fbpx


Literatuur
Susan Sontag

Vies van troost

Susan Sontags permanente voornemen om nooit ofte nimmer troost nodig te hebben



Er bestaan mensen die troost een vies woord vinden. Of beter: een woord dat staat voor een in alle omstandigheden te vermijden ervaring. De Amerikaanse schrijfster Susan Sontag (1933-2004) was zo iemand. Zowel haar recent verschenen biografie als de memoires die haar zoon over haar laatste levensjaren schreef, maken duidelijk dat Sontag een diep afgrijzen had voor iets wat de meesten onder ons nodig hebben: op het juiste moment en de juiste manier getroost worden. Het verlangen naar ontroostbaarheid? De…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Er bestaan mensen die troost een vies woord vinden. Of beter: een woord dat staat voor een in alle omstandigheden te vermijden ervaring. De Amerikaanse schrijfster Susan Sontag (1933-2004) was zo iemand. Zowel haar recent verschenen biografie als de memoires die haar zoon over haar laatste levensjaren schreef, maken duidelijk dat Sontag een diep afgrijzen had voor iets wat de meesten onder ons nodig hebben: op het juiste moment en de juiste manier getroost worden.

Het verlangen naar ontroostbaarheid?

De Leuvense filosofe Patricia de Martelaere schreef ooit een wonderlijke tekst over het omgekeerde gevoel: het verlangen naar on-troostbaarheid. Dat verlangen komt volgens De Martelaere voor bij mensen die weigeren zich te laten troosten wanneer een van hun geliefden sterft.

In het begin van een lange rouwperiode voelt troost wel eens als verraad tegenover de geliefde. Wie zich op dat moment laat troosten, legt zich neer bij het verdwijnen van de geliefde en geeft die persoon dus ook in zekere zin op, zegt De Martelaere.

Kanker

Bij Sontag lijkt er iets anders aan de hand. Haar verzet tegen de troost is geen streven naar ontroostbaarheid. Sontag denkt er gewoonweg niet aan dat ze zich ooit in een situatie kan bevinden waarin iemand haar zou moeten troosten. Dat is geen verlangen om tijdelijk ontroostbaar te zijn, maar het permanente voornemen om nooit ofte nimmer troost nodig te hebben.

Sontags gevecht tegen troost valt samen met haar gevecht tegen kanker. In de herfst van 1975 bracht de ziekte waarover ze een van haar sterkste boeken schreef (Ziekte als metafoor (1978)) haar voor het eerst op de plek waar ze net geen dertig jaar later zou sterven: het Memorial Sloan Kettering Cancer Center in New York.

Overlevingskunstenares

Sontag was 42 toen ze het nieuws kreeg dat ze een kwaadaardige tumor in haar borst had. De kanker was uitgezaaid: fase 4. Toen ze te horen kreeg dat ze maar tien procent kans had om twee jaar later nog in leven te zijn, was ze vastberaden. Iemand moest tot die tien procent behoren, zei ze, en zij zou die iemand zijn.

Sontags voornemen werd ook een feit. Ze overleefde niet alleen een borstamputatie, maar ook nog een serie andere operaties en een kleine drie jaar chemo- en immunotherapie. Vooral dat laatste was erg duur. Rijke vrienden betaalden mee.

Derde keer, slechte keer

Troost had Sontag van die vrienden dan weer niet vandoen. Troost betekende immers toegeven aan de ziekte en aan het onvermijdelijke verlies. Troost aanvaarden was voor haar hoop opgeven, en dus toegeven aan de sterfelijkheid. Dat kon Sontag zich gewoonweg niet voorstellen. Ze was haar leven lang een winnaar gebleken, geen verliezer.

In de zomer van 1998 keerde de ziekte terug — baarmoederkanker dit keer. Sontag was intussen al 65. Toch bleek ze opnieuw vastberaden het gevecht tegen de dood te winnen. Opnieuw genas ze. Zes jaar later, in het voorjaar van 2004, kwam er echter een finaal medisch verdict: deze keer kon het niet goed aflopen. Sontag bleek aan MDS te lijden, myelodysplasie, een in haar geval zeer dodelijke vorm van bloedkanker. Maar ook nu wilde Sontag geen troost.

Kennis is macht

‘De gedachte dat ik haar had kunnen troosten’, schrijft Sontags zoon in het boek over de laatste levensjaren van zijn moeder, ‘is gewoonweg hooghartig’. Hoezeer hij dat ook gewild zou hebben, Sontag liet het gewoonweg niet toe. De gesprekken die moeder en zoon in haar laatste levensmaanden voerden, gingen niet over de dichter komende dood. Telkens opnieuw bespraken ze de strijd die Sontag wilde blijven voeren tegen de ziekte. Een strijd die ze in haar hoofd enkel kon winnen.  Was blijven leven misschien haar manier om dood te gaan? Sontags zoon vraagt het zich in zijn boek luidop af.

Sontag zag de strijd tegen haar ziekte ook als een gevecht om de juiste kennis. Wat iemand die wil genezen nodig heeft, schrijft ze in Illness as Metaphor, is ‘helderheid van geest, rationele gedachten en medische informatie’. Naar dat alles ging ze na haar fatale diagnose nog hardnekkiger op zoek.

Geen troost van Tolstoj

Ze las talloze gespecialiseerde wetenschappelijke publicaties en ging gesprekken aan met specialisten over heel de wereld. Katie Roiphe, die in The Violet Hour (2016) een ontroerend verslag geeft van Sontags laatste maanden, schrijft dat haar appartement veranderde in een medisch onderzoekscentrum. En ook al was Sontag intussen 71, ze kreeg van haar dokters de kans om in Seattle een complexe ruggenmergtransplantatie te ondergaan.

Toen bleek dat die therapie niet aansloeg en het einde hoe dan ook nabij was, trachtten Sontags vrienden haar zo goed mogelijk bij te staan. Ze was geen moment alleen. Vrienden brachten films mee, lekker eten en drinken. Een van hen las haar in haar New Yorkse ziekenhuiskamer voor uit Tolstojs novelle De dood van Ivan Ilyich. Hij hoopte met die tekst een gesprek uit te lokken over wat Sontag zelf te wachten stond. Misschien, dacht hij, kon de literatuur wat geen mens bij Sontag vermocht: troost brengen. Die hoop bleek vanzelfsprekend ijdel.

Troostvrees

Susan Sontags moeizame relatie met troost krijgt in de verschillende schetsen van haar levenseinde een zekere logica: ze was doodsbang voor de dood, en troost betekende dus de komst van het einde. Maar de vraag blijft waar haar troostvrees vandaan kwam.

Een mogelijke, zij het misschien al te makkelijke verklaring vind ik in de memoires van Sigrid Nuñez. Die werkte toen ze net afgestudeerd was samen met Sontag en kreeg ook een relatie met haar zoon. Haar analyse is bijgevolg wat vooringenomen, maar niettemin helder: Sontag heeft nooit echt een moeder gehad en ze kon volgens Nuñez om die reden ook geen moeder zijn voor haar eigen kind.

Moeders en zonen

Sontag voedde haar zoon van bij het begin op als een kleine volwassene, en haar eigen moeder bleef haar leven lang een klein kind. Of dat afdoende verklaart waarom Susan Sontag troost kon geven noch krijgen, laat ik in het midden. Maar het zegt wel iets over hoe we over troost denken: troost komt in de eerste plaats van moeders.

Dat moeders bij uitstek troosters zijn, zien we in de katholieke traditie van Maria als ‘troosteres der bedroefden’. Sontag was niet gelovig en haar zoon evenmin. Het mooiste aan zijn memoires is dat hij er tot het bittere einde alles aan deed om de illusie van zijn moeder hoog te houden: de illusie dat alles goed zou komen. Sontags zoon was in zekere zin de moeder die ze zelf nooit had gekend.

Jurgen Pieters

Jürgen Pieters doceert literatuurwetenschap en 'Creative criticism' aan de Universiteit Gent.