Van puur blauw naar bont en blauw

Egbert Lachaert toen hij net was verkozen als Open Vld-voorzitter met z'n 'Puur Blauw"-campagne.

In De gedaanteverwisseling beschrijft Franz Kafka hoe Gregor Samsa uit onrustige dromen ontwaakt en ontdekt dat hij in zijn bed in een reusachtig ondier is veranderd. De auteur beschrijft pogingen die het hoofdpersonage onderneemt om zich te voegen naar zijn nieuwe toestand. Wie anders dan Kafka kan de gemoedstoestand beschrijven van Open Vld-voorzitter Egbert Lachaert toen hij besefte dat hij onder curatele stond van MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez?

De haarspeldbochten van Lachaert na het torpederen van een historische coalitie in wording doen een verleden als pistier in ’t Kuipje vermoeden. Kwatongen uit Egberts entourage spreken over een zonneslag. Op een blauwe maandag besloten de twee regionalistische partijen dan maar om de handdoek in de ring te werpen. Regeringsonderhandelingen zijn rituelen geworden, geworteld in traditie en geschiedenis, maar zonder verbinding met het doel dat ze ooit beoogden.

Blessuretijd

Lachaert heeft zijn voorzitterschap te danken aan zijn slogan: ‘Puur Blauw’. Zijn gedaanteverwisseling is des te opmerkelijker. Volgens de liberale voorzitter is een federale kieskring kunstmatig, maar vormen Open Vld en MR wel één gezellige familie. Waar ‘Puur Blauw’ stond voor meer regionale fiscale autonomie staat de bont en blauwe Egbert nu voor herfederaliseren.

In maart was de Merelbekenaar nog voorstander van een automatische afspiegeling van de Vlaamse regering en stak hij zijn voorkeur voor paars-geel niet onder stoelen of banken. In augustus, echter, haalt de blauwe voorzitter de groene Calvo van de reservebank. Almaci en Nollet stonden al even warm te lopen aan de zijlijn. We bevinden ons voorbij de blessuretijd van de regeringsonderhandelingen. Het zijn penalty’s. Scoren of verkiezingen.

Kompany

Kristof Calvo (Groen) hoopt ooit de Kompany van zijn partij te worden. De voetbalfanaat beseft niet dat hij met zijn palmares van toekijken aan de zijlijn – en af en toe een figurantenrol als invaller – dichter bij zijn held staat dan hij kan vermoeden. De kans dat Lachaert schiet en mist is niet gering. Als hij scoort dan gaan we richting het ‘paars-groen-in-de-Wetstraat-&-bont-&-blauw-in-de-Dorpsstraat-scenario’.

Indien de PS-afvallige Kir zijn muts goed staat kan deze coalitie bogen op 76 van de 150 zetels. Voeg daar cdH aan toe en ze komen aan 81 zetels. Er zullen dubbel zoveel Vlaamse stemmen in de oppositie zetelen als er in de meerderheid zullen zitten. Simpel gezegd: paars-groen, maar ook Vivaldi, betekent een Franstalige meerderheid tegenover een Vlaamse oppositie. Kan een dermate krappe meerderheid de zondvloed aan uitdagingen die op ons afkomen overwinnen? Ik pik er even vijf van die uitdagingen uit.

1. Arbeidsmarktbeleid

Onze overheid moet meer inkomsten vergaren om het relanceplan voor onze zuurstofarme economie te stutten. Niet door de belastingen te verhogen, maar door in te zetten op jobs. Jobs in de privé. Met subsidies zwaaien om minder uitkeringen te moeten betalen is een nuloperatie. Niet doen. We moeten de middenklasse niet méér belasten, maar méér middenklassers creëren.

SWT en leeftijdsgebonden loonsverhoging mogen op de schop. Stop ook maar met het centraal loonoverleg en doe eindelijk iets aan de werkloosheidsval waarbij sommigen meer ‘verdienen’ door thuis te blijven dan door te gaan werken. Ook onze inactiviteitsgraad moet naar beneden. Personen die in andere landen wel aan de slag gaan doen dat hier vaker niet. Dat geld kan je beter besteden aan, ik zeg maar wat, de zorgsector.

We hebben ook een tekort aan jobs voor laaggeschoolden. Een combinatie tussen een uitkering en deeltijds werk zoals in Nederland zou ook hier niet misstaan. Oh ja, en maak van Financiën en Begroting één ministerpost. Simpel toch?

2. Gezondheidszorg

Om een eigen gezondheidsbeleid te realiseren moeten we eerst gaan defederaliseren. In de nota Defederalisering van de gezondheidszorg. Een leidraad met sleutels, leggen Van Orshoven en Vande Lanotte uit hoe we dat relatief snel en gemakkelijk kunnen doen. Het enige wat we moeten doen is de ‘Bijzondere Wet tot hervorming van de instellingen’ van 8 augustus 1980 onder handen nemen.

Gezondheidszorg is namelijk een persoonsgebonden materie en behoort sindsdien tot de gemeenschappen. De bijzondere wet telt kennelijk nogal wat uitzonderingen, waardoor de echte hefbomen nog federaal zitten. Door deze uitzonderingen te schrappen is gezondheidszorg – mits behoud van de ‘Belgische’ financiering – de facto gedefederaliseerd. Dan kunnen we eindelijk eens werk maken van die responsabilisering, rechtvaardige herverdeling van middelen en van meer handen aan het bed. Onze zorgsector verdient dat.

3. Pensioenen

Ook nu blijven sommige partijen – de politieke armen van de zuilen – pleiten voor een verlaging van de pensioenleeftijd. Onze effectieve pensioenleeftijd behoort nochtans al tot de laagste van Europa. Een stijgende levensverwachting gaat nu eenmaal gepaard met een stijgende pensioenleeftijd. Ook een rücksichtslose  verhoging van de pensioenen is momenteel niet aan de orde. Dat zou ons minimaal 3,2 miljard euro – bovenop de stijgende vergrijzingskosten – extra kosten. België besteedt nu al meer van zijn bbp aan pensioenen dan bijvoorbeeld Noorwegen waar minder gepensioneerden met armoede kampen.

Wat wel zinnig is, is om de inkomensgarantie voor ouderen op te trekken tot aan de armoedegrens en het minimumpensioen van een volledige loopbaan op te trekken tot 10 procent boven de armoedegrens. Dit kan budgetneutraal indien mensen lang genoeg werken. Studies tonen ook aan dat wanneer mensen langer werken ze meer pensioenrechten opbouwen en zowel de armoede als de inkomensongelijkheid daalt. En behalve ziekte en ouderschapsverlof mogen ook de gelijkgestelde periodes en de pensionitis eruit.

Wat er ook uit moet is de wildgroei aan verschillende pensioenstelsels. Enkele voorbeelden: een normaal pensioen bedraagt ongeveer 60 procent van het gemiddelde loon op een loopbaan van 45 jaar. Volgens pensioenexpert Marjan Maes krijgt een ambtenaar daarentegen 75 procent van het gemiddelde loon van de laatste 10 jaar op een loopbaan van 45 jaar, maar kan hij of zij hier vaak al na 36 jaar van genieten. Ook weggepromoveerde gouverneurs krijgen na een loopbaan van 36 jaar al een volledig pensioen van gemiddeld 2871 euro netto.

4. Vlaamse politie

Dat er met de eerste Vlaamse minister van justitie al een eerste stap is gezet richting een Vlaamse justitie schreef ik hier al, maar ook een politiehervorming dringt zich op. Volgens onderzoek is er in Vlaanderen draagvlak voor een schaalvergroting.

In Wallonië ligt dat enigszins anders en in het Brussels gewest willen de baronieën maar niet weten van die broodnodige ééngemaakte politiezone. Een schaalvergroting van de politiezones zou, volgens prof. dr. criminologie Marc Cools (UGent), zorgen voor meer beschikbaar personeel, informatie en financiering. Agenten zouden bovendien dichter bij de bevolking staan.

5. Klimaat

Zelfs toen de wereld tijdens de pandemie stillag daalde de uitstoot amper met 8 procent. Veel minder dan wat ecologisten hadden verwacht. In Knack  zegt Valerie Trouet, professor paleoklimatologie, dat ze ‘niet inziet hoe we zonder kernenergie snel genoeg de overgang naar een koolstofarme samenleving kunnen maken’.

Met de voorstellen die Groen/Ecolo in het verleden lanceerden gaan we er dus niet komen.

Open Vld is de risee van Bouchez

Zullen de Vlaams-nationalisten nog verder willen regeren met de liberalen of gaan we naar een Vlaamse minderheidsregering? Waar is de geest van Cicero’s zinspreuk ‘salus populi suprema lex esto’ (het welzijn van het volk moet de hoogste wet zijn) gebleven? In de Standaard der Letteren (01/08/2020) schrijft de romancier Jeroen Olyslaegers dat we het – conservatieve – centrum, ideaal gezien, een denkbeeldige plek waar we elkaar kunnen ontmoeten en naar elkaar kunnen luisteren nu al een decennium kwijt zijn. Bij de volgende verkiezingen zullen we nog verder afdrijven van dat centrum. PVDA en het Vlaams Belang staan – met dank aan patser GLB – al te schuimbekken. Les extrêmes se touchent.

Mathieu Cockhuyt :Mathieu Cockhuyt (1993) is master in de criminologie en bachelor in de sociale wetenschappen. Hij is voorzitter van Jong N-VA Gent, en schrijft essays en columns over politiek en filosofisch-culturele beschouwingen. Volg hem op Instagram: https://bit.ly/32e6q5R en Twitter: https://bit.ly/2DMad15