Geschiedenis

Van activistisch martelaar tot Antwerps burgemeester

Herinnering aan Lode Craeybeckx

Vandaag is het dag op dag honderd jaar geleden, dat de jonge activist Lode Craeybeckx op 18 april 1919, Goede Vrijdag, door de Brabantse krijgsraad veroordeeld werd tot vijf jaar gevangenschap. De romantische flamingant, door wijlen Willem Geldolf op dat moment in zijn leven de ‘opvolger van Rodenbach’ en de ‘schildknaap van Borms’ genoemd, zou zijn activistisch verleden nooit verloochenen. Toch werd hij later een belangrijk politicus en bijna dertig jaar burgemeester van Antwerpen.

Craeybeckx’ activisme

Al op jonge leeftijd ontpopte Craeybeckx zich op het Atheneum van Antwerpen als een militante, actievoerende flamingant. Tijdens de Eerste Wereldoorlog vervoegde hij de activistische Vlaamse nationalisten, die van de politieke situatie tijdens de bezetting gebruik maakten om hun programma uit te voeren. Toen de Duitsers de universiteit van Gent in 1917 ‘vervlaamsten’, schreef Craeybeckx zich prompt in. Voor studeren had hij weinig tijd, omdat hij zich liever bezighield met het houden van lyrische voordrachten op activistische bijeenkomsten. Zijn activiteiten tijdens de bezetting berokkenden hem later moeilijkheden, hoewel hij zich gedurende zijn berechting vastberaden bleef gedragen. Tijdens de rechtszitting bracht hij zelfs onversaagd zijn activistische gedicht ‘De Daad’: ‘Ons Vlaanderen regeert, – de tijd die snelt, De uren zijn duur, de stonden geteld! – De lucht hangt vol woorden, nu kome de daad: Nu valt de beslissing of Vlaanderen vergaat! Vergelding! Vereffening! De waar voor het geld! En er is dan maar één kracht meer die geldt – Welaan, welaan dan! ’t Onwrikbaar geweld! (…)’

Het werd hem niet in dank afgenomen. De jongeling werd veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf en twintig jaar beroving van zijn politieke rechten. Uiteindelijk zat hij twee jaar en twee maanden van zijn celstraf uit in de gevangenissen van Antwerpen, Vorst en Leuven. Over zijn vrijlating op 28 januari 1921 schreef Borms later in zijn terugblik aan zijn tien jaar lange internering: ‘(…) toch was ik telkens blij wanneer men mij de invrijheidstelling van een mijner medegevangen makkers kwam aankondigen. Gewoonlijk werd ik seffens daarover ingelicht en kwam de eene of de andere goede ziel me verwittigen zooals dien 28sten Januari 1921: ‘Vliegt de Blauwvoet? – Storm op Zee! – Lode is vrij!’[1]

Trouw aan zijn flamingant verleden

Craeybeckx zou nooit mea culpa slaan voor zijn inzet in het activisme, integendeel:
‘Men moet het zien, het dunkt mij, in de context van de tijd, als een opstandige beweging tegen de gruwelijke toestanden die toen bestonden. Men had de taalwetten niet, men had geen Nederlands in bestuur, men had geen Nederlands – haast niet – in onderwijs, zeker niet in hoger onderwijs en in het gerecht. Het was alles de stelselmatige uitdelving van de Nederlandse taal en van de Nederlandse cultuur.’ Zijn zoon verklaarde in een Histories-documentaire op Canvas, dat de oude burgemeester zich later in felle bewoordingen kon uitlaten over oude activistische strijdmakkers die na de oorlog hun idealen – althans in het publieke leven – hadden laten varen. Dergelijk onbegrip heeft te maken met een zekere jeugdige onverschrokkenheid, die Craeybeckx nooit echt heeft verlaten. De kloeke, sociaal geëngageerde Vlaming stond gekend als gevoelsmens, maar kon niettemin snedig uit de hoek komen en verdedigde zijn standpunten vaak op uitdagende wijze.

Een tweede jeugd in de politiek

Craeybeckx verzette zich als jongeling tegen de vertegenwoordigers van het Belgische establishment, die hij wantrouwde omwille van hun cynisme, pessimisme, leugens en ruggegraatloosheid. Wat hij in zijn jeugd miste aan levenservaring maakte hij goed door zich te laten leiden door een aangeboren rechtvaardigheidsgevoel en een enthousiasme voor de toekomst. Craeybeckx’ jeugdactivisme waarvoor hij zich inzette was, zo schrijft historicus Olivier Boehme: ‘(…) een opstand van de jeugd tegen de ouderen geweest. (…) Craeybeckx omschreef deze beweging daarenboven als een sociale reactie tegen de bourgeois, diens scepticisme en gewelddadig conservatisme en tegen de starre maatschappelijke vormen die de jeugd tegen haar geweten in door ‘het bestaande’ werden opgedrongen.’

Na zijn vrijlating werd Craeybeckx na enige professionele omzwervingen redacteur Buitenland bij De Volksgazet, een socialistisch dagblad gesticht door Camille Huysmans en Willem Eekelers. Ook andere door de repressie getroffen figuren zoals Emmanuel de Bom vonden bij de De Volksgazet een tijdelijk onderdak en inkomen. Hij trad toe tot de Belgische Werkliedenpartij, doctoreerde in de rechten en startte in 1931 een advocatenpraktijk. In 1932 raakte hij als gemeenteraadslid verkozen in Deurne, waar hij van 1933 tot 1937 de functie van burgemeester uitoefende. Van 1932 tot 1968 was hij socialistisch Kamerlid voor Antwerpen. In 1946 was hij gedurende één week minister van koloniën om in datzelfde jaar verkozen te worden tot Antwerps gemeenteraadslid. Vanaf 1947 bleef hij er burgervader tot zijn overlijden in 1976. In zijn hoedanigheid van Antwerps burgemeester was hij na de oorlog de grote bezieler van het befaamde Middelheim-museum met moderne beelden van over de hele wereld.

[1] A. Borms, Tien jaar in den Belgischen Kerker, Uitgeverij Regenboog, Borgerhout, 1930,  p. 219.

Nick Peeters

Nick Peeters is lid van de Algemene Vergadering van het Verbond VOS Vlaamse Vredesvereniging.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans