fbpx


Cultuur

Spelende vosjes

Dagboekaantekeningen (65)


vosje

Dinsdag 22.02.2022 De datum is een palindroom. Onschuldig lenteweer. Maar in de recente storm is een eik aan het begin van de oprit naar Hare Farm ontworteld; hij heeft de paardenstal van Mary verpletterd. Uit de bouwval weerklonk een verschrikkelijk gekerm, volgens de keukenmeiden in Stubb Lane; de dierenarts gaf het paard een injectie en de eigenares streelde het hoofd van haar stervende rijdier tot het opengesperde, nat blinkende oog eindelijk brak. Mary lacht. ‘Ik ben tachtig. Mijn paard heb…

Premium Artikel

Dit artikel is een premium-artikel dat alleen leesbaar is voor Doorbraak-lezers die ingelogd zijn op doorbraak.be. Registreren is gratis en geeft toegang tot alle premium artikels. Het is mogelijk dat u al de nieuwsbrief ontvangt of dat u al een steuner bent bij Doorbraak, maar dat u nog geen inlogaccount (met wachtwoord) heeft aangemaakt. Als u via sociale media inlogt of hieronder een nieuwe account aanmaakt, dan wordt die account automatisch aangemaakt en aan uw nieuwsbrief gekoppeld.

Al geregistreerd bij Doorbraak of bij een sociaal netwerk? Log dan hieronder in op Doorbraak.be







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Dinsdag 22.02.2022

De datum is een palindroom. Onschuldig lenteweer. Maar in de recente storm is een eik aan het begin van de oprit naar Hare Farm ontworteld; hij heeft de paardenstal van Mary verpletterd. Uit de bouwval weerklonk een verschrikkelijk gekerm, volgens de keukenmeiden in Stubb Lane; de dierenarts gaf het paard een injectie en de eigenares streelde het hoofd van haar stervende rijdier tot het opengesperde, nat blinkende oog eindelijk brak.
Mary lacht. ‘Ik ben tachtig. Mijn paard heb ik tien jaar geleden verkocht. Dat soort praatjes krijg je als je in het laatste huis aan een landweg in Engeland woont.’
Een spookpaard dus. En een verhaal – de kiem van een mythe – over een donker, glanzend oog, dat een snikkende bejaarde amazone weerspiegelt.

Donderdag 24 februari

De Russen zijn dan toch Oekraïne binnengetrokken. Het ijskoude reptiel in het Kremlin praat over de ‘denazificatie’ van een democratisch land. President Zelenski antwoordt dat hij een Jood is.
Een vriend schrijft me: ‘Gelukkig zijn je kinderen veilig in Amerika.’
De onthutsende gedachte dat ik inderdaad geneigd ben die onthutsende gedachte te denken.
De omstandigheden beroven me van mijn stijl en dicteren telegrammen.

Vrijdag

Een Russisch oorlogsschip eist van het dertien man tellende garnizoen op een eilandje in de Zwarte Zee dat ze zich overgeven. De dertien soldaten overleggen kort en antwoorden dan volgens een Nederlandse krant ‘Krijg de klere!’ en volgens een Vlaamse ‘Go fuck yourselves!’ Maar ik, enigszins vertrouwd met het Slavische karakter en zijn schaamteloze metafysica, zeg u dat ze ‘Loop naar de hel!’ roepen en daarbij ook echt aan de hel denken.
Nu zijn ze dus ‘heroïsch’. Voor ons is het makkelijk om dat woord als zinloos en verwerpelijk af te doen. Maar hoe werkt de inspiratie? De Oekraïense bevolking is nu even niet zo bezig met het gebruik van het correcte persoonlijk voornaamwoord. De Oekraïense bevolking heeft nu even helden nodig. De tijden maken ons intussen belachelijk.
‘Vaderland’ – nog zo’n woord. Wij hebben geleerd het te wantrouwen. De tijden beproeven de hardheid van zo’n woord; ze houden het tegen het licht om te zien of het van diamant of glas is gemaakt. Bestaat het vaderland nog als een potentaat er zijn hak op heeft gezet?

Zaterdag

De lul die mijn aartsbisschop is – Justin Welby, het soort lul dat zich zorgen maakt over het feit dat hij geen vagina is – zou de patriarch van Moskou onverwijld moeten verzoeken Vladimir Poetin als lid van onze Russisch-orthodoxe zusterkerk te excommuniceren.

Zondag

Voorlopig zijn de Russen de Boekovina nog niet binnengedrongen, het oude Oostenrijkse kroonland, daar waar je aardappelvelden en plaggenhutten zou verwachten, doch in fraaie steden wit tafellinnen en andere manifestaties van de Duitse geest tegenkomt – het vaderland van Joseph Roth.

Maandag

Linkse en rechtse extremisten leggen de schuld voor de oorlog mede bij de NAVO en de Amerikanen.
Maar ik moet niet over de oorlog rapporteren. Ik moet thuis bij de haard de laatste bladzijden van The Good Soldier lezen, want mijn favoriete personage, de jonge, naïeve, door nonnen opgevoede Nancy, zit bij de haard te snikken wanneer ze door toedoen van een krantenbericht eindelijk begrijpt dat echtscheiding een wettelijke mogelijkheid is. Was het huwelijk dan geen sacrament? ‘Ik dacht dat je getrouwd was of niet getrouwd was, zoals je levend of dood bent.’
O haardijzers, versierd met koperen bloemmotieven, die plotseling onwerkelijk lijken! Nu zijn de brandende blokken gewoon blokken die branden en niet langer de behaaglijke symbolen van een onverwoestbare manier van leven…

Woensdag

Over onechte mensen. Onechte mensen bestaan uit een massa geleuter, afkomstig van sociale media; onechte mensen zijn als plaatjes, geknipt uit een tijdschrift. Echte, levende mensen hebben eigen emoties en gedachten, maar onechte mensen zijn even echt als een bankbiljet, dat een bepaalde hoeveelheid goud vertegenwoordigt zonder het te zijn.

Zondag 4 november 1956

De Russen trekken Boedapest binnen.
Het is lang geleden, in het jaar 42 voor Google om precies te zijn, maar mensen als ik hebben nu eenmaal de pathologische behoefte voortdurend achterom te kijken, met als gevolg dat ze voortdurend vol blauwe plekken zitten van het heden.
Na een jaar in Engeland te hebben gewoond, zijn we weer terug in het vaderland. Maar mijn vader heeft nog werk in Londen.
Dan volgen de Suezcrisis en Boedapest… en die vader van mij is getraumatiseerd door zijn onvrijwillige verblijf in het Berlijn van 1943: in paniek laat hij zijn gezin naar Engeland overkomen, waar we pas een maand geleden vertrokken zijn. We nemen onze intrek – vader, moeder, zusje, ik – in het Somerset House Hotel, 6 Dorset Square, London N.W.1. Dat adres vind ik in de verre toekomst van de late twintigste eeuw op een kasbon terug, die uit de voering van mijn vaders favoriete fluwelen jasje zal komen vallen, het tot flarden toe beminde jasje waarin ik me hem het liefste herinner.

Woensdag 21 november 1956

Herinnering opgegraven uit de tell geheten Schoenendoos. Op het bijbehorende kaartje staat Beschaving van Barnardshire, 1956 na Chr.
Het voltallige personeel van het Somerset House Hotel zong ‘Happy Birthday’ voor mijn tweede verjaardag. Dat ons gezin toen op de vlucht was voor de Russen en de nakende atoomoorlog zou jarenlang ietwat belachelijk lijken – tot 24 februari 2022 om precies te zijn. Maar mijn vader was bij een bombardement op Berlijn bijna omgekomen en mijn beide ouders waren later haast verhongerd in Rotterdam.
‘Happy Birthday!’ jubelde het zwart-witte koor der kamermeisjes. De portier tilde me naar het zenit van de lobby, waar mijn vingertjes naar de kroonluchter graaiden. Ik was een jolly good kereltje. Ik kreeg mijn allereerste boek, dat ik nog steeds bezit, mijn eigen boek Genesis: The Jack and Jill Book 1957. Ik mocht spelen in de lobby. Op het koperbeslag van de deuren smolt mijn adem telkens weer weg. Het trappenhuis rook verrukkelijk naar boenwas, dat is de oudste drug. Mijn autootjes reden zich almaar vast in Perzische abstracties.
Het was in de dagen dat een middenklassehotel pronkte met zijn op het bedwelmende af geboende houtwerk. Alle speelgoed was driedimensionaal en er bestond geen Health & Safety, een complot van de overheid om kinderen het spelen af te leren. Mijn ouders waren Mr and Mrs Barnard; ze werden aangesproken met Sir en Madam.
Ja, ik besef de bevoorrechte status van mijn geheugen.

Jaren later

Ik wil niet over de oorlog rapporteren. Staat u mij toe dat ik de draak aan Sint Joris overlaat.

Aswoensdag

Terwijl de honden zich geestdriftig op de ons omringende velden storten, meanderend door al dat geurige Engeland, houden John ik onze oefeningen in welsprekendheid, die we ritmeren met onze stappen. Als je al pratend met een ander wandelt, ben je intelligenter dan aan de haard, net zoals de metriek van het vers voor jou de woorden opraapt.
‘Ik denk dat ik dit jaar in het kader van de versterving de witte wijn opgeef,’ zegt John.
‘Je drinkt toch altijd rood?’
‘Ik heb rood overwogen, maar je moet niet willen voordringen in de rij van kandidaat-heiligen.’

Zonder datum

Je moet nooit grappen opschrijven, maar wie dat weet mag het. Iemand vertelde me onlangs deze:
Jacob sjokt met twee koffers door de hal van Antwerpen Centraal. Hij spreekt een dame aan: ‘Mevrouw, mag ik u vragen wat u van de Joden vindt?’
‘O,’ zegt de vrouw, ‘ik bewonder de Joden! Die moedige mensen hebben zoveel geleden.’
‘Dank u wel,’ zegt Jacob.
Verderop spreekt hij een heer aan: ‘Meneer, mag ik u vragen wat u van de Joden vindt?’
‘Ah,’ zegt de man, ‘het Joodse genie is onovertroffen! Hoeveel Nobelprijzen hebben die mensen niet gewonnen?’
Jacob bedankt hem en klampt iemand anders aan: ‘Meneer, mag ik u vragen wat u van de Joden vindt?’
‘Wat ik van Joden vind?’ zegt de man, ‘Die rotte smouzen hebben alles in handen, de pers, de banken, de…’
‘Meneer,’ zegt Jacob, ‘u bent een eerlijk man. Wilt u even op mijn bagage letten? Ik moet dringend plassen.’

Zonder datum

Péter Nadas heeft gelijk wanneer hij zegt dat de Europeanen in het oosten veel meer weten over het lijden dan wij – die niet eens over het geslacht van de engelen bakkeleien, maar over ons eigen geslacht – en dat ze daarmee in feite Europa hebben bewaard.

Zonder datum

‘Joy is tenminste complexloos Amerikaans,’ zegt Darryl bij een pint in de pub. ‘Je hebt van die Amerikanen die doen of ze Engels zijn. Ze hebben een afschuwelijk accent en veinzen een acute belangstelling voor de jacht op korhoenders. Wanneer komt ze terug uit Brussel?’

Zonder datum

Ik word wakker omdat ik moet plassen. Als een blinde vind ik de badkamer, zonder het licht aan te doen. Ik plas. Ik was mijn handen. Maanlicht stroomt de badkamer binnen; de wastafel glimlacht, de kast met de handdoeken rekt zich uit, de badkuip hunkert naar de vormen van Joy.
Mijn spiegelbeeld wenkt me in het witblauwige glas van het raam, dat uitkijkt over de tuin. De borders liggen als Engeland en Frankrijk aan weerszijden van een Kanaal van maanlicht, en op die kristallen zee rennen drie jonge vosjes achter elkaars staart aan, buitelen over elkaar heen, nemen plagerige hapjes van elkaar oren – en de moervos zit op haar kont toe te kijken, zonder in te grijpen, zonder te keffen. Het schouwspel zelf is volkomen geluidloos.
Dan gaat de zon op en komen de honden bij uit hun verdoving.

 

 

 

Benno Barnard

Benno Barnard is een schrijver die meent dat het heden gewoonlijk ongelijk heeft.

Dit artikel delen


Als abonnee kan u dit artikel gratis verspreiden via sociale media en doorsturen naar uw vrienden. Zij zullen dit artikel volledig kunnen lezen zonder abonnee te zijn of zonder een (proef)abonnement te nemen. Zij krijgen bij het lezen de vermelding dat dit artikel door u wordt aangeboden. Als u dit via email doorstuurt, wordt het emailadres van uw vriend niet genoteerd in de databank.

Commentaren en reacties


Reageren op een artikel? Graag, maar hou het netjes, blijf bij het onderwerp van het artikel en blijf niet eindeloos reageren.  Dit is geen plaats voor scheldpartijen en eindeloze discussies. Niet meer dan 10 reacties per dag per persoon en niet meer dan 3 per artikel graag.  Kijk vooraf even op onze Spelregels en technische problemen
Reacties - klik hier
Als ingelogde bezoeker kan u hier de reacties lezen en deelnemen aan het debat.
Reacties - klik hier
Als ingelogde bezoeker kan u hier de reacties lezen en deelnemen aan het debat.