fbpx


Economie
elektriciteit

Volatiele markten falen opnieuw

Parallellen met de periode uit de jaren ‘70



De ouderen onder ons herinneren zich nog de jaren ’70 toen de Arabische landen, onder het mom van het oliekartel OPEC, sterke productiebeperkingen oplegden en sommigen zelfs overgingen tot een olieboycot. Dit gebeurde naar aanleiding van de Jom Kipoer-oorlog in het Midden-Oosten in oktober 1973. De olieprijzen fluctueerden tot dan tussen de een en twee dollar per vat (vergelijkbaar nu met 10 tot 30 dollar per vat), maar het oliebehoeftige Westen werd afgestraft voor haar steun aan Israël. Het feit dat in 1971 de goudstandaard van de USD werd opgeheven, waardoor deze niet meer inwisselbaar was tegen een bepaalde hoeveelheid goud, en die de dollar toen deed ineenstorten, speelde ook mee. De olie-exporteurs verloren veel geld met de zwakke dollar. Het was de tijd van de beruchte autoloze zondagen.

Vanaf dan was olie altijd een heel volatiele grondstof geweest: in 1974 bedroeg de prijs 13 dollar, en in 1984 zelfs 39 dollar  (na de Iraanse revolutie). Of  twintig keer zo veel in amper tien jaar tijd.

Het waren barre economische tijden van hyperinflatie en hoge rentes. De hoogste prijs ooit voor aardolie werd betaald in 2008 met 128 dollar per vat. Het was het resultaat van productiebeperkingen en speculatie.

Gas

De huidige gascrisis doet ons denken aan de periode uit de jaren ‘70, met Rusland dat omwille van zijn oorlog in Oekraïne het gaswapen hanteert. Gas steeg van enkele tientallen euro’s per MWh (megawattuur) tot 340 MW. Maar petroleum bleef desondanks stabiel, en schommelt nu tussen 90 en 100 dollar per vat.

Wat we nu meemaken is hysterie: de winter staat voor de deur, en men vreest het ergste. Eén zaak is zeker: dit zal niet blijven duren, en het kan snel keren bij gunstig nieuws. Bijvoorbeeld vredesonderhandelingen tussen Rusland en Oekraïne.

Zilver

In de geschiedenis werden ook andere grondstoffen of producten het slachtoffer van hysterie. Het oudst gekende voorbeeld is dat van de speculatie rond de zwarte tulp bij onze noorderburen rond 1640: men betaalde voor sommige varianten zelfs meer dan voor een Rembrandt!

Het verhaal van de rijke gebroeders Hunt, die hun volledig fortuin praktisch volledig belegden in zilver, is gekend. In de woelige jaren ’70 van instabiliteit en inflatie zochten ze naar een nieuwe bron van stabiliteit, die ze vonden in zilver. Midden jaren ’70 hadden ze tien procent van het zilver in bezit, en overtuigden ze ook Arabische investeerders. De zilverprijs steeg zo van twee dollar per ounce begin de jaren ’70, tot 50 dollar begin jaren ’80. Men sprak toen al van 200 USD per ounce, maar toen keerde het tij. Investeerders van edelmetalen gingen deze ruilen voor de hoge interesten die toen op bankcertificaten werd gegeven. De prijzen zakten als een pudding ineen, en de gebroeders verloren alles.

Die periode was erg nadelig voor het Duits-Belgische Agfa-Gevaert, dat moeilijke jaren kende. De vroegere analoge filmrollekes hadden voor hun productie veel zilver nodig, wat de kostprijs sterk deed opdrijven. De ganse zilvergeschiedenis versnelde de ontwikkeling naar de digitale fotografie, en voor de analoge film werd minder en minder zilver gebruikt. Na verloop van tijd past de industrie zich aan.

Dit zal ook gebeuren met de energiebronnen: hernieuwbare energie zal in een versnelling komen, maar het vraagt wel tijd. Men zal er zeker zuiniger mee omspringen. Zo verbruiken de wagens met verbrandingsmotor in vergelijking met de jaren ’70 reeds heel wat minder benzine. En de elektrische wagen komt eraan.

Volatiliteit zal niet direct verdwijnen

Naast deze voorbeelden uit het verleden, kondigen zich echter ‘nieuwe’ grondstoffen aan die, bijvoorbeeld, belangrijk zijn voor batterijen in elektrische wagens, zoals kobalt (40% uit Congo) en lithium (25% uit China). Het valt dus niet uit te sluiten dat voor deze grondstoffen ook vroeg of laat spanningen optreden, maar voorlopig hebben ze nog niet zulk een impact als de fossiele brandstoffen.

In andere domeinen overheerst er ook grote volatiliteit, zoals op de beurzen. Het zou voor iedereen, ook de economie, beter zijn dat de grote sprongen verdwijnen. Zowel in plus als in min. Enkel de beroepsspeculanten zullen er misschien over treuren.

Eigenaardigheden gasmarkt

In de huidige gas- en elektriciteitscrisis merken we toch een paar bijzondere aspecten op.

Gasprijs laag in VS, hoog in Europa

Ten eerste is het eigenaardig dat de gasprijs in de Verenigde Staten relatief erg laag blijft. Rond 32 dollar per ounce, of tien keer lager dan in Europa. Ook in Azië is die vijf keer lager. Normaal doet zoiets zich niet voor, omdat de grondstofprijzen op de wereldmarkt worden verhandeld. Maar het meeste gas uit Rusland komt via pijpleidingen, die gemakkelijk afgesloten kunnen worden.

Europa staat dus strategisch zwak, wat niet het geval is voor de VS. Deze toestand is heel nadelig voor de Europese industrie haar concurrentiepositie. Diverse bedrijven stoppen er reeds hun productie omwille van de hoge energiekost, alhoewel er in de wereld geen tekort aan gas lijkt te zijn.

Prijsbepaling

Ten tweede wordt de elektriciteitsprijs in de markt bepaald door de duurste marginale productiekost. We hebben hernieuwbare energie en de kerncentrales die met het bestaande materiaal relatief goedkoop elektriciteit produceren. Maar dit is blijkbaar van geen tel en kijkt men naar de productiekost van de gascentrales omdat deze nu de hoogste is vanwege de gekke gasprijs. De referentie van de hoogste marginale kostprijs is logisch in een volledig vrije markt waar het aanbod beperkt is. Als de duurste producenten hun kosten niet meer kunnen dekken, stoppen ze met produceren en daalt het aanbod. Maar anderzijds duwt dit de prijs weer omhoog als de vraag gelijk blijft.

De uitbaters van hernieuwbare en kernenergie zitten zo plots op een bonanza, en maken spectaculaire winsten. Dat is niet logisch en zou moeten veranderen: buiten gas zijn er nog veel andere goedkopere elektriciteitsbronnen (water, wind, zon, nucleaire industrie, steenkool).  Ze zouden moeten verkopen op basis van hun kostprijs, plus een marge. Zo niet, dan moeten ze met de overwinsten belast worden, of moeten ze een ‘repartitiebijdrage’ leveren.

Men zegt dat er juridische problemen zijn. Maar het gaat om een zaak van algemeen en openbaar belang, die op juridisch vlak normaliter veel doet wijken. In België wordt 75% van de elektriciteit zonder gas voorgebracht, waardoor de kostprijs dan in feite meer dan tien keer zo laag is als de huidige elektriciteitsprijs bepaald door de ‘vrije’ markt.

Vrije markt werkt niet altijd optimaal

De liberale theorie zegt dat de ‘onzichtbare hand’ van Adam Smith na verloop van tijd alles weer rechttrekt. Als het gas erg duur blijft komt men in een recessie, en zoekt men naar alternatieven die minder gas vereisen. De vraag naar gas vermindert, en de prijzen zullen weer dalen. Alleen vraagt dit wat tijd, en ondertussen kan men zeer moeilijke tijden meemaken.

De zogenaamd ‘vrije’ markt heeft dus regelmatig bijsturing nodig, en hierin is een rol weggelegd voor de overheid. De laatste keer gebeurde het tijdens de coronacrisis, maar ook eind 2008 aan het begin van de financiële crisis. Door de crisis rond de rommelhypotheken in de Verenigde Staten, en daaraan gekoppeld tal van effectiseringsoperaties waardoor deze slechte risico’s verspreid werden onder tal van banken in de wereld, stonden deze banken plots aan de rand van het faillissement. Indien de overheden toen niet krachtig waren tussengekomen hadden we een nooit geziene economische ramp meegemaakt. 

Ook in de ‘vrije’ elektriciteitsmarkt kwam de overheid de afgelopen vijftien jaar tussen, om door middel van royale subsidies of fiscale stimuli investeringen in hernieuwbare energie aan te moedigen. Met de ‘vrije’ markt was dit niet mogelijk.

Er zijn diverse redenen die de tekortkomingen van de vrije markt kunnen verklaren: artificiële productiebeperkingen, speculatie, paniek en massahysterie, krappe voorraden…

Hoe de imperfectie corrigeren?

Aan de gasprijs kan men ons inziens voorlopig weinig doen: die wordt bepaald door de internationale markten. De mensen op gasverwarming zullen dus door de zure appel heen moeten bijten, en vooral zuinig moeten zijn. Op een dag daalt de gasprijs.

Dit ligt anders voor de elektriciteit. De Europese Commissie kondigde deze week aan te werken aan een structurele oplossing voor de elektriciteitsmarkt, maar gaf niet aan hoe dit moest gebeuren. Diverse ideeën kwamen reeds aan bod. Zo denkt men aan groepsaankopen van stroom op Europees niveau, en verlenging van de oudere kerncentrales. Sommigen spreken van prijsplafonds voor elektriciteit, zoals reeds op een bescheiden wijze gebeurt in Spanje en ook wordt toegepast in Frankrijk sinds vorig jaar via het staatsbedrijf Electricité de France (EDF). Deze laatste maakte daardoor veel verliezen, en zou de Franse staat reeds 25 miljard euro gekost hebben. Er zijn ook nog andere nadelen.

De link van elektriciteit met de hoogste marginale kost (in casu met gas) is wel absurd en moet verdwijnen. Een systeem van ‘kost plus’ is veel transparanter en eerlijker. De marge moet wel voldoende hoog zijn om investeerders tevreden te stellen. Om die reden moet men althans tijdelijk opnieuw een systeem van prijsregulering invoeren zoals dat in België bestond tot 2007. Overregulering is immers ook niet goed, en leidt tot andere excessen.

Andere mentaliteit grondstofontginners

Door toeval hebben bepaalde landen veel grondstoffen: de Arabische landen hebben veel olie, Rusland heeft in het schaars bevolkte Siberië massa’s aan natuurlijke rijkdommen. Europa komt er bekaaid van af, daar het er niet veel heeft. Het was een van de grondredenen voor de massale kolonisatie vanaf de zestiende en zeventiende eeuw. Desondanks is Europa een welvarend continent: het zet immers volop in op zijn ‘brains’ met innovatie en creativiteit, wat een hoge welvaart blijft garanderen.

Het voordeel van over weinig grondstoffen te beschikken is dat de desbetreffende landen gedwongen zijn creatief te blijven om hun toekomst en welvaart te garanderen. Zo blijven ze scherp.

Maar het feit dat veel dictatoriale en corrupte landen natuurlijke rijkdommen bezitten die slechts een beperkte toplaag van hun bevolking ten goede komen, zou eens aangepakt moeten worden. Bijvoorbeeld binnen het kader van de Verenigde Naties. Maar op het ogenblik overheerst de soevereine natie ieder debat. De klimaatopwarming toont echter aan dat we allemaal in deze wereld nauw met elkaar verbonden zijn, en dit iedere dag meer en meer. Niemand kan nog ‘cavalier seul’ spelen. Natuurlijke rijkdommen zouden iedereen ten goede moeten komen aan redelijke voorwaarden. Wanneer Rusland de gastoevoer afsnijdt, en dat de Europese landen in ruil daarvoor weer veel meer steenkool gaan stoken om elektriciteit te produceren, is dat in ieders nadeel. Dit lijkt nu naïef-idealistisch, maar dromen kan nooit kwaad.

Ondertussen zien vooral de ontwikkelingslanden af. Omdat ze niet zo kredietwaardig zijn, en de hoge energieprijzen samen met de inflatie en stijgende rentes hun problemen verzwaren, verkiezen de energieleveranciers te leveren aan het kredietwaardige Europa.

Conclusie

De huidige toestand zal niet blijven duren, en kan snel keren. Bijvoorbeeld bij een wapenstilstand in Oekraïne, of een zware recessie waardoor de vraag naar gas sterk daalt. Een klein land als België kan niet veel doen. Maar Europa is nog steeds een economische grootmacht die op tafel kan kloppen. Laat ons hopen dat men snel tot een goede beslissing kan komen om de elektriciteitsmarkt structureel te hervormen.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Paul Becue

Paul Becue is lic. Rechten, TEW en Diplomatieke Wetenschappen. Hij heeft een lange ervaring in de financiële sector. Zijn boeken over kredietverzekering gelden als de referentie.