Geschiedenis, Vlaamse Beweging
Pillecyn

Uitgestoten Vlaamse intellectueel

De worsteling van Filip De Pillecyn met de repressie

Het ‘ongecensureerde gevangenisdagboek’ van Filip De Pillecyn werd op 25 maart — de verjaardag van de ‘Prins der Nederlandse Letteren’ — voorgesteld in de KU Leuven/Campus Antwerpen. Gastheer Dirk Rochtus hield volgende inleiding.

Wat gaat er om in het hoofd van een mens die vijf jaar lang dag in dag uit tegen de muren van zijn cel moet aanlopen? Een schrijver dan nog wel, een fijnbesnaarde intellectueel die meende het beste voor te hebben met Vlaanderen? Hiervan worden we deelgenoot dankzij het lezen van het gevangenisdagboek van de man in kwestie, Filip De Pillecyn, en dat vandaag in zijn ongecensureerde vorm voorligt.

Professor emeritus Manu Waegemans, voorzitter van het Filip De Pillecynfonds, nam het initiatief tot deze uitgave, uitgever Karl Drabbe zette er zijn schouders onder en ex-radiomaker Jean-Pierre Rondas schreef er een doordringend essay bij. Rondas zelf noemt het een handleiding bij Face au mur  (de titel waaronder het gevangenisdagboek oorspronkelijk werd gepubliceerd), een handleiding die ons een inkijk geeft, niet alleen in het gevangenisleven, maar ook in de innerlijke wereld van De Pillecyn. Het zogeheten dagboek is in wezen getuigenis over het repressiesysteem, in de woorden van Rondas is het zelfs een ‘requisitoir tegen de repressie’ (p. 15).

‘Dossierstuk’

pillecynDoorbraak

‘Tegen de muur’

De man die terecht stond voor en veroordeeld werd voor culturele collaboratie, Filip De Pillecyn, die man stelde zich vragen bij en reageerde geschokt op bepaalde vormen die de repressie aannam. Toch is het niet het geschrift van De Pillecyn dat bijgedragen heeft tot de negatieve beeldvorming die er in flamingante middens bestaan heeft — en misschien nog altijd, zij het in wegdeemsterende zin — omtrent de repressie. Toen het in 1979 in boekvorm verscheen, 30 jaren na de vrijlating en 17 jaar na het overlijden van de auteur, was dat beeld al lang gevormd.

De laatste tijd verschijnen er werken die de repressie in een gunstiger daglicht willen plaatsen. Omdat de waarheid gediend is met de botsing van ideeën en opvattingen, en omdat gebeurtenissen vanuit verschillende gezichtshoeken bekeken dienen te worden, is het zinvol om de getuigenis van deze veroordeelde ter kennis te nemen, te ontleden en te interpreteren. Het dagboek doet als het ware dienst als dossierstuk in een denkbeeldig proces in de ruimere politiek-filosofische betekenis van het woord.

Misschien kan het nu met deze heruitgave uiteindelijk toch nog een bijzondere bijdrage leveren in die zin dat het — zoals Rondas schrijft — ‘de hedendaagse apologie van de repressie op haar beurt kan nuanceren’ (p. 14). Dat is het wat het debat over de repressie ook verdient: de blik van de andere, de Vlaamse intellectueel die zich vertwijfeld afvroeg waarom het Vlaamse volk hem dit alles aandeed, ditzelfde volk waarvan hij zich altijd meende ten dienste te hebben gesteld. Misschien was dit wel de grootste ontgoocheling die Filip De Pillecyn ten deel viel: dat de repressie hem uitsloot, dat het volk waarvan hij als Vlaams-nationalist de verheffing nastreefde, hem uitstootte uit de gemeenschap.

Uit de ‘polis’ om het Griekse woord voor de politieke gemeenschap te bezigen: inderdaad, De Pillecyn werd zelfs niet als politiek gevangene beschouwd of behandeld (wat hem de gelijkwaardigheid met de door het nationaalsocialisme vervolgden had beschoren).

Overleven met de pen

Ondanks alle worstelingen met de ontgoocheling schreef De Pillecyn tijdens zijn gevangenschap nog vier romans (en zette hij in het kamp van Lokeren mee een cultureel leven op poten). Het doet denken aan de ooit beroemde Duitse acteur Heinrich George die in juli 1945 na de val van het Derde Rijk door de Sovjets opgesloten werd in Hohenschönhausen, ondanks het feit dat hij als theaterintendant joodse acteurs had beschermd. In dat kamp voerde George nog theaterstukken op zoals Faust. Wat schrijven was voor Filip De Pillecyn, dat was acteren voor Heinrich George, of zoals deze laatste zelf zei:

‘Sie sollen mir alles nehmen, was ich besitze, mich hungern lassen und demütigen. Wenn sie mir aber verbieten, zu spielen, werde ich sterben.’

(‘Ze mogen me alles nemen wat ik bezit, me vernederen en me laten verhongeren. Wanneer ze me echter verbieden te spelen, zal ik sterven.’ )

Ook Filip De Pillecyn schiep zich het overleven — maar dan met de pen —, het overleven als gevangene, niet alleen van het kamp en de cel, maar ook van de worsteling met de eigen gedachten en gevoelens.

Dirk Rochtus

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Dirk Rochtus?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans