Geschiedenis

Van hard protest naar zachte omwenteling

De Fluwelen Revolutie in Tsjechoslowakije (2)

‘Hoop is niet hetzelfde als optimisme. Evenmin de overtuiging dat iets goed zal aflopen. Wel de zekerheid dat iets zinvol is ongeacht de afloop, het resultaat.’ — Václav Havel

De repressie na de invasie van 1968 in Tsjechoslowakije was hard en meedogenloos. Zij kon echter niet keren dat in de jaren tachtig het verzet, vaak vanuit de kerken, groeide. Sinds 1985 maakte de Rooms-katholieke Kerk in het Slowaakse deel een grote heropleving door naar aanleiding van de viering van de 1.100ste sterfdag van de beweerdelijk in Slowakije begraven Sint-Methodius.

Slowaakse burgers, zich steeds meer gesteund en verenigd voelend binnen de mondiger wordende Rooms-katholieke Kerk, begonnen zich te mengen in politieke aangelegenheden: vooral nadat bisschoppen zich hadden verzet tegen een door de regering ingestelde kerkelijke autoriteit van geestelijken.

Verder wist in 1988, in het Tsjechische deel, de Moravische boer Antonín Navrátil 400.000 handtekeningen te verzamelen voor meer godsdienstvrijheid, maar werd in datzelfde jaar in Praag een protest tegen twintig jaar Warschaupact-invasie hardhandig neergeslagen en sloeg het regime in Bratislava even hard de Kaarsjesoptocht voor meer godsdienstvrijheid neer.

In 1989, het jaar daarop, bereikte de onvrede een hoogtepunt. Aangespoord door de veranderingen in het Oostblok wilden burgers meer dan ooit verandering: Gorbatsjov had in de Sovjet-Unie al geruime tijd ‘glasnost’ en ‘perestrojka’ doorgevoerd, de Berlijnse Muur was gevallen en er waren geen visa meer nodig voor reizen naar het Westen. Het regime wou echter van geen hervormingen weten. Václav Havel en 13 andere leden van Charta ‘77 zaten nog in de gevangenis omdat zij in 1988 een (gewelddadig neergeslagen) herdenkingsbijeenkomst voor Jan Palach hadden bijgewoond.

Revolte

De vrijlating van Havel in mei 1989 gaf de burgers moed. Het hele jaar door liepen officieel socialistische, door de regering gesteunde demonstraties uit de hand. De laatste ‘officieel socialistische’ demonstratie onder communistisch juk vond plaats in Praag, op 17 november 1989. Studenten gingen de straat op, aanvankelijk voor de 50-jarige herdenking van een in 1939 door de nazi’s omgebrachte student. Antinazisme paste binnen de boodschap van het regime, maar de studenten begonnen weer hun ongenoegen over de regering te uiten en droegen spandoeken met anticommunistische leuzen. De demonstratie werd massaler maar de politie sloeg haar neer.

De Sovjet-Unie verspreidde via geheim agenten onder de menigten het nepnieuws dat er een student zou zijn gedood. Ze deed dit teneinde de publieke verontwaardiging verder aan te wakkeren, in de hoop dat een grotere volksopstand de leiders ertoe zou bewegen een hervormingsgezind communistisch bestel in te voeren. De hieruit voortvloeiende studentenprotesten werden echter zo massaal dat ze niet meer te beteugelen waren: vanuit campussen in steden als Praag, Bratislava en Olomouc coördineerden studenten hun acties, gesteund door professoren, terwijl de schouwburgen openbare debatten organiseerden. Door het hele land brachten studenten met steeds grotere regelmaat krantjes uit waarin niet alleen studenten maar ook allerlei burgers buiten de censuur om over de protesten geïnformeerd werden. Jong en oud voegden zich overal in het land bij de demonstraties en overal braken stakingen uit.

Tot teleurstelling van het regime bleef een Sovjet-vergelding als in 1968 uit. Gorbatsjov zag geen heil in interventie maar wel in voorzichtige Tsjechoslowaakse hervormingen. Veel politici werd het te heet onder de voeten. Zij liepen alvast over naar de oppositie en de regering begon met Havel te onderhandelen.

Husáks rechterhand Adamec verklaarde zich solidair met de oppositie en op 24 november ging het politbureau door de knieën. Het legde zijn functie neer in de hoop de bevolking nog tot bedaren te brengen met een nieuwe partijleider (een geharde communist), maar ondertussen schafte het parlement de macht van de Communistische Partij af door de invloedrijke Burgerforum- en Publiek Tegen Geweld-bewegingen toe te laten.

Het doek valt

Op initiatief van het Burgerforum staakten nog eens honderdduizenden mensen op 27 november in diverse steden, het koude weer en het gehate gezag tartende. Op het Wenceslausplein in Praag had de oproerpolitie nog tien dagen voordien een studentenprotest hard neergeslagen, maar nu kwam de ontlading. De betogers stonden massaal met vlaggen in de hand en tranen in de ogen omhoog te wijzen naar de dappere dissidente zangeres Marta Kubišová, die hun vanaf een balkon toezong met haar lied Gebed voor Marta. Bijna twintig jaar lang mocht ze niet meer in het openbaar optreden omdat zij dit lied ook in 1968 had gezongen. In het lied bidt zij om vrede in Tsjechoslowakije en een einde aan het cynisme, de haat en het kwaadaardige regime, dat in 1968 nét niet was vervangen door een bestel van ‘socialisme met een menselijk gezicht’. En nu zong zij, terwijl de dictatuur verbrokkelde.

Uiteindelijk, nadat Moskou en de Warschaupactlanden tijdens de Top van Malta op 5 december 1989 hadden verklaard dat de invasie van 1968 ongegrond en fout was, voelde de regering-Husák, die haar macht aan de invasie te danken had, zich nog minder gesteund en trad ze op 10 december af. Op 29 december werd Václav Havel president en was de Fluwelen Revolutie (in het Slowaaks met recht ‘Zachte Revolutie’ genoemd) voltrokken.

Betekenis

De Fluwelen Revolutie kwam vrij laat op gang, pas toen de dictaturen en economieën in het Oostblok bezig waren in te storten en communistische systemen plaats maakten voor democratische, ontstonden de massaprotesten. Net als elders in Oost-Europa voltrok zich geen revolutie in de gebruikelijke zin van het woord. Het was een omwenteling die poogde de eerdere, van bovenaf doorgevoerde revoluties teniet te doen. Het was geen afbraak van een oude orde, maar een afbraak van het onwettig regime, de flagrante invasie van 1968, maar zeker ook van de resultaten van de koehandel tussen Oost en West van 1945, waardoor West-Europa onder Amerikaanse invloed kwam en Oost-Europa onder Russische.

Waar de Fluwelen Revolutie zich echter in onderscheidde ten opzichte van andere Oostbloklanden, was de vreedzaamheid waarmee zij zich voltrok. Tsjechoslowakije kende al lang een ontwikkelde burgerlijke maatschappij, en leiders – oud en nieuw – beseften dat zij niet anders konden dan de geest van de zelfbewuste burger vertegenwoordigen. Het waren uiteindelijk de zwaarwegende burgerbetrokkenheid en het uitblijven van Sovjet-actie die de overgang zonder bloedvergieten deden geschieden.

Ongebroken geest

In 1989 kon men niet bevroeden dat de nieuwe, democratische bedeling dertig jaar later zou tegenvallen. Evenals elders in het voormalige Oostblok werden zuiveringen namelijk onvolledig doorgevoerd en bleven communisten en het partijkader stevig in het zadel; nu in het bedrijfsleven als kapitalisten en in de politiek in een liberaal, nationalistisch, socialistisch of anderszins democratisch jasje. Het fluwelen imago van de overgang voorkomt tot de dag van vandaag een harde en open confrontatie met het verleden en een afrekening met de aanblijvende, zichzelf openlijk verrijkende ‘ex-communisten’. Misschien waren de verwachtingen van de omwenteling onduidelijk en bleek de verwerkelijking ervan nog onduidelijker. Maar de geest van de Tsjechoslowaken is al die tijd ongebroken gebleven.

Marcel Bas

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Marcel Bas?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans