fbpx


Geen categorie

RONDAS: Altijd prijs / Op de molen van Parijs



Er lopen in België weinig Franstaligen rond die zo’n diep begrip hebben opgebracht voor de essentie van de Vlaamse zaak als Philippe van Parijs. Met hem in gesprek gaan is een genoegen en een sport, ook al omdat hij in staat is zijn complexe redeneringen in een vloeiend Nederlands te verwoorden. Altijd weer kwijt hij zich van dergelijke mediataken op zijn eigen intense en vriendelijke manier. Maar het is vooral met wat hij over taal beweert dat hij zich in Vlaanderen vrienden heeft gemaakt, terwijl diezelfde ideeën in Franstalig België (waar hij woont en werkt) vaak op een koude steen vallen.
De idee van taalterritorialiteit is daar één van. Er bestaan taalgebieden. Deze territoria hebben grenzen, en aan deze taalgrenzen moet niet worden gemorreld. Nieuwkomers en zelfs anderstalige landgenoten moeten zich wat openbaar taalgebruik betreft aan dit taalgebied aanpassen. Kortom: Van Parijs bevestigt gewoon wat de Vlamingen sinds het interbellum hebben geëist. Of nog anders gezegd: hij erkent als rechtmatig wat sinds lang de Vlaamse praktijk is geworden, want anders, zo voert hij aan, komt er nooit of te nimmer taalvrede tussen de taalgroepen in deze staat. Daarmee erkent hij dus de mogelijkheid van een taalpolitiek, en van een ‘dwingend taalregime’ op Vlaams grondgebied – in tegenstelling tot een ‘aanpassingsregime’ waarin het publieke domein tegemoet komt aan meertaligheid, bijvoorbeeld met behulp van faciliteiten. En ten slotte erkent hij dat de Vlaamse nationale identiteit nu eenmaal een taalgebonden identiteit is. Hij spreekt daarover geen moraliserend oordeel uit.

Schizofrenie

In weerwil daarvan heb ik soms de indruk dat de vaak zeer academische gedachtegangen van Philippe van Parijs niet van één, maar van drie personen afkomstig zijn. Zie ik vandaag de territorialist (voor wie ik applaudisseer), dan ontmoet ik morgen misschien de Brusselse separatist, en overmorgen de restaurator van België. Wat me bij de Brusselse separatist het meest tegenstaat, is zijn gewoonte om het gezamenlijke co-beheer van Brussel door Vlamingen en Franstaligen af te doen, eerst als een ‘condominium’ (een gemeenschappelijk bestuurd gebied, een woord met een negatieve historische bijklank) en in tweede instantie zelfs als ‘kolonisatie’ (het ergste wat het westen de rest van de wereld ooit heeft aangedaan). Meestal voegt hij daaraan toe dat hij op deze mogelijkheid niet eens wenst in te gaan. En heel consequent heeft hij tegen deze optie dan ook geen enkele langere argumentatie ontwikkeld.
De reden is eenvoudig: zelfs het huidige co-beheer van Brussel via de gemeenschappen is er voor Van Parijs te veel aan. Voor een Franstalig publiek zegt hij soms erg duidelijk dat alle persoonsmateries, die nu tot de gemeenschappen behoren, Brusselse gewestmateries moeten worden. Dus zeker ook het onderwijs (want dat is de belangrijkste gemeenschapsbevoegdheid in het gewest Brussel). Alleen op die manier krijgt het gewest immers een eigen territoriaal project. Het is me duidelijk geworden dat Brussel op zich hem meer interesseert dan de staat België. Brussel heeft een identiteit die kan worden versterkt, en heeft daartoe behoefte aan een Brussels patriottisme. En België blijft bestaan omdat Brussel nu eenmaal ligt waar het ligt.


Compromis

Dat hij op die manier de hoofdstedelijke functie van Brussel miskent en uiteindelijk het laatste fundament van België onderuithaalt, maakt op hem geen indruk. Nochtans gaat het hier om het ene, echte compromis dat de Belgen ooit hebben gesmeed: het compromis tussen de communautaire tweeledigheid, voorgestaan door de Vlamingen, en de regionale drie- of vierledigheid, voorgestaan door de Franstaligen en de huidige belgicisten. Plots wordt deze keuze beslecht in het voordeel van de Franstaligen (het regeringsakkoord werkt 100 % in deze richting), en zijn de Vlamingen, zoals ze zo vaak zeggen, ‘Brussel kwijt’ – maar dan zonder dat ze zich daarvoor hebben moeten afscheuren. Dat, op zijn beurt, zal dan consequenties hebben die het communautaire lot van België wel eens sneller zouden kunnen beslissen dan Philippe van Parijs denkt – en ook in een heel andere richting dan hem nu voorstaat.

 

Jean-Pierre Rondas

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Jean-Pierre Rondas

De auteur is voorzitter van Stem in 't Kapittel vzw, de uitgever van Doorbraak