fbpx


Geen categorie

Rondas en De Munt

Cutuur, politiek, muilkorven of neutraliteit?


Zojuist las ik de uitgebreide versie van de klacht van De Munt-intendant Peter de Caluwe over de aangekondigde besparingen in zijn huis, en ik moet zeggen dat ik de grootste bewondering heb voor de onderbouwde en passionele manier waarop hij zijn zaak verdedigt. De meeste van zijn argumenten snijden hout. Een operahuis zoals het zijne kan nu eenmaal niet de plotselinge budgetkrimp verteren zoals die door minister Didier Reynders (MR) werd aangekondigd. Uiteindelijk worden dan producties geschrapt – een neerwaartse spiraal die moeilijk te keren valt.

Lineaire besparingen wekken altijd wrevel. Erger nog is de gelijkschakeling van een operahuis met ‘gewone’ federale overheidsdiensten met andere doelstellingen en dus andere werkwijzen. Ook bezuinigende cijferaars moeten rekening houden met specifieke noden en omstandigheden, nu doen ze dat niet.

Lastige erfenis

Het jammere van de hele zaak is dat we hier niet zomaar over een operahuis spreken, maar over een geheel van instellingen. De Muntschouwburg draagt nu eenmaal de lastige erfenis mee van het institutionele kader waarvan hij deel uitmaakt: namelijk van het twaalftal federale culturele en wetenschappelijke instellingen die in de jaren zeventig niet aan de gemeenschappen werden toegewezen. Dat gaat van het Meteorologisch instituut, over de Jubelparkmusea en het Rijksarchief tot een instituut voor Ruimte-Aëronomie. Onlangs werden De Munt, Bozar en het Nationaal Orkest van dit groepje afgesplitst. Vandaar ook dat vandaag Didier Reynders (belast met Culturele Instellingen), en niet Elke Sleurs (staatssecretaris van Wetenschapsbeleid) hun voogdijminister is.

Belet niet dat ze allemaal samen een anomalie zijn in het Belgische culturele landschap. Cultuur is nu eenmaal een materie van de Vlaamse en de Franstalige Gemeenschappen, en zolang België, zoals het artikel 1 van de grondwet formuleert, ‘bestaat uit gemeenschappen en gewesten’, zal dit zo blijven. Men heeft er indertijd een uitzondering voor gemaakt omdat men er geen weg mee wist en omdat ze bijna allemaal op Brussels grondgebied gedomicilieerd waren.

Het resultaat is voor de meeste van die instellingen desastreus geweest. Ze werden het prototype van ontredderd Belgisch wanbeheer. Lekkende daken waren nog het meest opvallende fenomeen. Zoals de Britse kranten schreven, mag men wat betreft de Musea voor Schone Kunsten spreken van een ware ramp. Het is daar dat de internationale Rogier van der Weyden-tentoonstelling afgeblazen moest worden omdat de regen de geleende werken dreigde te beschadigen.

Op het einde van de vorige regeerperiode pleegde de PS een ware machtsgreep op dit nationaal bezit, voornamelijk in de persoon van PS-functionaris Michel Draguet, die toen de machtigste museumdirecteur van het land werd genoemd. In het Gravensteenboek Land op de Tweesprong wordt het volledige verhaal uit de doeken gedaan door Johan Swinnen, dus ga ik er hier niet verder op in. Maar er was toen wel degelijk een ‘verbrusseling’ bezig van dit nationale patrimonium, erfgoed van zowel Walen als Vlamingen.

Ideologische wraak

De huidige regering is van plan een andere koers te varen, zoals aangegeven in het federaal regeerakkoord, die niet alleen bezuinigt, maar die ook de kaart trekt van de verzelfstandiging.

Gisteren hebben de meeste Franstalige kranten die tendens proberen te ontmaskeren als een soort ideologische wraakoefening, uit rancune tegen de culturele wereld die zeer tegen deze regering gekant was. Le Soir ging zover te veronderstellen dat Peter de Caluwe persoonlijk geviseerd werd, omdat hij zich meer dan anderen tegen het nationalisme had uitgesproken. Daarvoor betaalde hij dus nu de rekening. Maar ook hijzelf heeft verscheidene keren het ideologie-woord laten vallen: ‘de meest kritische culturele instellingen worden het zwaarst gestraft’. Niet alleen geloof ik daar niets van, de beschuldiging wordt tegengesproken precies door de lineaire, niet specifieke bezuinigingen die De Munt dus evengoed als Bozar of andere federale instellingen treffen. Dat wil zeggen dat hijzelf een ideologische en in laatste instantie communautaire draai geeft aan een federale maatregel die in een federale regering werd genomen.

Misschien had hij wel redenen om zichzelf een en ander te verwijten, en komt zijn verdachtmaking eerder neer op een schuldbekentenis. Ik weet niet of een operadirecteur pleidooien moet houden voor de Brussels Metropolitan Region, een federale kieskring of godbetert voor de uitbreiding van Brussel naar grote delen van Waals en Vlaams Brabant. In deze functie zou hij deze gedachten beter voor zichzelf houden. Zijn voorganger Bernard Foccroulle heeft zich daarop nooit laten betrappen; en als hij politieke uitspraken deed was dat steeds in de richting van verzoening en toenadering tussen de gemeenschappen. Peter de Caluwe vertoont een te groot activisme voor zijn rol. Ten voordele van zijn eigen huis, De Munt, zou hij zo stil moeten zijn als het hoofdpersonage in de opera waarop hij zo trots is, De stomme van Portici.

Verscheen in De Standaard (24 oktober 2014)

Na enkele reacties kwam Rondas in dezelfde krant nog eens terug op wat hij precies zei en bedoelde (29 oktober 2014)

Men zegt me dat wie kaatst de bal moet verwachten. Graag. Maar dan wel een kaatsbal, geen bol gevuld met selectieve lezingen en cliché-argumenten die mijn persoon raken. In de reacties op mijn opiniestuk ‘Betaald met ongelijke Munt?’ (DS 24 oktober) werden wel heel grote woorden van stal gehaald. De geur van de macht heeft me bedwelmd! Totalitaire staat! Gleichschaltung zoals door de Hitlerwetten van 1934!

Ik deel de terechte bezorgdheid van twee liberale politici (Bart Somers en Jean-Jacques De Gucht, DS 25 oktober ) die, hun roeping getrouw, in de bres springen voor het vrije woord. Dat doe ik ook altijd en overal. Maar ze lezen mij verkeerd. De link tussen besparingen op cultuur en muilkorving van het vrije woord is niet door mij gelegd, maar door De Munt-directeur Peter de Caluwe zelf. Kritische cultuurdragers, zo vertelde hij aan minstens drie kranten, worden nu bestraft wegens hun luid verkondigde mening. Het zou gaan om een ‘ideologische afrekening’. De lineaire bezuinigingen spreken dat nochtans tegen. Maar mijn punt is dat hij met deze beschuldiging zijn allang in het openbaar gevoerde ideologische ‘strijd’ gewoon voortzet.

Ik vind dat hij dat niet moet doen. Een cultuurfunctionaris moet neutraliteit betrachten, niet als artiest, maar als functionaris. Er zijn nu eenmaal functies waar voorzichtigheid geboden is. Daarmee deelt deze intendant het lot van zoveel andere mensen die zich als burger weliswaar verkiesbaar mogen stellen, maar die tijdens de uitoefening van hun beroep ‘neutraal’ moeten zijn: militairen, leraars, ambtenaren, loketbeambten, de administrateur-generaal of de voorzitter van de raad van bestuur van de VRT. Zij mogen geen politieke meningen uiten.

Belgische praktijk

Nu deed en doet Peter de Caluwe dat wel. Als hoofd van een van die federale instellingen die volgens Le Soir het cement der natie vormen, spreekt hij zich vaak uit over de institutionele herinrichting van de Belgische staat, een zeer controversieel onderwerp dat de bevolking verdeelt. Hij uit geregeld polariserende opvattingen die met zijn functie helemaal niets te maken hebben. Daardoor schaadt hij de renommee van zijn operahuis, en vervreemdt hij een belangrijk deel van zijn Vlaamse stakeholders. Dat doet geen deugd aan zijn instelling waarin door artiesten vrij kan worden gewerkt. Of: hoe de neutraliteit van de baas garant kan staan voor de vrijheid van de artiest in het huis dat hij tegen besparingen wil verdedigen. Dat is de kleine opoffering die hij zich moet getroosten.

Is zijn vrijheid van meningsuiting daardoor bedreigd? Maar neen, net zomin als bij de eenvoudige leraar. Het enige wat gevraagd wordt isogenmaat: zin voor proporties en schroom. Gaan we daarmee de weg op naar de totalitaire staat of naar de Gleichschaltung? Maar neen. Gewoon een aloude en oergezonde Belgische praktijk die heel veel gewone burgers in acht moeten nemen, meer niet.

foto (c) Doorbraak

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Jean-Pierre Rondas

De auteur is voorzitter van Stem in 't Kapittel vzw, de uitgever van Doorbraak