fbpx


Media

Van Aelst, de Tobback van N-VA



Waar ligt het verschil tussen brutaliteiten en scherpe polemiek? Wat heet een belediging en wat hoort in de categorie ‘recht voor de raap’? De lijn wordt minder objectief getrokken dan men mag verwachten. Twee heren op leeftijd lenen zich mooi voor een analyse.


Vic Van Aelst en Louis Tobback kunnen beiden terugblikken op een rijkgevulde en succesrijke loopbaan en moeten zich niet teveel meer gelegen laten aan verdere loopbaanplanning. Beiden verkiezen de provocatie boven de genuanceerde analyse en gaven daar recent weer enkele rake voorbeelden van.


Van Louis Tobback wordt gezegd dat hij zorgt voor politiek debat. Op zijn uitspraken over ‘de’ jongeren, volgden woord en wederwoord. De Louis had het weer eens raak geformuleerd, of je nu voor of tegen bent. Nuttige bijdrage ook, want “hopelijk kan het debat dat Louis Tobback op gang bracht, leiden tot een nieuw ‘grand design’ voor de welvaartsstaat”, lezen we.


Vic Van Aelst kon in de pers na zijn forse formuleringen op minder begrip rekenen. Een korte bloemlezing: “schier eindeloze reeks kwetsende uitspraken”; “beledigingen in het rond strooit”; “wrokkige rancune”; “brutaal schoffeert met uitspraken waaruit een xenofobe walm opstijgt”; “rattenvanger”; “de gifspuit hanteren”. Een vergelijking met Mladic bleef niet uit.


In deze krant schrijft de chef nieuws dat Van Aelst “zich kennelijk en herhaaldelijk afzet tegenover een welbepaalde bevolkingsgroep (de hier gebruikte terminologie is niet toevallig die van de racismewet)”. Had Tobback het niet over “de jongeren van nu”. Zijn typering van ‘de’ jongeren zal zeker een grond van waarheid inhouden, maar past in elk geval niet op vele jongeren die ik ontmoet. Van Aelst beweert dat “de Franstalige toppolitici het Nederlands verkrachten”. Voor nogal wat Franstalige toppolitici gaat dat verwijt niet op, maar je kan er wel vele opsommen en niet van de minste. Veralgemeningen, in beide gevallen.


Van Aelst maakt zich schuldig aan beledigingen. Tobback schrijft over een opiniestuk van politicoloog Bart Maddens dat het “eigenlijk voer is voor een psychiater”. Over De Wever stelt hij zich de vraag: “hoe lang dulden wij nog dat die kerel ons allemaal met onze kl*** rammelt?” Hij verontschuldigt zich voor zijn grove taalgebruik, “maar ik word er oprecht kwaad van”. Bij Van Aelst klinkt het: “Mijn Vlaamsgezindheid is met een Franstalige puntenslijper geslepen. Dit is in mijn lijf gegroeid, veertig jaar lang”. Kwaadheid dus, want hij vertelt verder: “’In de jaren zeventig was ik nog een vriendelijk man. Ik dacht nog dat er met de Franstaligen een redelijk en geciviliseerd gesprek mogelijk was.”


Hugo Camps duwt naar gewoonte het zwaarst op het gaspedaal: “Zou Van Aelst misschien van de genocide zijn: lekker de zee in met alle Franstaligen?” Dat is nu net de remedie die in Le Soir werd gesuggereerd om het probleem N-VA op te lossen.


Dat De Wever Van Aelst niet terugfluit, wordt nog erger genoemd dan de uitspraken van de strafpleiter zelf. Waar bleef Gennez om Tobback tot de orde te roepen. Di Rupo zweeg niet alleen de voorbije week. Toen Laurette Onkelinx de N-VA een “kanker” noemde, hield hij de mond ook gesloten. Toen lazen we nergens dat di Rupo daarmee bewees dat hij geen akkoord wil met die partij.


Elke vogel zingt zoals hij gebekt is. Van Aelst (de Louis Tobback van de N-VA) en Tobback (de Van Aelst van de SP.a) lijken uit dezelfde vogelfamilie te komen. Tobback noemde zich de Statler&Waldorf van de politiek. Wellicht is hij Statler en kan Van Aelst de Waldorf-rol opeisen.


Over hun gespierde en ongenuanceerde stijl kan men van mening verschillen. Een genuanceerde alalyse geven ze geen van beiden. Een beetje zout in de patatten moet kunnen in het maatschappelijke debat. (Over patatten gesproken: Van Aelsts woorden konden nergens op begrip rekenen, terwijl zelfs de hardhandige aardappelactie in Wetteren voors én tegens uitlokte. Velen wezen het actiemiddel af, maar vonden er wel een aanleiding in om het achterliggende debat te voeren.)


Dat ‘de‘ Franstaligen niet zullen rusten vooraleer de laatste kabeljauw Frans spreekt, is een one-liner die de aandacht trekt. Dat het ‘een’ generatie is “die het liefst betoogt van maandag tot vrijdag, want op zaterdag hebben ze alsnog een lastminutevlucht van Ryanair naar weet-ik-veel-waar geboekt”, hoort in dezelfde categorie thuis. Moet kunnen natuurlijk.


Goed dat er nog angry old men zijn die maatschappelijke verontwaardiging voelen. Maar teveel zout maakt het gerecht waardeloos. Waar de grens ligt, is onduidelijk. Dat ze in elk geval anders getrokken wordt voor Van Aelst dan voor Tobback, is wel duidelijk.


Dat doet vermoeden dat er andere bedoelingen meespelen dan de liefde voor de verfijnde polemiek.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.