fbpx


Buitenland, Geschiedenis

Viva la Repubblica!

74 jaar geleden werd Italië een republiek.



De landing in Sicilië (Operatie Husky) op 9 juli 1943 door de geallieerde troepen betekende het begin van het einde voor de Italiaanse monarchie. De asmogendheden verloren op enkele weken het strategisch gelegen Sicilië als basis voor hun lucht- en vlootactiviteiten. Op 25 juli 1943 trok de Italiaanse koning Vittorio Emanuele III, in overeenstemming met een deel van de fascistische hiërarchen, het mandaat van Benito Mussolini in en liet hem arresteren. De nieuwe regering onder leiding van maarschalk Pietro Badoglio…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


De landing in Sicilië (Operatie Husky) op 9 juli 1943 door de geallieerde troepen betekende het begin van het einde voor de Italiaanse monarchie. De asmogendheden verloren op enkele weken het strategisch gelegen Sicilië als basis voor hun lucht- en vlootactiviteiten. Op 25 juli 1943 trok de Italiaanse koning Vittorio Emanuele III, in overeenstemming met een deel van de fascistische hiërarchen, het mandaat van Benito Mussolini in en liet hem arresteren. De nieuwe regering onder leiding van maarschalk Pietro Badoglio begon daarna contacten te leggen met de geallieerden om een vredesakkoord te bereiken.

Maar toen op 8 september 1943 de wapenstilstand van Cassibile werd aangekondigd, onstond er een chaotische situatie in Italië. Het land brak in twee stukken: enerzijds het zuiden dat al bevrijd was door de geallieerden en formeel onder het gezag van Vittorio Emanuele III stond, en anderzijds het noorden dat de nazi’s en fascisten nog steeds bezetten. De intussen ontsnapte Mussolini was daar de formele leider. Vittorio Emanuele III en de regering-Badoglio vluchtten van Rome, nog steeds onder Duitse controle, naar het zuidelijker gelegen en reeds bevrijde Brindisi in Puglia.

CNL

De wapenstilstand legden de koning strenge voorwaarden op. De facto had die dan ook geen enkele politieke macht meer. Door zijn collaboratie met Mussolini, die Vittorio Emanuele III zelf aan de macht had geholpen, was ook bij de belangrijkste Italiaanse partijen de koninklijke macht gedelegetimeerd. Zij verenigden zich op 9 september 1943 in het Comitato di Liberazione Nazionale (Nationaal Bevrijdingscomité (CLN)) om het verzet tegen de Duitse bezetter te coordineren.

Het CNL fungeerde echter ook als een soort regering van nationale eenheid daar zowat alle, door Mussolini verboden, partijen er deel van uit maakten: de Partito Comunista Italiano (PCI), de Democrazia Cristiana (DC), de Partito d’Azione (PdA), de Partito Liberale Italiano (PLI), de Partito Socialista Italiano di Unità Proletaria (PSIUP) en de Partito Democratico del Lavoro (DL). Reeds op het het congres van Bari (28-29 januari 1944) werd unaniem de troonsafstand van de koning en een nieuwe grondwet geëist, eens de Tweede Wereldoorlog voorbij zou zijn.

Salerno

De onverwachte erkenning van de regering-Badoglio door de Sovjetunie datzelfde jaar, zette de linkse partijen, en vooral de Italiaanse communisten, onder druk om toch tot de officiële regering toe te treden. Het CNL besloot de antimonarchistische gevoelens opzij te zetten (la svolta di Salerno) en de institutionele kwesties uit te stellen tot het einde van de oorlog. Vittorio Emanuele III moest echter wel instemmen om zijn bevoegdheden over te dragen aan zijn zoon Umberto II, al bleef hij formeel wel nog koning. Op 4 juni 1944, een jaar na de landing in Sicilië, werd uiteindelijk ook Rome bevrijd.

De overeenkomst tussen Vittorio Emanuele III en het CLN werd vastgelegd in het koninklijk decreet nr. 151/1944, met de afspraak om op het einde van de oorlog een grondwetgevende vergadering bijeen te roepen om het land een nieuwe grondwet te geven en met een referendum over de koningskwestie te beslissen. Na de overgave van Nazi-Duitsland op 8 mei 1945 leefde er in Italië een dubbel gevoel: enerzijds hoorde het land in 1945 bij de verliezers en werd het bezet door buitenlandse troepen; anderzijds voelde het land zich ook ‘bevrijd’ doordat een deel van de bevolking de Duitse bezetting van Noord-Italië had bestreden in het verzet.

Troonsafstand

Op 16 maart 1946 besloot kroonprins Umberto uiteindelijk tot de uitvoering van het decreet. De institutionele staatsvorm zou worden bepaald door middel van een referendum op 2 en 3 juni dat jaar. Tegelijkertijd voorzag men om de grondwetgevende vergadering te verkiezen. Een maand voor het referendum, op 9 mei 1946, trad koning Vittorio Emanuele III af ten gunste van zijn zoon. De troonsafstand had tot doel de kiezers psychologisch te beïnvloeden. De koning had gedurende de oorlogsjaren te veel gecollaboreerd met het fascisme, en gaf door zijn troonafstand impliciet zijn verantwoordelijkheid toe.

Onmiddellijk daarna verliet Vittorio Emanuele III Italië en verhuisde naar Alexandrië in Egypte in vrijwillige ballingschap. Hij zou er twee jaar later sterven, en werd er in de in de Sint-Catharina-kathedraal begraven. De koninklijke abdicatie aan de vooravond van het referendum kwam echter te laat om nog electorale vruchten af ​​te werpen. De monarchisten probeerden nog druk te zetten op de Allied Control Commission, het geallieerde orgaan dat de Italiaanse regering ‘adviseerde’ tot de Vrede van Parijs (1947), om de volksbevraging uit te stellen, maar die weigerde in te grijpen.

Verkiezingscampagne

In de verkiezingscampagne concentreerden de republikeinen hun inspanningen op de collaboratie van de monarchie met het fascisme. Daarnaast probeerde men vooral het klassieke linkse electoraat te waarschuwen voor de koning als tegenstander van sociale hervormingen. De monarchisten stelden dan weer dat de monarchie de beste verdediging was tegen het oprukkende communisme. De republiek was volgens hen een gevaarlijke sprong in het duister, en de oude instellingen waren nuttig voor de stabiliteit van het land in de onzeker naoorlogse tijden.

Uiteindelijk zou enkel de Partito Liberale Italiano als CNL-lid de monarchie openlijk steunen. Op 2 en 3 juni 1946 trokken ongeveer 25 miljoen Italianen, zo’n 89% van de stemgerechtigden, naar de stembus. Voor het eerst mochten toen ook de vrouwen stemmen. De republikeinen (54,27%) wonnen dan wel het pleit van de monarchisten (45,73%), maar een analyse van de gegevens per regio maakte duidelijk dat Italië, net zoals België in 1950, in twee delen was verdeeld: een republikeins noorden (66,2%) en een koningsgezind zuiden (63,8%).

Onrust

Vandaag vieren de Italianen 2 juni als hun nationale feestdag, maar 75 jaar geleden was de atmosfeer verre van feestelijk. De leiders van de belangrijkste partijen waren dan wel bijna allemaal voor de republiek, maar toch vreesden ze dat de monarchisten in het zuiden opstanden of rellen zouden organiseren. Daarenboven dacht men dat in geval van onrust de carabinieri (rijkswacht) partij zouden kiezen voor koning Umberto II. Ook de republikeinen waren onderling verdeeld: de centristen vreesden dat de communisten een staatsgreep of opstand voorbereidden (de Brigate Garibaldi hadden maar 40% van hun wapenarsenaal ingeleverd).

Toen de uitslag van het referendum en de overwinning van het republikeinse kamp op 10 juni bekend raakte, braken de volgende dag in het koningsgezinde Napels zware rellen uit. Toen betogers het PCI-hoofdkwartier in via Medina probeerde te bestormen om een ​​Italiaanse vlag zonder het wapen van Savoye te verwijderen, begon de politie met machinegeweren op de demonstranten te schieten. Daarbij vielen negen doden en geraakten 150 mensen gewond.

In de nacht van 12 op 13 juni, nog voor de definitieve bekrachtiging van de resultaten door het Hof van Cassatie, stelde de regering de toenmalige premier Alcide De Gasperi (DC) aan als voorlopig staatshoofd. Toen Umberto II van deze snelle, maar eigenlijk onwettige, regeringsbeslissing op de hoogte werd gesteld, en hoorde over de tragische gebeurtenissen in Napels, verkoos hij nog diezelfde dag te vertrekken naar Cascais in Portugal. Umberto II wou het conflict niet nog meer aanwakkeren, aangezien het alternatief de aanzet was tot een burgeroorlog tussen monarchisten en republikeinen.

Repubblica

Op 18 juni bevestigde het Italiaanse Hof van Cassatie definitief het resultaat. Het verwierp het beroep van de monarchisten. Ook met inachtneming van de blanco of ongeldige stembiljetten, zo’n 1,5 miljoen, behaalden de republikeinen een ​​absolute meerderheid. Elke discussie daarover was vanuit juridisch oogpunt dan ook eigenlijk irrelevant. Er waren de voorbije 75 jaar vaak geruchten over fraude, maar die zijn nooit bewezen. Wel beweerde een betrouwbare ooggetuige dat er in de kelders van het ministerie van Binnenlandse Zaken dozen vol stembrieven ten voordele van de republiek stonden, in geval dat de monarchie misschien toch populairder zou gebleken zijn.

Enkele overgangs- en slotbepalingen, zoals het verbod voor ex-koningen, hun partners en hun mannelijke afstammelingen om in Italië binnen te komen, vulden de nieuwe republikeinse grondwet aan. Deze trad in werking trad op 1 januari 1948. Pas in 2002 zou de regering-Berlusconi II deze verbanning opheffen. De laatste koningin van Italië was trouwens Marie José van België, dochter van Albert I en zus van koning Leopold III. Ook deze laatste trad in 1951 af ten gunste van zijn zoon koning Boudewijn.

In tegenstelling tot het Belgische referendum maakte de Italiaanse volksbevraging niet alleen een einde aan het drieëndertig dagen durende koningschap van Umberto II. Ze schafte tevens de monarchie volledig af. Negen eeuwen eerder was het huis Savoye nog gesticht door een andere Umberto, graaf Umberto I Biancamano di Savoia. Nomen est omen, zeiden ze reeds in de Romeinse tijd. Viva la Repubblica!

Philip Roose