij zag het.’

Heeft de kerk daar geen enorme kans gemist?

‘Nu proberen ze te doen wat ze toen hadden moeten doen, maar het is voorbij. Ze hadden het concilie moeten uitvoeren. Hoe belachelijk achterhaald is het dat paus Franciscus nu pleit voor een synodale kerk? Wij zijn ooit op het matje geroepen omdat we “de synodale katholieken” hadden opgericht. Toen waren er jonge onstuimige groepen in de kerk. De synodale katholieken werden direct in De Standaard afgebroken door de woordvoerder van kardinaal Danneels. Nu juicht men toe dat de paus dat doet, maar het is te laat.’

Wat moet er dan wel gebeuren?

‘Het zou van onder moeten komen. Maar er is geen vanonder meer. Het is te laat. De enige die het nog kan doen is de Paus. Maar die kan het niet. Ik zag in de krant onlangs een foto van Brugge, waar ze een nieuwe kerk willen bouwen. Heb je de groep gezien die dat project moet waarmaken? Hoeveel daarvan zijn gepensioneerden? Het is een oude-mannenzaak. Vrouwen zie je er amper op. Dat is de kerk.’

Dat klinkt vrij wanhopig toch?

‘Je kan de zaken niet aanpakken als je de realiteit niet ziet. Dat was zo met het seksueel misbruik in de kerk. Dat is nu ook zo. Je kan een probleem niet oplossen als je altijd probeert om er in een bocht rond te gaan, om gezichtsverlies te vermijden. Er zijn problemen. Het concilie had dat gezien.’

Waarden van de kerk

Kardinaal De Kesel zegt in zijn recente boek dat de cultuur ontchristelijkt is en de  kerk moet zich aanpassen.

‘Maar dat kan niet. Het christendom heeft specifieke elementen die heel belangrijk zijn voor de samenleving. Zoals uzelf niet centraal stellen maar de medemens, de andere naar boven halen, perspectief geven, hoop, vertrouwen, met elkaar leren omgaan ook al zijn mensen anders, vergeving ook. In de samenleving zijn dat waarden die verloren gaan. Ook het financiële. Geld is een middel, maar tegenwoordig is dat een economie, het dient alleen maar om rijk te worden. Op die waarden kan de kerk niet toegeven.’

Maar de kerk krijgt die waarden niet meer verkocht aan de samenleving, is het dat?

‘Tja waarom niet? Omdat de kerk altijd met zichzelf bezig is. Nog altijd. Ik heb het ooit gezegd. Hoe verder we afstand nemen van het concilie, hoe hoger de mijters worden van de bisschoppen.’

Terwijl je toch ziet dat de kerk veel pracht heeft achtergelaten. Een bisschop die een vormsel komt toedienen, dat is niet meer met staf en mijter.

‘Dat is waar, maar dat is het niet. Hij hoeft daar niet te komen. Omdat de Geest iets is van de gemeenschap. Op Pinksteren zaten de apostelen samen, ontgoocheld, maar samen. De Geest kwam niet over een van hen, die dan de baas was. Hij kwam over hen als gemeenschap. Een kerk is een tafel.’

‘Monseigneur De Bie kwam ooit naar een viering in onze parochie rond een initiatief om mensen met een beperking meer bij de kerk te betrekken. We hadden voor die viering een orkest van mensen met een beperking, echt tof. De Bie komt in de kerk om voor te gaan en hij zocht naar de stoel van de voorganger. Wij hadden dat niet. De priester en de lectoren, zitten in de rij rond de tafel. Dus ik zeg: “Monseigneur, er zijn stoelen genoeg”. Hij is niet voorgegaan. Hij kon niet, er was geen stoel. Ik verwijt die man dat niet. Die kwam in een andere wereld en was verloren.’

Nu hoor je dat veel gemeenschappen verloren zijn omdat ze geen priester meer hebben.

‘Dat is heel dom. Gelukkig is de priester daar weg. Dan kan je beginnen.’

Zegt een priester.

‘Maar het is zo. Ik kan enkel uit mijn ervaring spreken. Kijk naar heel dat gedoe rond het geld van Poverello. Ook in de kerk zijn de financies sinds 2020 gecentraliseerd. Alle eigendommen van parochies worden centraal gecontroleerd. Wat de parochies doen, moet passen in de beleggingsstrategie van het bisdom. Dat houdt geen rekening met de noden van de plaatselijke gemeenschap. Neen, die volgen een eigen logica. Zo gaat dat met Poverello en het Raffaëlproject in Brussel. Het bisdom neemt dat over. En zij passen dat in het Bethlehemproject, maar wat is dat? Het is Herodes die komt zeggen wat ze in Bethlehem moeten doen in plaats van te luisteren naar wat de mensen van Bethlehem willen.’

Kerk en geld en seks

Het is het typische cliché, de kerk is uit op geld.

‘Het spijt me, maar het is zo. Zoals kerk en seks is er ook kerk en geld. Maar dat ze zelfs financieel de dynamiek van een parochie doden, dat gaat toch te ver. Kerk van boven uit, dat werkt niet.’

Je kan ook zeggen dat de kerk als goede huisvader verstandig met de financiën moet omgaan.

‘Als goede huisvader ja. Maar een goede huisvader die ziet het als zijn kinderen misbruikt of verkracht worden. Die neemt het voor zijn kinderen op, beschermt hen. In dat financieel probleem is dat hetzelfde. De gelden worden niet gebruikt voor de armen. “Het past niet in onze beleggingsstrategie.” Wat zijn de doelen? Meer geld? Waarvoor? Wat hebben ze allemaal uitgevonden om de slachtoffers van seksueel misbruik in een slecht daglicht te zetten? Ze doen hetzelfde met de armen die ze zouden moeten helpen.’

Hoe is de kerk zo een gesloten gemeenschap geworden?

‘Dat is niet te snappen, het zou iets open moeten zijn. Die kerkdeur moet open zijn, toch? Dat mensen binnen en buiten kunnen. Een onthalende ruimte moet het zijn. Maar het is te laat.’

Frédéric Martel schreef Sodoma, een boek over homoseksualiteit in de kerk. Is homoseksualiteit een olifant die in de kerk staat en waar iedereen over zwijgt?

‘Het is zo, het zit van Rome tot hier. Volgens onderzoeken zou 80 tot 85 procent van de priesters homoseksueel zijn. Maar ook hier wordt gezwegen. Je ziet hetzelfde mechanisme: “dat is allemaal niet waar”. Het celibaat speelt daarin een rol, dat trekt een bepaalde groep mensen aan. Mensen die de kans grijpen om op een bepaalde manier de uitdagingen in het leven uit de weg te gaan en onvolwassen te blijven. Priester zijn is ook een kans om “de meneer” te zijn. Vroeger meer dan nu, maar binnenkort opnieuw meer dan nu. Er komt een tijd op ons af, met minder priesters, maar die zijn dan zo gevormd dat het opnieuw erger wordt.’

Geen basis meer

Dan zegt u dat de toekomst aan de conservatieven in de kerk is?

‘Dat is duidelijk. Er zijn nog een paar bisschoppen van vroeger, maar de nieuwe generatie haat het concilie. Dat is ook geen oplossing.’

Wordt dat conservatisme gedragen aan de basis?

‘Er is geen basis meer. Nog een paar meelopers. Er is daardoor een groeiend probleem voor de jeugd. Er is sektevorming binnen de kerk. De kerk wordt zelf bijna een sekte, omdat ze verdoken begint te leven. “De wereld begrijpt ons niet meer. Wij zijn de kleine heilige rest. De goeie.” Je ziet het gebeuren in Nederland. Vlaanderen is altijd wat achter, maar hier begint het ook al. Ik kan enkel hopen dat het stuiptrekkingen zijn. Je zal maar de ouders zijn van een dochter van 16 die een geheimpje heeft, ze is met Jezus getrouwd. Ze mag dat thuis pas vertellen na haar 18. Dat gebeurt vandaag. Er zijn ouders die bang zijn om hun kinderen naar de catechese te sturen omwille van wat er allemaal verteld wordt.’

Wordt er onder priesters gesproken over de homoseksualiteit?

‘Maar nee, nooit. Weet je, het is een erg eenzaam bestaan. Als pastoor op pensioen gaan, dat is een verschrikking. Je hebt je hele leven als celibatair ingezet. Geen officiële relaties opgebouwd en dan moet je helemaal alleen ergens gaan zitten. Gelukkig is dat maar op 75. Ik ben op 65 met pensioen gegaan, zoals elke gewone burger. Dan hebben vele priesters nog tien jaar respijt. Sindsdien doe ik geen mis meer, ook niet in de familie. Ik doe het niet meer.’

‘In mijn vroegere parochie zijn er nu een 20-tal voorgangers, die vieren elke zondag de eucharistie. Dat heeft voorbereiding gehad. Ik ben in 2009 vertrokken. Maar dat is voorbereid van in de jaren ’80. Je kan zoiets niet voorbereiden op 10 jaar. Je kan dat niet vragen van christenen. Die zijn altijd gewoon geweest om de priester te zien als de man die Christus aanwezig bracht. Enkel hij kon de hocus-pocuswoorden uitspreken, met de juiste gebaren en de juiste blik op het gezicht. Een beetje voorovergebogen. Is dat Christus? Christus is aanwezig in de gemeenschap. Niet in de priester. Het is een gemeenschap. In een kerk moet een levende gemeenschap zijn. Wat zie je in de meeste kerken? Een trieste bedoening. 100 stoelen en hier en daar een mens die daar alleen zit. Pijnlijk.’

Is er nog hoop?

Is er nog hoop? Het is Kerstmis, ik wil graag positief eindigen.

‘Ja er is hoop, op al die plekken waar geen priester meer is. Waar een gemeenschap aan haar lot is overgelaten, om het Oud-Testamentisch te zeggen. Waar mensen samen dromen, waar ze die droom van het evangelie terug waar willen maken. Waar ze daar aan werken, ook ruzies krijgen, maar bezig zijn en elkaar waarderen.’

U lijkt het eerder ondanks, dan dankzij de kerk te zien.

‘Dat is het probleem, ze willen niet mee doen. Kijk naar rent-a-priest, spijtig genoeg niet in verbondenheid met de kerk. Ik heb het al aan bisschoppen gezegd: “Beschouw dat toch als een meerwaarde, die mensen komen op plekken waar jij niet meer kan komen”. Waar ze kerk en bisschop verguizen. Mensen die niet meer in een kerk kunnen komen omdat wat ze hebben meegemaakt te erg is. Maar die voelen bij de geboorte dat er iets meer is dan enkel: we hebben een kind gemaakt. Ook: we hebben een kind gekregen. Ze voelen dat, het is niet van ons, maar we mogen het koesteren en dragen.’

Rent-a-priest kan helpen het weefwerk te herstellen. Zij doen een eerste stap, maar de kerk reageert met: “het kan niet, het mag niet”. Tot de juf in de klas bij de eerste communie tegen alle kinderen zegt: “Dat kind is niet goed gedoopt”. Waarom is dat allemaal nodig? Gelukkig zijn er ook bisschoppen die in alle stilte willen luisteren en zich zelfs excuseren dat ze zich zo hebben uitgedrukt. Ook dat bestaat. Gelukkig.’

Pieter Bauwens

Pieter Bauwens is sinds 2010 hoofdredacteur van Doorbraak