Stefan Sottiaux: ‘Parlement moet wettelijk kader scheppen voor coronamaatregelen’

Stefan Sottiaux: 'De noodtoestand is een begrip dat in België inderdaad niet bestaat. Dit omdat onze grondwet voldoende instrumenten aanreikt om elke crisis de baas te kunnen.'

De huidige maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus zijn ongrondwettelijk, zo meent een politierechter in Charleroi. En ook de avondklok bevindt zich op juridisch drijfzand. Volgens grondwetspecialist Stefan Sottiaux (KU Leuven) geeft de wet op de civiele veiligheid waarop nu de corona-aanpak steunt, te veel macht aan de uitvoerende machten in België. Daarbij komen verschillende overheden op elkaars terrein.

Verschillende bevoegdheidsniveaus

Elk bestuurlijk niveau in België neemt maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus. Welk bestuursniveau heeft voorrang?
Stefan Sottiaux: ‘In België is niet één, maar zijn meerdere bestuursniveaus bevoegd om maatregelen tegen het coronavirus te nemen. De bottom line is steeds dat zowel de federale overheid als de deelstaten maatregelen kunnen nemen die binnen hun eigen bevoegdheden vallen. Dat is het principe dat we in een federale staat als België gebruiken.’

‘De federale overheid kan bijvoorbeeld de coördinatie van de anticoronamaatregelen op zich nemen. Maar ga je kijken naar concrete bevoegdheden, dan zien we dat zowel de federale overheid, de deelstaten of de gemeenten soortgelijke maatregelen kunnen nemen. Neem nu volksgezondheid. Dat is deels een federale bevoegdheid. Maar preventieve gezondheidszorg is dan weer het domein van de Vlaamse gemeenschap. En een gemeente kan als preventieve maatregel een school sluiten om gezondheidsredenen.’

Verschillende bevoegdheidsgrondslagen

‘Het probleem is dat veel van de maatregelen een dubbel aspect bezitten. Verschillende niveaus zijn bevoegd voor soortgelijke maatregelen, op grond van een andere bevoegdheidsgrondslag. Het sluiten van scholen is daar een goed voorbeeld van. De gemeenschappen kunnen dat op grond van hun bevoegdheid voor onderwijs. Maar ook de federale overheid doet het, op grond van de wet civiele veiligheid. Tot nu hebben de gemeenschappen zicht niet verzet tegen de federale Ministeriële Besluiten die de basis vormen van onze anticoronaregels. Hoewel die toch het terrein van de deelstaten betreden.’

‘Wat we wel zien, is dat de federale overheid tijdens deze tweede golf eerst overleg pleegt met de deelstaten. Dat is een positieve evolutie. Wat er in die besluiten staat heeft immers een grote impact of de bevoegdheden van de deelstaten.’

Inperking grondrechten

Hoe zit het met de bevoegdheid veiligheid?
‘De federale overheid maakt op dit moment gebruik van enkele residuaire bevoegdheden om de bevolking te beschermen. In de eerste plaats gaat het om de wet op de civiele veiligheid. Die stelt dat de federale overheid maatregelen mag nemen in geval van “rampspoedige gebeurtenissen”. Dan zijn er ook de politionele bevoegdheden. Die mogen ingezet worden in geval van dreiging. De wet op de civiele veiligheid is momenteel de fundering voor de Ministeriële Besluiten die onze grondrechten inperken.’ 

Enkele juristen nemen die Ministeriële Besluiten nu op de korrel. Zij vragen de Raad van State om hierover bij hoogdringendheid uitspraak ten gronde te doen. De avondklok zou bijvoorbeeld ongrondwettig zijn. Een politierechter in Charleroi is dan weer van mening dat alle coronamaatregelen niet stroken met de grondwet. Bovendien kent België geen juridisch omschreven ‘noodtoestand’.
‘De noodtoestand is een begrip dat in België inderdaad niet bestaat. Dit omdat onze grondwet voldoende instrumenten aanreikt om elke crisis de baas te kunnen. Grondrechten zijn immers niet absoluut. Om de veiligheid van de burgers te waarborgen, kan een staat de grondrechten tijdelijk inperken. Mits aantoonbare noodzaak en proportionaliteit. Dat is perfect legitiem.’

Onvoldoende wettelijke basis

‘Wel problematisch is dat we vandaag in België geen voldoende wettelijke basis hebben voor die inperkingen. We laten dit te veel over aan de regering. De oude wet op de civiele veiligheid is op zich geen goede basis voor de langdurige beknotting van de burgerlijke vrijheden. Eigenlijk bestaat ze alleen om de veiligheid van de burger te waarborgen bij kortstondige gebeurtenissen, zoals ontploffingen of ongelukken.’

Het is hoog tijd dat het parlement, de verkozenen des volks, een duidelijk wettelijk kader opstelt. De kunst daarbij is om voldoende flexibiliteit te laten aan het bestuur, maar tegelijkertijd de proportionaliteit en voorspelbaarheid van het beleid voldoende te garanderen. We moeten steeds naar een goed evenwicht streven. De scholen sluiten versus het recht op onderwijs. De avondklok versus bewegingsvrijheid. De horeca sluiten versus het recht op een handelszaak uitbaten. En mondmaskers verplichten versus inbreuken op de persoonlijke levenssfeer.’ 

Zijn er grondrechten die wel absoluut zijn, en die nooit kunnen opgeschort worden?
‘Jazeker: het verbod op foltering, het verbod op slavernij en het verbod op retroactieve bestraffing. En dan is er nog de gewetensvrijheid: “die gedanken sind frei”.’

Christophe Degreef :Christophe Degreef is onafhankelijk journalist. Niet oud, maar wel old skool. Eerder werkte hij voor Brussel Deze Week en de Vlaams-Brusselse Media.