fbpx


Cultuur
Bob Dylan

The unwashed phenomenon wordt 80




'It’s called tradition, and that’s what I deal in.' Bob Dylan in Rolling Stone, 27 september 2012 'You who are so good with words And at keeping things vague' Joan Baez, Diamonds and Rust   Nee. Ik zal hier niet aantonen dat Bob Dylan de Nobelprijs literatuur heeft verdiend. Zelf zei hij in zijn toespraak daarover bij de uitreiking van de prijs  - waar hij niet bij was: 'I was out on the road when I received this surprising news,…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


It’s called tradition, and that’s what I deal in.’

Bob Dylan in Rolling Stone, 27 september 2012

‘You who are so good with words
And at keeping things vague’

Joan Baez, Diamonds and Rust

 

Nee. Ik zal hier niet aantonen dat Bob Dylan de Nobelprijs literatuur heeft verdiend. Zelf zei hij in zijn toespraak daarover bij de uitreiking van de prijs  – waar hij niet bij was:

‘I was out on the road when I received this surprising news, and it took me more than a few minutes to properly process it. I began to think about William Shakespeare, the great literary figure. I would reckon he thought of himself as a dramatist. The thought that he was writing literature couldn’t have entered his head. His words were written for the stage. Meant to be spoken not read. When he was writing Hamlet, I’m sure he was thinking about a lot of different things: “Who’re the right actors for these roles?” “How should this be staged?” “Do I really want to set this in Denmark?” His creative vision and ambitions were no doubt at the forefront of his mind, but there were also more mundane matters to consider and deal with. “Is the financing in place?” “Are there enough good seats for my patrons?” “Where am I going to get a human skull?” I would bet that the farthest thing from Shakespeare’s mind was the question “Is this literature?”

Enkel omhulsel nog

Zo is het altijd gegaan: de bard gaat in het midden staan en verzamelt mensen om zich heen (Come gather ‘round people wherever you roam). Hij slaat de lier aan. Zingt. Onthult de dingen. Apocalyps. Waarschuwt (A hard rain is a gonna fall). Kondigt een Umwertung aller Werte aan (And the first one now will later be last).

En dan zie je op Youtube een vogelschrik in het Witte Huis harkerig op een gitaar slaan en bijna vijftig jaren later, schijnbaar onverschillig,  The Times They Are A- Changin’ krassen. Obama zit op de eerste rij. De vogelschrik weet zeer goed dat zijn woorden — zijn het nog zijn woorden? — hier en nu opnieuw betekenis krijgen (Come senators congressmen please heed the call). Zijn woorden zijn niet meer van hem. Hij is de huls die ze brengt. Ze zijn hem toegewaaid, hem overkomen. Hij moet ze nu dienen. Telkens opnieuw. Zonder garantie dat het hem lukt.

Het is zijn lot. De wereld rondtrekken, en zingen. Een muur van geluid optrekken waartegen hij zijn tekstgraffiti spuit.

Bod Dylans

Vergis u niet. Bob Dylan (geboren als Robert Allen Zimmerman in Duluth, Minnesota, 1941) is er altijd allergisch voor geweest de spreekbuis van een generatie te worden genoemd, de profeet, redder, laat staan, de leider van de opstand.

Hij haalde een elektrische gitaar boven op het folkfestival van Newport, maakte een plaat met countrydeuntjes, ging op in Jezus en toerde met een gospelkoor, liet zich met een keppeltje fotograferen bij de Klaagmuur in Jeruzalem, zong voor de paus, maakte een kerstplaat, speelde diskjockey op de radio elke week tussen 2006 en 2009 waarin hij de Amerikaanse muziek van de jaren 1930 tot vandaag thematisch voorstelde en van sardonisch commentaar voorzag.

Na 1966, toen hij na een motorongeval uit de openbaarheid verdween,  moest hij zichzelf en zijn oeuvre zien te overleven. Dat was hoog tijd. In vier jaar tijd had hij acht platen gemaakt (Bob Dylan (1962), The Freewheelin’ Bob Dylan (1963), The Times They Are A- Changin’ (1964), Another Side of Bob Dylan, (1964), Bringing it All Back Home, (1965), Highway 61 Revisited, (1965), (het dubbelalbum) Blonde on Blonde (1966)), de wereld rondgetourd, overeind gehouden door drank en drugs.

In 1966 probeerde hij eerst te verdwijnen: door een familieman te worden, platen te maken die niemand van hem verwachtte. In het midden van de jaren 1970 scheidde hij van zijn vrouw. Hij bekeerde zich tot Jezus tegen het einde van het decennium. Het podium diende nu om te preken. Hij bleef touren, en het christelijk werven om zielen verdween geleidelijk. Toch voelde hij zich meer en meer vervreemd  van zichzelf en zijn werk.

Never Ending Tour

Tot hij in Locarno, ergens in oktober 1987, een epifanie kreeg, die merkwaardig genoeg begon met een ‘singer’s block’. Hij stond op scène en geen woord kwam uit zijn mond tot hij plots een opening zag naar een nieuwe manier om zijn werk te zingen. Hij wist dat hij voortaan ten dienste moest staan van zijn songs. Ze overal uitvoeren, telkens weer uitvinden, en dus zichzelf uitvinden. Hij kon dat: zijn oeuvre en zijn roem waren groot genoeg om zich zelfs mislukkingen te permitteren: de ene avond kon slecht zijn, de volgende  schitterend. Het was dan maar zo. En zo is het min of meer sindsdien op zijn ‘Never Ending Tour’.

Hij heeft ontdekt en aanvaard dat op scène staan en zingen zijn ding is. Dat kan hij. Dat moet hij doen. Paradoxaal genoeg redde die Never Ending Tour hem van dood te gaan aan zijn roem.

Een keer was Dylan dicht bij het archetype van de rondzwervende zanger toen hij eind 1975 de Rolling Thunder Revue doorheen Noord-Oost-Amerika opzette als een rondreizend circus: plots dook het op in een stad voor een concert in kleine zalen die onder een schuilnaam werden gehuurd om dan weer te verdwijnen. Men folderde de dag zelf van het concert. Dylan bestuurde de camper. In het wit geschminkt verscheen hij op scène om zijn desintegererend huwelijk met Sarah Lowndes zingend te bezweren, zijn ziel uit zijn lijf te zingen. Het hielp niet, maar het was een tour van snerpende muziek, maskers, violen en zigeunerachtigheid.

Niets blijft over van deze tour. Alleen as. Saigon was gevallen. Disco heerste in New York. ‘Life is about creating yourself’, zegt de oude bard die zich voor de rest niets herinnert van de tour. Het mooiste beeld in de film van Martin Scorsese over de tour is dat van een meisje, dat op het einde van een concert, verbijsterd rechtstaat, en traag maar zeker begint te wenen. Een ander meisje slaat haar arm om haar. Maar ze beweegt zich los. En verdwijnt. Ontroostbaar.

Icoon van de apocalyptiek

Dylan is bedolven onder bekroningen en prijzen, Grammy’s, Oscars, eredoctoraten, Lifetime Achievement Awards, Medals of Freedom, en hij is er niet door aangetast: ‘I have dined with kings; I’ve been offered wings and I’ve never been too impressed.’

Hij is een handelsreiziger gebleven in apocalyptiek. De zondvloed (A Hard Rain…; Crash on the Levee (Down in the Flood); High Water) is nooit ver, het langzame, maar zeker naderende, kruipend onheil (Slow Train Coming, Man in the Long Black Coat). Hij grossiert in plaatsen waar het dreigt te gebeuren (Highway 61 Revisited, Maggie’s Farm). Gedoemd blijft hij zoeken naar verlossing (I shall be Released). Aan de horizon gloort het einde der tijden, het laatste oordeel waar het goede het kwade zal overwinnen, rechtvaardigheid zal geschieden (Chimes of Freedom; When the Ship Comes in). Misschien.

Hij is nu een Amerikaanse icoon geworden zoals Brando, Monroe en Presley. In zijn eentje houdt hij  de orale traditie van literatuur recht: een zingende stem, enkele instrumenten gaan een verbond aan met woorden en dat levert een lied op.

Op schouders van traditie

Blowin in the wind werd in vijftien  minuten geschreven. De melodie baseerde Dylan op een antislavernij-spiritual No More Auction Block. Dylan zei er later over: ‘It just came – out of that well of creativity… I did it one time…I did it once…I do other things now…I can’ t do that anymore.’  Om dit te schrijven, moet je veel …gehoord hebben. Dylan is een spons, een vampier: hij heeft de Amerikaanse muziektradities opgezogen, en maakt ze nieuw door er middenin te gaan staan, en ermee aan de haal te gaan: ‘As for me, what I did to break away was to take simple folk changes and put new imagery and attitude to them, use catchphrases and metaphor combined with a new set of ordinances that evolved into something different that had not been heard before.’ (Chronicles, Volume One, p. 67).

Dylan gebruikt de oude vormen, de matrijzen, de mantra’s uit de folk en bluestradities, uit Engelse ballades, rock, country etc. Hij citeert en graait uit de dichters, Amerikaanse en Engelse, maar ook Italiaanse en Franse, en heeft zijn hele leven de King James Bible gelezen.

Maar de eerste humus was de folk music: ‘It was life magnified.’ De karakters die erin figureerden waren eerder archetypen van menszijn met een soort innerlijke wijsheid, ‘fair and honest and open. Bravery in an abstract way.’ (Chronicles, Volume one, p. 39)

In de epische tradities heeft men het over formulaire techniek: de set van stoplappen, vaste uitdrukkingen die een dichter ter beschikking heeft om zijn verhalen te vertellen. Sinds Homerus is het zo gegaan.

Alles is materiaal. Zo leent Dylan de mantra van A hard rain ‘s a gonna fall bij  Lord Randal, een anonieme Engels-Schotse ballade, gepubliceerd door Walter Scott in 1803:

‘Tradition is the democracy of the dead’, zei Chesterton: ze zijn met zoveel meer dan wij. Dylan zwerft rond in die tradities en lijft in wat hem zint, hij recycleert als een rapsode, een Flickpoet. Hij wordt boos als men hem diefstal en plagiaat verwijt. Voor hem is het hommage, opnieuw tot leven brengen. In een andere gedaante. Noem het transfiguratie.

Dylan heeft zichzelf overleefd. Hij is een overlevingskunstenaar. Hij heeft ons nu al een oeuvre nagelaten dat anderen soms beter hebben uitgedragen. Hij is niet te beroerd om de covers van anderen (All Along The Watchtower van Jimi Hendrix b.v.) als standaard te gebruiken voor zijn eigen versies.

Hij is oeramerikaans omdat hij de roep van de lege ruimte heeft gehoord, omdat hij de zwerver, de hobo, de rusteloze marginaal, de outlaw heeft bezongen en vereerd die eerst paarden, dan treinen en auto’s gebruikt voor zijn queestes. Die zijn liefdes kwijt raakt aan drank of moord. Gouddelvers en rondtrekkende zangers, genre Woody Guthrie of de blueszanger Blind Willie Mc Tell.

Hij leeft nog. Maar dat is om het even. Alles wat hij heeft gezongen is er voor nog een tijd.

[ARForms id=103]

Luc Devoldere

Luc Devoldere studeerde oude talen en wijsbegeerte. Hij gaf les aan het Sint-Barbaracollege in Gent en was hoofdredacteur en afgevaardigd-bestuurder van Ons Erfdeel vzw