Samenleven of apart leven?

Als 60 jaar sociaal beleid het huidige relgedrag tot gevolg heeft, heeft meer geld er tegenaan gooien dan werkelijk zin?

In zijn tweewekelijkse column Samenleven of apart leven? betoogt de Antwerpse klimaatambtenaar Erik De Bruyn dat, in het maatschappelijk debat over het geweld op stranden en (seksuele) intimidatie in zwembaden, achtergestelde jongeren al te gemakkelijk als gevaarlijke groep worden afgeschilderd.

Door niet te praten over specifieke groepen met specifieke culturele achtergronden, ontstaat het beeld dat elke achtergestelde jongere een crimineel in de notendop zou zijn. Zo een beeldvorming, stelt De Bruyn, vernietigt maatschappelijke samenhang. Ook doet het geen recht aan de vele jongeren die ondanks weinig kansen hun uiterste best doen en zich keurig aan de wet houden.

Oftewel: door al dit geweld heel algemeen te trekken naar ‘jongeren met problemen,’ probeert men ter linkerzijde racistische vooroordelen te voorkomen. Maar dit is een tactiek van de korte termijn, want op lange termijn worden de associaties bij alle achtergestelde jongeren negatiever. De boven- en middenklasse verliezen hun solidariteit met deze jongeren: dit speelt de rechterkant van het politieke spectrum in de kaart.

Als je De Bruyns betoog uitpuurt tot bovenstaande conclusie, dan is dit een zinnige bevinding die links – wil het enige toekomst hebben – maar beter kan oppikken. Spoedig zal uw auteur overigens een boek publiceren met briefwisselingen, onder meer met sp.a-auteur Jan Cornillie en de Gentse filosoof Maarten Boudry, waarin over deze sociaaldemocratische kortzichtigheid wordt gedebatteerd. Er zijn echter tekortkomingen in de analyse van De Bruyn, die speciaal aandacht verdienen en waar ik hieronder verder bij stilsta.

Schuldgevoel

Als eerste kaart De Bruyn (terecht) aan dat we slechts zinvol kunnen praten over integratie, indien we redelijk precies weten wat de cultuur is waar de nieuwkomer zich naar moet voegen. Hier begint hij dan over de plasticsoep: ‘Mag ik eens een vraag stellen over die integratie? Integratie in wat? In een samenleving die al meer dan 21 miljoen ton plastic in onze oceanen heeft gedumpt en daar nog lustig mee doorgaat?’

De plasticsoep is dan wel een wezenlijk thema voor iedereen die met het milieu begaan is (en ook een dankbare bron voor linkse zelfkastijding): met het feit dat ‘jongeren’ zich misdragen op stranden en bij meertjes, en dat er allochtonen zijn die zich agressief afkeren van de West-Europese samenleving, heeft de plasticsoep hoogstwaarschijnlijk niets te maken.

Dit biedt wél een kijkje in de postmoderne ziel van de hedendaagse Westerse intellectueel. Er kan nauwelijks meer naar de eigen Europese cultuur worden gekeken of dit moet gepaard gaan met schuldgevoel, relativisme dan wel ironie.

Kracht, trots, discipline, vitaliteit en eigenwaarde – waarden die men nu verguist als ‘fascisme’ – zijn onontbeerlijk als we nieuwkomers willen betrekken bij de West-Europese maatschappij. Wie wil er nu bij een stelletje losers horen die hun eigen tradities en cultuurgoed verguizen, bespotten en laten verwateren?

Geld over de balk

De Bruyn pleit voor meer geld voor onderwijs en straathoekwerk en nuanceert het belang van positieve discriminatie. Het probleem is alleen dat – met al deze netwerkjes van naschoolse opvang, buurtcoaches, jongerenwerkers en ga zo maar door – dit al sinds de jaren zeventig een enorme industrie is die nog steeds geen meetbare opbrengst heeft opgeleverd. Waren er zonder deze industrie dan nóg meer rellende allochtonen en losgeslagen ‘kansenjongeren’ op stranden geweest?

In de VS merkte de zwarte Republikeinse senator Tim Scott jaren geleden al op dat de Democraten 40 jaar lang het Congres beheersten terwijl de armoede slechts toenam. Hij haalde statistieken aan waaruit bleek dat de armoede in de VS sinds 1970 steeg van 11% naar 15%. Tegelijk werd de overheid groter dan ooit en zijn er meer NGO’s met armoede bezig dan ooit tevoren.

Vertel eens hoe dit in België wezenlijk anders is? Ik wil niet de jarenlange inspanningen van al deze jongerenwerkers met één pennenstreep uitvagen. Maar als 60 jaar sociaal beleid het huidige relgedrag tot gevolg heeft, heeft meer geld er tegenaan gooien dan werkelijk zin?

Meritocratie

Over positieve discriminatie moet eveneens iets worden gezegd. Immigranten horen al generaties lang dat zij worden achtergesteld wegens hun huidskleur. Dit is de rancune waarop BLM en Antifa inspelen. Maar nu beginnen ook blanken te klagen dat anderen hen passeren in promotietrajecten door hun huidskleur, wat ten koste gaat van de eigen loopbaankansen.

Het gebruik van quota leidt vooral tot wederzijdse rancune. Ook het zelfvertrouwen van de werknemer in kwestie is er namelijk niet bij gebaat. Minderheidsgroepen die met vlijt en ijver de maatschappelijke ladder hebben beklommen, voelen zich bedrogen en verraden wanneer ze met oneigenlijke meritocratie worden geconfronteerd, en zullen ook eerder op ‘rechts’ afkoersen.

Alternatieven

Afsluitend moet er iets worden opgemerkt over oplossingen die wél werken. Integratie is een lastig begrip nu we te maken hebben met hele woonwijken in West-Europa waar geen autochtoon meer te vinden is. Remigratiepolitiek mag daarom – anders dan in de tijd van Pim Fortuyn toen de situatie met het sluiten van de grenzen nog beheersbaar was gebleven – geen taboe meer zijn.

Ook is het belangrijk om te werken met positieve voorbeeldfiguren. Hier moet men wel voorzichtig zijn: in Nederland werden al dikwijls types op het schild gehesen die achteraf salafisten bleken, of zelfs spionagewerk verrichten voor de Marokkaanse overheid.

Voorts is het belangrijk om immigranten een rol te geven binnen het systeem van de wetshandhaving. Recht, orde en gezag mogen niet meer worden gezien als zaken die ‘van de blanke’ zijn, en waar je jezelf als ‘underdog’ tegen mag verzetten. Maar ook hier is het belangrijk ervoor te zorgen dat allochtone clans, stammen en criminele netwerken, zich niet gaan inwortelen in het rechtsapparaat. Anders zal het gevolg zijn dat de Europese gemeenschap dit systeem juist de rug toekeert.

Het belangrijkste is tot slot dat het cultuurrelativisme en Westerse schuldgevoel begraven moeten worden. Want zo’n zwakke cultuur is nóóit in staat om uitnodigend tot integratie te inspireren en al zeker niet om integratie standvastig af te dwingen.

Sid Lukkassen :Sid Lukkassen (1987) studeerde geschiedenis en filosofie. Hij is onafhankelijk denker, vrijwillig bestuurslid van de Vlaamse Club Brussel en inspirator van De Nieuwe Zuil. Hij schreef onder andere 'Avondland en identiteit' en 'Levenslust en Doodsdrift'. Hij promoveerde op 'De Democratie en haar Media'.