fbpx


Binnenland, Media
Vergeten vragen

Tussen neus en lippen

We gaan onze traditionele bloemlezing van terloopse opmerkingen uit onze nationale pers opnieuw opnemen, en wel op maandelijkse basis.



Op de Parti Socialiste stemmen kan uw gezondheid schaden. Alvast onrechtstreeks – want woon- en leefcondities hebben een onmiskenbare impact op de gemiddelde levensduur van een regio. De organisatie Testaankoop heeft een enquête uitgevoerd naar de leefbaarheid van onze Belgische steden. Daaruit bleek dat bewoners van Mechelen en Leuven het meest tevreden zijn  over hun stad.

Maar wat volgde uit de rest van het artikel, verschenen in de april-uitgave van hun maandelijkse periodiek? De socialistische paradijzen Charleroi en Luik bungelen helemaal aan het staartje, in goed gezelschap van de andere steden uit het zuiden van dit land, zoals La Louvière en Bergen. Ook Brussel staat daar ergens verloren in die omgeving van lagere scores. We willen de Doorbraaklezers de algemene conclusie van Testaankoop niet onthouden: in bijna alle steden ging de leefbaarheid de laatste vijf jaren erop achteruit, dus ruim vóór het uitbreken van de coronamiserie. De grootste dip in het verloop van de curven treedt op sinds de massale uitbraak van Covid-19 in de eerste helft van vorig jaar.

Er is ook leven op een andere planeet

Volgens de krant Sud Info van 29 maart 2020 toonde de FGTB (Franstalige evenknie van het ABVV) zich tevreden over de mobilisatie van de burger in het kader van de nationale staking van 29 maart: ‘Dat toont aan dat wij niet op een andere planeet leven’. Een rare redenering en een nogal kromme uitspraak, die gepaard ging met de fiere vakbondsboodschap dat die dag de Waalse verwerkende nijverheid ‘quasiment à l’arrêt’ stond door de staking. Nee, de FGTB leeft niet op een andere planeet, maar in een ander universum, namelijk een, zoals Franstalig België, dat niet bepaald gekenmerkt wordt door een drang naar welvaart (meer bepaald de loonnorm, waartegen de staking in feite protesteerde).

Die loonnorm heeft als bedoeling om de Belgische export in een niet al te ongunstige positie te brengen door het tegengaan van ongebreidelde loonstijgingen. Maar Franstaligen leven wel degelijk in een ander universum. Het is Vlaanderen dat borg staat voor het leeuwenaandeel van onze export, en daarom dan ook kan leven met een begrenzing van loonstijgingen, want die belasten een concurrentiële positie ten aanzien van het buitenland. Wat kan het immers onze Waalse vrienden schelen dat België te kampen krijgt met een commercieel nadeel ten aanzien van de ons omringende landen? Het tekort dat zoiets veroorzaakt op onze betalingsbalans maakt hun niks uit: ‘de Vlamingen zullen dat wel te zijner tijd (moeten) oplossen’ (hoor je ze denken); ‘wij kiezen voor het kortetermijnprofijt’, namelijk maximale loonstijgingen dit jaar. De Standaard wreef het er op 29 april nog eens in: ‘Socialisten en liberalen lijnrecht tegenover elkaar in loonoverleg’.

De belastingbetaler … betaalt

De Tijd berichtte over dit feuilleton triomfantelijk op 20 april: ‘De vakbonden en de werkgevers hebben een belangrijke horde genomen op het pad naar een loonakkoord’. Bij nader toezien bleek het dat onze sociale partners de uitkeringen verhoogden. In gezamenlijk akkoord, want ja: de rekening komt op last van onze staatsschuld, beter gezegd: het is de belastingbetaler die deze gulheid zal betalen.

Voor een zoveelste keer wordt de verstandhouding tussen vakbonden en werkgevers gered door de rekening naar anderen te schuiven. In het jargon heet dit het ‘smeren van het sociaal overleg’. Indien je de factuur van een akkoord naar anderen kunt doorschuiven, hoef je geen doorgewinterde onderhandelaar te zijn om tot een compromis te komen.

Water en olie 1

In De Standaard van 10 en 11 april werd een gesprek weergegeven met een Noord-Ierse militant die hardnekkig een aansluiting van het noordelijke stuk van Ierland bij het Verenigd Koninkrijk veroordeelde: ‘Water en olie kan je niet mengen’. Klopt. Ook in ons land ondervinden we dat het willen onderbrengen van twee verschillende politieke culturen in één land geen lachertje is.

In La Libre vroeg Kristof Calvo, zoals altijd de beminnelijkheid zelve, zich hetzelfde weekend luidop af: ‘Waarom zouden we het land niet weer tweetalig maken?’ Wel, mijnheer Calvo, dat zal ik u even snel uitleggen, zie. Het waren de Franstaligen zelf die zich altijd gekant hebben tegen een uniforme tweetaligheid op nationaal niveau (zoals in Luxemburg of Zwitserland een beheersing van een tweede landstaal wordt verwacht). Is het daarom dat u dergelijke vraag in een Brusselse krant liet vallen – omdat zo’n boodschap in de eerste plaats voor Franstaligen bedoeld is? Voor Vlamingen was tweetaligheid geen onoverkomelijk probleem: zij konden zelf doorgaans hun plan trekken in de andere landstaal, het probleem zat hem aan de overkant van de taalgrens, want dan zou elke Waal (oh, gruwel!) Nederlands moeten leren…

Water en olie 2

Meneer Calvo, bovendien kan een dergelijke veralgemeende tweetaligheid alleen maar mits er flankerende maatregelen genomen worden. Zo moet er worden afgekondigd dat de streektaal ook de taal moet zijn waarin mensen met elkaar communiceren in de openbare ruimte. We willen echt niet meer terug naar de situatie dat de Franstaligen, altijd en overal in Vlaanderen, bediend worden in hun eigen taal.

Een andere begeleidende maatregel moet erin bestaan om het niveau van het Franstalige onderwijs in de taallessen op te krikken. Dat slaagt er nu al niet in om de plaatselijke leerlingen op enig niveau te brengen. Doe daar nog één opdracht bij, namelijk het aanleren van de andere landstaal, en het boeltje ontploft… Je gaat uwe vrienden de syndicale organisaties al snel horen gillen van: ‘overbelasting van de lesgevenden! Te hoge werkdruk!’ Nee, een veralgemeende tweetaligheid in dit land kan alleen maar indien die goed omkaderd en voorbereid wordt.

De Standaard concludeerde dan weer op 13 april, toen de krant het had over de consequenties van de brexit voor Engeland: ‘De pandemie heeft op brutale wijze duidelijk gemaakt dat de relaties tussen de regering in Londen en die in de verschillende deelstaten niet goed ontwikkeld is’. Wij Belgen hebben, om tot zo’n inzicht te komen, geen pandemie nodig.

Mevr. El Kaouakibi

De Morgen van 16 en 17 april toeterde: ‘Na Antwerpse audit van de vzw van Sihame El Kaouakibi: had de stad niet meer kunnen doen?’. De vraag stellen is ze beantwoorden. Maar ook het hoofdartikel in De Standaard van hetzelfde weekend vertoonde dezelfde strekking: ‘Politieke verantwoording is onvermijdelijk’, en nog: ‘Zo blijven toenmalig schepen van Jeugd Nabilla Ait Daoud en schepen van Financiën Koen Kennis buiten schot’.

Je zou op den duur nog gaan denken dat het de ambtenarij en het stadsbestuur waren die het afwenden van belastinggeld op hun persoonlijke kerfstok hadden. Nee, waarde commentatoren: wanneer er sprake is van verduistering en zelfverrijking, zijn de daders zelf (in casu mevr. Kaouakibi en haar medewerkers) hiervoor rechtstreeks verantwoordelijk. Zij zijn degenen naar wie in eerste instantie moet gekeken worden wanneer we over ‘schuld’ praten (en dan logischerwijs ook over ‘boete’).

Allicht had de stad Antwerpen zorgzamer mogen en kunnen zijn in het beheer van haar subsidies. Maar ja, het aantal mogelijkheden voor bedrog is grenzeloos, dus je kan niet alles voorkomen, en je wilt toch ook niet dat ambtenaren continu de bevolking op de vingers staan kijken?

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

[ARForms id=103]

Jan Van Peteghem

Jan Van Peteghem is emeritus-gasthoogleraar aan de Faculteit Ingenieurswetenschappen van de KU Leuven