fbpx


Cultuur

Uit het leven van een voetballer

Dagboekaantekeningen (63)



Aan de Oekraïense grens heeft Poetin een enorme troepenmacht samengetrokken, maar analisten noch waarzeggers durven een invasie te voorspellen. Zo’n invasie zou bedoeld zijn om de etnisch-Russische gebieden in het oosten in te lijven en een doorgang naar de Krim te forceren. Biden en Johnson laten hun vuisten zien, maar de vuist van de continentale regeringsleiders verandert halverwege het ballen in een hand die aarzelt of zwaaien geen beter idee is. Zondag 16 januari Mijn Russische vriend Michail is op…

Premium Artikel

Dit artikel is een premium-artikel dat alleen leesbaar is voor Doorbraak-lezers die ingelogd zijn op doorbraak.be. Registreren is gratis en geeft toegang tot alle premium artikels. Het is mogelijk dat u al de nieuwsbrief ontvangt of dat u al een steuner bent bij Doorbraak, maar dat u nog geen inlogaccount (met wachtwoord) heeft aangemaakt. Als u via sociale media inlogt of hieronder een nieuwe account aanmaakt, dan wordt die account automatisch aangemaakt en aan uw nieuwsbrief gekoppeld.

Al geregistreerd bij Doorbraak of bij een sociaal netwerk? Log dan hieronder in op Doorbraak.be







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Aan de Oekraïense grens heeft Poetin een enorme troepenmacht samengetrokken, maar analisten noch waarzeggers durven een invasie te voorspellen. Zo’n invasie zou bedoeld zijn om de etnisch-Russische gebieden in het oosten in te lijven en een doorgang naar de Krim te forceren. Biden en Johnson laten hun vuisten zien, maar de vuist van de continentale regeringsleiders verandert halverwege het ballen in een hand die aarzelt of zwaaien geen beter idee is.

Zondag 16 januari

Mijn Russische vriend Michail is op bezoek en herinnert me aan de historische minachting van Moedertje Rusland jegens de bevolking van haar koloniën: woeste bergstammen in de Kaukasus, met de Turken verwante herders, maar ook de zogenaamde Slavische broedervolkeren.

Tussen de kogels van de Tsjetsjenen is geen ruimte voor nuance, en met spijt kun je geen Oekraïens brood beleggen (een verwijzing, zo begrijp ik, naar de door Stalin veroorzaakte hongersnood van de jaren dertig). Poetin vindt het hoog tijd om de verhoudingen uit de dagen van de Sovjets te herstellen, met de orthodoxie in plaats van het communisme als morele rechtvaardiging.

Deze antiperistaltische verhouding met de gang van de geschiedenis belooft weinig goeds voor de toekomst van Europa. Maar die was toch al voorbij.

Dinsdag

Universitaire docenten proberen zich op het neurotische af aan ‘de juiste kant van de geschiedenis’ te bevinden (ik heb het hier over de zwakke wetenschappen). Academici hullen zich in de potsierlijk geworden titel van filosoof – ze hebben die versleten jas aangetrokken zonder de gaten op te merken – en paraderen als pauwen in de media.

Ondertussen censureren ze zichzelf, uit angst dat de meute op sociale media hun jas anders helemaal aan flarden scheurt. Sinds ze de postmoderniteit hebben omhelsd, kijken ze verwilderd om zich heen of de geschiedenis hun niet juist haar andere kant heeft toegedraaid…

Donderdag

Op het avondnieuws beelden van Zweedse tanks op het eiland Gotland in de Oostzee, waar Russische oorlogsschepen de indruk wekken een landing voor te bereiden. ‘Wederom heeft zich een boevenbende geformeerd, die er, gewapend met kijkers, zeer vervaarlijk uitziet’, verklaart Michail somber.

‘Gelukkig zijn de Zweden nu ook weer niet zo sociaaldemocratisch of ze vertrouwen je landgenoten voor geen haar,’ zeg ik.

‘Is het niet vermakelijk? We wantrouwen de tsaar, maar oog in oog met de vrijheid trekken we onze degen in opdracht van diezelfde tsaar…’ Je kunt wel horen dat hij in de bibliotheek slaapt.

Intussen kijk ik naar de schepen en de Oekraïense loopgraven gevuld met zenuwen en machinegeweren en geniet van de spanning. Ik herinner me dat ik tijdens de jongste Balkanoorlog net zo reageerde, alsof ik jaloers ben op de vorige generatie, alsof ik me verveel zonder mijn eigen oorlog… Een decadente opwinding elektriseert deze dagen.

Maandag

Ik lees Lermontov. Zijn hoofdpersoon Petsjorin is de vleesgeworden ennui. De gespeelde ontgoocheling van dandy’s die geen honger of armoede kenden en dus iets anders moesten verzinnen… Klinkt u dat vertrouwd in de oren? Deze mode werd uitgedragen door Lord Byron, die heel Europa ermee besmette, en de varianten overleven nu al tweehonderd jaar: de walging van Sartre was zo’n variant. En tegenwoordig? De afkeer van onszelf wordt aan de universiteit gedoceerd.

Een held van onze tijd, gepubliceerd in 1840, is actueel in zijn analyse van de ‘overbodige mens’, de verveelde mens: ennui leidt onder de beter gesitueerden – gehuld in een narcistische baljurk die de boezem accentueert, gestoken in een uniform dat de drager als het ware aan zijn epauletten enige centimeters boven de dansvloer optilt – tot een schijnengagement om de verveling te ontlopen. De betrokkenheid van Petsjorin bestaat hierin dat hij met het hart van een vrouw omgaat alsof het een dobbelsteen is, louter en alleen om zijn trots te bevredigen.

Ik geniet! Ik geniet zozeer van Lermontov, dat ik het lezen doelbewust vertraag. Iets dat me haast nooit overkomt, lezen is immers allereerst een plicht voor mij.

Donderdag

Wandeling met Michail. Ons gesprek betreft een interessante kwestie, te weten de vraag of de wereld geschapen is of niet. Afhankelijk van je standpunt heeft de menselijke ontwikkeling volgens hem een diametraal omgekeerd verloop. Als de wereld geschapen is: verval. Zo niet: verbetering. Kijk, dat is nu eens een interessant onderwerp!

Vrijdag

Duncan en Gary inviteren ons voor Rachmaninovs derde pianoconcert, in een zaal bij de pier in Hastings. Mijn relatie met Rachmaninov, vertolker van het oude Rusland (het concert is van 1909), begon op de dag dat mijn vader zei: ‘Telkens als ik een mooie vrouw zie, hoor ik het tweede pianoconcert van Rachmaninov.’

Die vrouw was om te beginnen de actrice Celia Johnson: het adagio sostenuto uit dat tweede concert begeleidt haar overspel in Brief Encounter, wekt het zelfs op, vergoelijkt het misschien; het is overspel in zwart-wit, in 1945, het is van een verwarrende onschuld: vijftig miljoen doden en dan een man en een vrouw die verliefd worden.

‘Je moeder lijkt op haar, vind je niet?’ zei mijn vader.

We zagen de film op televisie in Engeland en ik was nog wat jong voor het concept van seksueel bedrog, maar het ontging me niet dat mijn moeder kon wedijveren met de fijngesneden trekken van Celia Johnson; ook hun kapsel was vrijwel identiek.

‘Ja, mama, je bent precies een ouderwetse filmster.’

‘Ach, welnee.’

Het zwart-wit lost op. Haar blos gloeit als carneool. Nu ik aan mijn moeder denk, zie ik de camee met het vrouwengezicht die ze soms droeg, haast als een zelfportret: een bekoorlijk erfstuk, dat ze wel niet in haar bagage zal hebben gestopt, maar dat in mijn scheppende herinnering hooghartig naar de televisie kijkt, waaruit twee sprieten entomologisch naar het lage plafond van de cottage tasten, en dat de escapades van Celia eronder niet kan goedkeuren.

Behalve de ingewikkelde cadensen van het derde pianoconcert, uitgevoerd door een Braziliaanse pianist, krijgen we de tiende symfonie van Keith Beal te horen, een plaatselijke componist, diep in de tachtig, die tijdens de lockdown vijf symfonieën heeft afgescheiden als nachtzweet. Helaas kan ik er na afloop geen noot van naneuriën.

’s Nachts

Een stem vroeg in mijn slaap of ik een foto kon laten zien van de Europese beschaving.

Zaterdag

Ik had tegen die onlichamelijke stem moeten zeggen: mijn moeder! Mijn moeders gezicht is het gezicht van de Europese beschaving.

Maandag

Mijn fysiotherapeut – die mijn rug kneedt alsof ik deeg ben, een aangename marteling, uitgevoerd met handen die steeds sterker worden – suggereert dat ik, als ik dan niet van zwemmen houd, wandelvoetbal moet proberen. Ik heb in geen jaren gevoetbald (behalve op Christophers bruiloft in Colorado), maar de verleiding is te sterk. In mij holt nog altijd een schooljongen rond, mijn spieren herinneren zich bewegingen die ze al jaren niet meer uitvoeren.

En dus rijdt mijn vroegere ik naar Alexandra Park in Hastings, waar een paar zogenaamde ‘kooien’ zijn. Dat zijn voetbalveldjes met kunstgras, omheind door metershoog gaas. Ik word verwelkomd door een dozijn ouwe kerels, onder wie Pop, oorspronkelijk uit Belgrado, die de regels toelicht. Bal niet hoger dan de knie, geen tackles, niet sneller dan vijf, vooruit, zeven kilometer per uur… Het klinkt als een karikatuur, maar wanneer mijn rechtervoet een V schrijft in het kunstgras, een verdwaasde bejaarde in de luren legt en de bal in de hoek knalt (mijn eerste doelpunt in jaren) dringt het tot me door: ik voetbal! Ik leef!

Dinsdag (ontwaken)

Het is alsof de rigor mortis al tijdens mijn leven is ingetreden.

Donderdag

Joy vertrekt naar Brussel, waar ze de komende maand weer op kantoor moet verschijnen. Nu we haar appartement hebben verkocht, is de oplossing dat ze logeert bij een vriendin in Elsene en bijdraagt aan het huishouden: volgend jaar kan ze met pensioen. Ze heeft de sociale media van het Europees Parlement tijdens de hele pandemie vanuit Brede beheerd, en hier in Brussel zal ze precies dezelfde handelingen verrichten, maar bureaucraten zouden je van Elsene naar de Parlementsgebouwen laten reizen via Luxemburg en Straatsburg als dat zo in de reglementen stond.

Gisteravond besefte ik opeens dat ik het wekenlang zonder mijn vrouw moest stellen, zonder haar Amerikaanse tongval, haar lichtblauwe oogopslag, zonder haar handen die zich met de mijne verstrengelen als we voor het avondeten bidden, zij uit vroomheid, ik uit eerbied voor mijn ouders, zonder de elektrische vonken die daarbij overspringen en waartegen haar religie geen bescherming biedt: haar vingertoppen wriemelen verlegen, haar nagellak gloeit bij het kaarslicht…

Zondag

Na de mis, besloten met het volkslied, drinken John Crook en ik koffie bij Gary en Duncan thuis. Gary zet een fles droge sherry op tafel, het kwartet heren komt overeind en heft het glas op de Koningin, die vandaag, Accession Sunday, zeventig jaar op de troon zit. Ze heeft veertien eerste ministers versleten: de soort is minder duurzaam. De drank en de gedachte aan het plichtsbewuste besje verwarmen ons hart.

Dinsdag 8 februari

Michail Lermontov is een schrijver naar mijn hart, hoofdzakelijk vanwege zijn stijl. Maar de kwaliteit van de vertaalde Lermontov hangt uiteraard in belangrijke mate van zijn vertaler af. De Nederlandse vertaling van Hans Boland is – op wat details na – een waar taalkunstwerk; de Engelse van J. H. Wisdom & Marr Murray is heel wat minder. Zo is ‘Ze verdronk in haar fauteuil bij het donkere raam’ stukken beter dan ‘She was sitting in the shadow by the window, buried in a wide arm-chair’… Maar wie weet is dat laatste wel een veel accuratere weergave van het origineel.

Want hoe goed de schrijver van Герой нашего времени is, kan ik vreemd genoeg nooit te weten komen zonder grondig Russisch te leren: ik, arme buitenlander, gewapend met niet meer dan een handjevol woorden in die taal, ben niet in staat de echte Lermontov briljant of overschat te vinden. Maar de Bolandse Lermontov is een uitmuntende Lermontov.

’s Middags

Ik heb Michail een uur geleden met een zucht uitgezwaaid.

Nu, bij de thee, houdt een metafysische kwestie me bezig: is de identiteit van de moderne overbodige mens, het ectoplasma van een of andere fantastische seksuele constructie bijvoorbeeld, geen substituut voor onze arme afgeschafte ziel?

Benno Barnard

Benno Barnard is een schrijver die meent dat het heden gewoonlijk ongelijk heeft.