Communautair
Vrije Tribune
Vrije Tribune
Steven Arrazola De Oñate & Bruno Yammine

Herstel unitaire staat is enige weg uit taalfederalistisch doolhof

unitair België

Op 26 mei 2019 trekken we naar de stembus. De uitslagen in noord en zuid kunnen verschillen. Onder meer op basis daarvan trekt de N-VA voorzichtig, de kaart van het confederalisme. Twee staten die een ‘grondverdrag’ afsluiten over materies die ze nog samen willen beheren.

Confederalisme staat gelijk met het streven naar een Vlaamse republiek. Want zonder separatisme kan je niet onafhankelijk worden. De partij durft dat niet luidop te zeggen, omdat ze beseft dat maar een zeer kleine minderheid van de Vlamingen dit idee genegen is. Matthias Storme (N-VA) verwoordde het begin 2005 terecht zo: ‘een confederalist is een separatist, per definitie, het kan niet anders’.

Ons is nergens ter wereld een meerderheid bekend die zich wil afscheuren van een minderheid (op 150 Kamerzetels zijn er minder dan 50 Waalse). Sedert 1945 is er overigens nog nooit een lidstaat van de VN bijgekomen na een eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring. Behalve voor kolonies van moederlanden of voor landen wier grondwet in een recht van secessie voorzag (Tsjechoslovakije, USSR, Joegoslavië). De VN-resolutie 1514 van 14 december 1960 verbiedt zeer expliciet de poging tot ontwrichting van staten. Men kan het hier mee oneens zijn, maar het is nu eenmaal het internationale recht.

Verschillen en democratie

Je kan er ook niet omheen dat een samenleving een permanent contract is tussen individuen met een diverse afkomst, geloofsovertuiging, sociale achtergrond, ideologische bezieling en moedertaal. Elke politieke actie die tegengesteld is aan dit axioma is anti-universalistisch en antidemocratisch.

Ze vormt ook een potentieel bredere bedreiging. Een EU bestaande uit 350 soevereine regiostaten is onleefbaar. Een wereld waarin elke staat op zijn onvervreemdbare onafhankelijkheid is dat evenzeer of nog méér. Klimaatververandering, proliferatie van nucleaire wapens, verwoestijning, economische crises, migratie enz. overstijgen de landsgrenzen en dus zeker de taalgrenzen.

Verschillen tussen mensen en streken, hoe groot ook, kunnen nooit een scheidingsgrond inhouden. Ze vormen wel de basis van een democratische rechtsordening. Nationalisten daarentegen beweren dat verschillen een dwingende reden zijn om een staat te splitsen. Maar op basis daarvan kan elk land en zelfs elke streek gesplitst worden. Willen taalnationalisten wel in dialoog gaan in een meertalig (Belgisch) parlement? Of wensen ze niet met de tegenpartij in een democratische ruimte samen te leven? Dan bestrijden ze geen ideeën, maar mensen.

Transfers

Steeds weer horen we ook dat Vlaanderen jaarlijks vijf tot vijftien miljard aan transfers betaalt aan Wallonië. Alsof elke streek binnen het Vlaams gewest even rijk is en er tussen arrondissementen, provincies, stad en platteland geen verschillen bestaan. Niet alleen zijn er in elk land transfers. Ze komen ook binnen elke regio voor.

Nationalisten die stellen dat de sociale zekerheid moet gesplitst worden omdat er (te) ‘hoge transfers’ zijn, zijn niet eens consequent met zichzelf. Zouden nationalisten voor een Belgische sociale zekerheid zijn, mochten er géén transfers bestaan? De vraag stellen, is ze beantwoorden. Zelfs als de transfers tussen Vlaanderen en Wallonië erg hoog zouden zijn, dan is er net reden tot nog méér interpersonele en structurele solidariteit. Simpelweg omdat elke burger waar hij ook woont recht heeft op evenveel kansen.

Net die structurele solidariteit is zeer moeilijk in een gefederaliseerd land, waar het geld door een bijzondere financieringswet geblokkeerd zit op het niveau van de deelgebieden. Grote nationale openbare werken kunnen niet uitgevoerd worden en het federale niveau komt geld tekort. Hoe kunnen noodlijdende regio’s dan structurele vooruitgang boeken?

Het federalisme en het nationalisme versterkt de verschillen

België is, luidens de Grondwet, een federale staat, samengesteld uit de gemeenschappen en de gewesten. Deze laatste bestuursniveaus vallen overal, behalve in het Brussels hoofdstedelijk gewest, samen met taal. Omdat taal een niet-neutraal criterium is om een samenleving in te delen, is de opbouw van de Belgische staat in wezen taalnationalistisch. Ze versterkt dus bestaande tegenstellingen en roept er nieuwe in het leven. Hoe meer men splitst, hoe meer verschillen men creëert en hoe meer men splitst.

Wie de deur openzet om niet-taalgebonden bevoegdheden op te splitsen, opent de deur naar een splitsing van elke bevoegdheid.

Quid algemeen belang?

De middelpuntvliedende kracht van het federalistisch systeem destabiliseert niet alleen onze instellingen. Ze verandert ook fundamenteel de relatie tussen burger en staat. Waar vroeger het leven geregeld werd door wetgeving die gestemd werd in een nationaal parlement, zijn er vandaag 17 interministeriële conferenties en een overlegcomité die samenwerkingsakkoorden implementeren. Deze vergaderingen worden afgesloten tussen regeringen, zonder inbreng van de oppositie. Hun besluiten kunnen niet geamendeerd worden door een nationaal parlement en geen overkoepelende regering kan ter verantwoording geroepen voor het de uitvoering ervan.

Elk deelgebied heeft een vetorecht ter zake. De centrale staat kan niet optreden als scheidsrechter noch in de plaats treden van een deelstaat die haar (internationale) verbintenissen niet naleeft. Het algemeen belang wordt dus onderhandeld. Het aantal zichtbare nadelen van het taalfederalisme voor de samenleving is enorm. Er is o.a. de enorme kostenverspilling een oeverloos efficiëntie- en tijdverlies gekruid met talloze regeringen en parlementen die ons land ‘’rijk’’ is.

Unitarisme

Gelukkig is een andere weg mogelijk. Zo kunnen we de huidige deelstaten door de negen historische provincies en – daaronder – de 43 arrondissementen. Die laatste worden best tot grootsteden gefusioneerd.

Maar wat dan met die ‘wafelijzerpolitiek’? Laten we wel wezen: de wafelijzerpolitiek was een gevolg van de (beginnende) regionalisering, niét van het unitarisme.

Er is een ander vaak gehoord argument tegen unitarisme waar nationalisten vaak mee schermen: ‘de Walen willen het niet’. Die willen zogezegd hun ‘grendels’ niet opgeven. Zelfs beweren taalnationalisten dat ‘de Walen’ – beter: Franstalige politici – de splitsing van België verkiezen boven unitarisme. Als dat zo was, waarom pleiten separatisten dan niet voor unitarisme?

Er is meer. De nationalist die opmerkt dat er met ‘die Walen’ niet samen te leven valt, omdat de laatste groep België énkel zou willen behouden om hun ‘privileges’, vergeet iets. Namelijk, dat dit gedrag, als het waar is, bij uitstek … nationalistisch is. Dan moet je niet België, maar wel samen het (eigen) nationalisme bestrijden.

Er bestaat hoe dan ook geen enkele bevoegdheid die niet enerzijds door de Belgische staat kan uitgeoefend worden en anderzijds door de provincies. Waarom dan niet de unitaire Grondwet, zoals we die tot 1970 kenden, dat ‘vanuit democratisch oogpunt […] grensverleggend werkstuk’, om het met Bart Maddens (sept. 2007) te zeggen, als uitgangspunt nemen?

We kunnen die Grondwet aanvullen met de niet-communautaire herzieningen. Een unitair en gedecentraliseerd systeem, met een volwaardig bicameralisme en – uiteraard – behoud van de taalgrens en –wetten is trouwens niet reactionair. Indien dat wel zo was, zouden het VB en de N-VA de meest progressieve partijen in België zijn. We betwijfelen of ze dat daar graag horen.

Steven Arrazola De Oñate & Bruno Yammine

De auteurs zijn respectievelijk kandidaat voor OpenVLD in Vlaams-Brabant voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers en dr. in de geschiedenis en actief unitarist.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans