fbpx


Actualiteit, Buitenland
japan

Wat na Shinzo Abe ?



2020 heeft niet gebracht wat de ontslagnemende premier Abe ervan had verhoopt. De Olympische Spelen zouden de kroon op zijn loopbaan geweest zijn, net zoals de Spelen van 1964 dat waren voor zijn grootvader, premier Kishi, ooit nog voor oorlogsmisdaden veroordeeld door de Amerikaanse bezetter. En in 2021 maakt Abe de Spelen ook niet mee, toch niet als eerste minister.

Nog in juni 2019, op de top van de G-20 in Osaka, had Shinzo Abe zijn Chinese evenknie, Xi Jin Ping uitgenodigd voor een officieel bezoek aan Japan wanneer daar in 2020 de kerselaren in bloei zouden staan. Dat bezoek is er nooit gekomen en is sine die uitgesteld. De reden kan u raden: Corona. Niet zozeer het besmettingsgevaar dan wel de manier waarop de Chinezen te lang de epidemie hebben doodgezwegen. Het leidde tot een vertrouwensbreuk waarin Tokio Japanse industriëlen aanzette hun investeringen uit China weg te halen en bijvoorbeeld meer naar India te kijken als ze goedkoper wilden produceren. Niet dat het direct zo’n vaart loopt. China blijft Japanse belangrijkste handelspartner. Dat het minder dan ooit botert tussen de Verenigde Staten en China komt Japan niet slecht uit: Washington hecht nu meer dan ooit veel belang aan sterke banden met Tokio (en met onder meer Taiwan) als tegengewicht voor de Chinese ambities.

Droom en daad

Tussen Abe’s dromen en zijn daden heeft van meet af aan een brede kloof gegaapt. Hij is lid van Nippon Kaegi, net zoals tientallen parlementsleden van zijn oppermachtige Liberaal-Democratische Partij (LDP). Maar de droom van die discrete, conservatief-nationalistische lobby, namelijk het herstel van het oude keizerrijk, is alsnog onbereikbaar. Abe en de meeste van zijn partijgenoten zien dat ook wel in. Die terugkeer naar de goede (nou ja) oude tijd is ook wel het laatste wat de Japanners vragen. Nog een illusie: Abe wilde een grondwetsaanpassing zodat het leger desnoods oorlog zou kunnen voeren, maar kreeg daarvoor nooit de nodige politieke steun. Het neemt niet weg dat het Japanse leger, de Self Defence Force, een van de modernste en sterkste krijgsmachten ter wereld is.  Kan van pas komen, zo denken ze allicht in Washington, als stok achter de deur om de Chinese ambities af te remmen.

De Japanners hebben overigens wel andere zorgen. De energievoorziening om maar iets te noemen. Het energieprobleem, één van de oorzaken van het Japanse expansionisme dat leidde tot Pearl Harbor, loopt als een rode draad door de recente geschiedenis van het land. Ondanks Fukushima, meer een natuurramp dan een nucleaire catastrofe, en het breed gedragen verzet tegen kernenergie in eigen land, zoekt Japan naar een tussenoplossing omdat de sluiting van alle centrales te zware economische schade zou aanrichten.

Hoe pak je de vergrijzing aan ? Een existentieel probleem

Die voorzichtige keuze heeft veel te maken met dat andere enorme probleem, dat van de vergrijzing. Ouderen zijn nu eenmaal behoudsgezind en voorzichtig. Het probleem met Japan is dat de vergrijzing al zo ver is gevorderd, dat het relatieve aantal ouderen almaar toeneemt, terwijl het totale bevolkingsaantal (nu ongeveer 125 miljoen) steeds sneller daalt, jaarlijks nu al met ruim een half miljoen. De Japanners zijn gezond en worden meestal erg oud. Tegen het einde van de eeuw zullen er nog maar zo’n 80 miljoen Japanners zijn, van wie een onevenredig hoog aantal ouderen.  Ondanks de hoge pensioenleeftijd, 70, is er een tekort aan economisch actieven. Een neergang die in de wereldgeschiedenis zijn gelijke niet kent. Het geboortecijfer opkrikken is niet evident en vraagt tijd.  Japan is wereldleider in robotisering (iets waarmee het tijdens de Olympiade graag had uitgepakt) maar robots kunnen mensen niet vervangen, en hen hooguit werk uit handen nemen.

Het Westen ziet immigratie als een oplossing en als een noodzaak. De problemen neemt het op de koop toe. In Japan kijken ze daar heel anders tegenaan. Een politicus die opkomt voor meer immigratie kan wel een kruis maken over zijn politieke carrière. Het is allicht het isolement waarin Japan eeuwenlang heeft geleefd dat het wantrouwen aanwakkert. Het is mee de verdienste van Abe dat de instroom van buitenlandse werknemers nu toch wat vlotter is gaan lopen. Het is hard nodig. Alleen al voor de bejaardenzorg zijn er vele tienduizenden mensen nodig, die Japan uit landen als Vietnam en de Filipijnen haalt.  Ook de bouwsector bijvoorbeeld  kan niet zonder overzeese, in principe tijdelijke, werkkrachten. De demografische ontwikkeling bedreigt ook de positie van het land als derde grote economische wereldmacht (na de Verenigde Staten en China).

Trage groei

Japan kampt nu al enkele decennia met een zeer trage economische groei. En groei is hard nodig om de enorme vergrijzingskost te dekken. Abenomics, Shinzo Abe’s recept van monetaire versoepeling, fiscale stimuli en structurele hervormingen,  moest die groei aanzwengelen, maar dat wil niet helemaal lukken. Toch doet het land het niet slechter dan de Europese Unie. De Japanse economie staat er in de kern best goed voor. Volgens de laatste cijfers groeide de economie in het derde kwartaal met 1,8 procent op jaarbasis. In de voorgaande twee kwartalen was dat 2,2 en 1,3 procent. Dat is meer dan de economie in de eurozone die op een groeitempo net boven de 1 procent zit (https://www.veb.net/).  Dit alles wel te verstaan vóór Corona, en bij een overheidsschuld die de grootste ter wereld is (238 procent van het bnp, inmiddels zeker nog opgelopen). Een uitsluitend binnenlandse schuld gedragen door de Japanners zelf, maar op termijn toch zorgwekkend.

Abe wilde ook ‘een samenleving waarin de vrouwen zouden schitteren’, maar het effect van zijn womenomics-programma dat de emancipatie in de hand moest werken is nog erg beperkt. Hij kantte zich wel tegen een wetsherziening waardoor een vrouw de huidige keizer zou kunnen opvolgen (keizer Naruhito  heeft geen zonen, wel een dochter).

Merkwaardig is dat de gevolgen van COVID-19 ook Abe worden aangewreven.  Het aantal besmettingen is er al bij al erg laag gebleven, maar de economische gevolgen dreigen voor Japan met zijn wereldwijde industriële activiteit erg zwaar te worden.

Last not least heeft Abe ook moeten leven met beschuldigingen over belangenvermenging, al zijn die nooit hard gemaakt.

De machteloze burger

Of de Japanse kiezer tevreden is over zijn beleid? Niet echt. In arren moede heeft het Abe-team vorig jaar nog de btw met twee procent verhoogd, wat een rem zette op de consumptie. Er is in dit land met vrijwel onbestaande werkloosheid groeit het tekort aan vaste, dus beter betaalde banen. Al te veel mensen, overwegend vrouwen,  moeten het stellen met deeltijds of tijdelijk en slecht betaald werk, tot groot jolijt van de werkgever. Nog slechts een minderheid kan rekenen op die levenslange, goedbetaalde baan in ruil voor onvoorwaardelijke trouw aan het bedrijf. De vakbeweging heeft tot op heden weinig of niets gedaan voor die almaar groeiende groep met nepstatuten. De bonden geven dat ook wel toe. Voor de werknemer betekent het dat hij nauwelijks wat overhoudt voor zijn pensioen en er zelfs voor terugdeinst een gezin te stichten, wat dan weer het geboortecijfer drukt, enz., enz.

Het is een deel van de erfenis van Shinzo Abe. De kans is groot dat zijn opvolger van huize uit liberaal-democraat is, iemand van vijftig of ouder, van het mannelijk geslacht en met vrienden in big business, waarschijnlijk zelfs een nazaat van een of andere excellentie met een LDP-partijkaart. In die context past het te herinneren aan het resultaat van de recentste parlementsverkiezingen (september 2019): de LDP kwam daarin als overwinnaar tevoorschijn, maar de helft van de kiezers, 1 op 2, was thuisgebleven, vooral omdat ze oordeelden dat er geen geloofwaardig alternatief was voor Abe. Het lukt de oppositiepartijen namelijk niet om hun onderlinge tegenstellingen te overbruggen en samen de LDP eindelijk nog eens naar de oppositiebanken te verwijzen waar ze de afgelopen 75 jaar maar enkele keren gezeten heeft.

Meer in: Geen Zee te Hoog. Japan en de Japanners in de 21e eeuw,  Uitgeverij Vrijdag, 2020,  294 blz.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Paul Muys

Paul Muys is oud-journalist en oud-communicatieman. Hij schrijft vooral over Frankrijk en Franstalig België.