fbpx


Actualiteit, Geschiedenis

Schattenjagen mag, schatten houden niet

Speuren naar archeologische vondsten


Sinds april 2016 is het in Vlaanderen toegelaten om met een metaaldetector op zoek te gaan naar archeologische vondsten. Eerder was dit alleen het geval binnen het kader van een archeologisch onderzoek. Maar ook nu blijven er strikte regels. De Vlaamse overheid streeft wel naar een goede verstandhouding en samenwerking met de hobbyïsten. Daar bestaat een goede reden voor.

Centrale Archeologische Inventaris

Ook toen het nog niet was toegelaten deden mensen aan metaaldetectie. Wegens het illegale karakter ervan werden vondsten toen nauwelijks of niet aan de overheid gemeld. Ze vormden dan ook geen bijdrage aan het wetenschappelijk onderzoek. In de huidige regelgeving moeten metaaldetectoristen hun vondsten online melden aan het agentschap Onroerend Erfgoed. Deze overheidsdienst neemt ze dan op in de Centrale Archeologische Inventaris (CAI) en stelt de informatie online ter beschikking, zij het alleen voor gemachtigde gebruikers. De gemelde vondsten dienen voor zowel onderzoek als beheer van het archeologisch erfgoed.

De procedures voor het melden van vondsten en de verwerking in de CAI zijn erop afgestemd om de privacy van de vinders en de precieze locatie van de vondsten te beschermen. Een gedetailleerde plaatsbeschrijving zou immers tot een aanzuigeffect kunnen leiden. De afscherming van de privacy moet vinders stimuleren om hun vondsten nauwgezet aan te geven. Sommige zoekers en verzamelaars doen niet liever dan hun collectie tonen en ter beschikking van verder onderzoek stellen. Hiervoor bestaat ook het platform Medea, waarmee het agentschap samenwerkt.

Discretie

Andere zoekers blijven het liefst zo diep mogelijk onder de radar. Volgens de cijfers van het agentschap vinden meer en meer meldingen via de officiële weg plaats. Op 1 april 2018 bezaten in Vlaanderen 1.841 metaaldetectoristen een erkenning. Dat cijfer steeg tot 4.680 op 1 september 2020. Erkende archeologen zijn van rechtswege automatisch erkend als metaaldetectorist. Momenteel zijn er 216 archeologen erkend.

Toch is het systeem niet waterdicht. Naast de medewerkers van het agentschap hebben alleen professioneel actieve archeologen, studenten archeologie, erfgoedmedewerkers van lokale besturen en medewerkers van diverse andere overheidsdiensten toegang tot de details van de inventaris. ‘In de praktijk gaat het om heel wat mensen,’ zegt een archeoloog. ‘Wanneer ik op het terrein metaaldetectoristen bezig zie, valt het me op dat ze erg goed weten op welke percelen ze het meest kans hebben om interessante vondsten te doen.’

Strakke of soepele wetgeving

De Vlaamse regelgeving sluit aan bij die van landen en regio’s met een liberale houding tegenover metaaldetectie en archeologie, zoals het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en Nederland. Er zijn ook landen waar het nagenoeg verboden is, zoals in Polen, Frankrijk, Spanje, of helemaal verboden, zoals in Zweden en Slovakije. In nog een groep andere landen is de wetgeving beperkt of beantwoordt ze niet meer aan de huidige praktijk, zoals in Roemenië en Tsjechië. Een constante is wel dat altijd de toestemming nodig is van de eigenaar van de grond, ongeacht of die een publieke of private rechtspersoon is. Zowel in eerder liberale als in restrictieve landen vinden er illegale activiteiten plaats. Handhaving van de wetgeving is overal een probleem, blijkt uit een onderzoeksrapport dat het agentschap Onroerend Erfgoed eerder dit jaar publiceerde.

Hobbyisten gaan graag op onderzoek op voormalige slagvelden. Daar vinden ze, naast andere metalen voorwerpen, vooral veel kogels. Tijdens de slag bij Waterloo (1815) bijvoorbeeld, werden alleen al op en rond de strategisch gelegen kasteelhoeve van Hougoumont, naar schatting 210.000 kogels afgevuurd. Ook in de Westhoek zit nog veel militair archeologisch materiaal in de bodem. Het grote verschil met de meeste andere locaties is dat hier nog veel potentieel gevaarlijke munitie in de grond zit.

Eigendom

De wetgeving over het eigendomsrecht van de vondsten gaat terug op de Napoleontische wetgeving. ‘Vondsten behoren in regel toe aan de eigenaar van de grond. Wie toevallig een munt— of een andere vondst— doet op openbaar terrein of op grond van een ander, moet het eigendomsrecht afstaan of delen met de eigenaar van de grond. Bij openbaar terrein is dat de overheid. ‘Vermoedelijk zijn heel wat vondsten aangegeven als “op eigen terrein” maar in werkelijkheid elders gedaan,’ zegt Johan van Heesch, hoofd van de afdeling munten en penningen van de Koninklijke Bibliotheek van België (KBR).

Bij niet-toevallige vondsten is de grondeigenaar altijd volledig eigenaar van de vondsten. Er kan wat gediscussieerd worden over de omschrijving ‘toevallig.’ Maar archeologische opgravingen bijvoorbeeld zijn doelgericht en kunnen dus nooit toevallig zijn. Ook vondsten gedaan met behulp van metaaldetectoren kunnen nooit toevallig zijn, wegens het bewuste karakter van het zoeken. ‘Toch laten grondeigenaars, die op hun grond archeologische opgravingen toestaan, dit soms nog eens extra op papier bevestigen door de archeologen,’ merkt Van Heesch op.

 Muntvondsten dagelijkse kost

Van Heesch’s afdeling van de KBR houdt een referentiecollectie van munten bij. Elk jaar worden er per toeval of na gerichte opzoekingen nog zowat tienduizend historische munten opgegraven. ‘Tienduizend is een schatting,’ meent van Heesch. ‘Hoewel de wet het aangeven van vondsten verplicht voor zover ze een belangrijke bron vormen voor de kennis van een historische periode, vermoeden we dat slechts een tiende ervan wordt gemeld.’ Dergelijke vondsten gebeuren niet alleen tijdens zoeksessies met metaaldetectoren. Ze gebeuren ook bij bouw- en sloopwerken, graafwerken in de tuin, wegeniswerken en bewuste archeologische opgravingen.

De KBR helpt – met behulp van haar referentiecollectie – alleen bij de identificatie van officieel gemelde vondsten. ‘Anders zouden we zelf meewerken aan illegale activiteiten.’ Er worden ook relatief veel valse munten gevonden. Logisch, stelt van Heesch. ‘Want wie merkte dat hij een valse munt in handen had gekregen, wierp die weg.’ Het officieel melden van – echte – muntvondsten kan financieel voordelig uitvallen voor de vinders omdat ze dan een gedegen identificatie krijgen. ‘In 1985 werd in de buurt van Nijvel een duizendtal Romeinse goudstukken ontdekt. Ze werden nooit officieel aangemeld en de vinder verkocht ze tegen belachelijk lage prijzen. Via officiële aanmelding en identificatie had hij een betere zaak kunnen doen. Een spijtige zaak, vooral omdat de overheid geen kans kreeg ze aan te kopen.’

Meer materiaal voor wetenschappelijk onderzoek

’De toepassing van liberale regelgevingen in Europa over metaaldetectie betekent niet dat er geen misbruiken meer zouden zijn,’ waarschuwt Van Heesch. ‘Dat het nu legaal is heeft er onder meer in Engeland en Denemarken toe geleid dat er veel meer materiaal is voor wetenschappelijk onderzoek.

Maar tegelijk merken we aan de aard van de aangegeven muntvondsten ook dat sommige speurders vondsten uit landen waar metaaldetectie verboden is aangeven in landen waar het wel is toegelaten. Legaal aangegeven vondsten zijn aanvaardbaar voor identificatie door officiële instellingen en ook legaal verhandelbaar.’

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Koen Mortelmans

Koen Mortelmans is historicus en freelance journalist. Een overzicht van zijn werkzaamheden vindt U op www.koen.mortelmans.com.