fbpx


Buitenland, Onderwijs

Sneller afstuderen in Nederland: straks ook in Vlaanderen?




Een recent voorstel van Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) doet denken aan Nederlandse initiatieven om het hoger onderwijs (universiteit en hogeschool) te verbeteren. Het betreft zijn voorstel om studenten per 2023 pas toe te laten tot het derde jaar als alle eerstejaarsvakken zijn afgerond. Twee gedachten Het Nederlandse hogeronderwijsbeleid hinkt op twee gedachten. Wie aanleg heeft om te studeren (bij ons een term voor ná de middelbare school) moet dat kunnen. Maar dit mag de belastingbetaler niet te…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Een recent voorstel van Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) doet denken aan Nederlandse initiatieven om het hoger onderwijs (universiteit en hogeschool) te verbeteren. Het betreft zijn voorstel om studenten per 2023 pas toe te laten tot het derde jaar als alle eerstejaarsvakken zijn afgerond.

Twee gedachten

Het Nederlandse hogeronderwijsbeleid hinkt op twee gedachten. Wie aanleg heeft om te studeren (bij ons een term voor ná de middelbare school) moet dat kunnen. Maar dit mag de belastingbetaler niet te veel kosten. Dus dienen studenten binnen een gestelde termijn af te studeren. Beperkte tijdsduur betekent beperkte kosten. Eerder afgestudeerd betekent eerder op de arbeidsmarkt en dus ook eerder belastingbetaler.

Tempobeurs en hervorming middelbaar onderwijs

In 1996 voerde Onderwijsminister Jo Ritzen (PvdA, sociaaldemocratisch) de prestatiebeurs in. De basisbeurs, beschikbaar voor iedere student ongeacht inkomen, was al versoberd. Nu werd deze gekoppeld aan studieresultaten. Voortaan ontvingen studenten hun studiefinanciering (‘stufi’) voor de formele duur van hun studie. Dat was vrijwel altijd vier jaar. Daarna konden studenten twee jaar aan gunstige rente lenen. In zes jaar kon iedere student klaar zijn. Pas na het afstuderen werd de eerste vier jaar stufi definitief een gift. Wie niet afstudeerde, of pas na tien jaar, moest alles terugbetalen.

In de jaren ’90 werd ook het middelbaar onderwijs hervormd om de aansluiting op het hoger onderwijs te verbeteren. Dat moest minder ‘schools’ worden, met meer nadruk op zelfstandig werken en het aanleren van vaardigheden (vooral schriftelijk en mondeling presenteren). Want waarom leren wat een koe is en wat een geit, als het veel doelmatiger is te weten hoe je kunt opzoeken wat dat voor dieren zijn?

Bij natuurwetenschappelijke experimenten mag er maar één variabele zijn, alle overige waarden blijven constant. Anders kan niet met zekerheid vastgesteld worden welke variabele verantwoordelijk is voor een proces. Bij menselijk gedrag en maatschappelijke ontwikkelingen zijn laboratoriumomstandigheden lastig te creëren. In theorie was hetzij sneller afstuderen stimuleren, hetzij het voorbereidende schooltype aanpassen voldoende geweest. Door het allebei te doen, is moeilijk na te gaan welke maatregel zorgde voor meer tijdige afstudeerders in het hoger onderwijs.

De afgelopen vijftien jaar moesten meerdere beleidsmaatregelen het rendement in het hoger onderwijs verbeteren. Blijkbaar waren de maatregelen van de jaren ’90 geen overdonderend succes.

Tweede studie? Zelf betalen!

Sinds 2010 bestaat er een onderscheid tussen wettelijk collegegeld en instellingstarief. Het eerste is een wettelijk percentage van de kosten van een studie, de rest wordt door de overheid bekostigd. In het tweede geval zijn de volledige kosten voor de student. Wie een tweede studie wil volgen, na een eerdere afgerond te hebben, betaalt instellingstarief.

Dit werd ingesteld door het kabinet-Balkenende IV (2007-2010). Premier Jan Peter Balkenende (CDA, christendemocratisch) en vicepremier en minister van Financiën Wouter Bos (PvdA, sociaaldemocratisch) hadden twee studies afgerond. Onderwijsminister Ronald Plasterk studeerde het laatste jaar van zijn studie biologie ook economie. De voorrechten die zij zelf genoten, ontzegden zij anderen.

Langstudeerboete

Het eerste kabinet-Rutte (2010-2012) lanceerde met de langstudeerboete. Wie meer dan één jaar langer over de studie deed, betaalde voortaan 3.000 euro extra bovenop het collegegeld. Zowel in de bachelor- als in de masterfase mocht een jaar uitgelopen worden, dus in totaal twee jaar.

Praktisch nadeel: die student was al uitgelopen. Studievertraging voorkomen was effectiever geweest. Na vier jaar moesten studenten toch al lenen en bijwerken, dit was hooguit een extra verzwaring. Een student die vanwege de boete alsnog stopte, bleef een kostenpost voor de samenleving.

Ingevoerd in 2011. Ingegaan per september 2012. Rutte I was in april gevallen. Rutte II (november 2012- maart 2017, rechts-liberale VVD en PvdA) schafte de boete meteen af. Wie dit voor 2012-2013 had moeten betalen, kreeg het geld teruggestort.

Leenstelsel

Per september 2015 verving hetzelfde kabinet de vierjarige basisbeurs voor een leenstelsel. De gedachte was dat studenten gemotiveerder waren om tijdig af te studeren als zij alles moesten lenen. De reële studieduur liep niet terug. In plaats daarvan begon iedere afgestudeerde zijn loopbaan met een flinke schuld. De VVD was de enige partij die aan de maatregel vasthield. In september stemde de Tweede Kamer voor terugkeer van de basisbeurs. De lichtingen van het leenstelsel worden gecompenseerd.

PvdA

De sociaaldemocratische PvdA zat in alle kabinetten die de studiefinanciering voor studenten versoberden. Onderwijsministers Ritzen en Plasterk zijn PvdA-lid. Plasterk overwoog in het najaar van 2007 al de afschaffing van de basisbeurs.

Kwantiteit boven kwaliteit

Alle maatregelen ten spijt bestaat nog steeds het beeld dat onnodig lang over de studie gedaan wordt. Waarschijnlijk sorteerden die weinig effect, omdat het symptoombestrijdingen betrof. De afgelopen decennia werd het hoger onderwijs gefinancierd op basis van het aantal studenten. Instellingen zijn gebaat bij iedere extra inschrijving. Toelatingsexamens of matching halen dan weinig uit.

Daarnaast worden wetenschappers afgerekend het aantal publicaties en op binnengehaald onderzoeksgeld. Het eerste vereenvoudigt het tweede. Onderwijs en studentenbegeleiding leveren geen contractverlenging of vaste aanstelling op. Een loopbaanbewuste hoogleraar geeft nog wel hoorcolleges, maar beperkt zich verder tot werkgroepen aan laatstejaars bachelor- en masterstudenten. Vakken die aansluiten bij het eigen onderzoek.

Neoliberalisme?

Nu volgt vaak een pavloviaanse reactie: ‘Komt door het neoliberalisme!’ Dit verschijnsel waaide volgens critici over uit de Engelstalige wereld. Aan Amerikaanse universiteiten kiezen studenten individueel vakken, in Nederland is dit steeds minder mogelijk. En hoe zit het met Canada? Dat land heeft in veel provincies drie niveaus in het middelbaar onderwijs, een formeel onderscheid tussen hogeschool en universiteit en houdt het hoger onderwijs betaalbaar. Inderdaad, net als veel continentale Europese landen.

Kan de oorzaak dichter bij huis liggen? In 1999 tekenden de Europese landen de Bolognaverklaring, om het hoger onderwijs te harmoniseren. De afgelopen twintig jaar werd ook de ‘publish or perish’-cultuur dominant, waardoor publiceren belangrijker werd dan doceren.

Sinds de invoering van bachelor-master in 2002 is er aan Nederlandse universiteiten steeds minder ruimte voor wie meer docent dan onderzoeker is. In de masterfase bestaat een tweedeling tussen ‘research’-masters voor mogelijke onderzoekers en ‘gewone’ voor de rest. Wie geen onderzoeker wil worden – 90 tot 95% overweegt dit niet eens – wordt aan Nederlandse universiteiten hooguit geduld. Wie het wel overweegt, is nog niet beter af.

Consequent?

Wat je met zekerheid kan zeggen, is dat het Nederlandse beleid zich eenzijdig richt op het aantal afgestudeerden. Universiteiten voorzien daarin door studenten steeds schoolser te behandelen. Aanwezigheidsplicht, wekelijks opdrachten inleveren, individuele vakkenkeuze vervangen door enkele vaststaande trajecten.

Tot eind jaren ’90 was het middelbaar onderwijs ‘schools’ terwijl universitaire studenten ‘zelfstandig’ dienden te zijn. Nu moeten leerlingen van de havo (theoretische variant tso) en het vwo (aso) vanaf het vierde jaar ‘zelfstandig’ werken terwijl universiteiten ‘schools’ lesgeven.

Verschil Nederland-Vlaanderen?

De Nederlandse tegenstrijdigheid kan een banale oorzaak hebben. Voor onderwijs hebben wij doorgaans een minister en een staatssecretaris. De minister houdt consequent het hoger onderwijs bij zich. Basis- en middelbaar onderwijs werd vaak afgeschoven op de staatssecretaris.

Het siert Vlaanderen dat de Onderwijsminister zich met de drie stadia van de opleiding bezighoudt. Dit kan voor meer consistentie zorgen. Toch lijkt het beleid van onderwijsminister Weyts (N-VA) behoorlijk ‘Nederlands’: losse maatregelen om het rendement te verhogen. Ziet hij Nederland nog als ‘gidsland’?

Pieter de Jonge

Pieter de Jonge is historicus. Hij publiceert regelmatig op www.historiek.net en is Nederland-correspondent voor Doorbraak.be.