fbpx


Communautair, Politiek

‘Uw leger wordt niet bemind in Vlaanderen!’

Stop de stiefmoederlijke behandeling van Vlaamsgezinde militairen



In maart trokken vrijwilligers van VOS Vlaamse Vredesvereniging vzw en militanten van het Taal Aktie Komitee naar Bellem bij Aalter om er op het kerkhof de graven van taalactivist Flor Grammens en de Vlaamse oud-strijder Octaaf De Groote een opknapbeurt te geven. Daarbij konden ze rekenen op de hulp van een sympathiserende erfgoeddeskundige. De man in kwestie was een oud-officier in het Belgisch leger, die fier was op de professionele wijze waarop hij – in een historisch correct uniform – deelnam aan VOS-activiteiten om de nagedachtenis aan de oud-strijders en hun idealen in leven te houden.

Gasmasker

In Bellem deed hij dit graag opnieuw, al droeg hij nu een gasmasker om zijn aangezicht te verbergen. Anders had hij, zoals blijkbaar al eens gebeurd was, vervelende reacties kunnen krijgen vanwege bepaalde hoge heren en dames binnen Defensie. Doorheen zijn militaire loopbaan diende de man bij verschillende gevechtseenheden en in februari dit jaar ruimde hij nog samen met andere vrijwilligers het verloederde monument voor Albert I in Marche-les-Dames op.

Hoewel hij al enkele jaren op pensioen was, bleek het nog steeds ongepast om minder hooggeplaatste personen te eren die zich bij leven in de eerste plaats als Vlaming identificeerden. De persoon over wie ik schrijf, overleed op 11 augustus. Ik draag deze tekst graag op aan hem en alle anderen die in het leger problemen ondervonden en -vinden, omdat ze zich zelfbewuste Vlamingen hebben getoond. Pesterijen, bedreigingen en broodroof zijn in het leger nog steeds hun deel, onder andere wanneer ze geen afstand wensen te nemen van de in de peilingen grootste politieke formatie in Vlaanderen.

Zuiveringsdrift

Op 29 juli 2021 schreef de satirische nieuwswebstek ’t Scheldt over een ‘akelige teneur’ in het Belgisch leger, die ons jaren terugwerpt in de tijd. Verscheidene militairen zouden de redactie hebben toevertrouwd dat, na de affaire rond de persoon van Jürgen Conings (1974 – 2021), elke zweem van rechts radicalisme er taboe is geworden: ‘Zeker rekruten worden gewaarschuwd dat hen een geblutste carrière wacht indien ze een gedachtengoed aankleven dat politiek verdacht is.’

De grote vraag is evenwel wie dient te bepalen welk gedrag ‘politiek verdacht’ is: een Franstalige PS-defensieminister, afgevaardigd door een partij die er reeds lang geen graten in ziet om Vlaamsgezindheid gelijk te stellen met racisme en fascisme? Welke druk zullen zij en haar medestanders in het leger onbestraft kunnen zetten op de gewone militair, die slechts zijn plicht doet om de veiligheid van het eigen volk te verzekeren en opkomt voor zijn rechten in deze staat?

De vraag stelt zich waarom de Vlaamse christendemocraten zich niet tegen deze gang van zaken verzetten naar het voorbeeld van Frans Van Cauwelaert (1880 – 1961), die in 1937 nog terecht in het parlement stelde: ‘Indien het leger voor de Vlamingen nog niet is, wat het moet zijn, komt dit door het feit dat vroeger de Vlamingen in het leger als knechten aanzien werden, dat zij den dood ingejaagd werden in een vreemde taal, erger dan kolonialen.’

Tactieken uit het verleden

Naast erop te wijzen dat Vlaamse officieren wantrouwig behandeld werden in het leger en dat ze dubbele bewijzen van landstrouw moesten aantonen, waarschuwde hij nog: ‘De Vlamingen mogen niet voortdurend onder den indruk komen dat men hen niet begrijpt.’ De Vlaams-nationale volksvertegenwoordiger Bert d’Haese (1889 – 1982) riep de bevoegde liberale minister toen zelfs letterlijk toe: ‘Uw leger wordt niet bemind in Vlaanderen!’ Daarin werd hij door Van Cauwelaert bijgetreden.[1] Is er met betrekking tot dit laatste werkelijk iets terdege veranderd?

Van Cauwelaerts wijsheden worden vandaag genegeerd. Op het kabinet van minister Dedonder wordt vergeten dat de eenheid van het leger berust bij de op- of neergang van het Belgische eenheidsgevoel. Die eenheid wordt bedreigd wanneer het bestuur – en dus ook de gewapende tak ervan – geen rekening houdt met de eisen van het Vlaamse volk. Door tactieken uit het verleden te gebruiken, zal de toestand er niet op verbeteren.

Het verleden herhaalt zich

In het voorjaar van 1913 verkondigde dr. Louis Willems (1864 – 1938) op een vergadering dat ‘de rechten der Vlamingen in het leger [te allen tijde] miskend [waren] geweest.’ Willems was een Vlaamsgezinde advocaat die o.a. pleitte voor het gebruik van de Vlaamse taal bij het vervolgen, het beschuldigen en het vonnissen van Vlaamse soldaten door de militaire rechtbanken.

Hij was ook voorstander van het gebruik van ‘de Vlaamse taal’ als voertaal in het onderwijs en voor de erkenning ervan als officiële taal. De oorlog die het jaar daarop begon, was voor onze soldaten een school van Vlaamsgezindheid en van overtuiging. Een school die volgens dr. Jef Rombouts op een meeting in 1939 ‘haar belang niet verloren heeft als historisch schrijn waarin lessen worden bewaard die voor alle tijden zijn en die in de huidige omstandigheden wederom zeer actueel worden.’[2]

We mogen mevrouw Dedonder er bijna dankbaar voor zijn dat haar beleid dit feit wederom onderstreept, meer dan tachtig jaar na Rombouts’ spreekbeurt. De ‘school van de IJzer’ heeft voor ons volk immers voorbeelden gevormd, die in het collectieve geheugen van opeenvolgende generaties blijven voortleven. ‘Het evangelie van den Vlaamschen strijd eischte de dienstbaarheid van de gestudeerden aan de ontvoogding van de Vlaamsche volkskracht’, aldus Rombouts. Laatstgenoemde was medeoprichter van het Verbond der Vlaamse Oud-strijders en in het interbellum een spilfiguur in de actie voor de vernederlandsing van het leger. Hoe droevig is het dat we ons zoveel jaar later nog door zijn ideaal moeten laten drijven in de strijd voor de rechten van de Vlamingen in het leger.

Onbegrip

Een PS-minister kan de Vlaamsgezinde militairen met hun volkse achtergrond dan ook niet begrijpen zonder zich bewust te zijn van het tragische verhaal van de IJzer. Hoe langer dit onbegrip duurt, hoe minder het leger als instituut de eerbied van ons volk zal genieten. Dit is het logisch gevolg van de stiefmoederlijke behandeling van jongemannen en -dames die zonder schroom uitkomen voor wie ze zijn en met een open vizier deel wensen uit te maken van het leger. Zonde dat dergelijke mensen zodoende als ‘onwaardig’ worden gecategoriseerd en op een zwarte lijst dreigen te belanden.

Wie neemt het voor hen op als ze liever kinderen van hun volk blijven in plaats van zielloos deel uit te maken van een instelling die hen niet respecteert, maar eerder wantrouwt? Indien niemand tussenbeide komt in hun voordeel kan het immer centralistisch systeem hen zodanig inpalmen, dat ze hun Vlaamse strijdlust en persoonlijkheid zullen moeten laten varen in ruil voor een hogere graad en begeerde postjes. Laten onze Vlaamse voormannen hen aan hun lot over of wordt tijdig ingegrepen om eindelijk paal en perk te stellen aan deze praktijk?


[1] ‘Parlement’, Volk en Staat, 05-06-1937, pg. 2.

[2] ‘De Vlaamsche Meeting in Willem-Tell’, Vaderland, 15-01-1913, pg. 3; ‘De Dies Natalis-herdenking te Gent’, Volk en Staat, 03-12-1939, pg. 3.

post: 170903

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Nick Peeters