fbpx


Filosofie

Taal als machtsmiddel

Nazisme en stalinisme gaven het voorbeeld



De Sapir-Whorfhypothese (ook wel de hypothese van linguïstische relativiteit genoemd) stelt dat de specifieke taal die we spreken invloed heeft op de manier waarop we denken over de werkelijkheid. Taalvaardigheid heeft met andere woorden een directe invloed op de vorming van de mens, en dus op de manier hoe we de wereld interpreteren. Ze bepaalt tevens het cultureel en intellectueel niveau van de burger, of de mate waarin iemand zich de verschillende inhoudslagen van de samenleving eigen kan maken. Instrument…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


De Sapir-Whorfhypothese (ook wel de hypothese van linguïstische relativiteit genoemd) stelt dat de specifieke taal die we spreken invloed heeft op de manier waarop we denken over de werkelijkheid. Taalvaardigheid heeft met andere woorden een directe invloed op de vorming van de mens, en dus op de manier hoe we de wereld interpreteren. Ze bepaalt tevens het cultureel en intellectueel niveau van de burger, of de mate waarin iemand zich de verschillende inhoudslagen van de samenleving eigen kan maken.

Instrument van controle

De waarneming van dezelfde feiten door verschillende burgers wil dan ook grondig verschillen, zeker als men niet hetzelfde taalkundig, en dus cognitief, niveau bezit. Taal kan daardoor veranderen in een instrument van macht en controle, om aanhangers voor het eigen gedachtegoed te winnen of om de publieke opinie te bespelen. Op zich is er met propaganda (Latijn: ‘hetgeen vermeerderd moet worden’) geen probleem, zolang ze niet te veel eenzijdige, onvolledige, verhullende of zelfs leugenachtige informatie bevat, en er geen – al dan niet opgelegd — informatiemonopolie bestaat.

Ook het Italiaanse fascisme besefte in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw het belang van taal in het streven naar macht en controle over de samenleving. Zo streefde Mussolini onder andere naar het herstel van het Italiaans in elk maatschappelijk domein. Tot de jaren 1920 waren veel voetbaltermen op het schiereiland nog Engelse leenwoorden, maar vanaf de jaren dertig verplichtte Mussolini het gebruik van Italiaanse alternatieven. Zo verdwenen woorden als match, football en club uit het dagelijkse taalgebruik van de tifosi en werden ze vervangen door partita, associazione en calcio.

Taalminderheden

Terwijl het sportieve taalpurisme vandaag nog redelijk onschuldig lijkt, bleek taal echter in andere domeinen een veel duidelijkere machtsfactor. De verplichte italianisering van de toponymie in regio’s met historische taalminderheden, zoals Valle d’Aosta, Südtirol of Friuli, diende om het land te zuiveren van wat niet-Italiaans was. Wie als ambtenaar een vreemde achternaam had, kon die maar beter wijzigen om sneller carrière te maken. Niet alleen werd het Italiaans verplicht in het onderwijs, tijdens de erediensten en voor culturele verenigingen, ook het gebruik van minderheidstalen (Duits, Sloveens, Grieks, Frans, etc) werd volledig verboden.

Net zoals de Italiaanse fascisten wisten ook de nationaalsocialisten als geen ander hoe ze het machtspotentieel van taal langsheen propaganda konden exploiteren, zelfs indien dit de totale verdraaiing van de feiten vereiste. Joseph Goebbels verklaarde als minister van Volksvoorlichting en Propaganda in 1941: ‘Die Engländer gehen nach dem Prinzip vor, wenn du lügst, dann lüge gründlich, und vor allem bleibe bei dem, was du gelogen hast! Sie bleiben also bei ihren Schwindeleien, selbst auf die Gefahr hin, sich damit lächerlich zu machen.’ [2] Men kon volgens Goebbels beter een grote leugen vertellen dan een kleine, en men moest consequent de leugen blijven herhalen, ook al liep men het gevaar zich daardoor belachelijk te maken.

Eenvoud en herhaling

Een jaar later schreef Goebbels in zijn dagboek: ‘Das Wesen der Propaganda ist deshalb unentwegt die Einfachheit und die Wiederholung. Nur wer die Probleme auf die einfachste Formel bringen kann und den Mut hat, sie auch gegen die Einsprüche der Intellektuellen ewig in dieser vereinfachten Form zu wiederholen, der wird auf die Dauer zu grundlegenden Erfolgen in der Beeinflussung der öffentlichen Meinung kommen.’ [3] De essentie van propaganda was volgens deze prominente nazileider eenvoud en herhaling. Alleen degenen die problemen konden herleiden tot de eenvoudigste formulering en de moed hadden om ze altijd in deze vereenvoudigde vorm te herhalen, zelfs tegen de bezwaren van intellectuelen in, zouden op de lange termijn met succes de publieke opinie beïnvloeden.

Ook de Russische woordenschat  veranderde na de communistische machtsovername, vooral dan tijdens het stalinisme. In de Sovjet-Unie waren er na 1917 geen landgenoten, burgers, vrienden of buren meer, maar ‘kameraden’ die verenigd waren in de mythe van de proletarische revolutie. De bourgeoisie was de vijand, als culturele en economische onderdrukker van het proletariaat. Het doel was de uitroeiing van de klasse der landeigenaren, rijke boeren, bankiers, ondernemers en zelfstandigen. Het beleven en uiten van dit gelijkheidsideaal was fundamenteel voor een socialistische manier van leven, en al snel verplicht.

De utopie

In de stalinistische periode werd de communistische samenleving vaak omschreven als een ‘grote familie’, waarin Stalin tot grote vader was ‘gekozen’. Gelukkig zijn was er verplicht, zelfs in de literatuur. Toen een censor in een roman las dat een paard zich langzaam bewoog, vroeg hij de schrijver waarom het niet snel liep aangezien het net zo ‘gelukkig’ moest zijn als de rest van de collectieve boeren.

Aangezien het communisme de hoogste en meest progressieve vorm van samenleving was, werd het tevens als ethisch superieur beschouwd aan alle andere. Het verschil tussen moreel en immoreel gedrag werd bepaald door wat de ontwikkeling van de communistische utopie bevorderde of belemmerde.

Het communisme en het fascisme zijn recente voorbeelden van hoe totalitaire ideologieën met een informatiemonopolie taal als machtsmiddel kunnen misbruiken. Een liberale democratie kan wel wat propaganda verdragen in de vrije debatruimte, maar de laatste decennia was dit problematisch omwille van de dominantie van de progressieve ideologie in de (sociale) media. Het geven van progressieve betekenissen aan woorden ondersteund door de progressieve dominantie in de journalistieke en de academische wereld, vooral dan in die departementen waar taal belangrijker is dan exacte wetenschap, is een strategie om de eigen ideologie ook politiek aan de samenleving op te leggen.

‘Ik ben geen racist maar …’

Vandaag is het ook niet langer voldoende om de oude betekenissen van woorden of begrippen niet meer te gebruiken, het is tevens noodzakelijk om ze publiekelijk te ontkennen. Het is niet langer voldoende om zichzelf niet racistisch te noemen, men moet ook nog eens openbaar verklaren dat het antiracisme nodig is. De zin ‘Ik ben geen racist maar …’ is vandaag onuitspreekbaar. In het verleden werd die nogal eens gebruikt om beleefd een kritische mening te uiten over de minder aangename aspecten van de multiculturele samenleving. Vandaag is het een soort bekentenis. De ‘maar’ ontkent het eerste deel van de zin (‘Ik ben geen racist’), ongeacht de verduidelijking of nuance die men aan die ‘maar’ wil geven in het tweede deel van die zin.

Onderzoekers van de Carnegie Mellon University die het taalgebruik van conservatieve en progressieve burgers analyseerden, ontdekten dat mensen aan weerszijden van de politieke kloof verschillende woorden gebruikten om vergelijkbare ideeën te uiten. Het recht of de macht om te beslissen welke betekenis men aan een woord of zin geeft, wat waar of onwaar is, is volop aan de gang. Deze taalstrijd hangt nauw samen met het recht om te beslissen wat goed en kwaad is. Wie vasthoudt aan de niet-progressieve interpretatie van woorden en begrippen, zoals de conservatieve medemens, is vandaag geen politieke tegenstander meer, maar moreel verwerpelijk of een zondaar.

Moreel en immoreel gedrag

Terwijl ethiek vroeger een metafysische of religieuze grond had die iedereen in de samenleving deelde, is ze vandaag steeds seculierder en rationeler. Het verschil tussen moreel en immoreel gedrag heeft geen universele transcendente grond meer, maar is slechts nog datgene wat de progressieve utopie bevordert of belemmert. Terwijl politieke tegenstanders — hoe lossen we een maatschappelijk probleem op? — wel gedeelde basiswaarden hebben, zoals bijvoorbeeld fundamentele vrijheden en grondrechten, zullen politieke vijanden — wie is er goed en kwaad? — elkaar zoveel mogelijk proberen beperkingen op te leggen.

Een belangrijke stap daartoe is de toegang tot de openbare debatruimte versperren door de vrije meningsuiting te beperken, en zo de oppositie helemaal te onderwerpen aan het machtsmonopolie over taal. Het bestraffen van bepaalde meningen, het juridisch opleggen van politiek correct taalgebruik, of het cancelen van niet-progressieve partijen of politici uit de (sociale) media, zijn dezelfde mechanismen die totalitaire regimes in een recent verleden gebruikten. We weten allemaal hoe dat is afgelopen.

 

[1] Joseph Goebbels schreef deze paragraaf in een artikel op 12 januari 1941, zestien jaar nadat Hitler de term De Grote Leugen voor het eerst gebruikte. De titel was Aus Churchills Lügenfabrik (‘Uit Churchill’s Leugenfabriek’) en verscheen in Die Zeit ohne Beispiel.

[2] Tagebucheintrag vom 29. Januar 1942, Die Tagebücher von Joseph Goebbels, Teil 2, Band 3, Saur, München u. a. 1994

[ARForms id=103]

Philip Roose