In april 2019 bevestigde een intern NAVO-rapport het lang bewaarde publiek geheim over de in Kleine Brogel gestockeerde kernraketten. Opiniemaker Johan Sanctorum opperde enkele maanden later dat hij hoopte dat de actie tegen kernwapens op Vlaams grondgebied een algemeen ondersteunde aangelegenheid zou worden.

Terugdenkend aan de politieke gebeurtenissen vorige week hoopt VOS Vlaamse Vredesvereniging dat de discussie over de bij ons opgeslagen massavernietigingswapens in 2020 naar een hoger niveau kan worden getild. Onder meer kan dit door een meer kritische houding van Vlaanderen ten aanzien van onze actuele bondgenoten en een zonder complexen in vraag gesteld geloof in een door kernwapens verwezenlijkt ‘mondiaal machtsevenwicht’.

Gepolariseerde discussie

In Vlaanderen stoten we immers al, voor een degelijke discussie van start gaat, op een enigszins voorbijgestreefde opvatting over de functie van kernwapens. Hierdoor wordt meer aandacht besteed aan de wapens zelf dan aan de stabilisering van de vaak aangehaalde afschrikkingsbalans tussen de wereldmachten.

Nucleair geladen wapentuig moe(s)t dienen om een politiek probleem op te lossen, wat beleidmakers steeds rechtvaardig(d)en aan de hand van militair-strategische theorieën over ‘wat er zou gebeuren als die afschrikkingspolitiek zou falen’. Als gevolg zijn de in Europa strategisch gestationeerde massavernietigingswapens alleen te neutraliseren door ofwel een relatief gelijke verdeling onder de wedijverende partijen ofwel door de totale verwijdering ervan.

Alles hangt af van de manier waarop Vlaanderen over de betekenis en de risico’s van kernwapens wil en durft na te denken. Als radicaal doch rationeel tegenstander van vreemde kernwapens op Vlaamse bodem kijkt VOS verder dan de oppervlakkige redenering dat ze de kans op de uitbraak van een kernoorlog vergroten. Evenmin opperen we, dat een kernoorlog in Europa op korte termijn waarschijnlijk is.

Advertentie

Onze bedenking over de beslissing voor het behoud van de kernwapens in Kleine Brogel bestaat er evenwel in, dat de voorstanders ervan wél lijken te ageren vanuit de veronderstelling dat de oorlogskansen reëel zijn. Terwijl zij die de Verenigde Staten riskante driften toeschrijven al snel worden weggezet als naïevelingen, blijven de voorstanders suggereren dat een macht als Rusland door bij ons opgeslagen kernwapens van een mogelijke aanval kan worden afgehouden.

‘Nuclear deterrence’ als hoeksteen van de NAVO

Voor de voorstanders van de bewaring vormt ‘nuclear deterrence’ (de wederzijdse afschrikking omwille van meteen lanceerbare kernwapens) aldus de basis van het succes van de NAVO-samenwerking. In essentie handelen ze hierbij vooral met het oog op de gevolgen, wanneer de NAVO er niet in zou slagen de klassieke tegenstanders voldoende af te schrikken. Ze spreken nu vooral over de Baltische staten, enkele decennia geleden durfden ze zelfs Noord-Duitsland nog te noemen als risicogebied.

De verantwoording van de opslag van raketten door intimidatie berust in ieder geval op een denkwijze, die het mogelijk mislukken van de wederzijdse bangmakerij reëel acht. Het is dan ook weinig verrassend dat Vlaanderen matig optimistisch blijft berusten in de omstandigheden waarin Europa nu verkeert. Het idealistische streefdoel van een vreedzame wereld blijft immers een ver verwijderde utopie. Aan vrede moeten we wérken.

Beleidsmakers wijzen daarnaast graag herhaaldelijk op de tijdelijkheid van de wederzijdse dreiging met kernwapens. Aannemelijk, hoewel het de vraag is wat ze ondertussen proberen te verwezenlijken om ons volk uit deze onhoudbare ‘tijdelijke toestand’ te bevrijden en een nieuwe vorm van internationale samenwerking te bewerkstelligen. Er eens om de zoveel tijd over praten om het ‘dossier Kleine Brogel’ vervolgens weer in een lade op te bergen, volstaat niet.

Keerzijde van de medaille

Vlaanderen dient de keerzijde van de kernmedaille te zien en een aantal concrete vragen te stellen over hoe kernwapens zelf de drijvende kracht waren van bewapening en tegenbewapening en hoe ze de uitbreiding van niet-nucleaire vernietigingsmiddelen niet hebben tegengehouden, integendeel.

Rekening houdend met dergelijke factoren is het moeilijk vol te houden, dat kernwapens en de status quo daaromtrent werkelijk de oorlogsvoering – ook in ons eigen Europa – zullen blijven voorkomen. De enige reden waarom kernwapens ‘tijdelijk’ en met onzekerheid die functie tot nu toe vervulden, is omdat ze geen ander doel hebben dan hele steden van de kaart te vegen en talloze mensen weg te vagen. Beleidsmakers dienen zich te buigen over de vraag of kernwapens ook in de toekomst oorlog in onze regio zullen voorkomen.

Ons volk toont zich aangaande tal van belangrijke maatschappelijke vraagstukken weinig onder de indruk en moedeloos door de eindeloze stroom van politieke praatjes waarin de burger wordt ondergedompeld. In deze tijd van crisis op het gebied van economie, jurisdictie, immigratie en algemener gezien ‘politiek vertrouwen’ moeten beleidsmakers hun vredelievendheid ook bewijzen. De discussie en communicatie rond kernwapens maakt hier deel van uit.

VOS wil als een van de vredesactoren in dit land leiding geven aan vredeswerk, dat alleen vooruitgang kan boeken door samen te werken met staatsleiders die duidelijk vanuit een vredesideaal spreken en zich vooral niet uitlaten over afschrikkingstheorieën en de dure en energieverspillende bezigheid van de oorlogsvoering.

Wat met Vlaanderen?

Vlaanderen – met een culturele traditie die ver afstaat van machtspolitiek door oorlogsdreiging – heeft een voortrekkersrol te spelen door zich als regio tot grote nationale offers bereid te tonen, zonder de grotere bondgenoten ontrouw te betonen. Wat machten als Rusland en de Verenigde Staten niet kunnen bieden, ligt wél binnen ons bereik.

Vlaanderen en andere kleinere landen kunnen de vredeszaak op betere wijze dienen dan in de NAVO voor de Verenigde Staten door het vuur te gaan. Als volwaardige kleine bondgenoot zou onze regio de grootste mogendheden zelfs tot voorbeeld kunnen zijn door ons aan het verleden te onttrekken. Kleine spelers moeten zich geroepen voelen om een rol te spelen in een versterking van het Europees volkenrecht, ongebonden door een club van over kernwapens beschikkende naties.

Advertentie

Realistisch pacifisme en het daaruit voortkomend vredeswerk kent geen vooraf vastgelegd stappenplan, maar steunt op inzicht en de continue durf om te ondernemen. Daarbij moeten we ons er goed van bewust zijn dat in vergelijking met andere beleidsterreinen het vredeswerk weinig concrete garanties te bieden heeft. Belangrijk is ons te focussen op de goede wil, de onafhankelijkheid en de energie van de juiste mensen, die zich regelmatig laten opmerken door verklaringen over hun vredelievendheid. Vlaanderen moet er trots op kunnen zijn de problematiek van het huidige wereldbestel zonder complexen te kunnen doordenken.