fbpx


Economie, Klimaat

Schelden op de oliekabouters




Nic Balthazar is een militant, geen journalist. In de hip-hip-hoera documentaire 'Duty of Care', nu in de bioscoop, bewierookt Balthazar de Nederlandse advocaat en milieusoldaat Roger Cox die Shell pakte. Balthazar heiligt Cox, diens slachtoffers zijn de zwakkere oliebonzen. De Nederlandse advocaat Roger Cox racet in snelle auto's, huwde de dochter van een olie-ingenieur van Shell, procedeerde na zijn boek 'Revolutie met recht' tegen Shell en bezorgde in 2021 de Nederlands-Britse energiereus een oplawaai. Nic Balthazar portretteert een heilige en…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Nic Balthazar is een militant, geen journalist. In de hip-hip-hoera documentaire ‘Duty of Care’, nu in de bioscoop, bewierookt Balthazar de Nederlandse advocaat en milieusoldaat Roger Cox die Shell pakte. Balthazar heiligt Cox, diens slachtoffers zijn de zwakkere oliebonzen.

De Nederlandse advocaat Roger Cox racet in snelle auto’s, huwde de dochter van een olie-ingenieur van Shell, procedeerde na zijn boek ‘Revolutie met recht’ tegen Shell en bezorgde in 2021 de Nederlands-Britse energiereus een oplawaai. Nic Balthazar portretteert een heilige en verdonkeremaant de juridische missers van de activistische jurist en zijn geestesgenoten.

Shell, ExxonMobile, BP, Chevron en TotalEnergies zijn gemakkelijke doelwitten voor de groene beweging. Zij zijn eigendom van privé-aandeelhouders (dus van kapitalisten en groen haat dat volkje), opereren wereldwijd zichtbaar, cultiveren een sterk merk en een distributienetwerk, hebben hun hoofdzetel in landen met een behoorlijk rechtssysteem waardoor tegen die vijf kan opgetreden worden bij bonafide, en waarschijnlijk onomkoopbare, rechters. In de landen van de zogenaamde majors is er een publieke opinie die deels gaat voor groen. De top van de vijf heeft het inzicht dat schone energie essentieel is en het blijft bij deze ondernemingen niet bij woorden.

Veel moeilijker te vatten, te bestrijden en te vernieuwen zijn de nationale olieondernemingen van staten in Arabië en de ontwikkelingswereld. Bij de vijftien grootste oliemaatschappijen zijn er vijf privé-ondernemingen, de rest is staatsbedrijf. De staatsgiganten hebben krakkemikkige namen en zinken publicitair onder bij de privé-majors. De onbekende oliemaatschappijen zijn eigendom van autocratische regimes en schone energie is voor hen een lachertje, hoogstens goed voor een schijnheilige wens. De National Oil Companies (in het jargon de NOC’s) bezitten drie vijfde van de bekende olie- en gasreserves. ADNOC van de Verenigde Arabische Emiraten, PVDSA van Venezuela, QatarEnergy en Aramco van Saoedie-Arabië kunnen tegen het ritme van 2022 meer dan veertig jaar blijven pompen. De vijf grootste oliemaatschappijen zijn, op basis van de miljoenen vaten productie per dag: Saudi Aramco, Gazprom, NIOC, CNCP, Rosneft. Dan pas volgen ExxonMobile, BP, Shell, Chevron en drie plaatsen verder, na nog drie NOC’s, volgt TotalEnergies.

Overgang

Of de overgang van olie en gas naar zon, wind, waterstof en dito zal lukken, hangt in de grootste mate af van de échte reuzen van de petroleum. De NOC’s produceren drie vijfde van de ruwe olie en de helft van het gas. De grote internationale privéfirma’s halen een tiende, de rest wordt bovengehaald door kleine onafhankelijke ondernemingen. The Economist citeert de energieconsultant Wood Mackenzie voor een raming: als de olieprijzen tot 2030 op 70 dollar voor een vat blijven, dan innen de 16 grootste NOC’s 1,1 biljoen dollar meer dan bij een doorsneeprijs van 50 dollar per vat, de ondergrens. De helft van dat surplusgeld belandt bij Koeweit, de Verenigde Arabische Emiraten, Qatar en Saoedi-Arabië. Het antwoord op de vraag of de regeringen en de EU die jagen op de overwinsten (die dus duidelijker zitten bij de NOC’s dan bij de half-brave privé-majors) ooit aan die gouden pot geraken is eenvoudig: neen. De sjeiks en hun evenknieën in Latijns-Amerika, Azië en Afrika kunnen verder olie- en gasdollars draineren naar de Londense City of Panama.

De ‘de-carbonisering’ van de NOC’s is pover, borrelgeld. De CO2-uitstoot van Shell, ExxonMobil en TotalEnergies is gestabiliseerd of piekt en hetzelfde gaat slechts op voor twee NOC’s (er zijn er ruim 20): Petrobras van Brazilië en Ecopetrol van Colombia. Wood Mackenzie raamt dat de staatsoliemaatschappijen minder dan 5% van hun kapitaal besteden aan de energie-omslag en de westerse privé-olieboeren gemiddeld 15%.

Tussen 2005 en 2020 deponeerden de NOC’s van de ontwikkelingslanden veel minder octrooien voor groene ideeën dan de internationale privé-rivalen. De Algerijnse en Venezolaanse energiemastodonten stoten drie- tot viermaal meer CO2 uit dan de geologisch en organisatorisch betere firma’s als ADNOC en Aramco. Die milieulast, plus de kost van hun ‘governance’ (goed bestuur), wordt zo zwaar dat de traditionele technische en financiële bijstand van de internationale privé-oliemastodonten aan de NOC’s krimpt. De CEO’s van Shell en confraters vinden het welletjes. De Amerikaanse denktank Centre for Strategic and International Studies noemt Sonatrach (Algerije), Sonangol (Angola), Pertamina (Indonesië), PEMEX (Mexico) en NNPC (Nigeria) oliebedrijven die vandaag en morgen het maximale pompen alvorens hun installaties door gebrekkig onderhoud, onbekwaamheid en opdrogende steun in mekaar stuiken.

Idee: waarom trekken Roger Cox en Nic Balthazar niet fluitend en moedig met de camera en de praatpeer naar de echte boosdoeners van de olievervuiling en de carbonisatie? Vechten tegen Shell is te kinderlijk voor groene helden.

Frans Crols