Commentaar, Media
Vrije Tribune
Vrije Tribune
Pierre Buyle

George Soros gecanoniseerd door de Financial Times

De Zoon des mensen gaat wel heen, gelijk van Hem geschreven is; maar wee dien mens, door welken de Zoon des mensen verraden wordt; het ware hem goed, zo die mens niet geboren was geweest (Mattheüs 26:24).
George Soros

De Financial Times  van 19 december 2018 riep George Soros uit tot ‘financial person of the year’. Daarmee schaart deze krant zich ook in de rangen van diegenen die aan de foute kant van de geschiedenis staan. Enerzijds is het natuurlijk een indrukwekkende zet om tien miljard dollar als inzet te wagen om een ‘raid’ op het Engelse pond uit te voeren. Soros deed zoiets in september 1992 en won er in één klap één miljard dollar mee op één dag, en op langere termijn nog twee miljard dollar extra. Dit leverde hem toen de bedenkelijke bijnamen op ‘the man who broke the Bank of England’ en ‘the man who shorted the British pound’.

Anderzijds kan men zich toch de terechte vraag stellen of zo’n actie, die de economie van Groot-Brittannië indertijd zwaar destabiliseerde, de bewondering, de bewieroking en het eerbetoon verdient die de Financial Times  Soros nu in 2018 toezwaait. In bepaalde onderwereldkringen heeft men ook de grootste bewondering en achting voor Albert Spaggiari die in 1976 de kluizen van de Société Générale-bank in Nice vakkundig plunderde. Het is allicht eenzelfde soort drijfveer die de Financial Times  bezielde…

De jeugdige Soros

Maar hiermee is absoluut niet alles gezegd. Soros’ visie komt erop neer dat indien hij het niet doet, een ander het wel zal doen. Dat is voor hem de ultieme rechtvaardiging. Hiermee komen we aan een wel zeer huiveringwekkend punt in de zieke geest van deze man. Een punt dat, voor wie er nog mocht aan twijfelen, hem onweerlegbaar ook klasseert bij diegenen die aan de foute kant van de geschiedenis staan. Soros wiens echte naam György Schwartz is, werd geboren in 1930 in Boedapest. Hij is, zoals algemeen geweten, Jood. In 1944 genoot hij bescherming vanwege iemand die zwoer dat György Schwartz (alias Soros) zijn petekind was. Soros pretendeerde toen ook christen te zijn. Zo ontsnapte hij aan de wegvoering naar de nationaalsocialistische uitroeiingskampen en de gewisse dood. Men kan zich afvragen wat de drijfveer van die beschermer was. Verschillende verklaringen zijn mogelijk, maar één ding is zeker: nobel van inspiratie was het duidelijk niet. Immers, de ‘beschermheer’ zette Soros in om hem te helpen met de confiscatie van de goederen van Joden. Soros gaf dit zonder schromen toe in een interview waarvan u hier een excerpt kunt bekijken (2,5 minuten).

Soros verschuilt zich zonder verpinken achter het excuus dat hij een kind was. ‘Maybe as a child you don’t see the connection, but it created no problem at all’. No problem at all…. ! Het gaat hier over een hyperintelligent persoon en het is dus totaal ongeloofwaardig dat hij, zelfs als 14-jarige, niet zou ingezien hebben waar hij mee bezig was, namelijk als Jood andere Joden verraden. De Jood die Joden verraadt, kan het nog Judas-achtiger zijn? Kunnen de 30 zilverlingen nog toepasselijker zijn dan op Soros? In omstandigheden als die van een Centraal-Europees Joods kind in de tweede wereldoorlog, krijgt men de kans niet om een normale kindertijd te beleven. Men wordt bliksemsnel volwassen. Robert Badinter vertelt hierover in een recente uitzending van La Grande Librairie (TV5) hoe hij op het einde van de oorlog een man was geworden, daar waar de anderen, de niet-joden nog kinderen waren.

Terloops, voor de jongere generatie Doorbraak-lezers: Robert Badinter is in Frankrijk geboren in 1928, als kind van Joden afkomstig uit Bessarabië (een verdwenen land dat indertijd tussen het Russisch keizerrijk en Roemenië lag, min of meer overeenkomend met het grondgebied van het huidige Moldavië). Badinter werd advocaat en was van 1981 tot 1986 minister van justitie onder president François Mitterrand. Zijn vader kwam om in het nationaalsocialistische uitroeiingskamp Sobibor. Hij publiceerde onlangs een ontroerend mooi boek over zijn grootmoeder Idiss.

Zijn moreel universum

Terug naar Soros en zijn pogingen er zich uit te praten: ‘maybe as a child you don’t see the connection’. Niet alleen zegt hij dus ‘misschien’, maar net daarvoor zei hij ook ‘it was a very personal experience of evil’. Hij erkent dus persoonlijk oog in oog gestaan te hebben met het boosaardige, met het absolute kwaad en het als dusdanig herkend te hebben en er bewust van te zijn. Hoe kan men dan nog beweren het verband niet gezien te hebben? Kan men zichzelf nog flagranter tegenspreken? De interviewer suggereert heel terecht dat hij op de canapé van een psychiater had moeten belanden. Het verdere verloop van het interview is zo mogelijk nog meer shockerend, hij aarzelt en zoekt zijn woorden en plots heeft hij een uitweg, een ingeving die hem zelfs doet glimlachen: ‘well actually, funny way, it’s just like in markets, that if I weren’t there, of course I wasn’t doing it (?!), but somebody else would be taking it away anyhow, whether I was there or not, I was only a spectator, the property was being taken away, so I had no role in taking away the property, so I have no sense of guilt.’ Het lijkt wel of hij lijdt aan een eigenaardig soort tunnelvisie waarin alleen ruimte is voor ‘dingen’ (het woord ‘thing’ en ‘property’ komt meermaals voor). Zijn moreel universum bestaat uit de rechtvaardiging van het wegnemen van ‘dingen’. En dat mag altijd, om de simpele reden dat indien hij het niet doet, een andere het wel zou doen. Er is een genocide aan de gang en hij is alleen bezig met zichzelf wijs te maken dat hij de goederen van zijn weggevoerde mede-Joden mag helpen stelen. Funny way, it’s just like in markets. Punt. Funny? Verder ziet hij ‘geen verbanden’ en voelt hij zich niet schuldig. Judas is al bijna tweeduizend jaar lang in de christelijke traditie de vreselijkste schurk die ooit op aarde liep. Hem brandden de dertig zilverlingen in de hand. Hij walgde van zichzelf, gooide het bloedgeld op de tempelvloer en verhing zich. Voorwaar, Judas had meer eergevoel dan Soros.

Psychiatrie

Soros is de naam die hij zichzelf gegeven heeft. Men kan zich afvragen vanwaar die naam komt. Eén ding is duidelijk: het is een palindroom dat met enige verbeeldingskracht kan beschouwd worden als een voorafschaduwing van zijn daden. Hoe je de zaken ook bekijkt, van links naar rechts of van rechts naar links, het maakt allemaal niets uit. Funny way. Het is nu eenmaal zo. Het is de markt: doe ik het niet, dan doet een ander het. Daarmee kun je zowat alles rechtvaardigen. Ik denk dat je zijn ‘personal experience of evil’ heel letterlijk moet begrijpen, als ‘an experience of evil in himself’.

Deze man hoorde helemaal geen erkenning te krijgen van de Financial Times. Maar misschien is dat inherent aan sommige journalisten: gemakzuchtige betweterigheid. Laatst kreeg ik van een gepensioneerde Standaard-journalist het belerend verwijt Orbán en zijn politiek van afwijzing van de georkestreerde Untermarschierung van Europa toe te juichen. Het was zelfs een breekijzer in onze oude vriendschap: Orbán is in de tunnelvisie van de Gutmenscherei uiteraard de baarlijke duivel. Het interessante hieraan is dat deze goede man in augustus van dit jaar nog nooit gehoord had van Soros. Hij kende hem niet en had niet het minste benul wie hij was, waar hij voor stond enzoverder. Journalistiek.

De interviewer heeft absoluut gelijk: Soros hoorde thuis in de psychiatrie, ‘for many years’.
Voorgoed zelfs. En in een dwangbuis…
Nu is het te laat, hij heeft te veel kwaad aangericht.

Pierre Buyle

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans