Advertentie
Actualiteit, Communautair
RIZIV-nummer

De Riziv-saga: ‘toerkes draaien’ op zijn Belgisch

Het wetsontwerp over de Riziv-nummers van minister Maggie De Block is deze week gestemd in de Commissie Volksgezondheid. Binnen enkele weken komt dit in plenaire vergadering. Hoe zit het nu met dit beruchte dossier?

Sedert 1997 organiseert de Vlaamse Gemeenschap een toelatingsproef voor artsen en tandartsen. De federale overheid heeft immers het aantal artsen en tandartsen die toegang hebben tot de sociale zekerheid beperkt. Jaarlijks wordt er een contingent aan Riziv-nummers vastgelegd. De toelatingsproef in de Vlaamse Gemeenschap is bedoeld om het aantal afgestudeerden af te stemmen op de beschikbare Riziv-nummers.

In de Franse Gemeenschap daarentegen is er pas sedert dit jaar een toelatingsproef. Er studeren jaar na jaar meer artsen af dan er Riziv-nummers zijn. Hoe lossen de Franstaligen dit op? Heel eenvoudig, ze doen beroep op toekomstige Riziv-nummers. Zo is in de loop der jaren een gigantisch overschot opgebouwd.

Gedurende twintig jaar hebben vele jonge Vlamingen hun droom om arts te worden moeten opbergen, daar ze botsen op een toelatingsproef. In de Franse Gemeenschap daarentegen is het ‘vrijheid blijheid’.

Het wetsontwerp-De Block

Positief is ongetwijfeld dat het wetsontwerp voor de toekomst een handhavingsmechanisme instelt. Het is niet meer mogelijk om zomaar toekomstige Riziv-nummers op te souperen. Dit kan omdat de federale overheid nog steeds bevoegd is om de toegang tot het beroep van arts en de uitoefening ervan te regelen. Voortaan worden Riziv-nummers nog uitsluitend uitgereikt aan kandidaten die over een contingenteringsattest beschikken.

Toch is er nog een achterpoortje. Bij koninklijk besluit kan een tekort of een overschot worden overgedragen. Dat men een tekort nadien compenseert, is logisch. Dat er nog overschotten mogen zijn en dat men hiervoor toekomstige Riziv-nummers kan gebruiken, is dit alvast niet.

Het historisch gegroeide overtal aan Franstalige artsen wordt volgens het ontwerp-De Block ook afgebouwd, maar dan vanaf 2024. In het jargon is dit de ‘negatieve lissage’. Op zich een goede zaak, ware het niet dat er enige Belgische rekenkunde is aan te pas gekomen. Hier hebben de Vlamingen verregaande toegevingen gedaan. De Vlaamse meerderheid was weer eens afwezig.

Tot 2012 worden de Riziv-nummers altijd verdeeld volgens de sleutel 60/40. Het wetsontwerp-De Block voert een andere verdeelsleutel in en deze bedraagt niet langer 60/40.

Belgische rekenkunde

Hoe groot is het overschot aan artsen opgebouwd in de Franse Gemeenschap? Het ontwerp-De Block bepaalt dat 1.531 eenheden moeten worden afgebouwd vanaf 2024.

Bij het bepalen van dit cijfer heeft de Planningscommissie een dubieuze rol gespeeld. De Planningscommissie bestaat uit vertegenwoordigers van verschillende categorieën en beroepen van de gezondheidszorg. Ook de Vlaamse en de Franse Gemeenschap en hun universiteiten hebben vertegenwoordigers.

In 2015 schat de planningscommissie het overschot als volgt in:

2017: 1.136

2018: 2.006

2019: 2.352

2020: 2.758

Extrapoleert men deze cijfers naar 2024, dan is er een Franstalig overschot van meer dan 3.000 artsen. Toch stelt het ontwerp-De Block dit overschot vast op 1.531. Belgische rekenkunde heeft het overschot door twee gedeeld.

Hoe komt dit? In een advies van maart 2017 stelt de Planningscommissie plots vast dat het overschot niet langer 3.000 bedraagt, maar slechts 1.531. Dit advies is goedgekeurd met 8 stemmen voor en 6 onthoudingen. Een merkwaardig stemresultaat. En bovendien ook een reuzenbocht waarbij het overtal gewoon wordt gehalveerd.

De ‘Onkelinxe rekenkunde’ van de Planningscommissie

Waar komt deze nieuwe berekeningswijze vandaan? Toen Laurette Onkelinx nog minister van Volksgezondheid was heeft ze steeds een alternatieve berekeningswijze verdedigd. Ze telt de zogenaamd ‘niet-actieve RIZIV-nummers’ niet mee.

Dit is ook de methode die de Planningscommissie volgt om het overschot in de Franse Gemeenschap te herleiden van 3.000 tot 1.531. Hoe werkt dit systeem? Wordt beschouwd als inactief, een huisarts die minder dan 500 prestaties verricht en een arts-specialist die minder dan 2 prestaties verricht, op jaarbasis. In een advies van januari 2017 stelt de Planningscommissie dat de inactiviteitsgraad in de Vlaamse Gemeenschap 21,9% bedraagt en in de Franse Gemeenschap 27,8%. Deze cijfers liggen, zeker voor de Franse Gemeenschap, bijzonder hoog.

Op 23 september organiseert het Vlaams Artsenverbond een studiedag over ‘Vlaamse gezondheidszorg na de 6e staatshervorming’. Een van de sprekers is Professor Willy Peetermans (KULeuven). Hij stelt onverbloemd dat naar zijn aanvoelen, deze inactiviteitsgraad veel te hoog is ingeschat. Pikant detail, Peetermans is lid van de Planningscommissie.

Minister De Block kan zich nu makkelijk verbergen achter het advies van de Planningscommissie. Deze commissie heeft verregaande toegevingen gedaan aan de Franstaligen. De nieuwe rekenmethode is het geesteskind van niemand minder dan gewezen minister Laurette Onkelinx (PS). Zij heeft onder de regering-Di Rupo nooit haar slag thuis gehaald, maar nu is ze de inspirerende passionaria van de regering-Michel. Want Maggie, die telt nu als Laurette… Geen wonder dus dat MR in Le Soir het heeft over een grote Franstalige overwinning.

De nieuwe methode om de quota te berekenen

In de toekomst zal niet langer de Planningscommissie de quota verdelen over de gemeenschappen. Ze geeft alleen nog advies over het ‘Rijkscontingent’, dit is het aantal bijkomende artsen dat nodig is voor gans België. De opsplitsing per gemeenschap gebeurt op grond van een verdeelsleutel berekend door het Rekenhof. Het criterium is het aantal inwoners per gemeenschap.

Wat met de Duitstaligen? Zij worden in rekening gebracht bij de Franstaligen. Maar wat met de Brusselaars? Hier kijkt men naar het aantal leerlingen in het Nederlandstalige en Franstalige basis en secundair onderwijs. Hier wijkt De Block af van de klassieke verdeelsleutel die geldt in de Brusselwet, namelijk 80/20.

We hebben even de oefening gemaakt met de meest recente cijfers. Te Brussel bedraagt het aantal leerlingen in het basis en secundair onderwijs 16,9%. Zo komt men tot een verdeling van het aantal Riziv-nummers: 59,3% voor de Vlaamse Gemeenschap en 40,7% voor de Franse Gemeenschap.

Het afbouwen van het overschot of de trein der traagheid

Franstalig België moet het bij wet vastgelegde overschot van 1.531 nog steeds afbouwen vanaf 2024. Het aantal gerechtigden kan per jaar echter niet lager liggen dan 505.

Het Franstalig quotum voor 2024 is nog niet gekend, maar dat zal in de buurt liggen van 607 (het quotum voor 2023). Dit betekent dat het overschot elk jaar zal worden afgebouwd met ongeveer honderd eenheden. Het zal dus minstens 15 jaar duren – concreet tot 2038 – vooraleer het overschot is afgebouwd.

Hadden de Franstaligen hun echte overschot – meer dan 3.000 – moeten afbouwen, dan had dit aan dat ritme 30 jaar in beslag genomen of tot 2068.

Belgischer kan moeilijk

De saga van de Riziv-nummers is uiteindelijk uitgedraaid op een heel groot Belgisch compromis. En zoals alle Belgische compromissen wordt dit voortdurend heronderhandeld. In 1997 komt er een toelatingsproef in de Vlaamse Gemeenschap, de Franstaligen hebben het been stijf gehouden tot 2017. In 2008 komt er een koninklijk besluit dat verplicht om de overschotten af te bouwen tegen 2018. Franstalig België heeft dit niet gedaan. In 2017 is er dan het derde compromis. Nu moeten de overschotten worden afgebouwd tegen 2038 en tegelijk wordt het overschot verminderd van meer dan 3.000 tot 1.531.

2038, dan zal het meer dan veertig jaar geleden zijn dat de Vlaamse Gemeenschap voor het eerst een toelatingsproef organiseert. Met Franstaligen onderhandel je nooit eenmaal, zelfs niet tweemaal, maar steeds vele malen en dit tot ze hun zin krijgen. Vermoedelijk is het wetsontwerp-De Block dan ook niet de laatste onderhandelingsronde. En zo blijven we ‘toerkes draaien’. De enige definitieve oplossing bestaat in een defederalisering van deze materie. Laat Vlamingen en Franstaligen met eigen middelen zelf beslissen en dan zal iedereen tevreden (moeten) zijn.

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans