Analyse, Politiek
kieskringen

Sleutelen aan de kieskringen




'Laten we kleinere kieskringen maken, zodat mensen minder afhankelijk zijn van "Brussel" en onze lokale basis onze lijsten zelf kan samenstellen', schrijft Bart Tommelein in zijn Mijn liberale blauwdruk voor morgen waarmee hij voorzitter van Open Vld hoopt te worden. CD&V-voorzitter Joachim Coens vroeg in zijn toespraak op de nieuwjaarsreceptie van zijn partij (25 januari) retorisch: 'Waarom geen werk maken van kleinere kieskringen? Dat is politiek dichter bij de mensen.' Wordt de paars-groene kieswetwijziging na twintig jaar teruggedraaid en verkiezen…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Uw (proef)abonnement is helaas verlopen

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen. Maar geen nood. Als u snel een abonnement neemt, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.


‘Laten we kleinere kieskringen maken, zodat mensen minder afhankelijk zijn van “Brussel” en onze lokale basis onze lijsten zelf kan samenstellen’, schrijft Bart Tommelein in zijn Mijn liberale blauwdruk voor morgen waarmee hij voorzitter van Open Vld hoopt te worden. CD&V-voorzitter Joachim Coens vroeg in zijn toespraak op de nieuwjaarsreceptie van zijn partij (25 januari) retorisch: ‘Waarom geen werk maken van kleinere kieskringen? Dat is politiek dichter bij de mensen.’ Wordt de paars-groene kieswetwijziging na twintig jaar teruggedraaid en verkiezen we onze volksvertegenwoordigers straks niet meer in provinciale kieskringen?

Arrondissementen

De vaderlandse verkiezingskaart is sinds 1831 al enkele keren hertekend. Tot 1899, onder het meerderheidsstelsel, werden de parlementsleden verkozen in de administratieve arrondissementen. De lijst die in een arrondissement de meeste stemmen kreeg, ging met alle zetels lopen. In de kleinste arrondissementen (zoals Diksmuide, Eeklo en Veurne) was er slechts één Kamerzetel, in het grootste (Brussel) waren er zeven in 1831 en achttien in 1898.

Sinds de omschakeling op evenredige vertegenwoordiging, in 1899, worden de zetels verdeeld in verhouding tot het aantal partijstemmen. Om die proportionaliteit mogelijk te maken, werden de kleinste administratieve arrondissementen samengebracht in kiesarrondissementen, in Vlaanderen onder meer Veurne-Diksmuide-Oostende, Gent-Eeklo en Tongeren-Maaseik. Voor de Senaatsverkiezingen, met minder zetels, werden nog enkele bijkomend grotere kiesarrondissementen gevormd, onder meer Mechelen-Turnhout, Kortrijk-Ieper en Dendermonde-Sint-Niklaas .

Apparentering

In 1919 werd de evenredige vertegenwoordiging versterkt door de invoering van de provinciale lijstenverbinding of apparentering. De ietwat complexe regeling hield in dat eerst in elk kiesarrondissement zetels toegewezen werden en de ‘restzetels’ vervolgens op het niveau van de provincie werden verdeeld. In feite waren er provinciale kieskringen, zonder dat die zo genoemd werden. De apparentering was gunstig voor kleinere partijen die in de arrondissementen geen of weinig ‘directe’ zetels hadden behaald en met hun ‘reststemmen’ toch of nog één of meer ‘apperenteringszetels’ konden verwerven.

Het Sint-Michielsakkoord (1992; vierde staatshervorming) nam voor de verkiezing van het Vlaams en het Waals Parlement de evenredige vertegenwoordiging over, inclusief de provinciale apparentering. Inzake kiesarrondissementen volgden de twee gemeenschappen een eigen weg. Wallonië koos de kiesarrondissementen van de Kamerverkiezingen, Vlaanderen die van de Senaatsverkiezingen, maar met twee uitzonderingen. In West-Vlaanderen werden, enkel voor het Vlaams Parlement dus, de kiesarrondissementen Kortrijk-Roeselare-Tielt en Veurne-Diksmuide-Oostende-Ieper gecreëerd. Omdat het Vlaams Parlement de jure een gewestparlement is, werd Halle-Vilvoorde afgesplitst van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde.

Voor de Senaatsverkiezingen voerde het Sint-Michielsakkoord een geheel nieuwe regeling in. Vanaf 1995 werden de ‘rechtstreekse’ senatoren niet meer in kiesarrondissementen verkozen, maar in drie regionale kieskringen: Vlaanderen, Wallonië en Brussel, en door twee kiescolleges: een Nederlandstalig en een Franstalig. De rechtstreekse verkiezing van senatoren is bij de zesde staatshervorming afgeschaft.

Bokkensprongen

Onder de paars-groene regering-Verhofstadt (1999-2003) werden, voor de Kamerverkiezingen, de kiesarrondissementen vervangen door provinciale kieskringen (tot de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde in 2012 was Vlaams-Brabant een uitzondering op de regel) en werd de provinciale lijstverbinding of apparentering geschrapt.

Met die maatregel wilde paars-groen de ‘onvoorspelbare en vaak onrechtvaardige toewijzing van zetels via het apparenteringsysteem’ ongedaan maken. De provinciale zetelverdeling maakte inderdaad soms vreemde ‘bokkensprongen’. Elke partij kreeg wel het correcte aantal ‘apparenteringszetels’, maar in welke arrondissementen — en dus bij welke kandidaten — die terechtkwamen, was meer loterij dan logica. Beroemd is de ‘bokkensprong’ van 1987, toen een Oost-Vlaamse Agalev-zetel in het kiesarrondissement Oudenaarde belandde, waar de partij amper 3.623 stemmen had gekregen. Daardoor liep het Oudenaardse CVP-Kamerlid Paul Tant zijn ‘zekere’ herverkiezing mis, hoewel zijn partij 23.875 stemmen en hijzelf zo’n 16.000 voorkeurstemmen had gekregen.

De tweede en zwaarder wegen reden voor de vorming van provinciale kieskringen was dat paars-groen de politieke ‘tenoren’ een nieuw territorium wilde geven om hun populariteit te verzilveren. In 1995 en 1999 hadden ze dat gedaan in de Vlaamse respectievelijk Waalse kieskring voor de Senaat. Ingevolge het Sint-Michielsakkoord had die Senaat evenwel een groot deel van zijn politiek belang verloren, waardoor ‘tenoren’ die geen minister waren geworden in tweede of derde klasse speelden. Dankzij de provinciale kieskringen konden de kopstukken in een vrij groot electoraal jachtgebied weer kandideren voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers.

Voor de verkiezing van het Vlaams Parlement nam de Vlaamse paars-groene coalitie de provinciale kieskringen over. De Waalse deed dat niet, zodat voor de verkiezing van het Waals Parlement de ‘oude’ kiesarrondissementen van de Kamer zijn blijven bestaan.

Greep

Op de samenstelling van de Kamer en het Vlaams Parlement had de invoering van provinciale kieskringen geen invloed, aangezien de zetels door de apparentering de facto al op het niveau van de provincie verdeeld werden. De hervorming had wel een ander gevolg. Doordat er maar één lijst per provincie is, er bijgevolg minder kandidaten zijn en de evenwichtsoefening die een lijstvorming sowieso is nóg hachelijker is, heeft in de meeste partijen de landelijke leiding haar greep op de lijstsamenstelling versterkt. Blijkbaar wil, wat Open Vld betreft, Bart Tommelein daar van terugkomen. Het siert hem dat hij de ‘lokale basis minder afhankelijk’ wil maken van ‘Brussel’, maar daar zijn geen kleinere kieskringen voor nodig. Het kan, als de intentie en de wil er zijn, nu ook. Als argument om de kieskringen te verkleinen, deugt het nauwelijks.

De beweegreden van Joachim Coens — ‘politiek dichter bij de mensen’ — snijdt meer hout. Het mag, zeker in ‘sociale media’-tijden, weliswaar niet overtrokken worden, maar toch: in een provinciale kieskring is de afstand tussen kiezer en gekozene groter dan in een arrondissementele. Coens weet bovendien dat zijn lokaal stevig ingeplante partij in pakweg vier kleine kieskringen méér lokaal bekende mensen als kandidaat kan uitspelen dan in één grote.

Vragen

De verkiezingskaart hertekenen, ligt gevoelig en is netelig, want elke partij kijkt met argusogen toe wat voor haar de implicaties (kunnen) zijn. Indien er ooit een debat over begint, zullen Coens en, als hij partijvoorzitter wordt, Tommelein enkele vragen moeten beantwoorden:

  • Willen ze kleinere kieskringen voor het Vlaams Parlement, voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers of voor beide? Moeten in dat laatste geval de kieskringen voor de twee assemblees identiek zijn?
  • Welke kleinere kieskringen willen ze: de ‘oude’ kiesarrondissementen van de Kamer, die van de Senaat of die van het Vlaams Parlement? Of willen ze de administratieve arrondissementen op een nog andere manier samenvoegen?
  • Denken ze misschien aan totaal andere kieskringen, die niet gebaseerd zijn op de administratieve indeling die we erfden van de Franse bezetting (1794-1815) en die meer sociologische en/of sociaaleconomische samenhang vertonen?
  • Voeren ze al dan neen de apparentering opnieuw in?

 

Bij de uittekening van kleine(re) kieskringen is het belangrijk erover te waken dat die ongeveer groot zijn, zodat, los van een wettelijke kiesdrempel, de natuurlijke drempel (het stemmenpercentage dat nodig is om een zetel te halen) in elke kieskring ongeveer gelijk is. Richtinggevend is een arrest van het Grondwettelijk Hof van 5 december 2007. Hoewel het over de kiesdistricten voor de provincieraadsverkiezingen in Vlaanderen gaat, is de (vast)stelling van de rechters dat er in een kieskring minimum vier en bij voorkeur minimum vijf zetels te begeven moeten zijn, algemeen geldig. Voor het Vlaams Parlement (124 zetels) zouden er dus ten hoogste een 25-tal kieskringen kunnen zijn (tot de invoering van de provinciale kieskringen waren er elf).

Gewestelijke kieskring

Vlaanderen is bevoegd om de kieskringen voor het Vlaams Parlement aan te passen (maar moet wel bij evenredige vertegenwoordiging blijven). Sinds de zesde staatshervorming heeft het zelfs expliciet de bevoegdheid een deel van de volksvertegenwoordigers in een gewestelijke kieskring te laten aanwijzen. Het is dus mogelijk om, bijvoorbeeld, dertig volksvertegenwoordigers in heel Vlaanderen te laten verkiezen en de 94 overige in, laat ons zeggen, achttien kieskringen.

De N-VA en het Vlaams Belang hebben bij de parlementaire bespreking van de zesde staatshervorming getracht van die gewestelijke kieskring een gemeenschapskieskring te maken, maar daar hadden de andere Vlaamse (en de Franstalige) partijen geen oren naar. Als gevolg daarvan zouden de Brusselse Vlamingen niet zouden mogen meestemmen voor de, in ons voorbeeld, dertig ‘heel-Vlaamse’ volksvertegenwoordigers. En aangezien Vlaanderen Brussel niet loslaat …

Mark Deweerdt

Mark Deweerdt (1952) was journalist bij De Standaard en De Financieel-Ekonomische Tijd/De Tijd, en schreef als kabinetsmedewerker toespraken en teksten voor Yves Leterme, Kris Peeters, Herman Van Rompuy en Geert Bourgeois.