Communautair, Economie

Sterker Vlaanderen door bewustere Vlamingen

‘Om een sterker Vlaanderen te realiseren hebben we bewuste Vlamingen nodig’, dat was de openingsquote van Sander Loones bij de opening van het – langverwachte – eerste colloquium van Objectief V, de groep die het confederalisme moet uitdiepen binnen de N-VA. De eerste van drie zaterdagvoormiddagen kreeg de titel ‘Het gestolde land’. Het was uitdrukkelijk niet de bedoeling om stil te staan bij de juridische en tactische vragen rond confederalisme (of eventueel onafhankelijkheid). Dat zal voor een andere keer zijn. Die eerste studievoormiddag draaide rond de economie. Is er ooit echt een ‘arm Vlaanderen’ geweest, en waarom is dat er nu niet meer? En welke lessen kunnen we daaruit trekken?

Gestolde land

Om uit te leggen hoe groot de Belgische rem is had Objectief V Erik Buyst uitgenodigd, hoogleraar economische geschiedenis aan de KU Leuven. Buyst gaf in een presentatie een samenvatting van zijn boek Het gestolde land. Buyst toont aan dat het bbp per hoofd per provincie van 1896 tot 2000 helemaal omgeslagen is. In de 19e eeuw hadden alle Vlaamse provincies een bbp per hoofd onder het Belgische gemiddelde (met een uitzondering voor het toen nog unitaire Brabant). Het bbp per hoofd van de rijkste Vlaamse provincie Antwerpen is lager dan dat van de armste Waalse provincie. In 2000 zien we alle Franstalige provincies ver onder het Belgische gemiddelde, met uitzondering van Waals-Brabant. De rijkste provincies van de 19e eeuw zitten in 2000 in de staart: Henegouwen en Luik.

Meer nog dan die vaststelling zijn de vragen ‘Hoe?’ en ‘Waarom?’ belangrijk. De armoede van Vlaanderen is historisch te wijten aan net niet aanpassen aan veranderende situaties in de wereld en verzet tegen innovatie. Datzelfde dreef Wallonië de armoede in. De economische ondergang van Wallonië is te wijten aan het halsstarrig vasthouden aan de steenkool- en later de staalindustrie.

Overheid

Ook de overheid heeft een rol gespeeld. Bij periodes van groei dacht men niet aan een eventuele toekomstige periode van achteruitgang. Zo is onze dure sociale zekerheid ontstaan in een hoogconjunctuur in de zware industrie in Wallonië na de Tweede Wereldoorlog, alsof die hoogconjunctuur altijd zou blijven duren, quod non. Ook toen al zorgde dat voor onevenwicht tussen Vlaanderen en Wallonië. In Vlaanderen was er meer arbeidsintensieve industrie, waar de loonlast meer doorwoog dan in de zware industrie; de nationale loonstijgingen deden Vlaanderen pijn. Een stroeve arbeidsmarkt belet nadien loonaanpassingen en zo stolt het land. Ook de dure sociale zekerheid wordt niet aangepast en zorgt voor begrotingstekorten van 15% van het bbp in 1981. De historische oorzaak van de hoge staatsschuld.

De ommekeer komt in de jaren 1980. Met een streng matigingsbeleid én een jonge dynamische Vlaamse regering die een wervend project opzet met de Derde Industriële revolutie in Vlaanderen (DIRV), beter bekend als Flanders Technology. Het afbreken van de grenzen in Europa zorgt voor een groeiende afzetmarkt. Vlaanderen doet het goed. Maar het vergeet de lessen van de 19e eeuw. De lonen stijgen door krapte op de arbeidsmarkt en zo verzwakt de concurrentiekracht. En ook de sanering van de overheidsfinanciën valt stil.

Subtop

Vlaanderen hoort vandaag bij de subtop in Europa als je het bbp per hoofd bekijkt. Beieren en West-Nederland doen het beter. Vlaanderen heeft volgens prof. Buyst geen grote multinational zoals Nestlé. Vlaanderen heeft nood aan een vernieuwing van de economische structuur: de industrie uit de jaren 1960 raakt uitgeblust (autoassemblage, staal), de chemie heeft een groot gewicht in de industrie en Brussel kreeg een deuk als financieel centrum. De nieuwe economie van de e-commerce is compleet verkeerd aangepakt, België en Vlaanderen zijn in snelheid gepakt door Nederland.

En hoewel Buyst uitgenodigd was door een regeringspartij spaarde hij zijn kritiek niet. De Vlaamse overheid doet niet genoeg om het tij te keren. De regulitis is te groot. Buyst erkende dat de versnippering van bevoegdheden een probleem is in België, maar Vlaanderen regeert niet altijd even performant in homogene bevoegdheden. De prof noemde onderwijs als voorbeeld; de administratieve last wordt er alsmaar hoger. De Vlaamse overheid is toe aan een kerntakendebat: wat moet een overheid doen en wat doet ze beter niet? En Vlaanderen moet zichzelf constant vergelijken met de beste praktijken in het buitenland en de drie topregio’s van Europa.

Erik Buyst eindigde met een oproep voor structurele hervormingen van onze economie. Veel verder dan nu hervormd wordt, als we dat niet doen, zal de volgende crisis des te harder toeslaan.

Bourlon

Na de prof was het de beurt aan een ondernemer. Hans Bourlon, CEO van Studio 100. Bourlon – die vorige week nog maar de Prijs voor de Vrijheid kreeg van de rechts-liberale denktank Libera! – kwam zich niet outen als N-VA’er, maar gaat ‘graag in op een aanbod om ondernemen te promoten én te debatteren’. De ondernemer Bourlon is erin geslaagd om van een klein Vlaams bedrijf een wereldspeler te maken. Hij kan dus vergelijken tussen landen. Zo ervaart hij dat ondernemen in Frankrijk nog moeilijker is dan in België, maar in Australië is het veel makkelijker om te ondernemen. België kan veel vooruitgang boeken als het zorgt voor meer eenvoud en meer rechtszekerheid voor ondernemingen. Soms zijn de regels zo ingewikkeld dat ondernemers die regels niet meer kennen of kunnen kennen. Dat remt ondernemen af.

Vlamingen missen de koopmansgeest van de Nederlanders, volgens Bourlon. In Vlaanderen is er één bedrijf dat wereldwijd tv-programma’s verkoopt, in Nederland zijn dat er twee handen vol. Terwijl er in Vlaanderen even goede en betere programma’s worden gemaakt. Maar wij hebben de reflex niet genoeg om die aan de hele wereld te willen verkopen. In zijn multinationaal bedrijf ziet Bourlon de Vlamingen als lijmers. De Vlaming die de Franse artiest die heel nationaal denkt en voelt, lijmt aan de Australiër die heel internationaal denkt. In het lijmen kunnen Vlamingen verschil maken.

‘Vernieuwing kan je niet tegenhouden,’ het is de kunst om je aan nieuwe situaties aan te passen. Het is moeilijk om daarin positie te bepalen, vaak zijn er goeroes die de effecten van vernieuwingen op korte termijn overdrijven, maar die op langere termijn zijn moeilijk in te schatten. Neem bijvoorbeeld het internet. Ondanks de rampspoed die werd afgekondigd, worden er nog kranten gedrukt, en is ook HLN.be ontstaan. Studio 100 is erin geslaagd om zich goed te positioneren in de digitalisering. Door een opbod tussen providers worden rechten opnieuw meer waard. Terwijl door minder reclame-inkomsten de budgetten van tv-zenders sterk verminderen en de kosten oplopen als de vooruitgang in de techniek gevolgd moet worden.

Kloof

Volgens Matthias Diependaele, N-VA-fractievoorzitter in het Vlaams Parlement, was het doel van de dag om verder te kijken dan de negatieve analyse. België is een gestold land en de misbruiken die de voorbije dagen in Brussel aan het licht komen zijn volgens Diependaele daar ook symptomen van: ‘We hebben geleerd dat terugplooien op onszelf de oorzaak was van een arm Vlaanderen. Het succes van Wallonië was hun openheid naar globalisering. Vandaag zijn de posities omgekeerd.’

Conclusie

Deze eerste studiedag bracht de N-VA terug naar haar oude USP: het verbinden van de sociaaleconomische problemen met de Belgische structuur. Erik Buyst wees er ook op dat de Belgische ziekte ook de Vlaamse regering aantast. Vlaanderen is welvarend, maar mag zich door die welvaart niet in slaap laten wiegen. Maar zijn de broodnodige ingrepen in de economische structuur ook mogelijk? Het antwoord daarop is neen. Dat voelt de N-VA door zelf te regeren nog harder dan eender welk cijfer kan aantonen.

Tekenend daarbij leek de vraag van N-VA-voorzitter Bart De Wever aan prof Buyst naar de impact van een meerderheidsstelsel of een evenredigheidsstelsel op een economie. Met andere woorden, maakt het een verschil of een parlement proportioneel wordt samengesteld zoals bij ons met lijsten en procenten en zetels (en dus met meer kleinere partijen), of zoals in Groot-Brittannië, met kleinere kiesdistricten en één verkozene per district én meestal met grotere meerderheden die zonder coalitie een duidelijk beleid kunnen voeren. Was dat een vraag van De Wever uit pure interesse … of zou de frustratie al zo diep zitten?

Volgende week wordt verder gegaan op dit elan. Dan belicht Objectief V de kloof tussen Vlaanderen en Franstalig België. Matthias Diependaele beloofde nieuwe cijfers van de N-VA-studiedienst die aantonen dat die kloof breder wordt. Doorbraak houdt u op de hoogte. Want meer bewustere Vlamingen, daar gaan wij ook voor.

Foto (c) N-VA.be

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans

[email protected]
[email protected]
[email protected]
[email protected]