Binnenland

Tijd om afscheid te nemen van goede oude vriend Democratie?

Paul De Grauwes analyse slaat de democratie knock-out

Vrolijk wordt de lezer niet van de boodschap van Paul De Grauwe die begint met de vaststelling – eerder stelling dan vaststelling eigenlijk – dat de verkiezingen van 2010 een voorbeeld zijn ‘van de manier waarop triviale problemen de belangrijkste inzet worden van de verkiezingen’. De Grauwes ‘triviale’ probleem heet BHV. Volgens hem slaagde de ‘politieke klasse erin ongelooflijk veel tijd en energie te spenderen aan de splitsing van BHV’, een thema waarmee de kiezers zich volgens hem ‘helemaal niet bezighouden’. Voor alle duidelijkheid: volgens Van Dale betekent triviaal ‘onbelangrijk, onbeduidend, afgezaagd, zonder wezenlijke betekenis, …’.

De politici zouden daar dus ‘ongelooflijk veel tijd en energie’ aan hebben besteed, terwijl het onderwerp volgens alle getuigen in de 541 dagen lange crisis amper aan bod kwam. Het is verder ook opmerkelijk hoe De Grauwe zijn mening (BHV is onbelangrijk) zonder verpinken bevordert tot feit.

De uitslag van de verkiezingen van 2010 wordt echter moeilijk verklaarbaar vanuit zijn bewering. Hét thema van de verkiezing – volgens De Grauwe – interesseert – volgens De Grauwe – terecht – weer volgens De Grauwe – geen kiezer maar een partij die er veel belang aan hechtte kwam als grote overwinnaar uit de stembus. Dan moet het besluit toch ergens landen in de buurt van: de kiezer gebruikt in het kieshokje zijn verstand niet als hij al niet gewoon dom moet genoemd worden. Daarmee deelt De Grauwe een stevige klap uit aan het beginsel democratie.

Grensoverschrijdend

Waarom houden politici zich bezig met die trivialiteiten? De Grauwe kent het antwoord. ‘Veel levensechte problemen die de mensen ondervinden, kunnen door de Belgische politici niet opgelost worden.’ De Grauwe noemt werkloosheid, eurocrisis en de grote milieukwesties. Daarom houden politici zich bezig met kleine problemen. De Grauwe spreekt over het ‘trivialiteitssyndroom’. Ook hier gaat hij weer erg scherp door de bocht. Het is onbetwistbaar dat vele grote problemen het nationale kader overstijgen. Maar zijn de zaken die hier wel kunnen worden aangepakt daarom onbeduidend, zonder wezenlijke betekenis? Dat is een redenering in de aard van: als ik niets kan doen aan de kindersterfte wereldwijd dan ga ik met mijn kind niet naar de dokter als het buikpijn heeft.

Bovenaan de agenda van de echt belangrijke zaken zet De Grauwe de opwarming van de aarde. Daar kan de Belgische politiek inderdaad weinig aan doen. De Grauwe schrijft zelfs dat het proces misschien niet meer te stoppen is. Het lijkt dan ook volkomen terecht dat de politieke partijen er geen hoofdthema van maken bij de verkiezingen. Ook andere landen kunnen trouwens niets verhelpen aan die opwarming, stelt De Grauwe vast. Daarmee deelt hij een tweede en weer stevige tik uit aan de democratie. Niet alleen kiezen de kiezers verkeerd, mochten ze wel juist kiezen dan zou dat toch geen verschil maken want het nationale niveau heeft hoe dan ook geen greep op wat echt telt.

Omdat die grote problemen grensoverschrijdend zijn en de politiek nationaal verloopt, dient soevereiniteit opgegeven te worden, vindt De Grauwe. Spijtig genoeg moeten we echter vaststellen dat het nationale kader het enige is waar de democratie ooit wat heeft kunnen functioneren. Het niveau waar hét probleem, de opwarming, zou moeten worden aangepakt bestaat niet en zou, mocht het al bestaan, zeker niet democratisch te organiseren zijn. Slag drie kunnen we een stevige uppercut noemen. Democratie staat wankelend in de ring na het offensief van De Grauwe en hij gaat door op z’n elan.

De econoom van de London School of Economics ziet nog een probleem. Er bestaat geen consensus over de vraag hoe die grote problemen dienen opgelost te worden. Hij geeft, uit zijn eigen vakgebied, de werkloosheid als voorbeeld. Concurrentievermogen versterken of stimuleren via overheidsinitiatief? Daarover bestaat geen eensgezindheid en ‘zo geraakt de politiek verlamd en machteloos’. Nu zijn meningsverschillen en gebrek aan onbetwiste consensus juist de wezenskenmerken van de democratie. Volgens De Grauwe zijn die wezenskenmerken van de democratie de oorzaak van politieke onmacht. Na deze vierde linkse (of als u wil rechtse) directe gaat onze oude held democratie zwaar tegen het canvas om daar uitgeteld te worden.

Paul De Grauwe schrijft het niet letterlijk en richt zich ogenschijnlijk tegen de kleinheid van onze politici. Je komt er inderdaad sneller mee weg als je zegt dat de politici eigenlijk hun tijd verbeuzelen met onbenullige zaken dan met de stelling die echt achter de analyse schuil gaat. De auteur maakt niet het proces van politici wel van ons politiek systeem. In wezen komt die er op neer dat onze democratie aan het eind van de rit is gekomen. De Grauwe bepleit een zoektocht om ‘de politieke mechanismen te veranderen’, zonder daar verder inhoudelijk iets over te zeggen.

Misschien moeten de verkiezingen gaan over de vraag: ‘kan de democratie nog gered worden’? Want we zouden ze missen als ze weg was. Triviaal is dat onderwerp alvast niet.

<Vindt u dit artikel informatief? Misschien is het dan ook een goed idee om ons te steunen. Klik hier.>

Peter De Roover

Peter De Roover was achtereenvolgens algemeen voorzitter en politiek secreteris van de Vlaamse Volksbeweging , chef politiek van Doorbraak en nu fractievoorzitter voor de N-VA in de Kamer.

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Peter De Roover?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans