Actualiteit, Communautair

Vijf jaar communautaire ambras?

De N-VA in tijden van kamikaze. Een miniserie in drie afleveringen (2)


Wordt de ‘Zweedse’ coalitie toch een kamikazecoalitie, maar dan kamikaze voor België? Dat is waar de Vlaams-nationalisten bij de N-VA kennelijk op hopen: vijf jaar van communautaire ambras, waarna de weg naar confederalisme breed open ligt.

Die hoop is tot op zekere hoogte gewettigd. De kans op een destabilisering van het politieke systeem is in elk geval beduidend groter geworden nu langs Franstalige kant enkel de MR deel uitmaakt van de centrumrechtse regering. Voor het eerst zijn er regionale coalities gevormd waarvan geen enkele partij ook deel uitmaakt van de federale coalitie. In een normale federatie zou dat geen probleem mogen zijn. Maar België is geen normale federatie. Het bipolaire karakter ervan, de extreem verbrokkelde bevoegdheidsverdeling, en het ontbreken van een normenhiërarchie maken dat de overheden verplicht zijn om zeer nauw met elkaar samen te werken. Doen ze dat niet, dan slaat het systeem tilt.

In Le Soir van 7 augustus kregen we daar al een klein voorsmaakje van. De centrumrechtse coalitie blijkt van plan om een energienorm in te voeren, als een van de maatregelen om de concurrentiepositie van de bedrijven te versterken. Maar het energiebeleid zit versnipperd over verschillende overheden. Het is niet mogelijk om een energienorm in te voeren zonder de medewerking van de gewesten. In het Vlaamse regeerakkoord is die energienorm al opgenomen. Maar de PS trekt er de neus voor op, en in het Waalse en Brusselse regeerakkoord is er dan ook geen sprake van. Als de PS voet bij stuk houdt, dan mogen de federale en Vlaamse regering die energienorm op hun buik schrijven. En zo zullen er duizend-en-één grote en kleine dossiers zijn waarbij de federale/Vlaamse overheid enerzijds en het Waalse Gewest anderzijds op ramkoers zullen liggen.

De federale en de deelstaatregeringen kunnen elkaar, als ze willen, voortdurend stokken in de wielen steken via belangenconflicten of veto’s in het Overlegcomité. De uitvoering van de zesde staatshervorming (met niet minder dan 26 samenwerkingsakkoorden) zal de komende vijf jaar zelfs een nog intensere samenwerking vergen tussen de verschillende niveaus. Nu er geen enkele partij is die een brugfunctie kan vervullen tussen de Waalse/Franstalige regering enerzijds en de federale regering anderzijds zullen die overheden lijnrecht tegenover elkaar staan. De kans op voortdurende blokkeringen en een ontwrichting van het systeem is dan ook reëel. Daarom noemde ik de kamikazecoalitie eerder de ultieme stresstest voor de Belgische federatie.

Veel zal natuurlijk afhangen van hoe hard de verschillende overheden het zullen spelen. Het lijkt vrij waarschijnlijk dat de PS alle mogelijke institutionele middelen zal gebruiken om het doel te bereiken en de ‘sociale afbraak’ te dwarsbomen. Dit is in elk geval de verwachting van een aantal Franstalige grondwetspecialisten (waaronder Marc Uyttendaele, de man van Laurette Onkelinx): ‘Les majorités en place en Région wallonne, en Région bruxelloise et en Communauté française ne se priveront pas de déclencher une procédure en conflit d’intérêts chaque fois qu’elles estimeront gravement lésées par une initiative de la majorité fédérale.’ (Le Soir,19 augustus).

Dat wordt gegarandeerd vijf jaar communautair vuurwerk. Maar juist daar zijn CD&V, Open Vld en vooral MR als de dood voor. De kans is dan ook groot dat die partijen de lont zoveel mogelijk uit het kruitvat zullen proberen te trekken door de PS niet teveel te bruuskeren. Via ‘constructief’ overleg met de regio’s zullen de harde rechtse kantjes van het federale beleid eraf worden gevijld. Iets waar de ACW-vleugel binnen CD&V niet bepaald rouwig om zal zijn. Concreet betekent dit dat de PS via het Overlegcomité en andere coördinatieorganen federaal toch nog een vinger in de pap zal hebben. De partij zal voortdurend over de schouders meekijken.

Het resultaat zou wel eens een economisch beleid kunnen zijn dat, op wat rechtse symboliek na, niet zo gek veel zal verschillen van het beleid dat een tripartite zou voeren. In zo een hybride scenario lijkt de N-VA helemaal met lege handen achter te blijven: geen staatshervorming, geen gespierd economisch beleid, en ook geen communautaire ambras. En als de PS via de regio’s toch kan blijven wegen op het federale beleid, dan wordt het helemaal illusoir om er op te hopen dat die partij in 2019 een bocht van 180 graden zou maken en plots voorstander zou worden van confederalisme.

Als Bart De Wever het federale systeem maximaal onder stress wil plaatsen, dan moet hij het hard spelen tijdens de lopende onderhandelingen. Het is dan zaak om het regeerakkoord zoveel mogelijk naar rechts te trekken en mogelijke deals met de PS bij voorbaat te torpederen. Maar omgekeerd heeft de Belgische as CD&V-MR er alle belang bij om zo dicht mogelijk in het veilige centrum te blijven en de samenwerking met de PS juist niet te hypothekeren.

Er zijn echter nog andere manieren om de communautaire spanning op te drijven. Zoals Benoit Lutgen het op 24 juni formuleerde: ‘On peut faire du communautaire de 1001 façons.’ Alleen al de aanwezigheid van radicale nationalisten in de Belgische regering kan het systeem onder stoom zetten. Het zal van 1991 geleden zijn dat er nog een Vlaams-nationalist Belgisch minister was. Maar de Volksunie-ministers in de Belgische regering waren altijd relatief gematigde en salonfähige figuren die zich wel konden schikken in hun Belgische rol. Of dat ook het geval zal zijn met meer rebelse Vlaams-nationalisten als pakweg Jan Jambon of Theo Francken is uiterst twijfelachtig. De ministerkeuze van de N-VA zal in die zin een belangrijk politiek signaal zijn, ook en vooral naar de eigen Vlaams-nationale achterban toe.

In de media is al een paar keer de naam van Jan Jambon gevallen als mogelijk minister van Binnenlandse Zaken. Van een rechtlijnige Vlaams-nationalist als Jambon mag worden verwacht dat hij zich niet al te veel gelegen laat aan de Belgische symboliek. De portretten van de koning en de koningin zouden dan wel eens kunnen verdwijnen op het kabinet van Binnenlandse Zaken. De minister zou wel eens verstek kunnen laten gaan op officiële plechtigheden, of ostentatief weigeren de Brabançonne mee te zingen, of weigeren recht te staan daarvoor … Terwijl hij anderzijds wel met gepaste eerbied de nationale liederen zal meezingen op het Vlaams-Nationaal Zangfeest. Er zullen eindeloos veel aanleidingen zijn tot incidenten. En als minister Jambon al niet zelf aanleiding zou geven daartoe, dan zullen de progressieve journalisten wel gaan graven in het ‘zwarte’ verleden van de politicus, in de hoop een Johan Sauwens-achtig scenario uit te lokken.

De slotsom is dus dat het wel degelijk vijf jaar communautaire ambras kan worden, tenminste als de N-VA dat echt wil. Maar heeft de partij daar belang bij?

Het antwoord morgen in aflevering 3: Geen ommekeer?

Lees ook deel 1 van deze trilogie: Delivery time.


Foto: (c) Reporters

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Ik word vriend van Doorbraak.

Bart Maddens

Bart Maddens is politicoloog en germanist.