fbpx


Binnenland, Media

Tussen neus en lippen

Sprokkels uit de recente pers


Franstalige

‘Werk in overvloed, maar geen mensen om het te doen’

Dat toeterde Trends, nummer 39, van 30 september. Het zustertijdschrift van Knack had het over de toestand in West-Vlaanderen. Maar ook Vlaams-Brabant, waar schrijver dezes woont, doet het weinig beter. Ik spreek hier als ervaringsdeskundige: momenteel is een groep werklui mijn eerste verdieping aan het moderniseren, hetgeen gepaard gaat met de nodige dosis lawaaihinder die ik in alle talen van de wereld (Frans, Engels, Spaans, Portugees — en zelfs een mondje Nederlands) enigszins binnen de perken houd.

Toen ik hierover iets liet vallen tegen de zaakvoerder, hief deze gestudeerde en verstandige man een ware klaagzang aan. Hij vertelde dat hij de hele Oost-Brabantse regio heeft benaderd om toch maar een autochtone arbeider te vinden voor zijn bedrijf. Dat zou zijn contacten toch vergemakkelijken en een goede onderlinge verstandhouding tussen het personeel bevorderen.

‘Maar ik vind geen Vlamingen die dit werk willen doen’, riposteerde hij. ‘Ik heb recentelijk een contact met drie mensen uit de streek gehad, maar tot een echte sollicitatie is het nooit gekomen: ze hadden er gewoon geen zin in. Nochtans betalen wij goed en behandelen wij onze mensen met respect.’

Vakbonden kiezen partij voor niet-werkenden

En dat verhaaltje speelt zich af in een tijdsgewricht waar de syndicale organisaties gekant blijven tegen een beperking van de duur van onze werkloosheidsuitkeringen. Samen met hun socialistisch-groene geallieerden bestaan zij het om volwaardige pensioenen te eisen voor mensen die een heel leven lang nauwelijks gewerkt hebben. Mensen, die dus nagenoeg geen sociale bijdragen hebben betaald en al voortijdig de arbeidsmarkt verlaten wanneer ze met brugpensioen gaan.

Net zoals dit binnen de ondernemingsmuren het geval is, kiezen de vakbonden ook op nationaal vlak partij voor degenen die weinig blijk geven van een werkethiek. Zij laten de verantwoordelijkheid voor het in stand houden van onze welvaart (onder meer een gul socialezekerheidstelsel) aan anderen over. Datzelfde verhaal speelt zich ook af op ondernemingsvlak.

Mensenplichten

Terug over naar de Trends van de eerste week van oktober. Om het kopje helemaal bovenaan extra in de verf te zetten, maakte het blad een uitschuiver in de richting van het zuiden van het land. Het ging namelijk over de naweeën van de overstromingen in Wallonië, en de redacteur van dienst vatte laconiek samen: ‘Er is aan alles tekort.’ En dat sloeg niet alleen op financiële middelen, maar ook op expertise en de bereidheid om de handen uit de mouwen te steken. Tja, waarom zou iemand zich geroepen voelen om een tandje bij te steken wanneer je de rest van je beroepsactieve leven in alle rust je volle socialezekerheidsrechten kan blijven optrekken?

Ook werden in diezelfde uitgave enkele cijfertjes aangehaald. In West-Vlaanderen zouden zo’n 14 000 Fransen tewerkgesteld zijn, in schril contrast met onze Franstalige landgenoten, die nauwelijks lang moeten pendelen (ze hoeven maar een taalgrens over te steken), en slechts 7000 daarvan hebben de moed om werk te zoeken in Vlaanderen. Wat wil je: in Frankrijk is, net zoals in veruit de meeste landen op deze aardbol, het recht op een werkloosheidsuitkering begrensd in de tijd. Onze Waalse vrienden hebben geen last van zo’n restrictie, en dat comfortabele gevoel blijkt een stevige knauw te geven aan de werkwilligheid.

Kortom: in deze periode van lange lijsten met knelpuntberoepen is het nonsens om te blijven pleiten tegen een beperking in de tijd van het recht op werkloosheidsuitkeringen. Mensen die — alvast in Vlaanderen met zijn ruim aanbod van werk — jaren werkloos blijven, wíllen gewoon niet aan de slag, zo moeilijk is dat. En kan je het ze kwalijk nemen in deze huidige context waarbij zij alle rechten blijven behouden? Wanneer krijgen we een Mensenplichteninstituut in plaats van een Mensenrechteninstituut?

Factcheck: afschaffing van brugpensioen leidt tot dalende jeugdwerkloosheid

Guy Tegenbos, uitstekende journalist die zich specialiseerde in werk en sociale zekerheid, liet in De Standaard van 3 juni weten: ‘Landen die mensen vroeg met pensioen sturen, kennen geen lage maar een hoge jeugdwerkloosheid.’ Daarbij werden de betrokken landen niet met name genoemd, maar de heer Tegenbos verwees ongetwijfeld naar het contrast tussen de Zuid-Europese naties en de Scandinavische wereld. De eersten worden alle gekenmerkt door weelderig toegekende vervroegde pensioneringsregimes en tevens een hoge (jeugd)werkloosheid, terwijl de tweede door precies het omgekeerde gekenmerkt wordt.

Maar klopt daarom de conclusie dat het afschaffen van het brugpensioen per definitie zal leiden tot minder werkloosheid? Natuurlijk niet. Wanneer je landen op dit vlak vergelijkt, bestaat er blijkbaar een statistische correlatie tussen enerzijds hogere gemiddelde leeftijd waarop beroepsactieven met pensioen gaan (onafgezien van het feit of het om zelfstandigen gaat, dan wel arbeiders, bedienden of ambtenaren) en anderzijds een laag werkloosheidspercentage. Maar de verstandige Doorbraaklezer (zijn er andere?) beseft maar al te goed dat een cijfermatig verband tussen twee fenomenen niet noodzakelijk wijst op een oorzakelijk verband.

Dus de bewering in de hoofding van dit stukje kan slechts met een stevig ‘nee’ beantwoord worden. Die uitspraak klopt helemaal niet. Wat wel klopt, is dat landen waar oudere werknemers massaal beroepsactief blijven en waar jongeren snel werk vinden, gekenmerkt worden door een helder arbeidsmarktbeleid en ondernemingen die inspanningen leveren om de arbeid werkbaar te houden. En dus komen beide fenomenen gelijktijdig voor. Maar het is dus niet zo dat je, simpelweg door vroegtijdige pensioenfaciliteiten uit te bannen, sowieso een lagere jeugdwerkloosheid krijgt. Daarvoor bouw je best een performant arbeidsmarktbeleid uit — een aanmaning die in zowat elke internationale publicatie over de sociaal- economische toestand van ons land te lezen staat.

‘Zou Vlaanderen zoiets ook kunnen doen?’

In De Zevende Dag (zondag 3 oktober) bij de VRT wierp Lieven Verstraete in een interview met minister Zuhal Demir op dat de PS in Wallonië ervoor gezorgd heeft dat elke ingezetene des lands een eenmalige energiecheque mag ontvangen van 100 euro. Hij vroeg zich daarbij af waarom Vlaanderen zich ook niet zo gul betoont. Beste meneer Verstraete, het antwoord hierop is maar al te duidelijk. Het is voor een samenleving immers gemakkelijk blijk te geven van gulheid indien je de factuur van die ruimdenkendheid kan doorschuiven.

Die energiecheque wordt, gezien onze massale transfers van noord naar zuid, sowieso betaald door Vlaanderen. Moeilijk kan het voor onze Franstalige mandatarissen niet zijn om op deze manier regeerverantwoordelijkheid te dragen: je geeft gewoon uit waar je zin in hebt en stuurt de rekening door naar iemand anders (in casu de Vlamingen). Op die manier wil ik ook wel minister worden en allerhande leuke dingen voor de mensen uitvinden: onder de huidige voorwaarden is the sky the limit.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

[ARForms id=103]

Jan Van Peteghem

Jan Van Peteghem is emeritus-gasthoogleraar aan de Faculteit Ingenieurswetenschappen van de KU Leuven