fbpx


Europa, Literatuur, romantiek

Toekomstige kadavers

Dagboekaantekeningen (21)


Let wel: ook de quantumfysica wordt hiet niet uit het oog verloren

4 mei (Dodenherdenking in Nederland) Volgens Rousseau gaat ons geluk aan het geluk vooraf: de anticipatie van een bepaald, mogelijk onbereikbaar geluk is beter dan de vervulling ervan. Liever het decolleté dan de naakte boezem. Maar als ik met hem meedenk en de romantiek even opnieuw help uitvinden: zijn we niet vooral gelukkig na het geluk? Volgt ons geluk niet op ons geluk, wanneer het geheugen met zijn literaire bedrog begint, de verveling uitvlakt en zijn verguldsel aanbrengt? Niet meteen…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


4 mei (Dodenherdenking in Nederland)

Volgens Rousseau gaat ons geluk aan het geluk vooraf: de anticipatie van een bepaald, mogelijk onbereikbaar geluk is beter dan de vervulling ervan. Liever het decolleté dan de naakte boezem.

Maar als ik met hem meedenk en de romantiek even opnieuw help uitvinden: zijn we niet vooral gelukkig na het geluk? Volgt ons geluk niet op ons geluk, wanneer het geheugen met zijn literaire bedrog begint, de verveling uitvlakt en zijn verguldsel aanbrengt? Niet meteen natuurlijk: nahijgend op bed heb je wel wat beters te doen dan te mijmeren over het voorbije herdersuurtje, je pik wassen bijvoorbeeld.

In de vlakke dimensie van de alledaagsheid – van nagels knippen, boodschappen doen en de autoverzekering regelen – is het misschien allebei waar. Voor geluk gaat dan in mijn geval de definitie van Herman de Coninck op: geschreven hebben en gaan neuken.

Maar in de bolvormige dimensie… Na Christophers eindexamen brachten we een paar weken aan de Dalmatische kust door. Op een dag logeerden we in een dorp even buiten Split, waar zeilboten behaagziek wiegden op turkoois water. Onder de bomen was er een voetbalveld waar Kroatische mannen een partijtje speelden. Christopher, tenger, uiterlijk niet ouder dan vijftien, vroeg of hij mee mocht doen. Op eigen risico dan maar. Na vijf minuten passeerde hij een half bataljon veteranen van de Balkanoorlog en scoorde.

Bonkig de schouders die hem na afloop van het veld droegen. Pikant het schaapsvlees waarop zijn ploeggenoten ons trakteerden. Lauw de avondlucht, die naar oleander rook.

Ik ervaar een gelukzalige weemoed wanneer ik aan dat voetbalveld en die barbecue denk, terwijl ik hem heus wel vaker goed heb zien spelen en menige schaapsbout heb verorberd. Dus waarom domineert deze herinnering? Omdat hij na die weken de klus van het man worden aanvatte?

Bevrijdingsdag

De natuurkunde houdt ons voor dat wij uit atomen bestaan die er altijd zijn geweest en er ook altijd zullen zijn – althans zolang de tijd bestaat, die net als de atomen het gevolg is van de oerknal.

De godsdienst houdt ons hetzelfde voor, met dat verschil dat u en ik, toekomstige kadavers, straks uit hemelse atomen zullen bestaan. Maar die kant van de metafysica interesseert me nu even minder dan de vraag wat er met de tijd gebeurt.

Als kind probeerde ik me ‘s avonds in bed de eeuwigheid voor te stellen als tijd die nooit ophield, tot het me duizelde. Een halve eeuw later neem ik noodgedwongen mijn toevlucht tot de gedachte dat de eeuwigheid hemelse tijd is: kwalitatief andere tijd.

U meent dat ik gek ben geworden. Maar ik denk gewoon over een oud scholastisch vraagstuk na. Als u nergens in gelooft, gelooft u in fysica in plaats van metafysica. In uw denkwereld – en in de antichambre van mijn denkwereld – wordt de tijd uiteindelijk opgerold. Vertaald in theologische termen: de geschapen wereld wordt ontschapen. Dan volgt het eeuwige niets, een niets dus dat nooit ophoudt, maar dat evengoed wel moet ophouden als er geen tijd meer is – in dat geval houdt ook het niets op. Tenzij ook de eeuwigheid van het niet-bestaan kwalitatief anders is, wat betekent dat het wel-bestaan is.

Ziehier het soort sigarenbandjes dat de heilige Thomas van Aquino verzamelde.

6 mei

John Crook en ik wandelen door de vallei, die aan weerszijden van de Tillingham smaragdgroen ligt te fonkelen in de zon, of beter uitgedrukt grasgroen, met het groen van jong eikenblad, van een ontwakende haag. De wind strijkt over de halmen en het licht lijkt zich te verplaatsen met het gras. Bij onze nadering schieten jonge konijnen weg – dieren zijn niet groen, behalve de nauwelijks zichtbare vink waar John met zijn wandelstok naar wijst: zijn borstrokje is van een naar geel tenderend groen.

John heeft een vriend met wie hij Latijn spreekt, hij is een orator didacticus, de Encyclopaedia Britannica in drie delen tweed. Zelf ben ik meer een ouwehoer. Al pratend zorgen we ervoor dat een paar meter natuurschoon ons scheiden. De Brexit… waar komt die opeens vandaan? Die vaudeville was Shakespeares saaiste stuk – we herinneren ons nog vaag de ontknoping. Waar maakte iedereen zich toch zo druk over? Niettemin, we krijgen het erover.

Ik heb nogal wat eurocraten ontmoet, vertel ik: aardige en ontwikkelde exemplaren, maar ook de nodige blaaskaken, uit wier conversatie ranzige minachting voor het gepeupel opwelde. Het is het soort mensen met wie ik bij de voetbalwedstrijden van mijn zoon een praatje pleeg te maken. Ik zie hoi polloi zoals ze zijn: menselijk. Ik klets met ze.

Neem Stanley, zeg ik tegen John. Wat hebben we gemeen? Voetbal. Een vrouw, ouders, kinderen, vreugde, verdriet, Kerstmis, een deel van de Engelse taal, honger, dorst. Ook Stan moet pissen. Hij is voor de Brexit: als kleine winkelier dreigt hij het slachtoffer van de globalisering te worden; door het geweeklaag van de bevoorrechten voelt hij zich uitgejouwd.

Ik parafraseer de woorden van de linkse Franse geograaf Christophe Guilluy: ‘Scepsis over de EU wordt geduid als een gebrek aan beschaving, de roep om een immigratiestop zou een aanwijzing zijn dat de donkerste dagen uit onze geschiedenis herleven. Terwijl deze kiezers alleen maar vaststellen dat zij erop achteruit zijn gegaan met open grenzen, en dat zij geen minderheid willen worden in hun eigen omgeving.’

‘O, ik heb nooit geloofd dat die kiezers uit xenofobie tegen Europa stemden,’ zegt John.

De heuvels knikken instemmend. De rivier klapt in haar handen. De groene vink slaat de maat van de Internationale.

‘s Avonds

Iemand als Stanley ziet op televisie de kardinalen van de Europa door Notre-Dame de la Pensée unique schrijden. Minzaam glimlachen de primaten naar het volk. Ze bewonderen elkaars purper.

7 mei

Ik verafschuw de bemoeizucht van een Europa dat Engeland minder Engels probeert te maken. Ik ben tenslotte de zoon van een vader die zich in voor-Europese tijden persoonlijk gekwetst voelde door de overgang naar het tiendelige pond. ‘Vergeet niet, zoon, dat het hier een postume overwinning van de Corsicaan betreft.’

Iedere normalisering in de verzameling afwijkingen die tezamen het Verenigd Koninkrijk vormden was een verslechtering, meende hij, zelfs een verbetering.

Ik herinner me een scène in The Red Lion – nu alweer weken donker – op honderd stappen van mijn huis.
‘Misschien moeten de Vertrekkers verwijzen naar de Glorious Revolution,’ zei ik tegen Steve, een organisch verlengstuk van de bar. Mijn vader beschouwde dat als de enige acceptabele revolutie in de wereldgeschiedenis; later zou hij daar nog de Fluwelen Revolutie van de Tsjechen aan toevoegen.
‘Ben je gek. Revoluties zijn hoogst on-Engels, dat weet je toch?’

Dat was onloochenbaar waar: Britten zijn geneigd tot de status-quo en hebben een grondige afkeer van nutteloze en radicale veranderingen. Dat is iets voor Fransen en andere heethoofden. Edmund Burke, de achttiende-eeuwse denker aan wie de uitvinding van het conservatisme wordt toegeschreven, hoewel het woord nooit door hem is gebruikt, heeft de Britse mentaliteit omschreven als ‘geloof in de van oudsher verzamelde rede’, die de lateren een ‘geërfde wijsheid’ verschafte. In zijn ogen waren utopisten gevaarlijke gekken, die, misleid door de fantast Rousseau, in zoiets onzinnigs als de natuurlijke goedheid van de mens geloofden. Met ontzetting aanschouwde hij het bloedbad van de Franse Revolutie: ‘Wij hebben onszelf tot nog toe niet verfijnd tot wilden. Wij zijn geen bekeerlingen van Rousseau. Onze wetgevers zijn geen krankzinnigen.’

Ik naderde de bodem van 0,568 liter amberkleurig inzicht. ‘Steve,’ zei ik, ‘de Glorious Revolution was een revolutie zonder bloedvergieten en herstelde juist een traditionele toestand…’

Meer bepaald de toestand waarin het Parlement en de Engelse Kerk, met haar protestantse leer en katholieke liturgie, opnieuw een democratisch evenwicht creëerden. Dat gebeurde in 1689, toen het Parlement vreesde dat de katholieke koning Jacobus II zich iets te veel goddelijk recht toe-eigende. Uiteindelijk belandde de Hollandse stadhouder, gehuwd met de protestantse dochter van Jacobus, op de Engelse troon, iets wat mij nog altijd met gepaste trots vervult.

‘Wat heb je nu aan het Continent,’ mompelde Steve tegen de ingedommelde tapkranen.

Victory in Europe Day

De meidagen – het emotionele seizoen van mijn ouders.

Lang na hun dood vieren wij met het dorp de overwinning op het gespuis. Aan gevels en heggen hangen Britse vlaggen en waslijnen met wimpels; op het gras langs de hoofdstraat zitten we op gepaste afstand van elkaar thee te drinken en gebak te verorberen; mensen van wie je meende dat ze wellicht bezweken waren, blijken gewoon te leven: het dappere Brede heeft de microscopische nazi voorlopig afgeslagen.

Ik nuttig kleine driehoekige sandwiches met komkommer in het gezelschap van Tony en Lizzie Dyson, die achter volle dienbladen uit hun voorname achttiende-eeuwse pand te voorschijn zijn gekomen – ook als ze joggen schrijden ze, hij gepensioneerd longarts uit Oxford, zij gepensioneerd verpleegster. Je mag in hun aanwezigheid gerust vergeten dat de ideale hedendaagse man een eunuch is en vulgaire grappen over dokters en verpleegsters maken: pruilmondjes zijn meer iets voor de nonnen van tegenwoordig, niet voor de hogere strata van de Engelse maatschappij, die een bulderlach en krachttermen plegen te produceren.

Joy en Christopher verschenen iets later, wat bij Tony de reactie uitlokte dat de Yankees altijd te laat zijn. De thee was op, de tweede fles wijn ontkurkt. Mijn vrouw droeg de Amerikaanse vlag, die ze rond haar bovenlichaam had gewikkeld. Hij stond haar beeldig en ik maakte haar een compliment – hoffelijk, ongepast – met haar ‘cleavage between the Stars and the Stripes’. Joy lachte koket en keek naar me alsof ze hem best even wilde uittrekken. Zo wapperde het dundoek in de sfeer boven mijn theewater.

En zo is de geschiedenis niet voor niets geschied.

9 mei

Ondertussen gaat het leven hier verder.

De loodgieter kwam en wees erop dat het door ons gewenste stopcontact in de badkamer wettelijk verboden was. Wat wilden we ook, allemaal het gevolg van de onuitstaanbare bemoeizucht van Brussel, evenals de gaten in het wegdek en het slechte humeur van zijn vrouw. In ernst, dat stopcontactverbod was de schuld van Europa.

Ik heb het opgezocht: het is een Engelse wet, die met de EU niets te maken heeft.

Maar Christopher herinnerde ons aan een lezing van Jacob Rees-Mogg, die een anekdote had aangehaald over een boer in Noord-Somerset, zijn kiesdistrict. Er was in december een koe gestorven; boeren moeten dan een formulier bezorgen aan het ministerie van landbouw, afdeling boviene tragedies. Hij deed dat, maar de brief verdwaalde in de kerstpost en arriveerde pas in januari. De boer kreeg een boete van honderden ponden. Hij deed zijn beklag bij zijn MP, Rees-Mogg dus, die de zaak aankaartte bij de bevoegde dienst. ‘Die boer heeft gelijk,’ sprak een onkreukbare functionaris. ‘Maar ik moet die boetes opleggen van de EU.’

In Engeland kun je over iedere boete discussiëren, in Europa niet.

‘s Avonds

De krant wijdt ellenlange stukken aan het geestelijke welzijn van mensen wier grootste probleem is dat ze thuiszitten en blijkbaar niet kunnen lezen. Ondertussen sterven er mondiaal een paar honderdduizend mensen aan de gevolgen van het virus. Maar tussen 1900 en de jaren vijftig doodde het pokkenvirus jaarlijks gemiddeld bijna 6.000.000 mensen.

Welke conclusies kunnen we hieruit trekken? Dat de aantallen de mens tot een vlieg vermenigvuldigen. Dat er een zekere troost in oude statistieken kan schuilen, ook al is doodgaan als een van driehonderdduizend mensen niet prettiger dan doodgaan als een van zes miljoen mensen. Dat de therapeuten en psychologen, die beoefenaars van westerse voodoo, zich in de handen wrijven.

Zaterdag

Elon Musk heeft een baby. Hij en zijn vriendin, een juffrouw Grimes, hebben het kind X Æ A-12 genoemd. Hiermee is het nut van de traditionele namenlijst bewezen.
Grimes heeft ook verklaard dat het kind zijn eigen geslacht mag kiezen. Misschien zou het een beter idee zijn geweest het zijn eigen naam te laten kiezen.

11 mei

In de literatuur bestaat de rare opvatting dat fictie de prozavorm bij uitstek is. In de laagvlakte der clichés is dat een grote molshoop. Ik zeg u dat de brieven van Flaubert interessanter zijn dan het gezucht van Madame Bovary. Maar dat zeg ik natuurlijk omdat ik de eer van mijn dagboek moet verdedigen.

Ik schrijf mijn dagboek met de bedoeling het te publiceren: het is zo publiek als een straatmadelief. Daarom spreek ik u ook aan, offreer ik u een glas, sla ik met mijn vuist op uw tafel. Niettemin is het een authentiek dagboek; ik zou het ook schrijven als u uw neus in een ander boek stak.

Een lezer omschreef het als een ‘bijeen passend allegaartje’. Het is mijn brutale mening dat het een interne samenhang volgens het fugaprincipe bezit – ‘bijeen passend allegaartje’ is dus een voortreffelijke omschrijving.

Rokertje, lezer?

12 mei

Ik had nooit van de Hollandse feministe Stella Bergsma gehoord, maar één citaat uit een interview overtuigde me van haar intelligentie: ‘Begrijp me niet verkeerd: mijn feminisme is oprecht. Maar je kunt je verontwaardiging uiten door te zeggen: “Houd je bek”, of je kunt zeggen: “Ik wilde dat de woorden stierven in jouw mond, zodat je enkel maden spreken kon.” Ik kies voor het laatste.’

Weinigen in mijn geboorteland beheersen de kunst van de subtiele grofheid.

In haar recente boek Nouveau Fuck staat een ‘anti-selfie’, een lijst met al haar tekortkomingen en duisternissen. ‘Vrouwen moeten ophouden met altijd maar te willen behagen. We moeten alle strikjes van ons afgooien en radicaal eerlijk durven te zijn.’

Radicale eerlijkheid betekent het einde van de civilisatie, dat is ancien fuck uit de jaren zestig. En wat hebben die arme strikjes misdaan? Ik hou van opschik, spel, behaagzucht en metaforische strikjes… Omgekeerd mag een man zijn stropdas wel eens losmaken en zijn manchetknopen in de fruitschaal gooien…

Laat mij eens?

Ik ben veel minder belezen dan u denkt; mijn eruditie bestaat hoofdzakelijk uit gesnuif om indruk te maken.
Ik ben zo sentimenteel dat ik een bedelaar snikkend zou omhelzen. Speel nooit een cantate van Bach in mijn aanwezigheid als u een hekel aan larmoyant vertoon hebt.
Ik ben zo ongeduldig en onredelijk dat ik de leden van mijn gezin soms tot wanhoop drijf.
Ik ben een ruziestoker.
Ik moet veel Engelse woorden opzoeken.
Ik doe alsof ik de computer verschrikkelijk vind, maar vind hem in werkelijkheid een geniale uitvinding.
Ik beklaag mezelf dat ik deze lijst vrijwel ad libitum kan uitbreiden.

13 mei

Tom Lanoye beschuldigt Geert van Istendael en mij er in Humo van ‘niet-denkend rechts’ te zijn geworden. Het stuk begint met een slap galopje van zijn cavalerie, die slechtbewapend blijkt. Verderop stijgt hij af, smeert Jeroen Brouwers van onder tot boven met stroop in en likt hem vervolgens helemaal schoon, zoals hij dat vroeger met Claus deed. Deze gemengde metafoor wordt u door mijn overvolle gemoed aangeboden.

Arme Lanoye. Een in zijn gesticuleren verstarde en zich in zijn retoriek verslikkende pastoor, die langzamerhand onder monumentenzorg valt. Zijn sociale bewogenheid is die van de rijke intellectueel die nooit met een arbeider heeft gesproken maar wel de sociaaldemocratie van de volksverheffing heeft verraden. Heb ik u ooit verteld hoe hij al zijn invloed heeft aangewend om uit de pers te houden dat hij als homoseksueel door Marokkanen in elkaar was geslagen?

Met een doffe monotonie dreunt hij zijn preken af, die onveranderlijk handelen over de al dan niet vermeende politieke opvattingen van anderen, ze afmetend aan zijn bekrompenheid; betreft het schrijvers, dan negeert hij het oeuvre

14 mei

Ik leg al maanden een herbarium van stompzinnigheden aan, geplukt uit onze kwaliteitskranten. Staat u mij toe dat ik u een paar gedroogde bloemetjes toewerp:

– ‘Politici die floreren in simplistische en autoritaire slogans…’
– ‘Als ambassadeur bij de EU, NAVO en in Washington zalfde hij spanningen met de VS…’
– ‘Het Britse koningshuis heeft de beschuldigingen volgens de BBC resoluut van de hand gedaan…’
– Joan Baez stopt met optreden: ‘De reden: de achteruitgang van haar vocalen.’

Ikzelf floreer als schoolfrik.

Benno Barnard

Benno Barnard is een schrijver die meent dat het heden gewoonlijk ongelijk heeft.