Analyse, Communautair, Economie
Vrije Tribune
Vrije Tribune

Verkiezingen 2019:

Boodschappen doen met een lijstje
federale

Wat al maanden geleden op Doorbraak te lezen stond, namelijk dat de volgende regeringsvorming een Gordiaanse knoop van formaat  belooft te zijn, wordt nu zowat in alle media geafficheerd. Of dit doemscenario al dan niet bewaarheid wordt, zullen we snel weten. Duidelijk is: indien we een werkzaam beleid willen op het vlak van de sociale zekerheid en de tewerkstelling, zullen we een bijzonder extravagante coalitie aan de macht moeten brengen, en daarvan zal een verdere stap inzake het confederalisme onvermijdelijk een onderdeel moeten uitmaken. Zo niet krijgen we een verlenging van het immobilisme, vergelijkbaar met de manier van doen die Herman Van Rompuy in een vorige regering eufemistisch als ‘rustige vastheid’ bestempelde.

Een greep uit de onvermijdelijke beleidsmaatregelen die zowat iedereen die de maatschappelijke evoluties met een minimaal heldere blik opvolgt voorstaat, en die maar geen oplossing krijgen. We beperken is hierbij tot onvolkomenheden waarover een principiële koerswijziging a priori snel zou kunnen ingezet worden — hetgeen natuurlijk niet wil zeggen dat de uitvoering in een wip zou afgewerkt zijn. Maar het gaat minder om principes; wat de realisatie belet zijn bekommernissen om de macht en (in een mindere mate) de centen. Hieronder het boodschappenlijstje.

1. Het eengemaakte statuut arbeider-bediende

Het Grondwettelijk Hof had op donderdag 7 juli 2011 een arrest geveld na een prejudiciële vraag gesteld door de Brusselse arbeidsrechtbank over het toenmalige onderscheid arbeider-bediende. Volgens dit Hof leidde de gangbare praktijk tot een schending van de artikelen 10 en 11 van de Belgische grondwet, omdat beide categorieën werknemers op diverse vlakken afwijkende rechten hadden — en nog steeds grotendeels hebben. Het wegwerken van deze discriminaties moest gebeurd zijn tegen 8 juli 2013. Hiertoe werd alvast een eerste aanzet gegeven bij de vorming van Michel I, waarbij een van de meest in het oog springende verschillen (de duur van de opzegtermijnen) werd uitgevlakt. De uitvoering van een hele reeks andere onderwerpen werd daarop in de handen gelegd van de sociale partners. Met als gevolg een complete stilstand.

Verantwoordelijkheid voor het immobilisme: de sociale partners (vakbonden die het onderste uit de kan eisen, werkgevers die niet weten welke kant ze uit willen). Oplossing: de zaak uit de handen nemen van de sociale partners en de politiek de lijnen laten uitzetten. Noot: niet aan te beginnen zolang werk een federale bevoegdheid blijft.

2. De definitie van ‘zware beroepen’.

Dat men het hier niet over eens geraakt is nogal wiedes: er zijn maar weinig ‘zware beroepen’ die als zodanig kunnen bestempeld worden. De oplossing ligt voor de hand: het begrip ‘zwaar beroep’ uit de regelgeving halen, zoals dit in vele landen het geval is (onder meer Nederland hanteert dit onderscheid niet). Individuele problematische gevallen moeten een oplossing sui generis krijgen: het huidige reglementaire kader voorziet reeds in voldoende mogelijkheden. En ook de werkgevers moeten op dit vlak geresponsabiliseerd worden; op dit laatste komen we in het volgende punt nog terug.

Verantwoordelijkheid voor het immobilisme: de syndicale organisaties. Oplossing: de zaak uit de handen nemen van de sociale partners en de politiek de lijnen laten uitzetten. Noot: niet aan te beginnen zolang de sociale zekerheid een federale bevoegdheid blijft.

3. Het responsabiliseren van de ondernemingen inzake de uitstroom van werknemers

De cijfers zijn bekend. In 2017 hebben we voor het eerst sinds lang terug een stijging gezien van het aantal arbeidsongevallen, en ook het aantal beroepsziekten neemt terug toe; we hebben de kaap van de 400 000 arbeidsongeschikten overschreden, en het ziekteverzuim (lang- èn kortdurend) in onze ondernemingen rijst de pan uit. Lapmiddelen die de regering Michel I aarzelend invoerde, zoals het re-integratiebeleid bij langdurig arbeidsongeschikte werknemers, leveren nauwelijks iets op. Er is slechts één piste, die overigens Nederland en Duitsland met succes invoerden: ondernemingen financieel belasten wanneer zij een overmaat aan werknemers afstoten via de ziekteverzekering, het pensioenstelsel, het vergoedingsstelsel bij arbeidsongeval en na een beroepsziekte.

Verantwoordelijkheid voor het immobilisme: de sociale partners (de syndicale organisaties omdat dit bepaalde socialezekerheidsrechten enigszins zou uithollen, de werkgevers omdat dit hen dreigt geld te kosten). Oplossing: de zaak uit de handen nemen van de sociale partners en de politiek de lijnen laten uitzetten. Noot: niet aan te beginnen zolang de sociale zekerheid een federale bevoegdheid blijft.

4. Het begrenzen van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd

De bekende arbeidsmarktdeskundige en goede vriend Jan Denys herhaalde het onlangs nog eens: België is stilaan het enige land ter wereld dat geen tijdslimiet ingesteld heeft voor de uitbetalingsduur van onze werkloosheidsverzekering. Dat maakt dat verhoudingsgewijs ons land véél meer uitgeeft aan uitkeringen voor werklozen dan gelijk welke andere lidstaat van de EU. Vooral in dit tijdsgewricht, waar ondernemingen massaal geconfronteerd worden met openstaande vacatures en er toch een leger van werkzoekenden uitkeringen blijven genieten, is dit onaanvaardbaar. Het is overduidelijk dat er op dit vlak al te veel misbruiken bestaan: de vigerende reglementering heeft een vervormende invloed op de arbeidsmotivatie van werklozen.

Verantwoordelijkheid voor het immobilisme: de syndicale organisaties (zij staan grotendeels in voor het uitbetalen van de vergoedingen, en hebben baat bij zoveel mogelijk uitkeringsgerechtigden). Oplossing: de zaak uit de handen nemen van de sociale partners en de politiek de lijnen laten uitzetten. Noot: niet aan te beginnen zolang de sociale zekerheid een federale bevoegdheid blijft.

5. Naar een beter beheer van onze gezondheidzorg

Twee verhaaltjes. Uit De Tijd van 3 november 2018 leerden we dat Belfius de financiële gegevens van de Brusselse en Waalse ziekenhuizen naast de jaarrekeningen van 51 Vlaamse ziekenhuizen gelegd heeft. Alle Belgische ziekenhuizen samen halen volgens Belfius een winstmarge van 0,2 procent ( dat is een erg beperkte rentabiliteit, samen gaat het over nauwelijks 29 miljoen euro). Aangezien de Vlaamse instellingen samen 61 miljoen euro winst maken, gingen de Brusselse en Waalse ziekenhuizen in 2017 samen voor 32 miljoen euro in het rood. Ziekenhuizen werden aangespoord om samen te werken in regionale verbanden om kosten uit te sparen, en enkele dagen geleden werd in de pers gemeld dat dergelijke schaalvergrotingen alvast voor enkele kankerbehandelingen werden gerealiseerd. Verdergaande samenwerkingen werden vooral opgestart in Vlaanderen, maar amper in Franstalig België waar de financiële nood nochtans groter is. En Vlaanderen betaalt dat allemaal.

Tweede verhaal. In 1998 voerde Vlaanderen, op basis van een federale consensus, het toelatingsexamen in voor kandidaat-studenten geneeskunde en tandheelkunde. Dit leidde tot een vorm van numerus clausus, ten einde aantal artsen dat mag afstuderen en een beroepserkenning kan krijgen in dit land te beperken. Eén van de belangrijkste redeneringen luidde om een overconsumptie aan medische handelingen tegen te gaan. Maar de federatie Wallonië-Brussel bleek een dergelijk toelatingsexamen maar niks te vinden, en koos ervoor om alle gegadigde studenten alvast te laten beginnen aan de opleiding, en dan na drie jaar een selectie te maken van wie door mocht en wie niet. Het resultaat laat zich raden: na uitgebreide studentenprotesten werd deze praktijk afgeschaft, en dan nog met terugwerkende kracht, waardoor er komaf werd gemaakt met gelijk welke vorm van instroombeperking in Wallonië en Brussel.. En Vlaanderen betaalt dat allemaal (bis).

Verantwoordelijkheid voor het immobilisme: de weigering van het zuiden van het land om federale initiatieven loyaal op te volgen — en de rol van de mutualiteiten is hier onduidelijk. Oplossing: het zuiden van het land verplichten om zich loyaal achter federaal genomen maatregelen te scharen. Noot: niet aan te beginnen zolang de sociale zekerheid een federale bevoegdheid blijft.

6. Naar een minder starre arbeidsmarkt

In vergelijking met de meeste andere Europeanen hoeven Belgische werknemers veel minder flexibel te werken, stelde De Tijd van 8 januari 2019. Nacht- en weekendwerk is in ons land nog altijd erg strikt geregeld en in veel gevallen zelfs verboden. De arbeidsdeal, die de regering-Michel nog opstelde maar door de val van de regering nog niet werd goedgekeurd door het parlement, bevat weinig maatregelen voor een flexibelere arbeidsmarkt. Ons land blijft qua flexibiliteit dan ook ruim onder het Europese gemiddelde, en deze starheid kost ons jobs. In landen waar flexibeler wordt gewerkt, zoals Nederland en Duitsland, zijn een pak meer mensen aan de slag. Het gaat dan veelal over banen voor laaggeschoolden in de dienstensector en de e-commerce, precies voor de categorie mensen die bij ons erg moeilijk aan de bak geraken.

Verantwoordelijkheid voor het immobilisme: de syndicale organisaties. Oplossing: de zaak uit de handen nemen van de sociale partners en de politiek de lijnen laten uitzetten. Noot: niet aan te beginnen zolang het collectieve en individuele arbeidsrecht een federale bevoegdheid blijft.

7. Naar een afbouw van het ambtenarenstatuut

Kan iemand uitleggen waarom een Belgische treinbestuurder (onder bepaalde voorwaarden) maar tot zijn 55 jaar moet werken en een vrachtwagenbestuurder tot zijn 65? Wie vindt het logisch dat, nu de ambtenarenlonen op eenzelfde niveau werden gebracht als deze die gangbaar zijn in de privésector, het wettelijke pensioen voor ambtenaren gemiddeld dubbel zo hoog ligt als voor de werknemers uit de privésector, namelijk 2.262 euro? Hoevelen hebben al ondervonden dat leerkrachten en gemeentelijke ambtenaren vogelvrij zijn, eenmaal ze vastbenoemd worden — en bij sommigen ineens de werkkracht en het engagement lijken in te storten? Wil iemand vertellen waarom een hele reeks ambtenaren niet-opgenomen ziekteverlof in de loop van hun carrière kunnen groeperen en daardoor extra vervroegd met pensioen gaan — en ze bovendien tijdens eventuele ziektedagen hun volledige loon onbeperkt doorbetaald krijgen? Hoe zou het komen dat een statutair tot vijf jaren onbetaald verlof mag nemen, en zijn/haar collega-contractueel maar één jaar?

Verantwoordelijkheid voor het immobilisme: de syndicale organisaties die de ambtenarij vertegenwoordigen. Oplossing: geen, want gelijk welke ingreep zou botsen op een langdurige en algemene staking van het ambtenarendom, en dat overleeft geen enkele democratisch gekozen onderneming. Noot: niet aan te beginnen; de enige oplossing bestaat erin het ambtenarenstatuut te laten uitdoven en voortaan louter contractuelen te benoemen in overheidsfuncties — eventueel  een uitzondering latend voor gezagsfuncties en politionele bevoegdheden. Het zal dan decennia duren vooraleer de lat gelijk zal liggen tussen de diverse personeelscategorieën. Maar zelfs deze principiële beslissing zal stuiten op hevig verzet. Onoplosbaar, dus.

***

Voor wat betreft de mogelijke remediëring voor de stilstand in al deze dossiers: ik besef, beste lezer, dat “mijn verhaal eentonig is[1]”.

 


[1] E. D. Dekker: het eentonige en tragische verhaal van Saïdjah en Adinda uit het boek Max Havelaar

Jan Van Peteghem

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Jan Van Peteghem?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans
// geen premium